Categorie: Ierland 2024

14 juli 2024

Blijkbaar zijn de militaire oefeningen nog een groot deel van de nacht doorgegaan met schieten er bovenop. Bij het ontwaken scheen ook nu weer de zon. Terwijl ik Timber uitliet op het wandelpad tussen de bomen aan de overkant van de weg, kwam er vanuit het bos op het militair domein een Landrover. Toch maar even in het bos gebleven. Daarna over het pad van het militair domein (toelating om er op te wandelen) terug naar de auto. Ons laatste ontbijt deze reis verliep als anders.
Iets over half negen dan richting Stonehenge over lokale wegen. Nog steeds het militaire domein als omgeving afgewisseld met graanvelden. Stonehenge zagen we liggen in de verte.

Ik kon er zelfs een foto van nemen. Gelukkig want het toegangsticket is tegenwoordig al 30 pond. Nog even tanken en al snel ging het over naar een grotere baan. Saai is dat wel en de overgang van het lokale baantje naar de autoweg erg groot.
Alles ging vlot tot net na onze koffiepauze. We hadden al gemerkt dat de gps een andere route aangaf dan je normaal zou denken. Blijkbaar was de M25 onder Londen in beide richtingen afgesloten dit weekend. Maar op de omleidingsroute waren er ook werken en dus versmalde en minder rijstroken. In de file dan ook nog een auto met panne. Gelukkig zondag en geen werkdag.

Met dik een half uur vertraging konden we onze route verder zetten. Over de M25-26-20 geraakten we uiteindelijk Londen voorbij. Maar niet enkel in Duitsland zijn er dus veel werken. In de tegenovergestelde richting was het een gigantische file bij de werken over vele mijlen. Daarna ging het snel richting Dover vooral omdat een deel van het verkeer afsloeg naar andere ferryhavens of de tunnel.
En dan komen de krijtrotsen in zicht, word je door een gekronkel tussen paaltjes naar de douane geleidt.

Douane was geen probleem, naar Timber werd niet gevraagd. Dit keer moesten we wel naar de autocontrole. Elk handvat werd geswabt met controle op drugs. En dan mochten we verder naar de incheckbalie van Irish Ferries. Onze reservering van 16u werd omgezet naar één van 14u25. Rij 150 was voor ons en dat is best nog een eindje rijden vanaf de incheckbalie. Maar gelukt. Leon naar toilet, ik daarna. Telkens wat stappen zetten omdat het in het station lag. Daarna de tafel neergeklapt en gegeten aan de auto onder veel belangstelling. Timber eten gegeven en rondje rond de auto’s en vrachtwagens gestapt met hem. Ver kon ik niet gaan want ze waren het schip dat net was aangekomen, al aan het ontschepen. Timber zat nog niet goed en wel in de bench terug of we mochten inschepen.

Dit keer zat de boot niet echt vol. We verkenden het schip en namen een kijkje op het buitendek. Daarna hebben we ons aan een tafeltje gezet en ons in stilte beziggehouden. Weg van de drukte van 2 bussen pubers.
Na 90 minuten waren we aan de overzijde. Iets later konden we al ontschepen. Klok niet vergeten uurtje verderzetten.

En dan naar de snelweg. Weer rechts rijden. En in Frankrijk. Dat is toch ietsjes anders dan in Ierland. Heelhuids over de Belgische grens. De gps had wat moeite om verbinding te maken met het internet en zo kwamen we in de eerste file op het vasteland terecht. Gelukkig werd er dan toch een alternatieve route voorgesteld over Jabbeke. Daar was het druk maar reed het wel vlot. Toen zag ik pijltje E34. Die weg zijn we ingeslagen maar dat was niet zo’n slim plan. File aan Maldegem wegens werken en een auto in panne in de file. Wat verder file ter hoogte van Eeklo en Kaprijke. En nog iets verder weer een auto met panne. Ondertussen werd er druk gecommuniceerd met het thuisfront over het aankomstuur. We hadden afgesproken om samen frietjes te gaan eten maar het was ook finale EK. Uiteindelijk is het goed gekomen. En kort na de Belgische hap waren we thuis. Snel de auto leeghalen en daarna een toertje met Timber. Hij viel direct weer in zijn oude gewoonten.
Na een rustige nacht in eigen bed, mag de wasmachine nu overuren doen om het stof en vuil weg te wassen.

13 juli 2024

Rond 6u werd ik wakker toen de eerste wandelaar zijn autodeur dichtsloeg. Leon heeft het nog volgehouden tot 7u. Terwijl het water aan de kook werd gebracht al vast een bergop wandelingetje met Timber. Net toen Timber gegeten had, kwam de wandelaar terug. Even een praatje en weg was hij. Na het eten nog met Timber het bos in en dan op weg. Eerste stop was het tankstation. Met een volle tank dan richting Bath, een stad die grotendeels UNESCO werelderfgoed is. Nog even een paar kleine wegen en dan werd het weer de autoweg. Op zeker moment waanden we ons ter hoogte van de Oosterweelwerken. Ze zijn een nieuwe weg aan het aanleggen met extra bruggen en rondpunten. Het hele parcours, we spreken over toch zeker 20 mijl, was afgebakend met oranje pilons. Gelukkig geen file en konden we vlot doorrijden. Tot we een been te vroeg afsloegen op een rondpunt. Toen werd het weer een tijdje over kleine weggetjes om tot de grote baan te komen. Erg mooi rijden was het wel tussen veel groen en door bos. Hier hebben we geen spijt van.

En zo verlaten we Wales en rijden we Engeland binnen.
Iets over 12 rijden we Bath binnen op weg naar een parkeerplaats. Op zeker moment zien we een bord: LEZ, pay online. Tijd en mogelijkheid om te stoppen hadden we op dat moment niet. In al de voorbereiding en lezen gisteren waren we dat niet tegengekomen. Dan maar verder rijden, we zaten nu toch al in de zone. Op de parkeerplaats een plekje in de schaduw gevonden. Aan de parkeermeter stond een bord met 2 tarieven. Eigenlijk werd hier de LEZ aangerekend. Je moest je nummerplaatgegevens ingeven. Herkende het apparaat ze, dan gaf hij aan hoeveel je moest betalen. Weinig uitstoot dan kreeg je het goedkoopste tarief, veel uitstoot, dan betaalde je het hoge tarief. Herkende het apparaat de gegevens niet dan werd het ook het hoge tarief. Voor ons (en alle toeristen) was het uiteraard het duurdere tarief. Ik kocht een ticketje. Ondertussen had Leon gelezen dat personenauto’s niet beboet zouden worden in de LEZ-zone. Weer wat gerustgesteld. Nog even snel een lunch aan de auto en dan op pad. We weten dat Bath na Londen de meest toeristische stad van Engeland is. Het is zaterdag en mooi weer, we vrezen het ergste.
We vertrokken door Royal Victoria Park.

Het park is ooit officieel geopend door prinses Victoria (later koningin) toen ze 11 jaar was. Het was oorspronkelijk een arboretum. Nu is er nog een botanische tuin en verder zijn er verschillende grasvelden, bloemenperken en grote bomen. We wandelden er snel door en zouden het bij terugkeer naar de auto beter bekijken. Aan de overzijden van het grasveld, drukbevolkt door jeugd, families,…, bevindt zich Royal Cresent. Dit is een straat waarin 30 huizen staan die een halve maan of halve cirkel vormen.

De façades van de huizen werden ontworpen door John Wood jr. Daarna huurden huizenbouwers architecten en aannemers in om de huizen er achter naar eigen inzicht te bouwen. Mooi voorbeeld van Georgiaanse architectuur. Ondertussen zijn de meeste huizen omgebouwd tot appartementen of kantoorruimten. Ook de kelderverdiepingen zijn appartementen. We nemen een kijkje en wandelen ook in de omliggende straten.
Zo komen we ter hoogte van Circus Cresent. Dit is een ring huizen. Deze werden ontworpen door John Wood sr. De ring heeft 3 openingen waar nu straten op uitkomen. De gevels zijn mooier versierd dan in Royal Cresent. Vele voordeuren zijn versierd en tussen de 2 verdiepingen is een band met tekens. Ik vind er een kan met slang terug. 1 van de huizen wordt vanbinnen gerenoveerd. Ik kijk stiekem even binnen. Mooie trap en kroonluchter, iets verder in de hall trapjes naar beneden. Meer kan ik niet zien.

In het midden van de cirkel ligt een plein met een gigantische boom. Niet simpel om op de foto te krijgen en we leggen ons er bij neer dat het absoluut niet zonder mensen erop zal zijn. De ene groep na de andere komt de cirkel binnen.
Via Gay-Street passeren we Jane Austenhuis. Dit bezoeken we niet. Verderop komen we op een plein met vele terrassen en ook nog een kraam met fruit en groenten. Het is er erg druk en wij zoeken de Abbey.

Langs een tapdanser en een jonge zanger en heel veel volk komen we tot bij de kerk. Leon gaat eerst naar binnen en betaalt de inkom. Later ben ik aan de beurt. De kerk zoals ze er nu staat is volledig gerestaureerd in opdracht van koningin Elisabeth I. De kerk was komen te vervallen nadat Henry VIII alle abdijen en kloosters had gesloten. Binnen in de kerk is het eerste wat je opvalt de hoogte en de erg grote glasramen. De muren hangen vol met alle mogelijke gedenkstenen. Het orgel bevindt zich niet achteraan de kerk maar aan de zijkant. Het kost even tijd om er rond te kijken en zeker om foto’s te maken zonder mensen. Het lukt hier en daar. Het is niet de mooiste kerk die we zagen deze reis, maar wel de moeite om te zien.


Dan wandelen we met de stroom mee richting de Pulteney Bridge. Het is de meest gefotografeerde brug in Georgiaanse stijl en 1 van de 4 bruggen in de wereld die winkels heeft op de beide kanten van de brug en dit over de gehele lengte. Het zal echter even duren vooraleer we daar geraken. Er klinken trommels en we zien verkleedde mensen door de straten lopen. Blijkbaar is het Bath zomercarnaval. Een gigantische mensenmassa probeert de stoet te zien. Leon probeert wat foto’s te maken. Ik hou Timber zover mogelijk van het kabaal want die is helemaal in de stress geschoten. Drukte is 1 maar de trommels dat is er echt te veel aan.

We proberen achter de mensen te wandelen richting de brug maar dat is geen evidentie. Uiteindelijk spreek ik 2 agenten aan om te vragen waar er geen lawaai is. Ze wijzen ons de weg waar we kunnen oversteken en zo weggaan van de massa. Het lukt en kunnen ineens de brug fotograferen.


Als we daarvan wegwandelen komen we opnieuw bij de stoet. Dat was niet het plan. Ook de afternoontea die ik in 1 van de brasseries wou nemen zal niet lukken. We vinden uiteindelijk wel een weg en langzaamaan kalmeert Timber. Ver weg van de drukte en dicht bij de auto vinden we dan toch nog een plek voor koffie en thee met gebak. We zetten ons buiten Leon met peanutbutter pecancake en ik glutenvrije polenta-orange cake. Alles was lekker.


Nu nog even naar het park en Timber is weer rustig.

Bij de auto nog een appel gegeten en de weg gezocht naar een supermarkt. Ik was nog steeds op zoek naar Golden Syrup en vanillepasta. Het eerste is gevonden, het tweede niet. Gelukkig ook brood voor Leon voor morgen want dat was op. En van daar ging het naar de slaapplek over de grote weg. We staan nu op 10km van Stonehenge naast een militair domein. We herkenden het nog van toen we in 2013 hier reden na ons bezoek aan Stonehenge op weg naar Oxford. Genieten van de zonsondergang worden we af en toe gestoord door een militair voertuig dan even komt langs denderen maar voor de rest staan we op een rustig plekje.

Een beetje verderop staan er zeker 5 campers samen op een andere parking. Zo kunnen we onze laatste nacht ingaan.

12 juli 2024

Na een nacht met aanhoudend vrachtverkeer dat passeerde, vroeg uit de veren. Na een rondje met Timber het dak in geklapt. Doel is om te ontbijten op de boot. We moeten ten laatste half 8 inchecken. We rijden iets na half 7 vertrekken we van de parking naar de haven aan het einde van de straat. Op

We volgen de borden Car Ferry en kronkelen tussen hekken, oranje pilons tot aan de incheckbalie.” Naar waar? Pembroke. Naam? Van Schöll. Two persons? Yes. Line 5, to the right.” Tot zover de conversatie, niets over een hond. Benieuwd wat er aan de andere kant bij de douane ons te wachten zal staan. We staan als eerste in Line 5 en zullen dus nog even moeten wachten want het inschepen wordt pas tegen 8u45 verwacht. We proberen de tijd te verdrijven met wat te lezen, spelletje te spelen. Rond 8u15 maak ik en wandeling naar het toilet dat in het treinstation is gelegen en daarna met Timber rond de rijen auto’s. Het wordt dan al duidelijk dat er veel meer auto’s en bussen op de boot zullen zijn dan bij de heenreis naar Dover. We zien de boot ontschepen terwijl de tijd verstrijkt. Uiteindelijk rijden we om 9u25 richting de boot. We worden nog even tegengehouden om er echt op te rijden en dan is het onze beurt.

We moeten een U-bocht maken en staan dus met onze neus in de richting van waar we kwamen. Ze verwachten duidelijk een minder woelige zee want vrachtwagens en auto’s worden niet vastgezet. We verlaten de auto en klimmen 3deks hoger. Daar sluiten we aan bij de rij voor het ontbijt. Full Irish breakfast voor Leon, voor mij ook maar dan met glutenvrij brood. Het smaakt. En daarna is het bezighouden. We hebben een tijdje internet dus Leon heeft tijd om de tekst en e foto’s van gisteren op de blog te zetten. Ik slaag erin om eindelijk het stuk over Belfast te typen. Dus de teksten van Ierland zijn eindelijk klaar. Iets voor één uur komt er langzaam land in zicht. We verlaten dan onze plek en wandelen naar het buitendek en zien zo hoe de boot steeds dichter bij meer land komt.

Iets over 14u komt dan het teken dat we naar het autodek mogen. Nog dik 10 minuten wachten en de eerste bussen krijgen licht op groen. Dan gaat het vlot. We rijden nog een heel parcours in de haven van Pembroke en ter hoogte van de douane staan er langs de kant zeker 8 mensen in fluo elk voertuig te bekijken. We rijden zonder problemen Engeland binnen.
We vervolgen onze weg richting Pembroke Castle. Het kasteel heeft een uitgebreide geschiedenis. Startend in 1093 als een klein kasteel werd het later (eind 12de begin 13de eeuw) door William Marshall grondig verbouwd en uitgebreid. Ook dient men te vermelden dat dit het enige kasteel in Groot-Brittannië is dat boven een grote grot (Wogan) werd gebouwd. Verder is het kasteel nog belangrijk als de geboorteplaats van Harri Tudur, de latere Henry VII die zo de Tudorlijn in de monarchie bracht. We parkeren de auto, nemen uit voorzorg onze jas mee want de lucht is wat vochtig en gaan via het parkpad langs de rivier rond het kasteel. We passeren hierbij het standbeeld van William Marshall. We kopen onze tickets en wisten op voorhand dat Timber mee binnen kon. Het is een imposant kasteel. Voorzichtig (de treden zijn nat) beklimmen we de eerste toren en krijgen een uitzicht over Pembroke. We lopen over de muur verder en dalen weer af bij de volgende toren. Op het moment dat we deze binnen bekijken, komt de regen even met bakken uit de lucht. Vijf minuten later is alles weer droog en zo blijft het ook voor de rest van het kasteelbezoek.

We wandelen verder rond, bekijken andere torens en de ruïnes van andere mogelijke vertrekken. In de dungeon bevindt zich onderaan een kerker. Hier stierf in 1477 John Whithorne als gevangene. De kerker had alleen een ingang bovenaan en er was enkel een smal raam waarlangs licht naar binnen kon. In 1440 was er een dispuut over land met John en de jongere broer van Henry V. Om het land te verkrijgen werd John in de kerker opgesloten. We sluiten de rondgang in het kasteel af in de keuken. Hier nemen we als vieruurtje koffie en thee met gebak. Leon toffee/coffeetaart en ik almond/cherry. Lekker. We kunnen er weer even tegen en wandelen terug naar de auto.
Nu is het nog rijden naar een slaapplek en dit weer een stukje dichter richting Dover. Jammer genoeg moet dit gebeuren over wat grotere autowegen en snelwegen. In onze richting verloopt alles vlot op 1 stukje na waar werken zijn. Maar aan de overzijde was het 1 grote file op elke weg die we namen. Vakantieverkeer zat er zeker tussen maar waarschijnlijk ook vrijdagavondfiles. Terwijl we de afgelopen weken gewend waren geraakt aan het Gaelic, dienen we dit nu volledig te vergeten en terug om te schakelen naar het Welsh. Dit betekent dus weer een overschot aan letters in de namen en erg geconcentreerd de borden lezen. We vonden een slaapplek in Neath op een parking. Aan de ene kant ligt een parkje aan de andere kant een bos. Timber uitgelaten met een wandeling in het bos en daarna nog even snel het parkje doorgelopen want officieel sluit dit om 20u. In de verte klinkt er muziek, hopelijk is dit tijdig gedaan.

11 juli 2024


Ondanks het (vracht)verkeer en opstijgende vliegtuigen toch goed geslapen. Ik door de oordopjes, Leon, die slaapt daar altijd door. Ons klaargemaakt voor toch nog een pittig schema vandaag. Gelukkig stonden we op 5km van Cork. Dat scheelde al in afstand om er te geraken. Het parkeren in Cork bleek gisteravond een ander paar mouwen.
Uiteindelijk had Leon een parking gevonden zonder hoogteboom. Parkings in het centrum waren voornamelijk binnenparkings of verboden voor campers. We parkeerden ons hier aan een kerk en betaalden het dagtarief.

Van een vriendelijke dame van de koffietruck mochten we ons afval in haar afvalemmer gooien. Ze vond het fijn dat we het vroegen want meestal deden ze het gewoon en ja, er waren volgens haar ook veel te weinig vuilbakken om het in weg te gooien. Het nadeel van deze parking buiten het stadscentrum is natuurlijk dat je nog een flink eind extra dient te lopen.
En dan op stap. Eerst liepen we door het Fitzgerald Park. Handig voor Timber, zeker omdat er hier wel vuilbakken stonden. Iets verderop was een sporthal met o.a. een zwembad en een fitnessruimte. Maar ook een toilet. Handig voor ons. Zo kon iedereen opgelucht de wandeling verderzetten richting de St Fin Barre’s Cathedral. Een mooi gebouw in kalksteen en marmer uit Cork. De kerk is opgedragen aan de beschermheilige van de stad. Buiten aan de ingang staat een bord met de uitleg van alle beelden die je ziet boven en om de ingang. Onder andere zijn de vier evangelisten afgebeeld met hun dierbeeltenis, is er een engel met het hielig schrift in de handen, worden de vele mannelijke en vrouwelijke beroepen/ambachten uitgebeeld. Leuke bezigheid als je staat te wachten als Leon de mooi versierde kerk bezoekt met een verguld plafond en wel 1000 beeldhouwwerken in de kerk. De moeite.


Vandaar wandelen we naar het Elisabeht Fort. Dit fort werd later omgebouwd tot gevangenis en nog later tot politiebureau. Nu huisvest het een dienst ter bescherming van het Iers patrimonium. We mogen het fort gratis bezoeken. Timber mag mee op de begane grond. Om beurten gaan we de trap op en krijgen zo een uitzicht over de stad.

Zoals ons eerder opviel bij de voorbereiding: veel kerken. Door het mooie weer kunnen we ver kijken. We lopen nog wat door het fort en gaan dan weer verder.


Ondertussen zijn we er achter dat er best wat bruggen zijn in Cork. Je hebt dan ook een kanaal en de rivier Lee die door de stad lopen. Langs de Quays staan nog wat oude koopmanshuizen, in 1 is nu een vegetarisch restaurant. Hier lag vroeger het economisch centrum van de stad. Als we de brug oversteken komen we op de Grand Parade en wandelen zo tot aan English Market. We zagen er al verschillende maar deze is echt groot. En,… dit keer zijn we op tijd en zijn de kramen nog open. Veel vleeskramen en ook enkele kramen met vis en groenten, maar ook chocolade, kruiden, dweilen, juwelen. Het is er best druk. Grappig om zien is dat bij de vleeskramen Timbers neus telkens omhoog gaat. Het zal goed ruiken.


We komen de markt weer buiten en gaan dan toch richting de St Anna’s Shandon Church. Maar eerst moeten we weer een brug over en komen zo ter hoogte van het Shandon Quarter. De naam Shandon is afgeleid van Sean Dún wat oud fort betekent. Via vele trappen komen we verder in de wijk. Smalle straatjes met kleine huizen maken deel uit van de wijk. Jammer genoeg heeft elk huis minstens drie kliko vuilbakken. Ze verstoren erg het straatbeeld en geven een rommelige indruk.
We komen bij de kerk aan. Leon gaat eerst naar binnen. In het portaal kan je een ticket kopen om de toren van de kerk te beklimmen. Dat doen we niet, we hadden op het fort al een mooi uitzicht.

Terwijl Leon in de kerk is wandel ik even naar het parkje om de kerk. De kerk zelf oogt op het eerste zicht een beetje Scandinavisch met het lage plafond na het portaal. Volgens de pancarten met uitleg in de kerk behoort deze tot de meest belangrijke structuur uit die periode in Cork en omgeving. Het is ook 1 van de weinige kerken in Ierland uit de vroeg 18de eeuw en wat nog belangrijker is : met nog steeds werkende originele klokken. De toren valt van ver op door zijn 2 kleuren: rode zandsteen en witte limeston, beide uit de omgeving. Een leuk weetje is dat de vier uurwerken, 1 op elke kant van de toren, allemaal een andere tijd aangeven.
Vlak naast deze kerk ligt de Cathedral of St Mary and St Anne. Omgeven door huizen en auto’s moeilijk om langs de buitenzijde mooie foto’s te nemen, maar de binnenkant maakt veel goed. Erg licht en prachtig blauwe glasramen.


Ondertussen is het al na 12 uur.

We wandelen weer richting centrum en stoppen bij CoqBull. We bestellen de lunch met steak en frieten. De steak ligt gesneden tussen een broodje met gebakken ajuin en portebello champigons. Vergezeld van een slaatje en een potje bearnaise saus smaakt het wel. Op de vraag of we nog iets wensen antwoord ik ja mayo. Ik krijg zowaar een volledige knijpfles op de tafel. Het smaakte heerlijk en we hebben weer energie om verder te gaan.


Dit is nodig want we hebben nog een wandeling voor de boeg richting Cork City Gaol. Dit is een vrouwengevangenis. Al lijkt het eerder op een burcht. Het is lastig om dit te bezoeken want Timber is niet welkom. Het gebouw werd gesloten als gevangenis in 1923 en is nu een museum.


In laatste rechte lijn naar de auto met als afsluiting een bezoekje aan de kerk die aan de parking ligt. De Sacred Heart Church is een sobere kerk. Een licht plafond en het roze licht boven het altaar maken het toch aangenaam om ze te bezoeken.

Snel Timber eten geven (waren we vergeten mee te nemen) en dan richting Midleton.
In Midleton bevindt zich de grootste distillery van Ierland: the Jameson Distillery. De 18de eeuwse distillerie omvat meerdere aparte distilleries die elk hun eigen merk produceren. Bij aankomst in het erg drukke stadje volgen we de pijlen naar de parking. Uiteindelijk blijkt dat we even terug moeten rijden om aan de hoofdingang te komen. We vinden een gratis parking. Maar wat nog beter is deze parking heeft en drinkwater dat we kunnen nemen en een loosplek voor wc en vuil water. Voorst mag je op deze parking 48u blijven staan. Wat gezien met de distillerie achter de hoek zeken een goede zaak is. Wij vullen water bij, legen de wc en de vuilwatertank. Daarna parkeren we en wandelen naar de hoofdingang. Vandaar kunnen we al wat foto’s nemen. Alsook van een erg grote koperen ketel voor de ingang van het bezoekerscentrum.

We gaan naar binnen en wandelen even rond in de shop, de bars en kleine tentoonstelling. Ook hier zijn de prijzen behoorlijk hoog. We kopen een klein unidosis flesje voor ’s avonds (voor Leon) en wandelen weer naar de auto.


Nu rest ons nog 1 stop voor we richting Rosslare rijden en dat is Waterford. Dit is de oudste stad van Ierland en een flitsbezoek moest zeker nog kunnen. De stad werd in 914 gesticht door de Vikingen omwille van de strategische ligging. De stad is ook bekend om zijn glasindustrie. Het binnenrijden van de stad verloopt vlotter dan gedacht ondanks de avondspits. We parkeren de auto en bij het betalen van het parkeerticket krijgen we parkeertoelating tot de volgende morgen. Geen echte haast dus. Wat we zeker willen bezichtigen is de Reginalds toren. Deze hoge toren werd in 1185 gebouwd en is het oudste civiele bouwwerk in Ierland. Men vermoedt dat dit het eerste gebouw is waar een soort mortel werd gebruikt. Niet zoals wij het kennen maar een mengsel van bloed, kalk, vacht en modder. We slagen er in om de toren zonder verkeer op de foto te krijgen en nemen ook een foto van het Vikingschip ernaast. Nadien wandelen we langs de smalle straten naar de auto terug en passeren nog een een kerk een museum. Dat de stad trots is op zijn Viking verleden is duidelijk. Doorheen de weg die we afleggen, zien we allerlei uit hout gehouwde figuren maar ook een gigantisch houten zwaard gemaakt uit een boom, met wortel er nog aan.

Mooi.
En dan is het tijd voor het laatste saaie stuk over de snelweg naar Rosslare.

Vanuit deze haven vertrekt morgenvroeg de boot. We zoeken een slaapplek. We rijden een paar parkings op en zetten ons uiteindelijk op de parking van een supermarkt. Leon geniet van zijn whisky en ik typ nog wat. We gaan op tijd naar bed want morgen is het vroeg dag

10 juli 2024

Met zonlicht wakker geworden voor de derde dag op rij, het blijft fijn. De morgenroutine en dan even nog naar het toilet aan de kerk. Timber voor en na het eten uitgelaten in de straat waar we aan het begin van staan bij gebrek aan beter. En dan op pad. Eerst naar Drombeg Stone Circle.

Het is één van de mooiste in de omgeving van Cork/Kerry. We rijden er naartoe via een kronkelweggetje, gelukkig geen tegenliggers op het vroege uur. Aangekomen op de plek blijkt dat we niet op de parkeerplaats kunnen omdat er weeral een hoogte beperkende slagboom staat. We zetten ons ervoor, nemen Timber en gaan op pad. Over een aangelegd pad richting de stenen. We vinden de cirkel van stenen. Het wordt ook het altaar van de druïde genoemd. Op dat altaar zou op 21 december (winterzonnewende) het licht vallen. Verder op het domein ligt nog Drombeg Fulacht Fiadh en Hut Sit. Het eerste is een hut met kookplek. Stenen werden in het vuur opgewarmd om zo in een pot water te leggen om deze te laten koken. Een test in 1957 liet blijken dat 318 liter binnen de 18 min kookte op deze manier. Efficiënt. Daarnaast ligt nog een 2de vorm, dit is de hut. Deze bevatte een oven. We wandelen er nog even rond, genieten van de vergezichten en de omgeving en wandelen terug naar de auto.

We bekijken de kaart en hopen toch nog een laatste stuk van de WAW te rijden vooraleer we richting Cork gaan. Ons tweede doel voor vandaag is Kinsale. Een kleurrijk stadje door de huizen daar en wat volgens de reisgidsen het centrum van food zou moeten zijn, met als hoogtepunt het Gourmetfestival in oktober. We rijden er naar toe over onze laatste kleinere wegen en passeren verschillende (drukke) zandstranden.

Er wordt volop gezwommen. Maar ook enkele meren. Het blijft mooi de afwisseling in het landschap en als we de foto’s bekijken hebben we ook vandaag weer geluk met het weer. Ook valt het ons op dat er hier veel meer bomen zijn, vooral koeien en geen schapen. We zagen vandaag ook voor het eerst een akker met graan en niet alleen hooiland zoals eerder deze reis. We bereiken Kinsale. Maar mooi weer, vakantie en vele bussen maken het niet makkelijk om het stadje in te rijden, laat staan een parkeerplaats te vinden. We volgen de pijlen van een parkingaanduiding maar zien snel dat het dat niet gaat worden. De parking is ondergronds, hoogte maximum 1 meter 95. Omdat we niet in de parking geraken moeten we terugrijden en komen zo in de kleinere straten terecht. We vinden geen plek in het centrum en rijden dus verder. We stoppen bij een Lidl om nog wat boodschappen te doen en vragen netjes of de auto er 2u mag blijven staan. Geen probleem, als hij ’s avonds maar weg is. We eten aan de auto en gaan daarna op pad.
Eerst wandelen we naar Desmond Castle.

We zien vooral de grote stadstoren. De rest van het kasteel is wat ingesloten door de huizen en bezoeken lukt al helemaal niet want het is gesloten. Het kasteel deed vroeger dienst als werkplaats, wapenopslag en douanekantoor.
We wandelen de straat uit, passeren verschillende felgekleurde huizen en lopen zo op de St Multose Church. Deze kerk behoort tot één van de oudste in Ierland. We bezoeken om de beurt de kerk. Een sobere inrichting vind je binnen. Als we de informatieborden lezen zien we dat er vroeger ook een kapel stond die is gesneuveld en dat de toren ondertussen is vervangen en op een iets andere plek stond omdat de eerste ook een wat woeliger periode niet overleefd heeft.


Via nog meer gekleurde huizen en smalle straatjes wandelen we richting haven. We bekijken de drukke haven vol plezierbootjes, al dan niet zeilbootjes en slenteren daarna naar het marktje dat er was. Vooral eetkraampjes vonden we er, maar ook wat juwelen en planten. We waren tegen het einde op de markt dus iedereen begon op te kramen. Na nog wat straatjes door te lopen, hadden we genoeg van de drukte en wandelen we terug naar de auto. We schaften ons nog een doos ijsjes aan uit de Lidl. Aten er elks 1 en de rest ging in het vriesvak.


Toen was het tijd voor de laatste stop van de dag: Blarney Castle. Dit ligt net ten noorden van Cork. We dachten om even om Cork te rijden maar werden door de gps pal door de stad geloosd. Alvast wat foto’s gemaakt voor we morgen de stad gaan bezoeken.

Blarney Castle bezocht ik reeds als kind en het beeld van het kasteel kwam me nog erg bekend voor. Het kasteel is vooral bekend om zijn steen. Het is algemeen bekend dat het kussen van de steen onder de kantelen zorgt voor meer welbespraaktheid. We parkeren in de schaduw, maar moeten Timber in de auto laten omdat honden niet toegelaten zijn op het domein. We betalen de inkom en wandelen door het park naar het kasteel. Het is er gezellig druk maar niet om over de koppen te lopen. We nemen foto’s van het kasteel, de toren en komen uiteindelijk bij de ingang. Er staat in de eerste plaats (Guard Hall) een rij mensen. In deze rij staan allemaal mensen aan te schuiven om de trap in het kasteel te beklimmen richting de steen. Terwijl je de steeds smaller wordende stenen wenteltrap beklimt kan je ondertussen enkele kamers bezoeken zoals de slaapkamer van de Earl en zijn dame of de slaapkamer van de jonge dames, de garderobe, de keuken,… Vanuit de kleine vensters kan je naar buiten gluren. Eens je boven bent, wandel je achter de kantelen tot bij de steen. Vermits het vandaag prachtig weer was, heb je dan ook een erg mooi uitzicht over het park er omheen. Langzaamaan wordt de rij voor ons korter en is het onze beurt om de steen te kussen.

Je wordt hierin geholpen om goed te liggen. Je legt je op je rug met je schouders voorbij de rand. Met je handen kan je je vasthouden aan 2 metalen stangen en dan moet je volledig ondersteboven de steen kussen. Onder je zijn er gelukkig 2 metalen bars zodat je niet de dieperik in kan vallen maar eigenlijk zie je gewoon de grond als je zo hangt. Een vriendelijke man helpt je om in die houding te gaan liggen. Alles wat los kan zitten moet af, dus ook brillen en telefoon,…. Een andere man neemt foto’s die je later zou kunnen kopen. Je krijgt dan ook een ticketje met een nummer. Ikzelf ben niet helemaal tot de steen geraakt, mijn rug begaf het even, Leon wel. We namen zelf een foto, dus die dure van daar hebben we niet genomen. Nog wat rondwandelen in het park en dan snel langs de grotten.

Vermoeden is er dat bij een aanval iedereen met het goud via de grotten zou zijn ontsnapt. Na een sanitaire stop richting de auto. Timber even uitgelaten en dan een slaapplek gezocht. Op de parking van het kasteel mag je niet meer overnachten. Op een parking net buiten het dorp stond een hoogteslagboom, dus ook daar geen overnachting voor ons. Dan wat verder buiten Blarney staan we nu op een parking over een gedenkmonument met naast ons een groot grasveld met erachter een rivier. Het is hier een komen en gaan op de parking, sommigen stoppen zelf enkel om even de auto te bekijken. We hebben hier gekookt en nog een ijsje gegeten. Daarna Timber uitgelaten en de tekst getypt.

Zo nog even met Timber buiten en dan naar bed. Morgen richting Cork. Maar voor we buitengaan eerst iets spuiten tegen de muggen want na de midgets de afgelopen weken zijn er hier nu veel muggen.

9 juli 2024

Rustig geslapen en gelukkig droog bij het wakker worden. Gewoon ontbijten en na het inklappen van het dak op pad in het sprookjes bos op zoek naar de waterval. Deze vinden we vrij snel.

We volgen het pad dat bezaaid is met stenen trappen. Het stapt wat vermoeiend maar het is wel mooi. We vertrekken ongeveer samen met een gezin uit Zweden. In het begin is het erg rustig, daarna komen we meer wandelaars tegen. Op het einde van de wandeling zien we dat bosbeheer met een groep mensen nieuwe boompjes plant.

We zien mini eikjes, sparren en nog anderen die we vanop afstand niet kunnen herkennen. Na het wisselen van onze schoenen rijden we naar Ladies View.
Deze plek in het nationaal park is een uitzichtpunt vanwaar je de 3 belangrijkste meren in het park in 1 keer kan zien liggen. Aan de ene kant stralende zon, aan de andere kant dreigende lucht. Het uitzicht is spectaculair.

Terwijl we genieten van het uitzicht, raken we aan de praat met enkele mensen over Timber. Zij hadden een border die gelijke trekken had die Timber heeft. We wandelen een klein stukje naar beneden en weer naar boven en daarna ook nog horizontaal over het pad. Mooi.
Een eindje verder ligt Moll’s Gap. We zoeken de kloof maar beseffen dan dat de weg die we moeten nemen gewoon door de kloof gaat. We komen zo weer op een laatste mooi stukje van de ring. Iets voorbij Kenmare nemen we een andere panoramaroute: ring of Beara.

Deze gaat over het schiereiland Beara. We gaan niet de hele ring rijden want halverwege ligt de Healy Pass en die willen we zeker rijden.

De ring om Beara is mooi maar het is lastig om van het uitzicht te genieten met groen dat meer dan 2m hoog staat. Maar toch hebben we plekken waar het kan en dan is het uitzicht weer erg mooi, zeker met de wisselende bewolking. Het begint langzaam op te trekken dus dat is fijn meegenomen.
En dan de Healy Pass. Een stijgende weg en later dalend, kronkelend op de bergranden van en tussen de Caha Mountains.

Soms erg smalle weggetjes, soms iets breder maar het veranderende uitzicht is spectaculair. Blij dat we deze weg namen. Eens beneden zetten we ons buiten het dorp aan een picknicktafel voor uiteraard weer een veel te late lunch.


Na vertrek moeten we even stoppen aan werken. Hier geen lichten maar een persoon met een rond bord op een stok: rood met stop aan de ene kant, groen met go aan de andere kant. Hij draait de stok naargelang het nodig is. We kregen een go en achter een auto mochten we de werken passeren. Met een kronkel rijden we dan door en langs het Glengarriff Park en genieten van het groen.


We passeren Bantry met niet 1 maar 2 golfbanen. We zijn er ondertussen uit dat elk zich respecterend dorp een golfbaan heeft. We zagen er al veel.Vanuit Bantry nemen we de WAW richting Mizen Head. Dit is het meest zuidelijkste punt van Ierland. Via slingerende weggetjes die al dan niet op de kaart staan komen we op de parking aan. We parkeren, nemen Timber en wandelen naar het bezoekerscentrum. We betalen onze tickets en wandelen dan over een asfaltpad en gelukkig omheind aan de klifkant naar het punt. Er zijn verschillende uitzichtplatforms gemaakt zodat we de kliffen hier ook mooi en veilig te zien krijgen. Het eindpunt was het eerste station/ baken van Ierland met radio. Er stond geen vuurtoren maar er was dus wel een mogelijkheid om de schepen veilig te loodsen. Vanaf de klif over een brug bereiken we het station. Het is eigenlijk een museum en we zien hoe het vroeger was. We wandelen naar de uitkijkpunten en nemen foto’s.

In het bezoekerscentrum nemen we een typisch Iers ijsje. Een softijs met een chocolade stokje erin. Dat laatste denk ik zou een koekje moeten zijn, het at moeilijk. Het geheel smaakte wel. We zien hier dat in elk klein dorp zulke ijsjes worden gegeten.

Na dit punt nog een half uurtje rijden naar onze slaapplek voor vannacht. We staan op een parking bij een kerk en (lege) school.
De kerk met de naam: Kilcoe church of the Church of the Most Holy Rosary was nog open toen we aankwamen dus even binnen gekeken. We hadden vandaag nog geen kerk bezocht. Sober met mooie glasramen.

Gelukkig heeft deze kerk ook een bijgebouwtje met toilet. Altijd handig. Na het kerkbezoek even gekookt en gegeten en dan getypt. Nu is het bedtijd

8 juli 2024

Als we rond 7 uur wakker worden, schijnt de zon. Ik loop even met Timber naar het grasveld naast onze plaats en als ik terugkom staan er al 4 auto’s extra. Ook nu weer zwemmers. Ik sla een praatje met en dame met 3 honden die ook is toegekomen. De honden lopen los, dus zetten we Timber alvast in de bench, we gaan toch zo vertrekken. De wc in het gebouw achter ons gaat jammer genoeg pas om 10u open. Via de dame met de honden horen we dat het strand van Rossbeigh Creek ook erg mooi is. Vermits Leon ontdekt heeft dat ze daar een publieke toilet hebben, rijden we daar naartoe. Jammer genoeg staat ook daar een hoogte barreel en kunnen we niet door. Parking voor de campers is 500m verder. We rijden daar naartoe en zien dat het een betaalparking is. Dat is niet de bedoeling. We rijden terug en stoppen naast een gebouwtje. Gelukkig de publieke wc. We houden beide een sanitaire stop en voor 1 keer ledigen we ons chemisch toilet daar ook. Het was nodig. En nu weer verder op de Ring of Kerry. We vertrekken zoals we gisteren zijn geëindigd: met een stralend blauwe hemel.

Hierdoor hebben we onderweg mooie vergezichten. De Ring of Kerry is een toeristische weg rond het schiereiland Iveragh. Er wordt beweert dat het 1 van de mooiste routes is in Ierland. In elk geval erg bekend bij toeristen. Je kan deze ring van in beide richtingen rijden. Wij rijden hem tegen de klok in, dus van noord naar zuid omdat we zo zijn komen aanrijden en omdat ik dan beter zicht heb op de kusten en zo beter foto’s kan nemen. Voor de lefthanddriver is het natuurlijk beter om hem met de klok mee te rijden. We hebben het gevoel dat we op deze rit alle landschappen zullen tegenkomen die we gedurende de voorgaande dagen al zagen. Het is een bonte afwisseling van rotsen, groen, bergen en kusten en kliffen. De route passeert ook vele visserdorpjes. Het is best een slingerende weg, op regelmatige momenten erg steil en smal daardoor vanaf een bepaald punt niet meer toegankelijk voor vrachtwagens en bussen.

De Ieren hebben voor dat laatste wel een oplossing om mensen op de bezienswaardigheden langsheen de route te krijgen: busjes van max 20 personen.
We zijn vroeg op pad en zien maar 1 touringcar op een parking redelijk in het begin, vanaf dan zien we ze niet meer. Heerlijk rijden zo. We zullen vaak halt houden voor wat foto’s te nemen. Op vele plekken is de weg (en dus het uitzicht) afgeschermd door hoge struiken waardoor foto’s nemen niet altijd even makkelijk gaat. We nemen de afslag richting een uitzichtpunt en komen zo door een “groene” tunnel/weg aan een strandje.

Het is er erg druk want een groep fietsers is er afgezet en staat op het punt om te vertrekken. Verder zijn er gezinnen met kleine kinderen op het strand.
Onze volgende stop is Cahersiveen. Een dorp met ja gekleurde huizen en een indrukwekkende kerk (Daniel O’Connell Memorial Church of the Holy Cross). Maar ook een Aldi.

We doen wat boodschappen en voor verder te gaan eten we een koek met koffie en thee. Met een volle tank kunnen we de route zeker aan.
We houden halt bij Ballycarberry Castle. Een ruïne van een kasteel dat we niet kunnen/mogen bezoeken. Het is toch best indrukwekkend hoe het er zo vlak bij de zee bijstaat. We passeren hierbij ook nog een rond stenen fort. Eigenlijk lagen er 3 bij elkaar. Het was er druk, dus zijn we niet gestopt.


En eindje verder is er een pijl naar White strand. We houden halt, nemen Timber en maken even een strandwandeling. We zien veel, alle kleuren heeft het zand maar wit is er echt niet bij. We vinden een stok en zo is Timber helemaal blij.

Na deze lus komen we terug in Cahersiveen.
Vanaf dan zullen we de Skellig route volgen. Dit is een onderdeel van de Ring of Kerry en een panoramaroute over het schiereiland. Vanaf vele plaatsen vertrekken boten om de eilanden eromheen te bezoeken. Dit gaan we niet doen. We rijden verder tot Portmagee. Ondertussen heeft de zon plaats moeten ruimen voor wolken met wat lichte nattigheid. We rijden het dorp binnen en zijn daarna hopeloos op zoek naar een parkeerplaats. Het is duidelijk waarom ze de trofee voor meest toeritisch dorp hebben gekregen. We parkeren uiteindelijk bij de distillery.

Eten lunch tussen de druppels door. We kunnen alleen een bezoekje brengen aan de shop maar ze verkopen enkel blends en geen single malts, dus rijden we verder en zien dat er gewoon een oude toren in de voorhof van mensen staat.
Na de druppels is het weer droog en rijden wij verder op de ring. We stoppen bij de meest spectaculaire kliffen van de Skellig ring. Ze liggen op privaat domein. Er is een grote parking, toiletgebouw en een gebouwtje aan het begin van het wandelpad. Hier moeten we inkom betalen. De rest van het pad naar de uitzichtpunten is een grindpad. We passeren eerst enkele stenen beehives en bedenken ons dat dat waarschijnlijk ook zoiets was waar de pijl gisteren naar stond.

We klimmen naar punt 1 en ook nu weer worden we stil van de ruwheid van de rotsen en het schuimen van de zee. Ook hetzelfde bij punt 2. We dalen terug naar de parking en maken nog even een sanitaire stop. Ook nu wordt er positieve commentaar gegeven op hond en auto.
Onderweg is er een knap wolkenspel aan de hemel. Het is niet altijd eenvoudig om foto’s te nemen van het spektakel maar soms lukt het toch. Eens we van de Skellig route zijn gaat het even wat sneller omdat we nu op een iets grotere weg rijden. Langzaamaan wordt de weg wat smaller en rijden we toch wat hoger in de bergen. Als we halt houden om wat foto’s te maken worden we aangesproken over de auto. We staan een tijdje met de mensen (Finnen) te praten vooraleer we verder rijden. Om na klimmen en dalen en natuurlijk ook slingeren halt te houden bij Staigue Fort. Ook dit is een stenen rondfort. Waarschijnlijk een van de grootste. We wandelen er naartoe. Door de regen zijn de stenen van de trappen in het fort wat glad. Voorzichtig klimt Leon tot op de hoogste rand. Ik beperk me tot het middelste stuk. Ben geen held in de hoogte en ga zeker niet zoals velen de gehele bovenste rand afwandelen.

Aan de auto neem ik de appels. Altijd een welkome verfrissing.
En dan gaan we op weg naar onze slaapplek. Deze ligt in Killarney National Park. We rijden een groene sprookjeswereld in. Wat is het hier mooi. Tussen de bomen zien we meren liggen. We zien in het voorbijrijden aan 1 van de meren reetjes staan drinken.

We rijden verder tot de parkeerplaats vanwaar wandelingen naar de Torc waterval leiden. We passeren nog verschillende andere parkings waar al campers op staan of wandelaars. Dus te druk of te moeilijk om bij te staan. Op deze parking staan we nog niet alleen maar bij het vallen van de avond doen we dat wel. We maken snel een maaltijdsoep en kruipen ons bed in. Het was een intensieve dag

7 juli 2024

We beginnen de dag als de wekker afloopt en de zon door het zeil schijnt. Met Timber door de duinen naar het strand maar hij heeft duidelijk honger en keert onverricht terzake terug naar de camper.

Het groepje jongeren een beetje verder is ook wakker en tijdens ons ontbijt hebben we achtergrond”muziek”. Terwijl we staan te eten komt 1 van hen naar ons om te vragen of we misschien een vuilzakje hebben. Als ik er 1 geef, zegt hij dat hij er eigenlijk 2 of 3 nodig heeft want ze hebben nogal veel rommel op te ruimen. Ik geef ze mee en zie ze inderdaad later gevuld naast de auto’s staan. Ook hier stopt er regelmatig een auto met iemand die uitstapt om te gaan zwemmen in de zee. Na het ontbijt toch echt naar het strand met Timber om dan daarna weer te kunnen vertrekken. We vervolgen onze route op dit schiereiland Dingle via de Slea Head route. Er is vanalles te zien onderweg. Maar vermits veel op private property ligt, moet er steeds inkom worden betaald. Dus ook om een babylam te aaien (raar in deze tijd van het jaar) of om beehives te zien. We passeren het meest westelijke punt van Ierland ter hoogte van Dunmore Head. We stoppen vaak om foto’s te maken en doen hierdoor 1u over 12km. Maar de uitzichten zijn de moeite. We zien nog ouderwetse cottages alsook een stonehouse. Dit is een cottage waarvan ook het dak in steen is.

Momenteel is het een restaurant.
Terwijl we naar de zee kijken zien we een boot voorbijvaren met een rubberboot aan hem vast. We zullen hem later nog zien want het is 1 van de boten die mensen naar the Blasket Islands brengen. Iets verderop de route is een pier waarvan de boten vertrekken. Later op de dag zien we vanuit Dinglestad ook boten vertrekken. Een tocht die we niet kunnen doen want het laatste stuk is met de rubberboot en daar kan Timber niet in mee en overleefd mijn rug het niet. Maar wat we zien is meer dan in orde. Ter hoogte van Louis Mulcahy pottery nemen we een kijkje. We zien veel moois maar het is wel erg duur. We stoppen nog aan het Blasket visitorshouse om naar een uitzichtpunt te gaan. Het gebouw is enorm groot en stoort eigenlijk een beetje de omgeving.

Na het uitzicht is het tijd voor thee, koffie en een koek.
Daarna vervolgen we onze weg over de route, nu vooral in afdaling We ontmoeten ter hoogte van een kerkhofje een oudere dame met een Jack Russel op leeftijd, even en knuffel en de hond kan weer verder. Niet veel verder op een parking hebben we een border collie die onze auto wel heel interessant vindt ruiken. Zijn vrouwtje, dat er staat om spullen te verkopen, weet me te vertellen dat hij de parking als zijn domein beschouwt en de auto’s inspecteert. Bussen vindt hij het interessants want van de chauffeurs krijgt hij snoepjes. Ik geef hem ook een koekje uit mijn broekzak, wat hij al lang geroken had.

Het eind van de route is Brandon Bay. We bereiken het via een smal weggetje en dito bruggetje. Het uitzicht is prachtig.

We zijn er even alleen. Het laatste stukje weg moeten we terugnemen om op de eigenlijke weg richting Dinglestad te geraken.
We bereiken Dingle en zetten de auto op een parking. Ons doel was om iets te gaan eten in Out of the Blue, een visrestaurant. Jammer genoeg gaat het pas om 16u open. Op de deur hangt er: “going fishing”. We zullen dus aan de auto moeten eten. De achterdeur kan niet open, dus alles langs de zijdeur. Het blad kan gelukkig net naar beneden.

We hebben in elk geval mooi uitzicht op de haven en zeedijk achter ons. Voor ons wordt duidelijk dat we niet alleen zullen zijn in het stadje. Vele lege bussen staan er te wachten tot hun passagiers terugkomen. Terwijl we alles willen opruimen, passeren er op de dijk 2 dames met elk een hand (Bavarian Mountain Hound). 1 van hen legt een hoopje maar de dame heeft geen poepzakje. Ik bied er 1 aan en bewonder de honden. Iedereen tevreden. We lopen nadien zelf op de dijk richting haven en als we net onze auto passeren, horen we mensen commentaar geven. Ik kan het niet nalaten om te zeggen dat het een leuke manier van reizen is. En zo maken we ook met hen een praatje. Hij is ook een Landrover eigenaar (Disco) dat scheelt. Als afscheid zegt zijn vrouw duidelijk dat hij zo’n auto niet krijgt. We lopen daarna verder door de haven.
Eens we in de haven hebben rondgelopen, wandelen we richting centrum.

Dit is vooral gekend om zijn gekleurde huizen en gezellige pub, restaurants en winkels. Ook hier kan je nog bootreizen naar de Blasket Islands boeken. Het is er een komen en gaan van mensen met een reddingsvest. Wij kuieren wat door de straten en stoppen bij Murphy. Die staat er om bekend om het beste ijs van Ierland te hebben. Zoiets kan je niet laten liggen. Terwijl ik sta aan te schuiven is er een dame van de zaak die de mensen proevertjes aanbied. Handig. Leon kiest voor Honeycomb Caramel en Dingle Sea Salt. Ik ook voor de Honeycomb Caramel maar met de Butterscotch. Lekker alle smaken.

Daarna lopen we een straatje in dat recht naar een kerk leidt. St Mary’ Church is een kerk volledig in rotssteen, vergelijkbaar met de kathedraal van Galway maar dan vele malen soberder. Het is er best donker maar toch mooi. We bekijken de kerk om beurten en nemen daarna nog een kijkje in de kloostertuin.

Daarna is het ver tijd om naar de auto terug te gaan.


In de auto bekijken we de route voor morgen en waar we ergens kunnen overnachten. Ook nu vindt Leon weer een plekje. Nog een uurtje rijden van waar we staan. Bijna aan het einde van onze rit over de grotere baan komen we op de Ring om Kerry. Het uitgangspunt voor onze tocht van morgen.
We vinden een plekje aan de kust. Zetten ons stabiel en recht, niet evident op een plek vol diepe putten maar het lukt. We staan precies in een kom. Voor ons is een soort dijk van platte keien. Het is er de hele avond een komen en gaan geweest van auto’s met mensen die in de zee gingen zwemmen. Vermits we vroeg waren ben ik ook gaan zwemmen en daarna heb ik mijn haar gewassen en ook van de rest het zout afgespoeld. Heerlijk in het zonnetje opdrogen. Daarna was het kooktijd. Het werd een eiergerecht met als dessert gebakken appeltjes met honing en bruine suiker een een crumble van speculaas. We zijn nadien nog zeker een uur in het zonnetje blijven zitten. Af een toe een babbel met iemand die voorbijkwam of echt naar ons toekwam omwille van de auto.


Na de afwas was het nog even Timber uitlaten en een bezoekje brengen aan de plaatselijke bar. We zochten ons een plekje buiten op het terras. Terwijl Leon buiten bleef, bestelde ik binnen aan de bar: een Guiness voor Leon, een cola voor mezelf. Het was erg druk in aan de bar. Nadien nog even genoten in de auto van de zonsondergang tijdens het typen. Het is vandaag de eerste dag dat we volledig alleen zon hebben gehad en dat terwijl het praktisch windstil was. Zalig genieten dus.

6 juli 2024

Ook vanmorgen was de zon van de partij. Van de 6 campers op de parking staan er nog 2 extra bij ons, de rest is verplaatst naar elders. Dit keer geen rondje strand of langs het strand maar gewoon een tripje rond de parking met Timber. Na het normale vroeg op pad. Om 8u15 stonden we al op de parking van het kasteel. Daar was een plek om vuil water te lozen.

Nu nog een plekje vinden voor het leegmaken van de wc en we kunnen er weer tegen. Vanaf hier richting Limerick. We kwamen er aan met stralende zon. Auto geparkeerd en dan te voet naar het King John’s Castle. Dit kasteel met dikke muren en 5 hoektorens werd in 1200 gebouwd en staat aan de rand van de rivier de Shannon.

We kunnen het niet bezoeken omwille van Timber en omdat het rond die tijd nog niet geopend is. We gaan op zoek naar St Mary’s Cathedral, het oudste gebouw van Limerick. We passeren 2 kerken beide met dezelfde naam, maar geen Cathedral. Ondertussen is het beginnen druppelen en besluiten we de auto te verzetten naar meer centrum stad waar de kathedraal wel te vinden is. We zetten de auto op Potatoes market en betalen een ticketje. Als we de straat oversteken komen we bij St Mary’s Cathedral.

Jammer genoeg gaat die pas om 11 uur open. We wandelen verder. Via Ellensstreet komen we aan bij Milk Market.

Dit is een overdekte markt met kramen met lokale producten. Eén van de enige overdekte markten in Ierland. Het is dus gewoon een overdekt marktplein, geen gebouw. We lopen er rond en zien al het lekkers. Uiteindelijk neem ik een stuk cheddar mee.
We zijn nu niet ver van St John’ Cathedral. Om beurten brengen we deze kerk een bezoekje.

Het is duidelijk dat Limerick vele kerken heeft. Ondertussen is de tijd weggevlogen en wandelen we terug naar St Mary’s Cathedral. Zoals gezegd het oudste gebouw van de stad. Van het originele gebouw blijft niet veel over, het schip nog wel. Leon neemt een bezoek aan de kerk.

Ik wandel rustig rond op het oude kerkhof en zie mooie oude Keltische kruisen.
Nadien wandelen we nog 100 meter verder en zien we de St Mary’s Parish Church. Ook die brengen we nog even snel een bezoekje en dan is het hoog tijd om naar de auto te gaan.


Via de N21 rijden we naar Abbeyfealy in de hoop een nieuwe spiegel te vinden. Ondertussen passeren we Adare. Hier vinden we in de hoofdstraat nog vele Ierse Cottages met rieten dak. Volgens de Trotter is die het mooiste dorp van Ierland, maar volgens de Ieren is het eigenlijk het meest Engelse dorp.

Het heeft 3 abdijen, al dan niet een ruïne en aan de golfclub staat een housekeeper net als men in Oxford zou tegenkomen. We rijden verder en hebben ondertussen regen, zon, regen, zon en dit op ongeveer 15 minuten. Als de zon schijnt is de hemel magisch blauw en als het regent valt het er even met bakken uit. We draaien bij Stryker/Landrover de hof op en passeren een hele rij Landrovers. Achteraf geteld staan er 13 op het terrein, de onze niet meegerekend. We lopen de receptie binnen en worden direct geholpen. A mirror, no problem, two, no problem. We lopen mee naar het magazijn en aan de hoeveelheid onderdelen die daar staat is het inderdaad geen probleem. We nemen ook een nieuwe lange arm mee. Leon haalt de oude spiegel links eraf en zet de nieuwe erop.

De reservespiegel en arm worden veilig opgeborgen. We verlaten het terrein en rijden richting winkel. Even verderop vinden we een Aldi. We doen onze boodschappen en eten op de parking onze (weeral late) lunch.


Nu gaan we op weg naar Tralee. Deze stad is vooral bekend voor zijn Iers folksfestival in augustus, wel laten het links liggen en rijden naar 1 van de 4 werkende molens van Ierland. Die vinden we in Blennerville. We betalen de inkom en krijgen dan en introductiefilm te zien over de molen maar ook over de streek. Hoe ze door de molen eerst welvarend werd maar ook hoe een mislukte aardappeloogst hongersnood in de streek bracht. Deze plek was ook bekend voor de oversteken met passagiers naar de VS. De oversteek kon veilig en met een arts aan boord, maar meestal zaten de mensen dicht bij elkaar en waren ziekte, honger en dorst hun compagnon op de reis. We lopen daarna even rond in de kleine tentoonstelling over brood. Daarna is het de bedoeling dat we de werking van de molen uitgelegd krijgen maar als de molenaar hoort dat we van Nederland komen is hij even heel nederig. Wij hebben er maar 4 die werken, jullie 1200.We krijgen nog wat uitleg vooral in het verschil van de molens, ook over de reparartie die nu bezig is en waardoor de molen niet draait. We mogen dan alleen de molen bekijken. Nadien passeren we nog een zaal met modeltreintjes die de spoorweg Tralee – Dingle uitbeelden. Nadien trakteer ik me nog op een bakboek van Iers brood en wordt na ons de deur gesloten.


Wij rijden verder richting Dingle. We stoppen nog even aan een strandje maar hier is het vloed en eigenlijk is het niet zo proper, we eten appel en gaan weer verder op weg naar de Connorpass. Onderweg er naartoe komen we borden tegen dat vrachtwagens zwaarder dan 2 ton, auto’s breder dan 1,8m en autobussen niet welkom zijn op de pas. Wij rijden door en klimmen stevig. Ondertussen passeren we tegenliggers. We gaan telkens aan de kant bij een verbreding van de weg. Het smalle stukje van de pas dat met een stenen muurtje is afgebakend kunnen we overrijden zonder tegenliggers. Boven op de pas aangekomen, stappen we even uit voor spectaculaire foto’s en dan beginnen we aan de afdaling.

Hier is de weg breder dan bij het klimmen. We bereiken Dingle zonder problemen en aanschouwen tussendoor het steeds maar wijzigen van het landschap, de wolken en de lichtinval. We rijden Dingle door naar onze slaapplek. Een stil plekje achter de duinen. We staan hier niet alleen. We laten Timber eerst uit op het strand en gaan daarna koken.

We hebben al de gehele namiddag droog en redelijk zonnig weer maar nu begint het te regenen. Het stopt redelijk snel en we koken gewoon buiten verder. Eten doen we binnen. Tijdens het typen kijken we naar een zon die verdwijnt achter de bergen. En dan is het tijd voor een laatste wandeling met Timber en gaan we slapen.

5 juli 2024

Wat een blauwe lucht, wat een warme zon en dat zo vroeg in de morgen.

Ik wandel met Timber over het pad langs de zee en ontmoet toch al 1 tegenligger. Het ontbijt met de zon op onze rug smaakt eens zo goed. Onze buren slapen nog maar vele wandelaars of lopers,al dan niet met hond, passeren onze plek. We zien ook enkele moedigen zwemmen in de zee. We zagen dit al eerder: als ze in de zee zwemmen, hebben ze een boei om zodat ze goed zichtbaar zijn. Bij het rondje na het eten loop ik met Timber terug over het keienstrand.
Na alles in te hebben geladen rijden we naar het haventje om water. We vullen de watertank dit keer nog eens met de tuinslang. Op het moment dat we wegrijden komen onze buren aan en hebben hetzelfde plan. Jammer genoeg is er geen plek om grijs water te lozen.

Nog even tanken daarna en dan op we naar the Burren. De naam is afkomstig uit het Gaelic en betekent rotsachtig land. We rijden het gebied binnen via wegen omringd door bomen maar in de Burren zelf groeien er weinig bomen. Het is vooral een gebied met kalksteen. De begroeiing daar wortelt in de spleten van de kalksteen. Binnen het gebied zijn er verschillende ruïnes van abdijen en kerken, maar ook dolmen kan men er waarnemen.

Wij zien er kleinere in weilanden die we passeren maar zijn eigenlijk op weg naar een grotere: Poulnabrone Dolmen. Een dolmen bestaat uit en deksteen, een sluitsteen, de portaalstenen en nog enkele stenen die er mee voor zorgen dat de deksteen voldoende mogelijkheid heeft om op te rusten. In deze dolmen heeft men de resten van 22 lichamen gevonden en daardoor denkt men dat deze als graf werd gebruikt.

Hoewel we de dag zonnig begonnen, regent het hier als we de auto parkeren. Jas dan maar aan en op stap. Een kleine 500m verder in een weiland tussen kalkrotsen staat de dolmen. We nemen foto’s, lezen de informatie en keren terug naar de auto. Even tijd voor koffie, thee en koek en dan richting Lisdoonvarna waar zich the Burren Smokehouse bevindt.
We zetten onze auto op de parking en wandelen naar de ingang. We kijken eerst rond in de shop en zien op enkele digitale beelden wat er met de zalm gebeurt. Nadat hij gefileerd werd, wordt hij gepekeld, dan gespoeld en met kruiden op gedroogd. Daarna wordt hij in de rookover gestoken. Naast de shop is er een tentoonstelling. We leren dat de zalmeitjes worden gekweekt en dan in netten in zoetwatermeren worden opgekweekt. Na twee jaar worden ze overgeplaatst naar netten in de zee en daar blijven ze dan tot ze tussen de 90 en de 120cm groot zijn. De netten zijn de cirkels die men kan zien langs de kusten of in een meer. Het zijn grote rondes met een diameter van ongeveer 150m en een diepte van wel 15m. slechts 1% van de oppervlakte van zo’n kweekvijver mag zalm bevatten, de rest moet water zijn. Voeden gebeurt automatisch maar ook dagelijks met de hand om zo de zalmen te kunnen controleren.

Op sommige plaatsen langs de kust mogen nog een beperkt aantal erkende vissers zalmen vangen op het ogenblik dat de vissen zich klaarmaken om naar het zoete water te trekken. Het quotum dat ze per visser mogen vangen is erg beperkt. Dit maakt dat wilde zalm zo duur is. Na de tentoonstelling te hebben bekeken, gaan we nog even terug in de shop en kopen wat gerookte zalm.
We moeten dan nog ongeveer een half uurtje tot de Cliffs of Moher. Ook zij maken deel uit van the Burren maar hier is de kalksteen vervangen door zwarte schalie en zandsteen. De kliffen zijn ruim 200m hoog en vormen een band van ongeveer 8 km. Door het uniek uitzicht vormen ze een geliefd decor voor films, bijvoorbeeld een Harry Potter (nr 6). Ik ging naar deze plek met de herinnering uit 1981: vrij wandelen en genieten van het natuurschoon. Jammer genoeg moeten we nu 12 euro per persoon betalen. We vinden een plekje op en wel erg volle parkeerplaats en eten eerst onze lunch met gerookte zalm. Het regent al sinds de dolmen en tijdens de lunch stopt het met regenen. De lucht wordt langzaamaan blauw. We nemen onze jassen wel mee uit voorzorg. We steken de baan over en komen zo op het plein voor het bezoekerscentrum. Dit laatste ligt verborgen in de rots om het landschap niet te erg te storen. Alleen zijn ze de honderden auto’s en vele bussen even vergeten. Met een trap komen we aan enkele uitzichtpunten. We nemen foto’s voor onszelf en ik offer me op om voor sommigen ook voor hen foto’s te maken. Het uitzicht is spectaculair, dat blijft.

Leon ziet wat vogels vliegen (gelukkig alleen vogels) en we keren terug naar de auto voor de grote lens. We nemen weer plaats om de uitkijkpunten en de rotsen worden afgespeurd. Hij vindt vele wit/zwarte vogels. Als ik even kijk, lijken het precies pinguïns, maar het zijn zeekoeten. We hoopten eigenlijk om papegaaiduikertjes te zien. Bij het bekijken van de foto’s in de auto zien we er uiteindelijk toch 2 opstaan, in de vlucht. Het is gelukt, we zoeken hier nu ongeveer 10 jaar achter. Nu is het wel van ver, maar toch.


We brengen om beurten nog even een bezoekje aan het bezoekerscentrum. Terwijl we buitenkomen ontdekken we een jong vosje dat er vrolijk rondspeurt naar insecten. Hij lijkt de drukte heel normaal te vinden en gaat rustig verder. Dan keren we terug naar de auto. Even nog onze appel op en weer op weg naar de stad voor morgen: Limerick. Af en toe een wat saaiere baan maar uiteindelijk bereiken we toch een slaapplekje. We staan op een parking aan de voet van het Bunratty Castle. We zagen 3 kanten van het kasteel want de tuin en het kasteel waren gesloten. Het kasteel is het meest complete middeleeuwse fort van Ierland.

Het heeft bogen aan weerszijde wat niet erg gebruikelijk was maar de verhoogde ingang was dat dan weer wel. Hier konden aanvallers mee worden afgeschrikt. Toch best indrukwekkend.
Omdat het toch weer was beginnen regenen hebben we binnen gekookt. En daarna ook binnen gegeten en afgewassen. Ondertussen is het weer droog en hoog tijd om te gaan slapen. Terwijl we hier als eerste camper stonden, staan er nu ondertussen al 5 of 6 extra. Gelukkig is het een grote parking.