Maand: april 2025

18 april 2025

Slapen was niet al te groot succes. Zelfs met oordopjes was het (vracht-)verkeer duidelijk hoorbaar. En toen de eerste bus iets na 6 de parking opdraaide kwam er van slapen niet veel meer terecht. Op tijd ons bed uit voor de laatste ruime 300 kilometers richting huis. Vrij snel zitten we op de snelweg en gaat het wat vlotter dan de vorige dagen. We passeren het departement Le Haute de France. Maar ineens wordt het toch weer een kleinere weg. Dan is het hoogtijd om te tanken. Op de parking van de Aldi naast het tankstation nuttigen we koffie/thee en koek.

Vanaf Rouen gaat het richting Abberville en zo naar Rijsel/Lille. We rijden weer over de autosnelweg richting de grens. Via de regio Lille/Kortrijk/Tournai rijden we België en Vlaanderen binnen.  Omdat het toch net iets te lang rijden gaat zijn richting huis, besluiten we om ter hoogte van de Pinte nog even een lunchpauze in te lassen. Vlakbij staat een vuilnisbak vol met lege bierblikjes. We tellen zeker 3×18 blikjes die er boven uitsteken of er naast gezet zijn. Alcohol en rijden gaat toch niet samen????

Om half drie rijden we de stad binnen en tanken we de auto opnieuw vol. Enkele minuten later zijn we weer thuis. Het wordt dan auto leegmaken, was sorteren, de eerste was inzetten en weer in de (andere) auto richting Kapellen. Samen met de kinderen eten we de gebruikelijke frietjes. Kletsen nog wat bij en gaan weer huiswaarts.

Onze bevindingen over Spanje, de Bardenas

Bardenas is een mooi natuurgebied. De gekende beelden in vele reisverhalen zijn ook in het echt indrukwekkend en begrijpelijk filmsetwaardig. De ritten zijn jammer genoeg vastgelegd en nu nog niet echt druk maar als je de parkeerplaats van het bezoekerscentrum bekijkt, verwachten ze toch best wat bezoekers. Iedereen rijdt het verplichte rondje en dat zorgt voor drukte, stof, lawaai. Wij zelf vonden de zelf gevonden  weggetjes leuk om rijden. Onze indruk van het zwarte gedeelte was zeer positief, mooi door het groen maar vooral aangenaam om te bezoeken want we zagen bijna geen andere toeristen. Het werd er ook een meer een waarnemen met al de zintuigen. Maar ook daar was de enige officiële wandeling slecht aangeduid.

Als we naar de steden kijken, is zeker Zaragoza zeer aangenaam, levendig, groen en veel voorzien voor kinderen in de vorm van speeltuinen. Al was het even wennen aan het Spaanse levensritme. Wat ons wel opviel was dat in de kleinere stadjes of dorpen het uitsluitend hoogbouw is en een huis amper te zien is.

Ook was het tijdstip van de paasvakantie een goed moment. We ervaarden weinig drukte. Spanje en Nederland hadden geen vakantie, Frankrijk en België wel. En de meeste camperaars die we tegenkwamen waren mensen zonder kinderen.

Onze mening over Frankrijk moeten we ook iets bijschaven. Door in dit seizoen te reizen en veel kleine wegen en dorpen te nemen zagen we een ander Frankrijk. Kleuriger, groener/frisser en levendiger.

17 april 2025

Brr dat was een frisse nacht. Bij het ontwaken was de buitentemperatuur 5°C.  Dat was even geleden. Maar ondanks de frisse nacht toch goed geslapen. Een prima plekje. Na het ontbijt met Timber even een stukje van de wandelroute “à l’ombre de l’abbaye” gestapt. Een mooi stukje. De route zelf hebben we niet gelopen want die was 25 km. En dan op pad.

De weg is niet zo spectaculair. Het kronkelt, het stijgt en daalt nog steeds maar minder. We passeren smalle weggetjes in dorpen en smalle tunnels. Onderweg zien we best wel wat oude kastelen en burchten. Ter hoogte van Martizay is het koffie/theetijd.

Niet veel later komen we in het departement Loir et Cher. Hier heerst koolzaad op de akkers maar we zien ook enkele lichtpaarse akkers. Op deze groeien Lupinen. De bonen worden gebruikt in bloem en als proteïnebron. Weer wat bijgeleerd. En voor de verandering zien we ook weer wijngaarden en de bijbehorende wijnhuizen. Van het rijden krijgt de auto dorst, dus dienen we weer te tanken.

En dan is het lunchtijd. We rijden even af de weg een klein weggetje in en zetten ons aan de kant naast enkele akkers. Dit keer met… aardappelen. Het is de eerste keer tijdens deze trip dat we ze geplant zien. In deze omgeving (Les Rasoirs) zien we ook aardbeien op de velden.

Buiten de kastelen zien we ook een molen verschijnen. Verder verloopt de rit af en toe door een wat bosrijker gebied, afgewisseld met akkers. We rijden door de departementen Eure et Loir, Normandië en Seine Martinique. En ik geniet vooral van het wolkenspel boven ons. En dan naderen we Rouen. De weg via de snelweg geeft veel file aan en we worden door de GPS omgeleid. Jammer genoeg is het op die route ook nog steeds avondspits, al gaat het uiteindelijk, na wat geduld te hebben, wel weer vlot. In Buchy vinden we de camperplek. Maar we kunnen er niet staan want de plek is ingenomen door de caravans, campers en camions van de mensen van de kermis in het dorp. We zetten ons dan maar bij enkele andere campers op de parking ervoor. Niet zo’n gunstige plek want deze ligt vlak aan de straat en ligt ook nog eens in de draaicirkel van de lijnbussen. Nog snel koken we en na de afwas wandelen we even het dorpje in. Dan is het meer dan bedtijd.

16 april 2025

Een droge nacht en lekker geslapen. Pas tegen half 8 wakker geworden. Het was nodig na de storm de nacht voordien. Na het gebruikelijke ’s morgens vertrekken we uit Labastide. Niet veel later is het tijd om te tanken en even een bezoekje te brengen aan een grote Leclerc. Er wordt nog wat eten gekocht voor de laatste dagen. We trakteren onszelf op 2 rozijnenkoeken voor bij de koffie. Dan rijden we verder. Het uitzicht is niet zo spectaculair behalve dan het wolkenspel. We passeren verschillende stadia van populierenbosjes: pas aangeplant, jong, wat ouder en ouder.

Ter hoogte van de kerk van Beaupuy houden we even halt voor koffie/thee en onze koeken. Het smaakt. Ik wandel even met Timber in het “milieu van Pascal”. Een burgemeester die een uitdaging aanging om tijdens zijn legislatuur 1000 bomen te planten in het dorp. Timber en ik lopen tussen een 20 tal verschillende, best nog jonge, bomen. Ze staan op een stevige helling van 16% daling.

Dan starten we de auto weer en na het departement van de Landes komen we door dat van Lot de Gascogne. Ondertussen staan de hellingen weer vol wijngaarden en eens we in het departement de Gironde zijn, komen we via “la route de vin Bordeaux” echt wel in de wijnstreek. Niet veel later passeren we ook nog de regio van de Medoc. Naast de vele wijngaarden zien we ook weer veel fruitbomen. Blijkbaar liggen de departementen weer dicht bij elkaar want we passeren ook even de Dordogne.

Een verplichte stop voor de trein, smallere weggetjes en bomen vol maretak brengen ons tot aan de lunch. We parkeren ons voor een gesloten college. Onderweg en in de winkel zien we dat ook in Frankrijk Pasen erg in trek is. In verschillende dorpen zijn de straten versierd met paasfiguren. In de winkels ligt er veel chocolade. Zonder veel oponthoud komen we aan in Charroux, een stadje dat net als Labastide: een  “Petite Cité de Caractère” is.

We parkeren ons op de officiële camperplaats. Nemen Timber en gaan het dorpje verkennen. We zagen bij het binnenrijden al een grote toren. De oude lantaarntoren (Tour Charlemagne) staat in het midden van een abdij.  We kunnen enkel de ruïne door een hek bekijken want de site is al gesloten en gaat pas morgen (te) laat open. De abdij ligt op de weg naar Santiago de Compostella.  In het dorp staat ook nog een overdekte markt. We wandelen voorbij de bakker en de apotheek naar de kerk. Die is echter gesloten. We passeren daarbij het huis van Robert Charroux, een Franse schrijver. Hij woonde enkele jaren in het dorp en schreef hier de meeste van zijn boeken.

We kunnen droog koken en eten en dan vallen er plots dikke druppels die even snel verdwijnen als dat ze kwamen. Nog even afwassen en dan foto’s sorteren en wat teksten typen want ik loop nog een beetje achter.

15 april 2025

Een rustige nacht werd het wel wat betreft personen. Maar wat betreft het weer was het eerder storm en regen. We werden nog net niet zeeziek in ons bed. Droog ontbijten buiten was er dit keer ook niet bij, dan maar binnen water koken en eten. Pas daarna was er een mogelijkheid om Timber uit te laten. Bij het buitenstappen zagen we dat er al enkele campers vertrokken waren en dat er vannacht nog waren bijgekomen.

Terwijl ik enkele moedige wandelaars (gepakt, met stokken en poncho’s tegen de regen) achterna ga met Timber laat Leon het dak naar beneden. En dat was dan onze laatste nacht en laatste ontbijt in Spanje. De geplande wandeling daar ging omwille van het weer niet door. Dan maar op weg.

Ook nu kronkelden we naar beneden langs Hondarriba en nemen met Irun als laatste stad definitief afscheid van Spanje en rijden rond half 11 Frantzia/France binnen. Het weer is erg wisselvallig. En op het moment dat we denken dat het beter wordt, begint het harder te regenen en er bovenop komen we ter hoogte van St. Jean de Luz van de ene file in de andere, allen door werken. We blijven de D810 en later D817 volgen. Uiteindelijk leggen we 70 km af op bijna 3 uur. Niet echt de bedoeling, wel de realiteit.

Iets na half één rijden we even van de weg af om te eten. Ter hoogte van Ste Marie de Gosse vinden we een rustig plekje. Tijd om op adem te komen. We kunnen droog eten en in de aangrenzende bosweg laat ik Timber uit.

Daarna nemen we even iets kleinere wegen om niet veel later op een autoweg terecht te komen. Het is weer beginnen regenen, dit keer eerder gieten. Het is vermoeiend rijden zo. We proberen richting Mont de Marsan te rijden. Het lukt, we vinden een slaapplekje in Labastide d’Armagnac. De eigenlijke camperplaats is een grote wei, maar we zien verschillende campers boven op een parking staan. We begrijpen waarom, de wei is nogal vochtig om niet te zeggen zompig. We vinden toch een droge plek en staan rustig zo. We laten Timber uit de auto en gaan op stap door het dorpje. We lopen eerst langs Fontaine et Le Lavoir des ‘las caneres’. Een fontein en wasplaats die vroeger werd gebruik door de vrouwen om de was te doen, lang voor de wasmachines hun intrede deden. We wandelen verder en komen zo via enkele bogen op de Place Royale. Het plein is omgeven door wandelgang onder bogen. Terwijl Leon een bezoekje brengt aan L’Église de Notre Dame luister ik in het toeristenbureau naar de uitleg over de streek en het dorpje. Het dorpje werd in 2021 als eerste in de Landes uitgeropen “Petite Cité de Caractère” en in 2011 de tweede plaats in Frankrijk dat het label Cittaslow kreeg omwille van een bepaalde manier van leven. De fiets staat hier centraal en het dorp maakt deel uit van de Europese Scandibérque fietsroute. We bekijken enkele winkeltjes met Armagnac (de oudste brandewijnsoort en typsich hier in de streek).

We kijken nog wat rond en wandelen zo stilaan weer terug naar de auto. Het is nog droog dus wordt er snel gekookt. Net op het moment dat de borden worden opgeschept, begint het terug te regenen. We eten binnen in de camper. Door de regenbui is alles goed voorgeweekt en gaat het afwassen snel. En dan is het tijd om foto’s te sorteren en wat tekst in te halen. Hopelijk werkt het internet wat mee.

14 april 2025

Nadat de Spanjaarden naar hun campers gingen werd het stil en konden we gaan slapen. Bij het ontwaken zagen we de oranje zon ook wakker worden. Hopelijk mooi weer op komst. Na het ontbijt is het ook nog even wc en vuil water lozen en drinkwater aanvullen. En dan kunnen we op pad richting kust. We willen vandaag langs de kustlijn richting Frankrijk rijden om dan toch nog net in Spanje te overnachten. We vertrekken richting Bermeo. Het weggetje stijgt en daalt en kronkelt via haarspelbochten. De bomen op de hellingen staan er mooi fris groen bij. Het uitzicht verandert niet heel veel tot we dan plots de zee zien. Vanaf daar gaat het naar het strand van Laida. We komen aan de parking en aan 2 van de 3 ingangen staat een hoogteboom die 2 meter aangeeft. Daar kunnen we dus niet parkeren. Gelukkig is er ook nog een 3de ingang waar de hoogteboom is afgebroken. We parkeren en wandelen naar het strand. En enorm strand zowel volledig droog als deels met plassen ligt voor ons.

Timber vindt het heerlijk om op het strand te rennen en wij wandelen richting water. We redden dat niet want de zee ligt behoorlijk ver. Maar het is wel fijn wandelen. Aan de auto is het weer koffie-/theetijd. De weg naar Cabo Ogoño, een uitzichtpunt, is afgezet met paaltjes, daar geraken we dus niet.

De weg van Bermeo naar Laida gaat door een natuurgebied Urbaidai Biosfeer. Na het strand passeren wij het bezoekerscentrum. We willen de informatieborden bekijken maar alles is in het Spaans of Baskisch. Niet echt duidelijk dus. We rijden dan maar verder. De bedoeling was om langs de kust te rijden, jammer genoeg liggen er heuvels tussen en kunnen we van de kust maar sporadisch stukken zien, maar deze die we te zien krijgen zijn wel mooi. Nog steeds rijden we over kronkelende bergweggetjes. We lunchen ter hoogte van Lekeitio. Het vinden van een parkeerplek is niet zo eenvoudig. We zien parking 2 en 3 liggen maar deze hebben ook een hoogteboom. We lunchen dan maar op de parking voor autobussen. Bij het wegrijden zien we dat parking 1 bedoeld is voor campers.

Het is ondertussen weer tijd geworden om te tanken. Naast het tankstation is een winkel, die we dan ook maar een bezoekje brengen en er de nodige inkopen doen. We kunnen weer verder. We hebben het al begrepen in de kuststadjes zijn campers niet gewenst. We willen nog een paar keer naar een uitzichtpunt gaan maar mogen zelfs de dorpjes niet meer in. We begrijpen wel dat de stadjes niet willen dat campers er overnachten maar vinden het jammer dat we er overdag ook niet terecht kunnen. Net als alles begint te vlotten, botsen we in Deba op een wegversperring. De weg is afgesloten. Dan maar de omleiding volgen. Dit kost ons bijna drie kwartier en hierdoor moeten we afwijken van de kust. Iets voor Zarautz komen we terug op de kustweg. Zo kunnen we verder richting, of liever voorbij, San Sebastian. We rijden dan misschien niet veel langst de kust maar komen wel langs dorpjes of stadjes met gekke namen: EA, AIA, LOIOLA, ORIO, AIZARNAZABAL. Net als de laatste dagen zijn de namen ook in 2 talen weergegeven op de verkeersborden. Onderweg merken we dat deze streek ook erg populair is bij fietsers. Er zijn mooie fietsroutes aangeduid. We komen vele moedige mensen tegen die op hun tweewieler de hellingen trotseren.

En dan komen we in de buurt van San Sebastian. We willen de avondfile vermijden en rijden niet door de stad. We kronkelen omhoog om zo de stad te ontwijken. Uiteindelijk moeten we toch een klein stukje dichter bij de stad komen. Daar is het file ten gevolge een ongeval. Een omleiding volgt. Gelukkig dit keer maar een paar minuten. Via een prachtig weggetje komen we op de camperplek aan. Een erg mooie plek met aan de ene kant zicht op de Golf van Biskaje een aan de ander kant zicht op de bergen en dus Frankrijk. Het is blijkbaar een erg geliefd plekje. Niet alleen voor vele camperaars maar ook door de Franse jeugd om hier met veel lawaai en muziek zich bezig te houden en zo de rust te verstoren. Het is hier ook een komen en gaan van motards. Ook Spanjaarden komen hier even enkele minuten om dan weer te vertrekken. Om tot rust te komen niet de meest geschikte plek en voor mij toch iets te veel prikkels. Het weer is gelukkig prima en we krijgen voor het eerst sinds lang nog eens een mooie zonsondergang om te bewonderen. Hopelijk komt er snel wat rust en wordt het toch een rustige nacht.

13 april 2025

Rustig geslapen maar bij het ontwaken hangt er een stevige mist over de heuvels rond de stad. Ik laat Timber uit en wandel naar het kruisbeeld dat vlakbij staat. Dat is wel gepast op palmzondag vind ik. We doen het gebruikelijk bij en na het ontbijt en vertrekken richting Bilbao. Via smalle straatjes, kleine dorpen, gele kool-/maanzaadvelden rijden we in de regen, eerst lichte daarna gietende. We verlaten Navarra ter hoogte van Ataun en komen in Gipuzkoa terecht. Een bosrijk gebied met net als de vorige dagen slingerende weggetjes.

We rijden onder hoge bruggen door, trotseren bergen via tunnels om dan in de mist en regen Bilbao binnen te rijden. Onderweg komen we nog vele fietsers tegen die ondanks de regen aan een georganiseerde tocht bezig zijn. Ze worden begeleid door politie, motards en wegkapiteins. Gelukkig moeten we er niet door omrijden. We komen dan aan boven in de stad. We willen ons parkeren op de parking aan de Basilica Begoña maar vinden geen plek. Dan maar op achter aansluiten bij de auto’s op de busstrook voor touringcars. We lunchen in de auto omwille van de regen en als we bijna klaar zijn, zien we verschillende auto’s wegrijden van de parking. De kerkdienst is afgelopen. We keren de auto en vinden toch een plekje op de parking. Het is zondag en we hoeven niet te betalen. Jassen en regenbroeken worden aangedaan en we gaan op pad richting de kathedraal. Dat betekent de helling af via vele trappen. We komen aan op een plein vol restaurants. Het is er druk. We lopen door de straten richting de oude stad. De huizen zijn hier weer totaal verschillend met deze van Pamplona.

Kleurrijk ook, vele versierd met bloemen, maar een totaal andere stijl. Ze ogen chiquer. Uiteindelijk komen we aan bij de kathedraal. Leon gaat als eerste naar binnen en betaald het ticket voor deze kerk en de inkom voor de San Antxon wat verder in de stad. Terwijl ik sta te wachten gaat mijn regenbroek al uit. Het is opgehouden met regenen en best warm geworden. Leon komt buiten en zegt dat het 9 euro inkom is. Ik ga naar binnen en dien 10 euro te betalen. Blijkbaar kreeg Leon het reductietarief jonger dan 65 jaar. Oeps. De Santiagokathedraal is indrukwekkend. In de vele nissen vind je telkens een ander beeld of verhaal die in de loop der jaren werden aangebracht door pelgrims. Deze kathedraal ligt op de route naar Santiago de Compostella. Dit kan je zien aan het blauw/ geel icoontje dat je tussen de straatstenen terugvindt. Kleurrijke glasramen versieren de kerk. Het altaar is van beton en heeft 12 poten die refereren naar de 12 apostelen. De lezenaar heeft 7 poten verwijzend naar de 7 zaligheden. Vermits het palmzondag is, vinden we in verschillende kerken een versierd kruisbeeld terug, vaak met echte palmbladeren. Achter het altaar bevindt zich de stoel voor de bisschop. We kunnen ook een kijkje nemen in de sacristie. Hier vallen vooral de donker houtsoort en het blauwe plafond op. De tentoongestelde kazuifels en zilverwerk zijn de moeite om te bekijken. Vanuit de sacristie wandel je in een kleine kloostertuin met citroenbomen en een kleine fontein. Een bezoek zeker waard.

Door de smalle straatjes wandelen we richting de andere kerk. We passeren de Mercado de la Ribera of de grootste overdekte versmarkt van Spanje en Europa. Jammer genoeg is het zondag en is het drie verdiepingen tellende gebouw niet open. Enkel de pinxtosbarretjes op het gelijkvloers zijn open. We slagen er toch in om wat foto’s binnen in het gebouw te maken.

Langs de achterkant van de overdekte markt komen we aan bij de Iglesia San Anton/Antxon. Terwijl Leon naar binnengaat, gaat bij mij mijn jas uit. Het is echt aangenaam geworden van temperatuur. En dan ga ik naar binnen. Ik vind het een bizarre , wat donkere kerk. Met voornamelijk schilderijen. Ook achter het altaar. Deze zijn ten gevolge van de belichting moeilijk te fotograferen. Glasramen en de inkomdeur zijn dan weer erg kleurrijk. Toch de moeite om te bezoeken.

Terwijl we van de markt wegwandelen nemen we wat foto’s van de brug.

Achteraf bedenken we dat dat misschien niet de brug was die bedoeld werd in de toeristisch informatie. Via vele straten en gesloten gebouwen lopen we stilaan richting het Guggenheimmuseum.

We passeren het station maar nemen ook in de inkomhall even een kijkje. Verder geraken we niet want dan heb je een ticket nodig.

Dan steken we een brug over naar het Theater en het plein ervoor. Ook dit is op zondag gesloten.

En dan vinden we het tijd voor een vieruurtje en trakteren we onszelf op een ijsje bij Tostadero Nossibe. Dit ijssalon is door Lonely planet geklasseerd bij de 10 beste van de wereld. Leon gaat voor limon en mango in een potje. Ik kies voor dulce de leches en chocolate blanco op een superlang hoorntje. Het ijs is hemels lekker. Het geeft ons weer wat energie voor het verderzetten van onze wandeling.

Na ruim anderhalve kilometer wandelen komen we aan bij het Guggenheimmuseum. Voor het museum staat een metershoge kat opgemaakt met bloemen. Ook al zijn er al wat bloemen verwelkt het is erg mooi gemaakt. Het museum zelf is één van de meest bekende musea in Europa, misschien wel in de wereld. De buitenkant is opgemaakt uit titaniumplaten in golven en abstracte vormen. Het is een museum voor moderne kunst. We kunnen de binnenkant niet bekijken omdat honden niet zijn toegelaten maar de buitenzijde is best spectaculair. We bekijken het langs alle kanten en genieten ook nog van de bijzondere brug naast het museum. We eindigen onze rondwandeling met de achterkant langs het water. Daar zien we vele straatverkopers. Het is de eerste stad waar we er zoveel zien. In de andere steden waren het er maar enkele die langs de restaurants liepen.

Dan is het tijd om terug richting auto te wandelen. Dit keer passeren we ook een witte brug. De Zubizuribrug. Een witte boogbrug over de rivier de Nervión.

Op onze terugweg zien we ook nog verschillende monumenten en beeldhouwwerken in de stad. En dan zijn we terug bij de auto. Zetten Timber er even in en wandelen naar de Basilica Begoña. Deze kerk ligt, zoals gezegd, boven op de heuvel van de oude wijk en is gewijd aan de Maagd van Begoña. Aan de ingang liggen 2 hopen groene bladeren. Het is toch anders dan de palm bij ons. Mensen nemen daar enkele van of enkele bossen van en nemen deze mee in de kerk. Bij het binnenkomen komt er toch even een whow uit onze mond omwille van het goud achter het altaar. We dienen snel een rondje door de kerk te maken want de kerkdienst gaat beginnen.

Na het bezoekje aan de kerk wandelen we richting een restaurant. Dit is gelegen in een hotel. We zien op straat 4 gepantserde politieauto’s staan, enkele politiemotards en nog wat politie-auto’s. Terwijl we het hotel inwandelen bedenken we ons dat het misschien voetballers kunnen zijn want we zagen in het centrum heel veel supporters van Atletico Bilbao over straat lopen. Terwijl we in de foyer staan, passeren er inderdaad en hele boel voetballers. Ik maak wat foto’s. Met de hulplijn thuis weten we dat het de spelers van Rayo Vallecano uit de regio van Madrid zijn. Ze spelen die avond tegen Bilbao. (Bilbao won met 3-1). Het restaurant gaat pas laat open, dus we wandelen terug naar de auto.

We verlaten de toch wel boeiende stad en rijden naar Mungia waar we een camperplekje vinden. We staan makkelijk maar achter ons tetteren enkele Spanjaarden tot laat in de avond. Vermoeiend na een drukke dag in de stad. Na een stevige kom tomatensoep met balletjes is het bedtijd.

12 april 2025

Voor een stad is dit een redelijke plek. We konden rustig slapen zonder al te veel nachtlawaai. Iets over 7 uit bed. Het is best fris dus we voorzien ons op een mindere dag. Jassen in de rugzak, lange broek voor mezelf. We trekken richting Pamplona. Ook deze keer wordt het eerst een wandeling van 4 km tot de stad. Parkeren in de stad is duur, vaak zijn de straten voorbehouden voor bewoners om er te parkeren en de parkeergarages zijn niet hoog genoeg. Gelukkig is het dit keer een mooie wandeling tussen groene bermen naast de spoorweg. Het voordeel van zo te voet een stad binnen te wandelen is natuurlijk wel dat je ook door de buitenwijken loopt. Eens aan de oude stad aangekomen botsen we letterlijk op de stadswallen. We wandelen langs smalle straatjes richting de kathedraal en passeren eerst het Archivo de Navarra. De portier opent net de deur en laat ons het grote maquette van de stad zien.

We wandelen verder en staan versteld van de mooie gekleurde huizen die we in de straten zien. Dit hadden we niet verwacht, tot nu toe waren ze eentonig beige/bruin.

Aangekomen bij de kathedraal is het eerst de beurt aan Leon. Er zit nog niemand aan het loket voor een ticket. Terwijl ik sta de wachten met Timber komt er uiteindelijk wel een dame voor het loket. Eens Leon buiten is, is het mijn beurt maar het is nog geen half elf, dus ik mag niet binnen. Ik vraag waarom anderen wel binnen mogen gaan zonder ticket. Uiteindelijk mag ik me een ticket aanschaffen (3 euro) en krijg ik toegang. Terwijl ik rustig rondloop, bewonder ik het vele goud in de kerk. De Santa Maria de Real is een 15de eeuwse kathedraal met een neoklassieke voorgevel. Mijn ticket geeft me ook toegang tot het gotische klooster. Mooie grote gangen om een goed onderhouden kloostertuin leiden me naar enkele kamers sommigen met een prachtig houten vloer. Wat een voorrecht. Later bij onze wandeling op de wallen, zien we hoe de kathedraal hoog boven de stad uitsteekt.

Van de kathedraal op weg naar de arena bezoeken we nog de Iglesia San Augstin. Wat ons al een paar keer is opgevallen in de afgelopen dagen, is dat het moeilijk is om een mooie foto van een kerk te maken omdat deze heel vaak omringd of ingesloten worden door huizen. Dit is ook nu weer het geval. We bezoeken de kerk om beurten. De kerk is soberder dan de kathedraal maar toch ook nog best mooi.

Dan lopen we echt tot aan de arena. Voor de ingang staat een groep nationalisten met vlaggen. We horen ze een strijdlied zingen. We kunnen iets naast de grote ingang naar binnen in de arena. En… Timber mag mee. We betalen de inkom (8 euro pp) en krijgen een QR-code voor een audiorondleiding in het Nederlands. We starten met een video die ons meeneemt naar de Ferio del Toro ofwel de stierenloop door de straten van de stad. Dit tijdens de San Ferminfeesten in juli. Het is best imponerend om te zien. Na de video opent zich een gordijn en sta je aan de rand van de arena. De rondleiding werd onderverdeeld in 3 grote blokken, dus eerst de video, dan het deel over de stieren en deel 3 gaat dan over de matador. Overweldigend groot is de arena, we worden er even stil van. Hier krijgen we te horen dat achter de houten wand de belangrijkste mensen van de matador staan in de “gang”. De arena heeft verschillende soorten zitplaatsen, al dan niet overdekt en de prijs is ook nog eens afhankelijk of je in de zon of in de schaduw zit tijdens het spektakel. De duurste plaatsen waren deze in de onderste ring. Als we door de eerste poort gaan zien we aan de zijkant betonnen muurtjes met kijkgaten. Hier kan de assistent schuilen als er iets mis loopt met de stier. Je hoeft niet al te dik te zijn om er achter te kunnen.  Even later komen we door de verschillende soorten stallen. Deze waar de stieren wachten. De eigenaars van de stieren brengen eigen voedsel voor de stieren mee, zodat het de stieren aan niets ontbreekt. Via stereoviewers krijgen we een kijkje in de stal. We nemen door de kijkers enkele foto’s. In de stal waar de stieren wachten voor ze de arena ingaan wordt een film getoond over het leven en opgroeien van de stieren op het platteland. Ook hier proberen we foto’s te maken. Een laatste zaal, de stal waar er normaal gezien een 40-tal paarden wachten tijdens de echte stierengevechten, is zo opgebouwd dat we daar op schermen het klaarmaken van de matadors kunnen zien. De plaats na deze stal is in feite een binnenplaats zoals je ze vaak ziet in Spanje. Hier wacht de matador met zijn entourage. Er is ook een verzorgingspost en een kapel. Naast de kapel konden we de kledij van de matadors bewonderen. De kostuums zijn vaak bezet met gouddraad. We zien ook de hoeden van de toreros, picadors…maar ook de schoenen en de sokken. In de kapel trekt de matador zich terug enkele minuten voor het binnengaan van de arena. Hij bidt hier tot Onze-Lieve-Vrouw Van Smarten van Pamplona of tot de Maagd van La Macarena. Hier legt hij bidprentjes neer op het kleine altaar. In de hall zien we ook de capes die worden gedragen bij de openingsceremonie. En dan krijgen we toegang tot het middenplein. Het zand van het plein is in de meeste arena’s geel maar dat van Pamplona is wit, het moet een betere afwatering hebben en in staat zijn om veel vocht op te nemen want in Pamplona regent het veel. Daags voor de San Ferminfeesten wordt alle zand vervangen. Er zijn ook jongens die tijdens de gevechten het zand terug oprijven. Wanneer wij op het middenveld staan is de matador die aan het oefenen was, even aan het rusten. Bij het binnenkomen van de stad zagen we kunstwerk van stieren: dit is de beginplek waar de stieren worden losgelaten bij de stratenloop. Een deel van de hekken die er staan om de toeschouwers te beschermen staan nog op de straat. Op de grond zie je op vele plaatsen in de stad putdeksels om nog hekken te zetten. Het was een indrukwekkende rondleiding. We zijn niet voor de stierengevechten zelf maar het was interessant om te weten te komen hoe de traditie is en wat er leeft rond Pamplona. Meer dan de moeite waard dus.

Na de rondwandeling in de arena beginnen onze magen een beetje te knorren. We wandelen richting Calle Estafeta op zoek naar een tafeltje. We zijn duidelijk niet de enigen. Het is er erg druk en het meeste is volzet of zijn barkrukken aan tafeltjes wat niet handig is met Timber. We loodsen Timber door de drukte en komen uit op een centraal plein: Plaza del Castillo. Net als in Tudela staat hier en muziektent in het centrum. Omgeven met bloemen en fontein(en). Ook op het plein heerst een zekere levendigheid. Het is er een komen en gaan bij de vele restaurants en bars. Bij Café Iruña is het erg druk. Dit café is dan ook het bekendst op het plein en was een geliefde plek voor Hemingway. Op dit plein is het dus op zaterdag niet waar wil ik eten maar eerder waar kan ik eten. We vinden een plekje bij El Quiince Plaza en bestellen de menu. Als voorgerecht kiezen we beiden de vissoep, als hoofdgerecht de vis van de dag. Leons dessert is  curd (soort yoghurt) met honing en walnoten, het mijne is custard met een Mariakoekje. Het smaakt. Ondertussen stroomt het terras erg vol. Het is duidelijk een gewoonte om op zaterdag met de hele familie te gaan eten.

Na het eten lopen we verder door de straten aan de andere kant van het plein. We passeren vele mooie en indrukwekkende gebouwen en kerken maar deze zijn rond deze tijd van de dag gesloten. Jammer. Toch zijn de gebouwen ook aan de buitenzijde meer dan de moeite om te zien.

Aan de achterkant van de kathedraal wandelen we verder naar Rincòn del Cabalo Blanco (de hoek van het witte paard), één van de rustigste plekken van de stad. Als we over de stadswal kijken zien we oude fundamenten liggen. Vanaf hier wandelen we verder over de stadswallen. De vergezichten over de stad zijn de moeite. We passeren zo het Fortin de San Bartolomé, het fort van Bartolomé. We kunnen enkel een blik werpen door de tralies want het is op dat moment niet toegankelijk.

Van hieruit wandelen we naar het Monumento al Encierro ofwel het monument van de stierrenrennen. Het is het bekendste beeldhouwwerk van de stad. We komen op onze wandeling door heen de stad en gespreid over de dag vele andere beeldhouwwerken en monumenten tegen.

Aan het einde van de winkelstraat nemen we bij Taberna ons vieruurtje. Het bakkertje heeft allerlei lekkers. Ik bestel een koffie en thee en 2 verschillende gebakjes. We delen zodat we elks beide kunnen proeven. Ze zijn erg lekker. Vakwerk.

Eens we weer op pad zijn en er stilaan aan denken richting auto te wandelen zien we dat de Basilica San Ignacio open is. We brengen ze om beurten een kort bezoekje.

Om dan verder te wandelen naar Parque de la Taconera. Een erg mooi park wat deels wordt vormgegeven door de stadswallen. De bloemperken zijn mooi van kleur. Het park is erg stijlvol, het is fijn om er even te wandelen na de drukte van de stad. Er is ook een deel van het park waar pauwen, eenden, ganzen, zwanen en kippen vergezeld van vele hanen, heerlijk kunnen rondscharrelen of zwemmen. We zien kleine eendjes in het water en kleine gansjes op het gras. Dan vatten we de terugweg naar de auto aan.

Aan de rand van de stad zien we nog een kerk, en ze is open: Parroquia El Salvador. Nog snel een kijkje nemen binnen vooraleer een dienst gaat beginnen. Via een andere weg komen we dan terug uit op de wandel-fietsweg richting auto. Daar aangekomen is het tijd om even op adem te komen en alvast de foto’s te sorteren. We zitten nog even rustig buiten tot het iets na zevenen erg donker begint te worden. Een klank- en lichtspel volgt met een boel regen. Tussen de buien door even Timber uitlaten en dan is het bedtijd.9

12

11 april 2025

Wakker geworden van een koffiemolenbrommertje dat door de straat reed. De hele nacht verlichtte de straatlantaarns op de camperplaats de camper, dat is niet zo prettig slapen, maar hoort erbij. Bij het ontwaken is er nog een mooie zonsopgang maar niet veel later komen er donkere wolken.

Vandaag gaan we de laatste 2 officiële routes van de Bardenas rijden. We vertrekken en komen vrij snel op de eerste route. Maar vooraleer we daarop verder rijden, nemen we een korte omweg naar een kapelletje. De omweg gaat eigenlijk wel door een boerderij, oeps. Ermita de Santa Lucia is een kleine kapel. Jammer genoeg gesloten maar door het traliehek kunnen we naar binnen kijken. De tuin en de omgeving rondom zijn netjes en mooi: versierde tafeltjes en banken, stenen om de olijfbomen, kruiden en agaven. Na een kort bezoek starten we dan echt met de route.

De dreigende lucht geeft toch weer andere beelden dan dat we eerder zagen. Het eerste deel van de route valt net buiten het natuurpark maar dan rijden we toch weer door de echte Bardenas.

De route eindigt op de NA-125. We nemen deze richting Arguerdas. We moeten hoognodig tanken en hopen op een winkel. We kunnen uiteindelijk in Arguedas tanken, de man van het tankstation vindt het een mooie auto. Zijn vader had er een korte. Na de tankbeurt nog even naar het bezoekerscentrum voor een nieuwe kaart van de omgeving want de andere is een beetje verfrommeld geraakt. Wanneer we verder rijden passeren we de eerdere slaapplek aan het kerkhof. We vermoeden dat de eigenaar van de fabriek ernaast de vele campers beu is want er wordt een hek gebouwd en momenteel is een deel met rood/wit lint afgesloten. Op de eigenlijke plek staan er nog een tiental campers.

Net na Arguedas klimmen we omhoog en volgen de weg richting Senda Viva. We komen uit bij Ermita de la Virgin del Yugo. Deze iets grotere kapel kunnen we enkel bezichtigen achter tralies. Gelukkig komt er iemand aan die de lichtschakelaar weet staan zodat we ze ook verlicht kunnen zien.

Het is toch de moeite. Het uitzicht is mooi, ondanks de dreigende lucht. We besluiten om op de parking koffie en thee met koek te nemen en Timber krijgt ook een wandeling. En dan volgt echt de allerlaatste route. Hier merken we dat er grote plassen op de akkers staan en dat het er toch recent geregend heeft want ook de wegen zijn vochtig met hier en daar plassen. We passeren nog een solarpark en een windmolenpark en laten dan de Bardenas achter ons. Het bleef er droog.

Vanaf daar rijden we over de N-121 richting Olite. Dit stadje werd aangeraden bij een bezoek aan Navarra. Er was in de Romeinse tijd al een vesting en die werd later omgebouwd tot een monumentaal paleis. Olite blijkt ook een echte wijnstad te zijn. We parkeren onze auto aan de voet van de Iglesia San Pedro. We beklimmen de trap er naartoe maar de kerk blijkt gesloten. Voor de kerk ligt een nieuw aangelegd pleintje. We lopen terug naar de auto, lunchen en nemen dan ook Timber mee voor een toertje door de stad. Er zijn vele smalle straatjes.

Op sommige huizen kan je wapenschilden zien. We genieten van de authenticiteit van de stad, passeren nog een kerk: Iglesia de Santa Maria la Real. Deze ligt direct naast het paleis en lijkt er mee vergroeid maar is ook gesloten. Het plein voor het paleis wordt versierd door 2 rijen bloeiende kerselaars. Mooi. In het kasteel zijn honden niet toegelaten daarom besluiten we om wat later terug te komen zonder Timber. Eens terug aan de auto zeten we Timber in zijn bench en wandelen naar het kasteel. Betalen de inkom en wandelen de route door het Palacio Real de Olite en beklimmen de torens. Het zijn er verschillende. We krijgen mooie verzichten over de stad. Jammer genoeg begint het stilaan te druppelen terwijl we door de torens en zalen lopen. In 1 van de zalen is de gehele restauratie uitgelegd. Knap werk wat daar is gebeurd om van de ruïne dit “nieuwe” paleis weer op te bouwen. Boeiend om te zien. Na de rondwandeling begeven we ons door de druppels opnieuw naar de auto.

We verzetten de auto enkele straten en gaan er naar de winkel. Dit keer wel bananen en komkommer. We kunnen weer voort en verwachten morgen in de buurt van Pamplona wel een grotere zaak te vinden.

We stellen de gps opnieuw in en vertrekken richting Pamplona, we vermijden snelwegen. Bij het buitenrijden van Olite zien we de wijngaarden en de wijnhuizen. Verder wordt het geen boeiende rit want het regent nog steeds. Als we de stad inrijden, merken we dat dit de grootste stad van Navarra is. Veel hoogbouw in de buitenwijken. En we komen in de vrijdagavondspits de stad binnengereden. Gelukkig is het er niet zoals in Antwerpen en staat alles goed aangeduid. We vinden een camperplek net buiten de stad. Rondom de straat liggen moestuintjes en voor ons een nieuw aangelegd wandelterrein. Links van ons ligt een bos op de helling.

De regen neemt langzaam af en we kunnen buiten koken en eten. Timber laat ik uit in het bosgedeelte maar dan wordt duidelijk wat regen met de grond doet en hoe je schoenen er dan uitzien als je er doorloopt. Aan het natte gras kan ik het slijk afvegen en we lopen nog even over de nieuwe paadjes. Dan zetten we ons in de camper.

10 april 2025

Zalig rustige nacht en tot 7u15 geslapen. Ontbijt volgens vast stramien. Het weer is duidelijk een beetje anders de voorbije dagen. Erg bewolkt en de zon heeft moeite om er door te komen. We vertrekken van de camperplek naar de camperplaats in het centrum. Daar lozen we de wc en het vuile water en vullen het drinkwater weer aan. We kunnen weer verder en hoeven ons vanavond geen zorgen te maken. Het doel vandaag is Bardenas Negra in het zuiden van de Bardenas. Het zwarte stuk is meer begroeid niet alleen met struiken maar ook met bomen. Het zwart is eigenlijk meer grijs. Terwijl de rotsen in Bardenas Blanca voornamelijk oker en roodachtig zijn, is het hier dus grijs en rood. Maar eerst moeten we er geraken.

Vanaf het centrum vertrekken we naar de Bardenas en dan meer bepaald de ingang ter hoogte van El Paso. Daar hadden we een straat/weg gezien waar geen verbodsbord bij stond en die officieel naar een slaapplaats zou leiden. Het weggetje had zelfs een straatnaam. Een singleroadtrack kronkelend tussen de akkers. Buiten 2 boeren op het werk op hun akker zagen we niemand. We vinden het een prima weggetje en genieten van de weg en het uitzicht. Aan het einde van de weg, net voor we de eigenlijke weg opdraaien zetten we de auto stil. Achter ons staat een bord dat je de straat niet in mag. Maar wij staan er gelukkig met ons kont naartoe gericht.

Op dat moment stopt er een auto van de Guardia Civil. De agent achter het stuur gebaart ons dat we daar weg moeten. We rijden er af en zetten ons op de eigenlijke baan. Zij zetten hun auto naast de onze en stappen uit. Raampje naar beneden. En 1 agent begint in het Spaans dat we daar niet in mogen en dat daar een bord staat. We vragen of we Engels mogen spreken. Dat kan, zeggen dat we de auto van de weg hadden gezet en dat we op de kaart aan het zoeken waren hoe we op een andere plek zouden kunnen geraken. Hij pakt de kaart, zegt dat die niet deugd maar helpt ons toch een beetje op weg met de melding dat we dan een stuk uit Navarra moeten en door Aragon rijden wat voor hem niet belangrijk was. Netjes rijden we de aangegeven route, worden nog een tijdje achtervolgd maar komen dan aan op een weg die ons wel naar de Bardenas Negra leidt.

Onderweg zien we langs de randen van de akkers een betonnen irrigatiesysteem, we komen het in dit stuk meerdere keren tegen. Het eerste stukje is nog door Navarra hier worden we verwelkomd door een grote roofvogel. Het stuk door Aragon is echt de moeite. Langs een grindpad klimmen we naar de top. Niemand zien we op 3 motorrijders na en een wandelaar terwijl we staan te lunchen. Leon haalt zijn hart op met door de plassen te rijden en het betere stuurwerk uit te voeren om niet in de greppels of de diepe sporen te rijden. Heerlijk zo’n weggetje. En dan vonden we dat van eerder al een topweg. Wat een ander landschap ook. De bomen, het groen, de kruiden. Hier in dit stuk kan je alles beleven met geur van de kruiden: (citroen-)tijm, rozemarijn,…. Zalig. Na de lunch maken we wat foto’s van de bloemen daar in de buurt. En zien dat maretak ook weelderig kan groeien in naaldbomen. We rijden verder en bereiken uiteindelijk Sancho Abarca Sanctuary. Op het plein voor de huizen zetten we onze auto. Bizar: een grote parking, verschillende tafels en banken en vuilbakken maar niemand te zien ook al is er een hotel en een bar. Ook bevindt zich daar een kerkje maar dat is niet open. We rijden een klein beetje terug naar beneden en zetten onze auto op een parking aan het begin van enkele wandelingen.

Ook hier lijkt er in lange tijd niemand geparkeerd te hebben, dat merken we aan de hoogte van het gras in de parkeervakken. Het zijn allemaal korte wandelingen dus combineren we ze en krijgen ze een beeld van de omgeving. Erg mooi. Een gier komt ons gezelschap houden hoog in de lucht. Op de parkeerplaats eten we onze appel en kijken we hoe we naar Peña del Fraile kunnen geraken. Het is niet de bedoeling om dezelfde grindweg te nemen. Het wordt nu een slingerbaantje in asfalt. We bereiken de plek, doen onze stapschoenen weer aan en vertrekken op de wandeling. Het gaat op en neer en op sommige plaatsen is het duidelijk dat de regen het pad wat wegspoelde maar het is goed te lopen. Ook hier weer een totaal ander landschap en is er een duidelijk zicht op het kleurverschil in de rotsen. Weer adembenemend mooi. We lopen verder tot we bijna aan de top zijn. Achter ’t hoekske zouden we er zijn maar dan vallen de eerste druppels en wordt de lucht boven ons erg donker en steekt er een koude wind op. Vermits regen de ondergrond in modder doet veranderen en er een paar moeilijkere stukken bij zijn, besluiten we om terug te keren en niet verder te gaan. De lucht daar op dat punt blijft erg donker maar wij komen droog en zonnig weer aan de auto aan.

Tijd om een camperplek te gaan zoeken. Maar eerst moeten we de herder met zijn kudde de straat laten oversteken. Een kudde van zeker 200 schapen en 20 tal geiten aangevoerd door 3 borders en een herder (al dan niet in zijn auto). Boeiend schouwspel. Dan op weg naar Fustiñana, daar is een camperplaats. In het dorp vinden we ook nog een winkel. Bananen zijn er niet: mañana. We vinden iets dat op brood trekt en nemen wat tomaatjes en mandarijntjes mee. Ook komkommer is er niet. Dan vinden we de parkeerplek en zetten ons voor de nacht. Onder het citaat van Bompa zaliger “ge moet niet koken, bakt maar een ei” wordt het een snelle hap met tortilla, ei en veel groenten. Omwille van de harde wind brengen we het laatste uurtje toch maar in de camper door. Het was weer een avontuurlijke dag. Een prachtige omgeving.

9 april 2025

Kwart over zes staat de wekker. We willen vandaag gaan wandelen en hopen zo de warmte voor te zijn. We maken ons klaar, Timber krijgt een korter rondje en we lopen een beetje vertraging op omdat het water niet wou koken. We vertrekken iets voor half negen richting Bardenas. Daar ziet Leon een mooi weggetje en slaat het in. We volgen het een tijdje maar komen uit bij een boerderij, wat niet de bedoeling is. We rijden dan maar terug en vinden uiteindelijk wel het weggetje van waar volgens Komoot een wandeling zou vertrekken.

Op de kaart die we kregen staan amper wandelingen, je kan wel de mountainbikeroutes volgen als je wil. Omwille van de lage zon krijgen we toch andere beelden van de rotsformaties dan de dag voordien. We parkeren onze auto aan de kant van de weg, doen onze stapschoenen aan, nemen de rugzakken en gaan, ruim een uur later dan voorzien, op pad. Een beetje onduidelijk hoe de wandeling start, maar we vinden de weg. Lopen een parallel aan een uitgedroogde rivierbedding, daarna langs een akker en zelfs dwars over een andere. Uiteindelijk vinden we een mooie wandelweg en gaan verder. Timber laten we loslopen gezien er hier niet al te veel wilde dieren zijn en ook geen andere wandelaars. En dan wijst de weg naar boven in een kloof. We zijn dan omgeven door okergele rotsformaties. Het eerste deel gaat goed. Dan zien we een betonnen trap die tegen de helling naar boven gaat. Maar een deel van de treden is verschoven of gekanteld door de erosie of de kracht van het water. Dapper klimmen we naar boven. Leon houdt Timber bij, ik ga eerst een stuk naar boven. Dan volgt Timber tot bij mij en dan volgt Leon. Zo gaan we in stukjes soms op handen en voeten naar boven. Het uitzicht op de top is de moeite. Dan zoeken we de weg naar beneden vanop de top, die vinden we niet. Dan maar terug langs de scheve treden of rand naar beneden. Zelfde volgorde, al doet Leon hier ook een beetje aan textielbremsen. Af en toe komt hij ook op zijn bibs naar beneden. Als ik naar beneden ga en Leon is nog met Timber hogerop, piept Timber (niet bij het naar boven gaan). Zou hij ook wat hoogtevrees hebben? Op het lager gelegen plateau gaat de weg verder maar ook daar houdt hij op. Ik klim nog even naar boven om te zien of de weg daar verder gaat maar daar stopt alles in een kom. Dan maar weer naar beneden klauteren. Uiteindelijk moeten we de gehele kloofrand terug omlaag. Weer in stapjes komen we alle 3 veilig daar. Ondertussen schijnt de zon volle kracht en smeren we ons nog eens extra in.

 Vanaf hier kunnen we een andere weg naar de auto nemen. Wat een avontuur, wat een belevenis, wat een grenzen (h)(v)erleggen. We zijn trots op onszelf en vonden het geweldig. Stoffige broeken en schoenen nemen we er graag bij.         

Eens bij de auto is het schoenen uit en op weg naar een schaduwrijk plekje om te lunchen. We kunnen de auto zo zetten dat we aan de “tafelkant” in de schaduw zitten. We kleven de zonnewering op de ramen en zo blijft het redelijk koel in de auto. We begrijpen ineens waarom er een siësta wordt gehouden. Rond 15u rijden we richting El Paso. In het Noordelijk deel van de Bardenas: La Blanco Alta genaamd. Het is hier groener, er staat ook volop tijm in de bermen in bloei en natuurlijk ook distels. We maken hier langs een mountainbikeroute nog een korte wandeling. Zetten ons nadien in de schaduw en eten onze appel.

Tijd voor een overnachtingsplek te zoeken. We vinden er één in Carcastillo. Niet deze in het dorp maar erbuiten. Via een grindweg bereiken we een recreatieplek aan de rivier. Voor een gewone camper is de weg niet echt bereikbaar, wij vinden het meer dan oké.  We rijden zelfs voorbij een stuk waar onlangs een stuk rots naar beneden kwam. Het is hier rustig op het water van de stuwdam na en enkele kwetterende vogels. Na het eten kunnen we ons aan de picknicktafels zetten om de tekst te typen en van de foto’s te genieten. Terwijl de maan door de bomen schijnt en de zon gaat slapen, maken wij ons klaar voor de nacht.