Maand: juli 2024

31 juli 2024

Vanmorgen bleken er nog enkele voertuigen verdwenen, die hebben we niet horen vertrekken. Het voordeel hier is dat je makkelijk tot 22u buiten kan wandelen omwille van het feit dat het erg lang licht blijft. En verder moet ik een correctie doorvoeren: het koppel zat niet in een stuga maar sliep in hun tentje.
Om 6u opgestaan.

Snel Timber uitgelaten en ontbeten en in tussentijd de rugzakken klaargemaakt voor de tocht. Een extra wandeling voor Timber hoefde nu niet. Iets voor 8u echt op pad richting Dragbergsjön en -stugan. Gisteren hadden we gezien dat er ook een wandeling Pensionärsleden was (voor gepensioneerden dus). We vertrokken achter de auto’s door het bos en kwamen al snel op een grindweg uit. Ruim 3km volgden we die weg. Af en toe wat gemopper langs mijn kant want ik loop niet graag over grindwegen. Aan beide kanten van de weg zagen we aanduidingen voor het sneeuwscooterpad en zagen we jachthutjes. Uiteindelijk ging de weg over in een bosweg. Na nog een dikke 1,5km kwamen we uit aan het meer. Hier stond een shelter met banken en een grillplaats. Een ideale plek om even te zitten met een koek en te genieten van het meer en de omgeving.

Daarna over een stuk plankenpad vertrokken om om het meer te wandelen. Een halve kilometer verder kwamen we een sauna tegen en daarnaast in de omgeving verzonken een kleine stuga opgebouwd uit rotsen, stukken stam en vooral veel groen. Binnenin een tafel en stoelen. We vervolgden onze weg en kwamen daarna de stugor tegen. Enkele huisjes stonden er, klaar om er te overnachten. In 1 van de stugor stond een Jøtelkachel. Een prachtige kachel waar we vroeger ons weekendhuis mee verwarmden.


Hier aan de stugor stond de wegwijzer naar de Dragberggatan. Een kloof. Via een plankenpad bereikten we de kloof. We waren er ondertussen ook al achter gekomen dat de ondergrond behoorlijk vochtig was van zompig tot erg nat. Hoe dieper we in de kloof gingen hoe mooier maar ook moeilijker begaanbaar en nog natter. Donkere wolken pakten zich samen en in de verte rommelde het erg. We wilden het risico niet lopen om in de kloof te zijn op het moment van regen of onweer, dan werd daar wandelen levensgevaarlijk. Na nog wat foto’s keerden we op onze stappen terug. Dit moment ook even Timber los laten lopen zodat we veilig en op ons ritme de kloof weer uit konden komen.


Eens terug aan de stugor vervolgden we onze weg richting Spånsfäbodarna. We kruisten 4 mensen met hond. Wij trokken nu echt volledig door het bos maar later ook een groot stuk over wetlands. Vieze en natte schoenen hielden we er wel aan over. Het plankenpad was niet meer overal volledig in orde. De nieuwe planken lagen er wel al langs het pad. Net toen we een jachthutje tegenkwamen om er te gaan eten, passeerden we 3 Zweden. Het werd een gesprek in een mengelmoes van Zweeds en Engels. Maar onze auto hadden ze in elk geval zien staan. Dan toch maar in het jachthutje geluncht.

Even op een bankje zitten en tevens wat in de schaduw. Goed dat we zo vroeg vertrokken waren want de zon stond hoog aan de hemel en was erg fel.
Na het eten vervolgden we onze weg. Via een klein meer Fjortasjön komen we uiteindelijk op het bijna hoogste punt. Op het hoogste staat een zendmast van 327m hoog. Onderaan hangt een bord dat je moet uitkijken voor vallend gereedschap of ijs. Men weze gewaarschuwd. Het uitzicht is wel enorm. We kunnen erg ver zien. Het laatste stuk van de wandeling verloopt over een rotspad en is gelukkig wat droger. Zo komen we 6u later na meer dan 12km op en neer gaan weer aan de auto. We hadden verwacht dat we er langer over zouden doen.


Aan de auto was het wisselen van schoenen, drinken en even zitten. Daarna besloten we om toch vandaag al naar de Östra Silvberg Gruva te gaan. Dat zouden we normaal morgen doen maar we hadden gezien dat je daar niet echt een gehele dag voor nodig had. Daar aangekomen even weer schoenen gewisseld en op pad. Het was spectaculair. Het turquoise water waarin de zon schitterde echt prachtig. Vooraan stond een bord dat je er niet in mocht zwemmen maar toch waren er kinderen in aan het zwemmen. De gruva is Zwedens eerste zilvergroeve en was al in de 15de eeuw in gebruik. Eens uit gebruik is de groeve volgelopen met water. Het water is nu 220m diep en omwille van de vervuiling mag je er dus niet in zwemmen.


In de buurt van de groeve ligt nog de Ödekyrkogård. Een oude begraafplaats (er lag nog een grafzerk van iemand die stierf in 1795) rond de oude Sankt Nicolai Kapell. Van de kapel is er enkel nog het kruis en een gedenksteen over.

Nog even een korte wandeling naar Het Silversjön (het Zweedse Zilvermeer) en dan terug naar de auto om een slaapplek te gaan zoeken.
We hebben een plekje gevonden aan een meer. We staan op de parking want aan het meer mag je enkel staan als je een visvergunning hebt. En die hebben we niet. Dan maar op de parking gekookt. Terwijl we aan het koken waren, kwam er een koppel gepakt en gezakt voorbij. Eerst dachten we dat ze aan het meer hun tent zouden zetten of in de shelter wat verderop zouden slapen maar toen ik naar het toilet ging zag ik niemand meer.

Nog een jonge mountainbiker passeerde en toe was het weer rustig. Hopelijk deze nacht ook

30 juli 2024

Zoals gehoopt een rustig plekje en goed geslapen. Leon zou in de vroege ochtend wel geluiden hebben gehoord van dieren. Ik zag vanmorgen niet echt verse sporen. Timber even uitgelaten in het bos.

Een mooie wandelweg, zeker met de opkomende zon. Voor de rest was het ontbijt zoals gewoonlijk en na een vlotte opruim konden we weer op pad. Vertrekkende van het bospad naar een kleine weg. We volgden wat kleinere wegen tot Degenfors e nun zoals het hoort in Zweden passeerden we enkele meren. Het stadje Björneborg lieten we links liggen en reden rechts naar Karlskoga.

De op 1 na grootste stad van Värmland maar wel gelegen in de provincie Örebro. We bleven eerder in de buitenwijken vol industrie en namen dan de 205 richting Hällefors. Dit was een grindweg en even aan de kant van de weg halt gehouden om koffie en thee te drinken, met uitzicht op een meer (självklart).


Niet veel later passeerden we de grens met Dalarna. Deze streek is vooral gekend om zijn typische, oranje, houten paardjes en om zijn hoofdstad Falun met de kopermijn. Het afval van die mijn levert de typische rode kleur voor de Zweedse huizen. De eerste stad die we doorreden was Ludvika. Een grote stad met vooral de industrie en handel rond Hitachi. Deze elektronicafabrikant heeft aan zijn fabrieken zelfs een eigen gymnasium. En klein half uur later kwamen we aan in Borlänge. Het doel van vandaag. In 1983 was ik hier eerder op driedaagse na een internationaal kamp met scouts en gidsen uit Denemarken, Finland, Duitsland en Zweden. De omgeving van de kampplek bezochten we eerder in 2014, nu dus het eindpunt. We haalden met onze groep zelfs de voorpagina van de lokale Zweedse krant. Vandaag dus niet. We parkeerden onze auto op de parking van Gammalgården. Een goede 500m verder lag een restaurantje. Wij dan maar op weg. We vonden de Blå Lågan. Ik ben binnen eerst gaan vragen of we ook buiten mochten eten. Dat was geen probleem, daar stonden ook tafels (wat we hadden gezien). We kozen voor jambalaya met saladbar. Blijkbaar was dit het restaurant van de SSAB-fabriek ernaast. Het smaakte in elk geval.

Nadien een wandelingetje terug naar de auto en dan naar Gammalgården. Dit is eigenlijk een soort Bokrijk met huizen en gereedschap uit de Dalarnastreek. Best vergelijkbaar met hetgeen er bij ons te vinden is. Na wat te hebben rondgekeken besloten we om daar nog een koffie en thee te drinken met een ijsje erbij.


Er stonden nog 2 kerken op het programma die buiten Borlänge lagen. Dus in de auto de gps ingesteld en dan op pad. De eerste kerk was Torsångs Kyrka. De oudste kerk van Dalarna. De houten klokkentoren is van voor 1200 en staat los van de kerk. De gevels zijn grotendeel in plaatselijke steen opgetrokken maar verder bij- en aangebouwd in baksteen. Een sober wit plafond waar je de gewelven in ziet is een mooi contrast tegenover het glasraam met omlijsting aan het altaar. De doopvond is opgebouwd uit 3 delen: de voet in limestone van Gotland uit de 12de eeuw, een houten tussenstuk uit 1715 en de koperen schaal uit 1920. Ook hier een mooi onderhouden kerkhof. Weer terug aan de auto staat er naast de onze een antieke Volvo.


Rest er nu nog enkel de Stora Tuna Kyrka. Dus even in de auto en 10 minuten rijden. Al van ver zien we de torenspits boven het landschap uitsteken. We gaan eerst de binnenkant bekijken omdat de gids 16u als sluitingstijd aangeeft (bleek uiteindelijk 19u). Ook hier een sober wit plafond waar de gewelven zichtbaar zijn maar de rest is met veel goud versierd. Een rijkelijke eerste indruk. Achterom het altaar hangt een tapisserie: Tuna Tapeten. Het is een 40m lang borduurwerk gemaakt door verschillende vrouwen uit de omgeving in navolging van het tapijt van Bayeux in Frankrijk. We worden er nog eens extra op gewezen door een oudere dame die in de kerk aanwezig is.

Op het kerkhof is iemand met veel geduld bezig geweest om de graven (meestal oudere familiegraven) proper te maken en er tekeningen op te maken in het grind dat de graven bedekt. Geen enkel graf heeft dezelfde tekening. Op het kerkhof vinden we ook het graf van Jusse Bjötling, een overleden, bekende Zweeds tenor.


Nu is het tijd om een slaapplek te zoeken maar eerst maken we een tussenstop bij een Lidl voor wat boodschappen. Daarna rijden we door naar Gyllbergen Naturreservat. We staan hier op de parking om te overnachten zodat we morgen een lange wandeling kunnen maken. Koken hoeft niet na de lunch van vanmiddag, dat is makkelijk.

Terwijl we hier zitten komen er 2 auto’s aan. De ene met 2 wandelaars die nog vertrokken zijn naar 1 van de hutten in het gebied. De andere met een jong koppel die hier nu in 1 van de stuga’s op de parking gaat overnachten. Voor de rest is het hier erg rustig. Enkele auto’s zijn verdwenen door dat de eigenaars teruggekomen zijn van hun wandeling

29 juli 2024

Gisteravond passeerde er, net voor we naar bed gingen, nog een auto op de bosweg. Deze reed even verder door om daarna terug te keren. Vanmorgen reden we met het bos uitrijden hun auto en een tentje erachter voorbij.
Wij sliepen prima met op de achtergrond af een toe een geluid van vogels. We denken dat het kraanvogels waren. Vanmorgen weer ontbijt aan de auto met de opgaande zon en de vers geplukte bosbessen. Genieten.

Doordat we vroeg wakker waren en alles vlot verliep, konden we om 7u40 al op pad. Eerst het bosweggetje af dan een kleinere weg met overgang naar een grotere om dan uiteindelijk de autosnelweg te nemen tot Värnamo. Daar even een stop om te tanken. En wat bleek: vorig jaar richting Finland hebben we op dezelfde plek getankt en daarna een afslag verder geluncht. Dat laatste hebben we nu niet gedaan. 9u is wat vroeg om te lunchen.
Vanaf hier ging het over kleinere wegen en passeerden we het Store Mosse National Park waar we vorig jaar wandelden. Via de kleinere wegen kregen we toch stilaan meer het Zwedengevoel. We reden langs meertjes en meren, door het bos om tegen 10u halt te houden ter hoogte van Isaberg.

Aan de ene kant van de weg een parking voor passanten, aan de andere kant van de weg een resort en parking voor mensen die wilden kanovaren of zwemmen. Het was zelfs mogelijk om een drijvende sauna af te huren. We parkeerden de auto en maakten een wandeling. Achteraf bleek dat we vooral het mountainbikepad genomen hadden in plaats van de wandelweg maar voor ons was het een prima pad. Nadien nog even aan een picknicktafel koffie, thee en koek en we konden weer verder.


De GPS werd ingesteld op geen snelwegen, geen tolwegen, geen autowegen, geen steden of wijken. Het gaf ons de mogelijkheid om erg klein weggetjes te nemen. Het overgrote deel zelfs grindwegen. We reden ook nu veel door het bos en langs meren. Af en toe een akker rogge. Het voelde vertrouwd. Iets na twaalf dan halt gehouden aan een badplatz tussen Liared en Kölinared. Een plek aan een meer met grote steiger, omkleedruimten, stukje strand en picknicktafels. We installeerden ons aan 1 van de tafels in de schaduw. Toen we er aankwamen waren er 2 oudere mensen, een motorrijder die een frisse duik nam en een mama met haar zoontje. Bij het wegrijden was het een pak drukker, 3 gezinnen met kinderen en later nog een vierde met 6 kinderen. We waren dus op tijd om toch rustig te eten en te genieten van het uitzicht.


Na het eten nog een eind over de kleinere wegen tot aan Karleby Kirka. We hoopten op een toilet maar vonden die niet. We bezochten wel even het kerkje. Mooi van kleur, sober zoals we in Zweden gewend zijn.

Nog een klein beetje verder gereden om even een stop te maken op een parking en dan de GPS weer even anders in te stellen. Vanaf nu weer wat grotere wegen. Vooral deze met het nummer 26. Het werd best een saai stuk met weer veel akkers (graan, biet, maïs,…) en verder een dal met op de wand aan de overkant veel huizen en weinig bos. We passeerden zo ook Skövde. Een erg grote stad met aan de buitenrand veel winkelcentra. Ook daarna was het saai over de grote weg, maar toch wat kleur door enorm uitgestrekte velden geel koolzaad. Prachtig. Een bijenparardijs. Even later rijden we over het start van het Göta kanal in Sjötorp. Het begint hier aan de oostkant van het Vänermeer en gaat dan via het Vättermeer tot Söderköping aan de Oostzee.
Ter hoogte van Gullspång hielden we even halt. Hier bevinden zich zalmtrappen, de grootste en mooiste ter wereld. We zagen al eerder zalmtrappen maar deze waren echt wel spectaculair. Eerst even op de brug over de rivier om alles te bekijken, daarna een wandeling langs de rivier goed afgeschermd door een hek. Vanuit een (stuw)meer loopt het water vanaf de stuwdam in de rivier. Hier ligt 1 van de 7 natuurgebieden van het Vänermeer.

Vroeger was de rivier de natuurlijke grens tussen Västra Götland en Värmland. Nu behoort het natuurreservaat in zijn geheel aan Västra Götland. Aan de auto nog even een appeltje gegeten en dan op zoek naar een slaapplek.
We verlieten de grote baan en na wat zoeken en enkele weggetjes in te slaan hebben we een plekje gevonden. Het is best een open ruimte. In het bos naast ons komen wandelpaden voorbij. Ik vond er ook (oude) elandenpoep. Na Timber uit te hebben gelaten, zijn we het koken gegaan. Toen kwamen er nog 2 wandelaars voorbij, al leken het me eerder lokale mensen die in het bos lekkers waren gaan plukken. Dat laatste heb ik na de afwas ook gedaan: een potje bosbessen. De oogst in elk geval al meer dan gisteren. Terwijl de zon zachtjesaan achter de bomen verdween, werd de tekst getypt

28 juli 2024

Dankzij een stel oordopjes erg goed geslapen op deze parking langs de snelweg. Voor de verandering water gekookt en daarna ontbeten aan de picknicktafel.

Het is zo eens wat anders en misschien ook wel wat rustiger. Vannacht waren er toch een aantal campers bijgekomen en terwijl we aten was het duidelijk dat er recent een boot had aangelegd. Na rondje met Timber en een sanitaire stop in het toiletgebouwtje op de parking (altijd handig), richting Helsingør.
Deze weg reden we al eerder vorige zomer maar waren toen vroeger op pad. Nu schijnt de zon volop en rijden we voorbij vele akkers. We passeren de spliting “Sverige Boot of burg”. Wij kiezen vandaag voor de boot. Om 10u40 komen we aan bij de terminal. We zien dat de volgende boot om 10u50 vertrekt. Spannend. De rij voor ons gaat traag omdat het apparaat niet zo goed meewerkt of de mensen niet begrijpen wat er staat. Omdat alles nog al laag staat, vrezen we dat Leon er niet bij kan via het venster. Dus als het onze buurt is, spring ik snel uit de auto en voer alles in wat er wordt gevraagd. De slagboom gaat open en we sluiten aan bij rij 10. Even snel uit de auto voor wat foto’s en terwijl ik instap, beginnen de auto’s voor ons al te rijden. Een mobilhome uit de rij naast ons wordt eruit gehaald en moet terugkeren en aansluiten achter bij een andere rij en zal daardoor niet met deze boot meekunnen. Wij gelukkig wel maar staan toch als voorlaatste in de rij op de boot.


We gaan daarna even naar boven en kijken op het dek hoe de boot wegvaart uit Denemarken en aan de andere kant langzaamaan Zweden nadert. De vaart is hooguit 20 minuten. Ik luister naar wat er wordt omgeroepen in het Zweeds en versta eigenlijk wel alles. En dan is het weer tijd om naar de auto terug te keren. Ook het aanmeren gaat vlot. Bij het afrijden volgen we deze keer de meerderheid van auto’s via de groene lijn want “nothing to declare”. Normaal moeten we Timber aangeven maar dat kan sinds kort ook online op voorhand, wat we dan ook deden. We verlaten de terminal en rijden richting centrum. Het eerste deel een beetje zoals iedereen en daarna volgt de splitsing. We vinden een parking en zetten de camper neer.
We zijn hier nu al een paar keer aangemeerd en nu wilden we eventjes door de stad lopen. Helsingborg is in het verleden meerdere malen verwoest in de oorlogen hierdoor staat er veel nieuwbouw. Langs de haven is er ook veel industrie (ook bij het buitenrijden van de stad). Toch zijn er enkele plekjes de moeite: het Rådhus, de Sankta Maria Kyrka en Kärnan.
We verlaten de parking langs een trap die uitkomt op Järnvägsgatan, de straat van het Rådhus. Het is een groot rood gebouw met torentjes. Het lijkt uit een sprookje te komen en steekt best wel af tussen de industrie en de nieuwbouw.

Vanaf hier wandelen we verder naar de kade. We vinden een tafeltje bij Roy’s Mat och Bar. Als lunch kan men kiezen uit verschillende zaken: ovengebakken zalm, gebakken haring, steak of gehaktbal maar ook gerookte zalm of vissoep. Alles geserveerd met een salade en nadien koffie of thee, drank inbegrepen (geen alcohol). We gaan voor de zalm met krieltjes en dillesaus. Terwijl Leon bij Timber blijft ga ik binnen bestellen en afrekenen, daarna vul ik de slabordjes en de glazen. De rest wordt aan tafel gebracht. Makkelijk. En we kunnen alvast aan het slaatje beginnen als voorgerecht. Het smaakt, de zalm is prima bereid en koffie en thee met een haverkoekje maken het geheel af.

Terwijl Leon naar het toilet is praat ik even met de buren over Timber. Als ik naar het toilet ga, vertel ik nog snel aan 2 heren dat ze zo op onze plek op het terras kunnen zitten. Als ik terugkom, help ik hen nog even met verhuizen van hun spullen en drinken. Daarna kunnen we weer verder.
We keren terug naar het centrum en wandelen naar Kärnan. Deze vierkante toren waakt al 700 jaar over de stad en staat aan het eind van het plein naast het Rådhus. Onder de Deense heerschappij stond er een vesting maar deze werd onder de Zweeds vernietigd. Nu staat alleen de toren er nog en vanaf het plein kan je hem bereiken via een gigantische trap uit begin 1900. Van ver doet het een beetje denken aan de Spaanse Trappen in Rome. We wandelen door het park eromheen, genieten van het uitzicht over de stad die op dat moment in de volle zon ligt. Via de trappen gaan we weer richting stadshuis.


We lopen niet helemaal die kant op maar slaan af naar de Sankta Maria Kyrka. Aan de buitenkant tref je een simpel rood gebouw aan maar de binnenkant is best rijkelijk versierd. Je vindt er 6 mooi gekleurde glasramen. Maar vooral het preekgestoelte en het retabe ooil zijn de moeite waard. Net als in veel Scandinavische kerken hangt er ook hier een boot ter bescherming van de zeelui.


Eens terug aan de auto lukt het ons om weer van de parking te rijden. De camper heeft nogal een grote draaicirkel, af en toe een borduurtje meenemen kan dan wel gebeuren. Van hieruit rijden we langs de kust richting het kasteel van Soferie. We parkeren ons maar gaan toch niet binnen in de tuinen. We maken wel een korte wandeling in het bos ernaast.


Nu wordt het stilaan tijd om een slaapplekje te gaan zoeken. We besluiten richting Markaryd te rijden en vanaf nu ook geen autosnelwegen te nemen. We vertrekken op toch nog wel een grote weg, maar stilaan worden ze kleiner en smaller tot uiteindelijk een grindweg. We beginnen ons weer thuis te voelen. Nog steeds vinden we Skåne niet top. Teveel industrie, teveel akkers, te plat. Dus eens deze provincie uit komen we meer op ons gegeerd terrein. Na wat zoeken vinden we een plekje in het bos. Het lijkt erop dat dit een keerlus is voor de houtakkers. We staan hier prima. Bij aankomst even wat druppels maar daarna weer volop zon. Er is best wat wind en op de achtergrond dus het ruisen van de bomen. We aten hier onze boterhammen. En terwijl ik zit te typen komt er een Duits buscampertje deze weg in gereden. Timber heeft duidelijk gemaakt dat we er niet mee gediend zijn. Het busje is dus ook weer weg. Mijn eerste blåbär heb ik ook al gevonden. Lekker. De vossenbessen zijn al rood maar nog niet rijp.

27 juli 2024

Rond half zes gingen mijn ogen open. 5 minuten later die van Leon. Dus de geplande half zeven als opstaantijd hebben we niet gehaald. Nu in het daglicht heb ik even de parkeerplaats en de omgeving verder verkend. Het was een grote plaats. Vlak aan een school maar ook aan de plaatselijke voetbal-, atletiek- en korfbalclub. Buiten het echte veld zag ik nog zeker 6 oefenvelden en de kooi voor het kogelstoten. Ter hoogte van de school stonden verzamelcontainers voor incontinentiemateriaal en luiers. Een mooi initiatief.

Jammer genoeg waren er verder geen vuilnisbakken te vinden. Terwijl we aten, passeerden nog enkele hondenuitlaters. Alles liep vlot en tegen 7u15 konden we weer op pad.
Na even door de straten van Oss te rijden, zaten we vlot op de snelweg naar Nijmegen. Thuis was de planning om zo lang mogelijk in Nederland te rijden maar vandaag zijn we toch ter hoogte van Hengelo de grens overgegaan. Net voor de grens even een sanitaire stop met daarna koffie, thee en koek. Zo konden we er weer even tegen.

Vlot de grens over richting Osnabrück, en korte stop om te tanken en zo weer verder naar Bremen. Tot dan toe alleen maar voordeel van vroeg op pad te zijn.
Iets voor twaalf en 30 km voor Bremen: lunchtijd. Geen drukke parking bij een tankstation maar een best wel mooie, schaduwrijke in de plaats. Lunchen met kippenboutjes en hard gekookte eieren. Met Timber een wat langere wandeling over de parking en weer op pad. Dat ging jammer genoeg niet zo vlot.
Kort na vertrek kwamen we in een file terecht. Veel vakantieverkeer moest van 3 rijstroken naar 1. We deden ongeveer 1,5u over bijna 12km. Uiteindelijk passeerden we het euvel: een aanhanger met verhuisspullen had een deel van zijn lading verloren (waarschijnlijk na een aanrijding) en we zagen een aantal agenten de boel opvegen.

Toen ging het weer vlot. De eerst volgende parking dan snel om beurten een sanitaire stop en weer verder.
Jammer genoeg kwamen we nog een aantal keer in een korte file terecht maar deze waren dan vooral door werkzaamheden. Onder Hamburg door ging het redelijk ook al had Leon tijdens het lunchen gezien dat daar een ongeval was gebeurd. Maar dat bleek dus wel opgeruimd en hadden we nog last van het restje van de file.
Ook tussen Lübeck en Puttgarden waren er werken. Dus wat vertragen. Onderweg in de auto nog de appel gesneden en tijdens het rijden opgegeten. Vlakbij Puttgarden en richting de haven zijn er nog steeds volop werken voor de aanleg van de Fehmarnbelttunnel. Het was ons in de files al duidelijk geworden dat we de geplande boot van 16u45 niet zouden halen. We kwamen de terminal om 17u20 binnengereden. Via de Blue Lane naar het loket, barcode gescand en dan verder naar rij 10. Het is de eerste keer dat we geen flexticket hebben. Maar het standaard werkte even goed. Ik had net genoeg tijd om Timber even te laten plassen toen ik zag dat er al auto’s vertrokken richting boot. Snel in de auto en mee met te rest richting boot. Een boot vol Denen, Noren, Zweden en Duitsers. Maar ook veel Nederlanders.

Drukte verzekerd. Nadat we ingescheept waren, even de benen gestrekt met naar het dek te wandelen. Ook even op het buitendek geweest. Drukte daar maar wel prachtig weer. We zagen verschillende honden mee aan dek maar wij laten Timber liever even in de auto. Dat is voor alle partijen het meest relax. De vaart is tenslotte maar 45 minuten. We keerden tijdig terug naar de auto. Ik om alvast wat van de tekst te typen, Leon kijken waar de parking lag. Ondertussen trots en fier met onze 2 medailles in de Olympische tijdrit.
Het ontschepen ging vlot en we waren dan ook snel aan de beoogde parkeerplaats. We waren er niet alleen. Velen met een hond die hem even uitlieten of anderen die snel een hapje aten. Wij gingen aan een picknicktafel zitten en kookten de spaghetti en maakten de thuis klaargemaakte (dit keer niet vergeten) saus warm. Lekker. Tijdens het eten nog even een Duitse dame geholpen met de weg want ze had nog steeds geen internet.
Na de afwas besloten om toch maar hier te blijven en niet verder te rijden. Beter op tijd ons bed in en nu genieten van de mooie lucht.

26 juli 2024

Rond 20u afscheid genomen van de kinderen en op weg voor de eerste rustplaats. De camperplek in Kieldrecht vonden we net iets te dicht bij huis. Over de ring van Antwerpen richting Eindhoven en zo verder tot Oss, in de buurt van Nijmegen. Een vlotte rit met op het einde mooie beelden door een prachtige zonsondergang, ook al zat dit soms verstopt achter een rij bomen.
Aangekomen in Oss de parkeerplaats gevonden die ook verschillende camperplekken heeft. Men mag hier 72u staan. Bij aankomst stonden er al enkele, al dan niet met uitgeklapte schotelantenne. We hebben de onze op nette afstand erbij gezet. En terwijl ik Timber uitliet, kon Leon het dak openzetten. Een half uurtje later lagen we op bed.


14 juli 2024

Blijkbaar zijn de militaire oefeningen nog een groot deel van de nacht doorgegaan met schieten er bovenop. Bij het ontwaken scheen ook nu weer de zon. Terwijl ik Timber uitliet op het wandelpad tussen de bomen aan de overkant van de weg, kwam er vanuit het bos op het militair domein een Landrover. Toch maar even in het bos gebleven. Daarna over het pad van het militair domein (toelating om er op te wandelen) terug naar de auto. Ons laatste ontbijt deze reis verliep als anders.
Iets over half negen dan richting Stonehenge over lokale wegen. Nog steeds het militaire domein als omgeving afgewisseld met graanvelden. Stonehenge zagen we liggen in de verte.

Ik kon er zelfs een foto van nemen. Gelukkig want het toegangsticket is tegenwoordig al 30 pond. Nog even tanken en al snel ging het over naar een grotere baan. Saai is dat wel en de overgang van het lokale baantje naar de autoweg erg groot.
Alles ging vlot tot net na onze koffiepauze. We hadden al gemerkt dat de gps een andere route aangaf dan je normaal zou denken. Blijkbaar was de M25 onder Londen in beide richtingen afgesloten dit weekend. Maar op de omleidingsroute waren er ook werken en dus versmalde en minder rijstroken. In de file dan ook nog een auto met panne. Gelukkig zondag en geen werkdag.

Met dik een half uur vertraging konden we onze route verder zetten. Over de M25-26-20 geraakten we uiteindelijk Londen voorbij. Maar niet enkel in Duitsland zijn er dus veel werken. In de tegenovergestelde richting was het een gigantische file bij de werken over vele mijlen. Daarna ging het snel richting Dover vooral omdat een deel van het verkeer afsloeg naar andere ferryhavens of de tunnel.
En dan komen de krijtrotsen in zicht, word je door een gekronkel tussen paaltjes naar de douane geleidt.

Douane was geen probleem, naar Timber werd niet gevraagd. Dit keer moesten we wel naar de autocontrole. Elk handvat werd geswabt met controle op drugs. En dan mochten we verder naar de incheckbalie van Irish Ferries. Onze reservering van 16u werd omgezet naar één van 14u25. Rij 150 was voor ons en dat is best nog een eindje rijden vanaf de incheckbalie. Maar gelukt. Leon naar toilet, ik daarna. Telkens wat stappen zetten omdat het in het station lag. Daarna de tafel neergeklapt en gegeten aan de auto onder veel belangstelling. Timber eten gegeven en rondje rond de auto’s en vrachtwagens gestapt met hem. Ver kon ik niet gaan want ze waren het schip dat net was aangekomen, al aan het ontschepen. Timber zat nog niet goed en wel in de bench terug of we mochten inschepen.

Dit keer zat de boot niet echt vol. We verkenden het schip en namen een kijkje op het buitendek. Daarna hebben we ons aan een tafeltje gezet en ons in stilte beziggehouden. Weg van de drukte van 2 bussen pubers.
Na 90 minuten waren we aan de overzijde. Iets later konden we al ontschepen. Klok niet vergeten uurtje verderzetten.

En dan naar de snelweg. Weer rechts rijden. En in Frankrijk. Dat is toch ietsjes anders dan in Ierland. Heelhuids over de Belgische grens. De gps had wat moeite om verbinding te maken met het internet en zo kwamen we in de eerste file op het vasteland terecht. Gelukkig werd er dan toch een alternatieve route voorgesteld over Jabbeke. Daar was het druk maar reed het wel vlot. Toen zag ik pijltje E34. Die weg zijn we ingeslagen maar dat was niet zo’n slim plan. File aan Maldegem wegens werken en een auto in panne in de file. Wat verder file ter hoogte van Eeklo en Kaprijke. En nog iets verder weer een auto met panne. Ondertussen werd er druk gecommuniceerd met het thuisfront over het aankomstuur. We hadden afgesproken om samen frietjes te gaan eten maar het was ook finale EK. Uiteindelijk is het goed gekomen. En kort na de Belgische hap waren we thuis. Snel de auto leeghalen en daarna een toertje met Timber. Hij viel direct weer in zijn oude gewoonten.
Na een rustige nacht in eigen bed, mag de wasmachine nu overuren doen om het stof en vuil weg te wassen.

13 juli 2024

Rond 6u werd ik wakker toen de eerste wandelaar zijn autodeur dichtsloeg. Leon heeft het nog volgehouden tot 7u. Terwijl het water aan de kook werd gebracht al vast een bergop wandelingetje met Timber. Net toen Timber gegeten had, kwam de wandelaar terug. Even een praatje en weg was hij. Na het eten nog met Timber het bos in en dan op weg. Eerste stop was het tankstation. Met een volle tank dan richting Bath, een stad die grotendeels UNESCO werelderfgoed is. Nog even een paar kleine wegen en dan werd het weer de autoweg. Op zeker moment waanden we ons ter hoogte van de Oosterweelwerken. Ze zijn een nieuwe weg aan het aanleggen met extra bruggen en rondpunten. Het hele parcours, we spreken over toch zeker 20 mijl, was afgebakend met oranje pilons. Gelukkig geen file en konden we vlot doorrijden. Tot we een been te vroeg afsloegen op een rondpunt. Toen werd het weer een tijdje over kleine weggetjes om tot de grote baan te komen. Erg mooi rijden was het wel tussen veel groen en door bos. Hier hebben we geen spijt van.

En zo verlaten we Wales en rijden we Engeland binnen.
Iets over 12 rijden we Bath binnen op weg naar een parkeerplaats. Op zeker moment zien we een bord: LEZ, pay online. Tijd en mogelijkheid om te stoppen hadden we op dat moment niet. In al de voorbereiding en lezen gisteren waren we dat niet tegengekomen. Dan maar verder rijden, we zaten nu toch al in de zone. Op de parkeerplaats een plekje in de schaduw gevonden. Aan de parkeermeter stond een bord met 2 tarieven. Eigenlijk werd hier de LEZ aangerekend. Je moest je nummerplaatgegevens ingeven. Herkende het apparaat ze, dan gaf hij aan hoeveel je moest betalen. Weinig uitstoot dan kreeg je het goedkoopste tarief, veel uitstoot, dan betaalde je het hoge tarief. Herkende het apparaat de gegevens niet dan werd het ook het hoge tarief. Voor ons (en alle toeristen) was het uiteraard het duurdere tarief. Ik kocht een ticketje. Ondertussen had Leon gelezen dat personenauto’s niet beboet zouden worden in de LEZ-zone. Weer wat gerustgesteld. Nog even snel een lunch aan de auto en dan op pad. We weten dat Bath na Londen de meest toeristische stad van Engeland is. Het is zaterdag en mooi weer, we vrezen het ergste.
We vertrokken door Royal Victoria Park.

Het park is ooit officieel geopend door prinses Victoria (later koningin) toen ze 11 jaar was. Het was oorspronkelijk een arboretum. Nu is er nog een botanische tuin en verder zijn er verschillende grasvelden, bloemenperken en grote bomen. We wandelden er snel door en zouden het bij terugkeer naar de auto beter bekijken. Aan de overzijden van het grasveld, drukbevolkt door jeugd, families,…, bevindt zich Royal Cresent. Dit is een straat waarin 30 huizen staan die een halve maan of halve cirkel vormen.

De façades van de huizen werden ontworpen door John Wood jr. Daarna huurden huizenbouwers architecten en aannemers in om de huizen er achter naar eigen inzicht te bouwen. Mooi voorbeeld van Georgiaanse architectuur. Ondertussen zijn de meeste huizen omgebouwd tot appartementen of kantoorruimten. Ook de kelderverdiepingen zijn appartementen. We nemen een kijkje en wandelen ook in de omliggende straten.
Zo komen we ter hoogte van Circus Cresent. Dit is een ring huizen. Deze werden ontworpen door John Wood sr. De ring heeft 3 openingen waar nu straten op uitkomen. De gevels zijn mooier versierd dan in Royal Cresent. Vele voordeuren zijn versierd en tussen de 2 verdiepingen is een band met tekens. Ik vind er een kan met slang terug. 1 van de huizen wordt vanbinnen gerenoveerd. Ik kijk stiekem even binnen. Mooie trap en kroonluchter, iets verder in de hall trapjes naar beneden. Meer kan ik niet zien.

In het midden van de cirkel ligt een plein met een gigantische boom. Niet simpel om op de foto te krijgen en we leggen ons er bij neer dat het absoluut niet zonder mensen erop zal zijn. De ene groep na de andere komt de cirkel binnen.
Via Gay-Street passeren we Jane Austenhuis. Dit bezoeken we niet. Verderop komen we op een plein met vele terrassen en ook nog een kraam met fruit en groenten. Het is er erg druk en wij zoeken de Abbey.

Langs een tapdanser en een jonge zanger en heel veel volk komen we tot bij de kerk. Leon gaat eerst naar binnen en betaalt de inkom. Later ben ik aan de beurt. De kerk zoals ze er nu staat is volledig gerestaureerd in opdracht van koningin Elisabeth I. De kerk was komen te vervallen nadat Henry VIII alle abdijen en kloosters had gesloten. Binnen in de kerk is het eerste wat je opvalt de hoogte en de erg grote glasramen. De muren hangen vol met alle mogelijke gedenkstenen. Het orgel bevindt zich niet achteraan de kerk maar aan de zijkant. Het kost even tijd om er rond te kijken en zeker om foto’s te maken zonder mensen. Het lukt hier en daar. Het is niet de mooiste kerk die we zagen deze reis, maar wel de moeite om te zien.


Dan wandelen we met de stroom mee richting de Pulteney Bridge. Het is de meest gefotografeerde brug in Georgiaanse stijl en 1 van de 4 bruggen in de wereld die winkels heeft op de beide kanten van de brug en dit over de gehele lengte. Het zal echter even duren vooraleer we daar geraken. Er klinken trommels en we zien verkleedde mensen door de straten lopen. Blijkbaar is het Bath zomercarnaval. Een gigantische mensenmassa probeert de stoet te zien. Leon probeert wat foto’s te maken. Ik hou Timber zover mogelijk van het kabaal want die is helemaal in de stress geschoten. Drukte is 1 maar de trommels dat is er echt te veel aan.

We proberen achter de mensen te wandelen richting de brug maar dat is geen evidentie. Uiteindelijk spreek ik 2 agenten aan om te vragen waar er geen lawaai is. Ze wijzen ons de weg waar we kunnen oversteken en zo weggaan van de massa. Het lukt en kunnen ineens de brug fotograferen.


Als we daarvan wegwandelen komen we opnieuw bij de stoet. Dat was niet het plan. Ook de afternoontea die ik in 1 van de brasseries wou nemen zal niet lukken. We vinden uiteindelijk wel een weg en langzaamaan kalmeert Timber. Ver weg van de drukte en dicht bij de auto vinden we dan toch nog een plek voor koffie en thee met gebak. We zetten ons buiten Leon met peanutbutter pecancake en ik glutenvrije polenta-orange cake. Alles was lekker.


Nu nog even naar het park en Timber is weer rustig.

Bij de auto nog een appel gegeten en de weg gezocht naar een supermarkt. Ik was nog steeds op zoek naar Golden Syrup en vanillepasta. Het eerste is gevonden, het tweede niet. Gelukkig ook brood voor Leon voor morgen want dat was op. En van daar ging het naar de slaapplek over de grote weg. We staan nu op 10km van Stonehenge naast een militair domein. We herkenden het nog van toen we in 2013 hier reden na ons bezoek aan Stonehenge op weg naar Oxford. Genieten van de zonsondergang worden we af en toe gestoord door een militair voertuig dan even komt langs denderen maar voor de rest staan we op een rustig plekje.

Een beetje verderop staan er zeker 5 campers samen op een andere parking. Zo kunnen we onze laatste nacht ingaan.

12 juli 2024

Na een nacht met aanhoudend vrachtverkeer dat passeerde, vroeg uit de veren. Na een rondje met Timber het dak in geklapt. Doel is om te ontbijten op de boot. We moeten ten laatste half 8 inchecken. We rijden iets na half 7 vertrekken we van de parking naar de haven aan het einde van de straat. Op

We volgen de borden Car Ferry en kronkelen tussen hekken, oranje pilons tot aan de incheckbalie.” Naar waar? Pembroke. Naam? Van Schöll. Two persons? Yes. Line 5, to the right.” Tot zover de conversatie, niets over een hond. Benieuwd wat er aan de andere kant bij de douane ons te wachten zal staan. We staan als eerste in Line 5 en zullen dus nog even moeten wachten want het inschepen wordt pas tegen 8u45 verwacht. We proberen de tijd te verdrijven met wat te lezen, spelletje te spelen. Rond 8u15 maak ik en wandeling naar het toilet dat in het treinstation is gelegen en daarna met Timber rond de rijen auto’s. Het wordt dan al duidelijk dat er veel meer auto’s en bussen op de boot zullen zijn dan bij de heenreis naar Dover. We zien de boot ontschepen terwijl de tijd verstrijkt. Uiteindelijk rijden we om 9u25 richting de boot. We worden nog even tegengehouden om er echt op te rijden en dan is het onze beurt.

We moeten een U-bocht maken en staan dus met onze neus in de richting van waar we kwamen. Ze verwachten duidelijk een minder woelige zee want vrachtwagens en auto’s worden niet vastgezet. We verlaten de auto en klimmen 3deks hoger. Daar sluiten we aan bij de rij voor het ontbijt. Full Irish breakfast voor Leon, voor mij ook maar dan met glutenvrij brood. Het smaakt. En daarna is het bezighouden. We hebben een tijdje internet dus Leon heeft tijd om de tekst en e foto’s van gisteren op de blog te zetten. Ik slaag erin om eindelijk het stuk over Belfast te typen. Dus de teksten van Ierland zijn eindelijk klaar. Iets voor één uur komt er langzaam land in zicht. We verlaten dan onze plek en wandelen naar het buitendek en zien zo hoe de boot steeds dichter bij meer land komt.

Iets over 14u komt dan het teken dat we naar het autodek mogen. Nog dik 10 minuten wachten en de eerste bussen krijgen licht op groen. Dan gaat het vlot. We rijden nog een heel parcours in de haven van Pembroke en ter hoogte van de douane staan er langs de kant zeker 8 mensen in fluo elk voertuig te bekijken. We rijden zonder problemen Engeland binnen.
We vervolgen onze weg richting Pembroke Castle. Het kasteel heeft een uitgebreide geschiedenis. Startend in 1093 als een klein kasteel werd het later (eind 12de begin 13de eeuw) door William Marshall grondig verbouwd en uitgebreid. Ook dient men te vermelden dat dit het enige kasteel in Groot-Brittannië is dat boven een grote grot (Wogan) werd gebouwd. Verder is het kasteel nog belangrijk als de geboorteplaats van Harri Tudur, de latere Henry VII die zo de Tudorlijn in de monarchie bracht. We parkeren de auto, nemen uit voorzorg onze jas mee want de lucht is wat vochtig en gaan via het parkpad langs de rivier rond het kasteel. We passeren hierbij het standbeeld van William Marshall. We kopen onze tickets en wisten op voorhand dat Timber mee binnen kon. Het is een imposant kasteel. Voorzichtig (de treden zijn nat) beklimmen we de eerste toren en krijgen een uitzicht over Pembroke. We lopen over de muur verder en dalen weer af bij de volgende toren. Op het moment dat we deze binnen bekijken, komt de regen even met bakken uit de lucht. Vijf minuten later is alles weer droog en zo blijft het ook voor de rest van het kasteelbezoek.

We wandelen verder rond, bekijken andere torens en de ruïnes van andere mogelijke vertrekken. In de dungeon bevindt zich onderaan een kerker. Hier stierf in 1477 John Whithorne als gevangene. De kerker had alleen een ingang bovenaan en er was enkel een smal raam waarlangs licht naar binnen kon. In 1440 was er een dispuut over land met John en de jongere broer van Henry V. Om het land te verkrijgen werd John in de kerker opgesloten. We sluiten de rondgang in het kasteel af in de keuken. Hier nemen we als vieruurtje koffie en thee met gebak. Leon toffee/coffeetaart en ik almond/cherry. Lekker. We kunnen er weer even tegen en wandelen terug naar de auto.
Nu is het nog rijden naar een slaapplek en dit weer een stukje dichter richting Dover. Jammer genoeg moet dit gebeuren over wat grotere autowegen en snelwegen. In onze richting verloopt alles vlot op 1 stukje na waar werken zijn. Maar aan de overzijde was het 1 grote file op elke weg die we namen. Vakantieverkeer zat er zeker tussen maar waarschijnlijk ook vrijdagavondfiles. Terwijl we de afgelopen weken gewend waren geraakt aan het Gaelic, dienen we dit nu volledig te vergeten en terug om te schakelen naar het Welsh. Dit betekent dus weer een overschot aan letters in de namen en erg geconcentreerd de borden lezen. We vonden een slaapplek in Neath op een parking. Aan de ene kant ligt een parkje aan de andere kant een bos. Timber uitgelaten met een wandeling in het bos en daarna nog even snel het parkje doorgelopen want officieel sluit dit om 20u. In de verte klinkt er muziek, hopelijk is dit tijdig gedaan.

11 juli 2024


Ondanks het (vracht)verkeer en opstijgende vliegtuigen toch goed geslapen. Ik door de oordopjes, Leon, die slaapt daar altijd door. Ons klaargemaakt voor toch nog een pittig schema vandaag. Gelukkig stonden we op 5km van Cork. Dat scheelde al in afstand om er te geraken. Het parkeren in Cork bleek gisteravond een ander paar mouwen.
Uiteindelijk had Leon een parking gevonden zonder hoogteboom. Parkings in het centrum waren voornamelijk binnenparkings of verboden voor campers. We parkeerden ons hier aan een kerk en betaalden het dagtarief.

Van een vriendelijke dame van de koffietruck mochten we ons afval in haar afvalemmer gooien. Ze vond het fijn dat we het vroegen want meestal deden ze het gewoon en ja, er waren volgens haar ook veel te weinig vuilbakken om het in weg te gooien. Het nadeel van deze parking buiten het stadscentrum is natuurlijk dat je nog een flink eind extra dient te lopen.
En dan op stap. Eerst liepen we door het Fitzgerald Park. Handig voor Timber, zeker omdat er hier wel vuilbakken stonden. Iets verderop was een sporthal met o.a. een zwembad en een fitnessruimte. Maar ook een toilet. Handig voor ons. Zo kon iedereen opgelucht de wandeling verderzetten richting de St Fin Barre’s Cathedral. Een mooi gebouw in kalksteen en marmer uit Cork. De kerk is opgedragen aan de beschermheilige van de stad. Buiten aan de ingang staat een bord met de uitleg van alle beelden die je ziet boven en om de ingang. Onder andere zijn de vier evangelisten afgebeeld met hun dierbeeltenis, is er een engel met het hielig schrift in de handen, worden de vele mannelijke en vrouwelijke beroepen/ambachten uitgebeeld. Leuke bezigheid als je staat te wachten als Leon de mooi versierde kerk bezoekt met een verguld plafond en wel 1000 beeldhouwwerken in de kerk. De moeite.


Vandaar wandelen we naar het Elisabeht Fort. Dit fort werd later omgebouwd tot gevangenis en nog later tot politiebureau. Nu huisvest het een dienst ter bescherming van het Iers patrimonium. We mogen het fort gratis bezoeken. Timber mag mee op de begane grond. Om beurten gaan we de trap op en krijgen zo een uitzicht over de stad.

Zoals ons eerder opviel bij de voorbereiding: veel kerken. Door het mooie weer kunnen we ver kijken. We lopen nog wat door het fort en gaan dan weer verder.


Ondertussen zijn we er achter dat er best wat bruggen zijn in Cork. Je hebt dan ook een kanaal en de rivier Lee die door de stad lopen. Langs de Quays staan nog wat oude koopmanshuizen, in 1 is nu een vegetarisch restaurant. Hier lag vroeger het economisch centrum van de stad. Als we de brug oversteken komen we op de Grand Parade en wandelen zo tot aan English Market. We zagen er al verschillende maar deze is echt groot. En,… dit keer zijn we op tijd en zijn de kramen nog open. Veel vleeskramen en ook enkele kramen met vis en groenten, maar ook chocolade, kruiden, dweilen, juwelen. Het is er best druk. Grappig om zien is dat bij de vleeskramen Timbers neus telkens omhoog gaat. Het zal goed ruiken.


We komen de markt weer buiten en gaan dan toch richting de St Anna’s Shandon Church. Maar eerst moeten we weer een brug over en komen zo ter hoogte van het Shandon Quarter. De naam Shandon is afgeleid van Sean Dún wat oud fort betekent. Via vele trappen komen we verder in de wijk. Smalle straatjes met kleine huizen maken deel uit van de wijk. Jammer genoeg heeft elk huis minstens drie kliko vuilbakken. Ze verstoren erg het straatbeeld en geven een rommelige indruk.
We komen bij de kerk aan. Leon gaat eerst naar binnen. In het portaal kan je een ticket kopen om de toren van de kerk te beklimmen. Dat doen we niet, we hadden op het fort al een mooi uitzicht.

Terwijl Leon in de kerk is wandel ik even naar het parkje om de kerk. De kerk zelf oogt op het eerste zicht een beetje Scandinavisch met het lage plafond na het portaal. Volgens de pancarten met uitleg in de kerk behoort deze tot de meest belangrijke structuur uit die periode in Cork en omgeving. Het is ook 1 van de weinige kerken in Ierland uit de vroeg 18de eeuw en wat nog belangrijker is : met nog steeds werkende originele klokken. De toren valt van ver op door zijn 2 kleuren: rode zandsteen en witte limeston, beide uit de omgeving. Een leuk weetje is dat de vier uurwerken, 1 op elke kant van de toren, allemaal een andere tijd aangeven.
Vlak naast deze kerk ligt de Cathedral of St Mary and St Anne. Omgeven door huizen en auto’s moeilijk om langs de buitenzijde mooie foto’s te nemen, maar de binnenkant maakt veel goed. Erg licht en prachtig blauwe glasramen.


Ondertussen is het al na 12 uur.

We wandelen weer richting centrum en stoppen bij CoqBull. We bestellen de lunch met steak en frieten. De steak ligt gesneden tussen een broodje met gebakken ajuin en portebello champigons. Vergezeld van een slaatje en een potje bearnaise saus smaakt het wel. Op de vraag of we nog iets wensen antwoord ik ja mayo. Ik krijg zowaar een volledige knijpfles op de tafel. Het smaakte heerlijk en we hebben weer energie om verder te gaan.


Dit is nodig want we hebben nog een wandeling voor de boeg richting Cork City Gaol. Dit is een vrouwengevangenis. Al lijkt het eerder op een burcht. Het is lastig om dit te bezoeken want Timber is niet welkom. Het gebouw werd gesloten als gevangenis in 1923 en is nu een museum.


In laatste rechte lijn naar de auto met als afsluiting een bezoekje aan de kerk die aan de parking ligt. De Sacred Heart Church is een sobere kerk. Een licht plafond en het roze licht boven het altaar maken het toch aangenaam om ze te bezoeken.

Snel Timber eten geven (waren we vergeten mee te nemen) en dan richting Midleton.
In Midleton bevindt zich de grootste distillery van Ierland: the Jameson Distillery. De 18de eeuwse distillerie omvat meerdere aparte distilleries die elk hun eigen merk produceren. Bij aankomst in het erg drukke stadje volgen we de pijlen naar de parking. Uiteindelijk blijkt dat we even terug moeten rijden om aan de hoofdingang te komen. We vinden een gratis parking. Maar wat nog beter is deze parking heeft en drinkwater dat we kunnen nemen en een loosplek voor wc en vuil water. Voorst mag je op deze parking 48u blijven staan. Wat gezien met de distillerie achter de hoek zeken een goede zaak is. Wij vullen water bij, legen de wc en de vuilwatertank. Daarna parkeren we en wandelen naar de hoofdingang. Vandaar kunnen we al wat foto’s nemen. Alsook van een erg grote koperen ketel voor de ingang van het bezoekerscentrum.

We gaan naar binnen en wandelen even rond in de shop, de bars en kleine tentoonstelling. Ook hier zijn de prijzen behoorlijk hoog. We kopen een klein unidosis flesje voor ’s avonds (voor Leon) en wandelen weer naar de auto.


Nu rest ons nog 1 stop voor we richting Rosslare rijden en dat is Waterford. Dit is de oudste stad van Ierland en een flitsbezoek moest zeker nog kunnen. De stad werd in 914 gesticht door de Vikingen omwille van de strategische ligging. De stad is ook bekend om zijn glasindustrie. Het binnenrijden van de stad verloopt vlotter dan gedacht ondanks de avondspits. We parkeren de auto en bij het betalen van het parkeerticket krijgen we parkeertoelating tot de volgende morgen. Geen echte haast dus. Wat we zeker willen bezichtigen is de Reginalds toren. Deze hoge toren werd in 1185 gebouwd en is het oudste civiele bouwwerk in Ierland. Men vermoedt dat dit het eerste gebouw is waar een soort mortel werd gebruikt. Niet zoals wij het kennen maar een mengsel van bloed, kalk, vacht en modder. We slagen er in om de toren zonder verkeer op de foto te krijgen en nemen ook een foto van het Vikingschip ernaast. Nadien wandelen we langs de smalle straten naar de auto terug en passeren nog een een kerk een museum. Dat de stad trots is op zijn Viking verleden is duidelijk. Doorheen de weg die we afleggen, zien we allerlei uit hout gehouwde figuren maar ook een gigantisch houten zwaard gemaakt uit een boom, met wortel er nog aan.

Mooi.
En dan is het tijd voor het laatste saaie stuk over de snelweg naar Rosslare.

Vanuit deze haven vertrekt morgenvroeg de boot. We zoeken een slaapplek. We rijden een paar parkings op en zetten ons uiteindelijk op de parking van een supermarkt. Leon geniet van zijn whisky en ik typ nog wat. We gaan op tijd naar bed want morgen is het vroeg dag