Bij het ontwaken bleek dat we nog een extra buur hadden gekregen. Na het gebruikelijke nog even snel naar het centrum van het dorpje voor een sanitaire stop en afscheid te nemen van de onvermoeibare gemeente-arbeiders (de robotgrasmaaiers). Meteen na de start zaten we op de Margrietroute en ging het eens het dorp uit vrij snel met een stevige klim en veel bochtenwerk richting onze volgende stop. Blijkbaar kwam de Tour de France voor rit 3 door deze regionen. Overal op de grond stonden aanmoedigingen. Vooral voor Cort (bolletjestrui toen, Asgreen en Vingegaard). Soms waren het kleine truitjes in geel, groen en bolletjes of een wasdraad vol kindertekeningen. Erg leuk om zien. Het zou ons de hele dag begeleidden.
Met de route paseerden we Vejle. Hier zagen we weer wat moderne architectuur. Vanuit dit stadje konden we langs het Vejlefjord rijden. Een bochtige baan langs de rand van het fjord zorgde voor erg wisselende en mooie beelden.





Jammer dat de zon op dat moment niet vol van de partij was. Eens het kronkelbaantje achter de rug ging het bergop en veranderde het landschap van water naar bos. Met enkele steile klims en midden in het bos een verkeerslicht om toegang tot een tunnel/brug te verlenen.




Voor de fietsers die we tegenkwamen was het toch een stevige klim.
In Gårslev zagen we een leuk kerkje. Het was jammer genoeg gesloten.


Dan maar weer op pad een richting Fredericia. Dit is een vestingstad. Het best bewaarde vestingscomplex in Scandinavië. Een deel van de wallen is nog aanwezig. Het leek wel of we in Hulst rondliepen, en toch ook weer niet. Elk bastion had een eigen naam en een eigen functie. Van ver voor het binnenrijden van de stad, was de grote, witte kruittoren al te zien. Aan het princessenbastion lag beneden over de vestingsgracht een witte brug. Deze is een replica van de oorspronkelijke brug, die was afgebroken door de havenuitbreiding. De stad werd in opdracht van Frederik III in 1650 gebouwd. Het werd een toevluchtsoord voor andersdenkenden zoals joden, katholieken en hugenoten.







Tijdens onze verkenning door de stad botsten we op de Sct Michaeliskirke, een parochie- en garnizoenskerk. Van buiten had het een pitoreske bouw, van binnen sober maar mooi. Er leek zelfs een loge in te zijn.




Onderweg in de stad kwamen we verschillende houten banken/stoelen tegen. Soms waren ze éénpersoons, soms meerpersoons of ook zelfs enkele op pootjes. Het leuke eraan was hun naam: Timber Nest. Dan maar een foto met ons model erin. Gelukkig bleef hij heel geduldig wachten tot de foto was gemaakt.


Na onze ronde door de stad en snel wat boodschappen ging het richting Lille Bæltbroen. Deze brug uit 1935 is 1,2km lang. Vanaf deze brug kan je de nieuwe brug zien liggen. De Kleine Beltbrug heeft 2 mensen fulltime in dienst die dagelijks inspecties uitvoeren en contractors begeleiden bij hun werk. Mensen die geen hoogtevrees hebben kunnen ook begeleid de brug beklimmen en over de brug lopen. Dat laatste is niet aan ons besteed met Timber. Moesten de kinderen erbij zijn geweest, was Leon vast met hen naar boven gegaan. Naast de brug hebben we aan een picknicktafel onze lunch verorberd.




Nadien ging onze weg weer even over de autosnelweg en terug naar Fredericia want we wilden ook de nieuwe brug even over. Een totaal andere constructie en beeld. Ze leek veel meer op de Grote Beltbrug tussen de eilanden Funen en Sjælland.


Na dit autosnelwegavontuur ging het weer over de Margrietroute. Ditmaal richting Christiansfeld. Het was een weg met mooie afwisseling tussen zee en bos. Het valt ons op dat de kustlijn aan de westkant toch erg verschilt met deze aan de oostkant. Ten oosten zijn de steden groter, minder zandstranden, drukker bevolkt, bebouwing tot bijna tegen de kustlijn en meer industrie. Bij het passeren van Kolding werd ons duidelijk dat dit de geboortestad van Asgreen is.



Rond half 5 parkeerden we ons op één van de plekken voorzien voor campers en trokken we Christianfeld in. Het stadje werd in 1773 gesticht door de Hernhutters (= Evangelische Broedergemeenschap of Moravische broeders). Het centrum van het stadje ziet er nog steeds zo uit zoals het in 1773 werd gebouwd. De huizen in de Lindengade zijn nog authentiek. Het stadsplan geeft duidelijk mooie rechte, kruisvormige straten aan. Verder zijn er mooie lindelanen en in het centrum op de vierkante markt : een grote kerk. De apotheek in het stadje bleek geen apotheek maar een boetiek. We konden weer een vinkje op onze Unesco Werelderfgoedlijst zetten.






We bezochten er de Tytstrup Kirke. Het was even zoeken om de ingang te vinden. Maar eens binnen bleek het een mooie kerk te zijn. Met een prachtig beschilderd plafond. Ook achter het tabernakel kon je gaan en was er plaats voor een erg intieme (4pers) viering. Een klein altaar met kruis en kandelaar stonden daar vergezeld van 3 mooie glasramen. Vermits we niet met 2 tegelijk een kerk kunnen bezoeken is het om de beurt. Hierdoor loopt het soms wat uit en raak je (Elke) net niet opgesloten.







Het stadje is gekend om zijn tegelkachels, worst en honingtaart. Toen we zelf honningkagen wilden eten, bleken de bakkerijtjes/cafe om 17u reeds gesloten. Uiteindelijk keerden we nog even op onze stappen terug naar de Broederkerk. Deze was echt bizar bij het bezoeken. Ze heeft één grote ruimte met allemaal witte banken, geen versiering of wat dan ook, gordijnen aan de ramen. Er is ook een gelijkaardige, kleinere zaal.




Uiteindelijk zijn we teruggegaan naar onze camper. Daar besloten we om toch naar de andere gratis plek te rijden iets buiten het dorp. We staan nu bij een boerderij. Met de buren: 1 gigantische camper met aanhanger + auto (Schotten) en een iets minder grote camper met Zweden maar hij heeft een Engelse nummerplaat. We werden na een tijdje vriendelijk verwelkomd door de eigenaars. Een leuke babbel. Bij het parkeren kregen we al bezoek van een kater (blauw/wit) later volgde ook nog de hond. Gelukkig sliep Timber al in zijn bench. Het ziet er hier een erg rustige plek uit.



