We waren gewaarschuwd dat het lawaai van de vogels ons zou wekken. We kregen de raad om vroeg op te staan want de trek van het water naar de wetlands zou het mooiste zijn.

Het is dan dat de vogels erg druk zouden zijn om later te gaan foerageren. We staan, samen met nog een tiental anderen, om 6 u voor de camper. Maar doordat de tractor al graan heeft gestrooid zijn de vogels erg snel aan het eten en is hun schouwspel minder spectaculair. We zagen het gelukkig de dag voordien al wel. Maar het blijft indrukwekkend. Online zien we dat de teller boven de 21.000 staat. Wat een herrie.




We ontbijten en tegen 9u verlaten we het domein richting Sunne. Eerst enkele kilometers verder nog water aanvullen en tanken. Dan echt op weg. Het weer is goed, het zonnetje schijnt.






Tegen half 1 draaien we in een dorp het parkeerterrein van de plaatselijke sportclub (voetbal) op. Dit is gelegen aan een bosrand. Terwijl ik met Timber het bos verken, maakt Leon de auto klaar om te kunnen lunchen. We genieten van de blauwe lucht en het zonnetje op ons gezicht. We werpen daarna een blik op de buitenfitness die naast de auto ligt en eten we onze lunch. Nog een extra wandeling met Timber in het bos en dan weer op pad.
Hoe dichter we bij Sunne komen hoe meer sneeuw we op de heuvelranden zien liggen. We zien er zelfs nog skiën. De lucht is nog steeds stralend blauw. Onderweg valt het ons op dat de meeste meren nog volledig bevroren zijn.








Langs besneeuwde bermen komen we tegen 15u in Gräsmark op de kampplaats die we voor ogen hadden. Een plek waar we deze zomer ook stonden. Aan de ingang is een spoor in de sneeuw gemaakt zodat we makkelijk de kampplaats op kunnen rijden. Ze wisten dat we kwamen. De plek waar we willen staan is hoger gelegen en sneeuwvrij. We zetten ons dicht bij de shelter en niet ver van de utedass (de houten buitenwc). Onze zomerse doucheplek is jammer genoeg nog volledig wit en bevroren. Het geeft wel mooie plaatjes. De temperatuur buiten is wel boven de 10°C en het is zonnig, dus dat valt mee. Rond de kampplaats vinden we veel elandenpoep. Het zal daarbij blijven, vrezen we. Vermits Timber bij het minste geluid begint te blaffen, zullen de elanden niet geneigd zijn langs te komen.
Na ons te hebben geïnstalleerd, laden we de rugzakken in en neemt Leon zijn gereedschapskoffer mee. En zo gaan we op pad richting het huis van Petra en Aart. Door de dooi is de weg naar hun huis niet berijdbaar. Vermits deze in het najaar pas is heraangelegd, gaan we het er dan ook niet op wagen. Al zou onze auto het wel redden, de staat van de weg zal er niet op verbeteren moesten we er doorrijden. Het wordt een stevige wandeling van 1,5 km en dit vooral door de bagage en de helling die we op moeten. Het is een leuk weerzien (we zagen mekaar nog op dinsdag in de les, oeps). Wat is het huis veranderd. Pff. Helemaal gestript beneden, geen vloeren meer, de deuren gelift, de trap verzet. Petje af voor Peter.
Zelf zijn ze druk bezig met klieven, zagen, stapelen. Er brandt op de stookplek al een vuurtje. Na de harde werkers daar te voorzien van koekjes, koffie en thee worden de plannen voor de komende dagen tijdens een pauze aan het vuur besproken. Leon krijgt te horen waar de vloer moet komen en hoe die eigenlijk moet worden aangelegd. Ik begin mee het gekliefde hout te stapelen.










Tegen 19u zetten we de pas aangekochte emaille/gietijzeren potten van Petra op het vuur om water (en later spaghetti) en saus te koken. Voordien hebben Petra en ik in het huis boven wat borden en bestek gezocht en gevonden. Het is weer even wennen om op een houtvuur buiten te koken maar het is zalig. En de spaghetti smaakt. Al had wat kaas de smaak een pak beter gemaakt, maar die lag nog in hun mobilhome. Voor vertrek (en het donker) laat Aart Gilbert en Juliette (2 Bassets) nog even de borden schoonlikken zodat deze mee in de rugzak richting mobilhome kunnen om aldaar echt te worden afgewassen. We vertrekken met 4 en 3 honden ieders naar hun camper. Met de laatste schemer worden nog snel wat foto’s gemaakt. En dan moe ons bed in.
