Wat een blauwe lucht, wat een warme zon en dat zo vroeg in de morgen.




Ik wandel met Timber over het pad langs de zee en ontmoet toch al 1 tegenligger. Het ontbijt met de zon op onze rug smaakt eens zo goed. Onze buren slapen nog maar vele wandelaars of lopers,al dan niet met hond, passeren onze plek. We zien ook enkele moedigen zwemmen in de zee. We zagen dit al eerder: als ze in de zee zwemmen, hebben ze een boei om zodat ze goed zichtbaar zijn. Bij het rondje na het eten loop ik met Timber terug over het keienstrand.
Na alles in te hebben geladen rijden we naar het haventje om water. We vullen de watertank dit keer nog eens met de tuinslang. Op het moment dat we wegrijden komen onze buren aan en hebben hetzelfde plan. Jammer genoeg is er geen plek om grijs water te lozen.


Nog even tanken daarna en dan op we naar the Burren. De naam is afkomstig uit het Gaelic en betekent rotsachtig land. We rijden het gebied binnen via wegen omringd door bomen maar in de Burren zelf groeien er weinig bomen. Het is vooral een gebied met kalksteen. De begroeiing daar wortelt in de spleten van de kalksteen. Binnen het gebied zijn er verschillende ruïnes van abdijen en kerken, maar ook dolmen kan men er waarnemen.









Wij zien er kleinere in weilanden die we passeren maar zijn eigenlijk op weg naar een grotere: Poulnabrone Dolmen. Een dolmen bestaat uit en deksteen, een sluitsteen, de portaalstenen en nog enkele stenen die er mee voor zorgen dat de deksteen voldoende mogelijkheid heeft om op te rusten. In deze dolmen heeft men de resten van 22 lichamen gevonden en daardoor denkt men dat deze als graf werd gebruikt.





Hoewel we de dag zonnig begonnen, regent het hier als we de auto parkeren. Jas dan maar aan en op stap. Een kleine 500m verder in een weiland tussen kalkrotsen staat de dolmen. We nemen foto’s, lezen de informatie en keren terug naar de auto. Even tijd voor koffie, thee en koek en dan richting Lisdoonvarna waar zich the Burren Smokehouse bevindt.
We zetten onze auto op de parking en wandelen naar de ingang. We kijken eerst rond in de shop en zien op enkele digitale beelden wat er met de zalm gebeurt. Nadat hij gefileerd werd, wordt hij gepekeld, dan gespoeld en met kruiden op gedroogd. Daarna wordt hij in de rookover gestoken. Naast de shop is er een tentoonstelling. We leren dat de zalmeitjes worden gekweekt en dan in netten in zoetwatermeren worden opgekweekt. Na twee jaar worden ze overgeplaatst naar netten in de zee en daar blijven ze dan tot ze tussen de 90 en de 120cm groot zijn. De netten zijn de cirkels die men kan zien langs de kusten of in een meer. Het zijn grote rondes met een diameter van ongeveer 150m en een diepte van wel 15m. slechts 1% van de oppervlakte van zo’n kweekvijver mag zalm bevatten, de rest moet water zijn. Voeden gebeurt automatisch maar ook dagelijks met de hand om zo de zalmen te kunnen controleren.









Op sommige plaatsen langs de kust mogen nog een beperkt aantal erkende vissers zalmen vangen op het ogenblik dat de vissen zich klaarmaken om naar het zoete water te trekken. Het quotum dat ze per visser mogen vangen is erg beperkt. Dit maakt dat wilde zalm zo duur is. Na de tentoonstelling te hebben bekeken, gaan we nog even terug in de shop en kopen wat gerookte zalm.
We moeten dan nog ongeveer een half uurtje tot de Cliffs of Moher. Ook zij maken deel uit van the Burren maar hier is de kalksteen vervangen door zwarte schalie en zandsteen. De kliffen zijn ruim 200m hoog en vormen een band van ongeveer 8 km. Door het uniek uitzicht vormen ze een geliefd decor voor films, bijvoorbeeld een Harry Potter (nr 6). Ik ging naar deze plek met de herinnering uit 1981: vrij wandelen en genieten van het natuurschoon. Jammer genoeg moeten we nu 12 euro per persoon betalen. We vinden een plekje op en wel erg volle parkeerplaats en eten eerst onze lunch met gerookte zalm. Het regent al sinds de dolmen en tijdens de lunch stopt het met regenen. De lucht wordt langzaamaan blauw. We nemen onze jassen wel mee uit voorzorg. We steken de baan over en komen zo op het plein voor het bezoekerscentrum. Dit laatste ligt verborgen in de rots om het landschap niet te erg te storen. Alleen zijn ze de honderden auto’s en vele bussen even vergeten. Met een trap komen we aan enkele uitzichtpunten. We nemen foto’s voor onszelf en ik offer me op om voor sommigen ook voor hen foto’s te maken. Het uitzicht is spectaculair, dat blijft.










Leon ziet wat vogels vliegen (gelukkig alleen vogels) en we keren terug naar de auto voor de grote lens. We nemen weer plaats om de uitkijkpunten en de rotsen worden afgespeurd. Hij vindt vele wit/zwarte vogels. Als ik even kijk, lijken het precies pinguïns, maar het zijn zeekoeten. We hoopten eigenlijk om papegaaiduikertjes te zien. Bij het bekijken van de foto’s in de auto zien we er uiteindelijk toch 2 opstaan, in de vlucht. Het is gelukt, we zoeken hier nu ongeveer 10 jaar achter. Nu is het wel van ver, maar toch.









We brengen om beurten nog even een bezoekje aan het bezoekerscentrum. Terwijl we buitenkomen ontdekken we een jong vosje dat er vrolijk rondspeurt naar insecten. Hij lijkt de drukte heel normaal te vinden en gaat rustig verder. Dan keren we terug naar de auto. Even nog onze appel op en weer op weg naar de stad voor morgen: Limerick. Af en toe een wat saaiere baan maar uiteindelijk bereiken we toch een slaapplekje. We staan op een parking aan de voet van het Bunratty Castle. We zagen 3 kanten van het kasteel want de tuin en het kasteel waren gesloten. Het kasteel is het meest complete middeleeuwse fort van Ierland.










Het heeft bogen aan weerszijde wat niet erg gebruikelijk was maar de verhoogde ingang was dat dan weer wel. Hier konden aanvallers mee worden afgeschrikt. Toch best indrukwekkend.
Omdat het toch weer was beginnen regenen hebben we binnen gekookt. En daarna ook binnen gegeten en afgewassen. Ondertussen is het weer droog en hoog tijd om te gaan slapen. Terwijl we hier als eerste camper stonden, staan er nu ondertussen al 5 of 6 extra. Gelukkig is het een grote parking.

