Rond half zeven wakker. Een korte blik door het raampje gaf: ZON. Terwijl de buren verder sliepen was het bij ons het gewone ritueel. Na het ontbijt werd het dit keer met 3 op wandel. Een tocht aan de andere kant van de straat. Omdat we niet meer zo vlot zijn, werden de stokken meegenomen. Ieder één. Toch wel handig zo’n derde steunplek zeker nu het echt de diepte inging. Bestemming: het meer dat al van gisteren ligt te lonken. Leuke wandeling.














Vermits we gisteren in Dublin vele honden los zagen lopen, hebben wij dat vandaag met Timber ook gedaan. Een stuk veiliger, zeker bij een afdaling. Timber heeft vast de weg die wij deden 4x gelopen. Hij was in zijn element. Eens het meer bereikt even genoten van de stilte en de omgeving. Geprobeerd een iets ander weggetje terug naar de auto te nemen. Toen we daar aankwamen waren de buren bezig hun daktent toe te doen. Vermits we alles al hadden opgeruimd voor de wandeling, moesten we enkel schoenen wisselen.
En dan een stukje weg van gisteren terug richting Powerscourtwaterval, grootste waterval van Ierland. Sommige weggetjes die we moesten nemen maakte dat we af en toe een keer extra moesten steken om de bocht om te kunnen nemen. Ondertussen zijn we er al achter dat de Ieren best vriendelijke mensen zijn. Zelfs als je aan de kant staat voor een foto te nemen, stoppen ze om te vragen of alles in orde is. Ook nu reden we net als gisteren over een kronkelige baan. Met het verschil dat we dit keer wel de mooie omgeving konden zien. Verder valt het ons op dat de verkeersborden, uitgezonderd het stopbord, anders zijn dan we gewend zijn. Het zijn gele ruiten met daarop een iets minder stijf persoon of kinderen. Het heeft even geduurd voor we het doorhadden dat het altijd zo is en niet toevallig.
We bereikten de waterval maar hebben ze niet bezocht. Voor één keer niet het grootste bekeken. Ze vroegen een inkom van 7,50 euro per persoon. Dat vonden we wat overdreven voor een natuurlijk iets. Dan maar door naar Glendalough. Dit is een oude religieuze vestiging die volgens de boekjes in een sprookjesachtige natuur gelegen is tussen watervallen en imposante eikenbossen. Het is één van de oudste christelijke kloostervestigingen van Europa en was vroeger een pelgrimsoord. Aangekomen daar moesten we 4 euro betalen voor de parking. Blijkbaar een bekende trekpleister want de parking stond al stevig vol. Voor we naar het plekje gingen wandelen eerst even koffie en thee en dan een sanitaire stop bij het bezoekerscentrum. Het was er erg druk. Er waren net enkele bussen toeristen (voornamelijk Amerikanen) gedropt. Daarna over een weg richting vestiging. Jammer genoeg was de weg door het bos geasfalteerd tot aan de plek. Tijdens het rondlopen en bekijken van de ruïnes was het, gezien de drukte, niet evident om foto’s te maken. Het is dan uiteindelijk met veel geduld toch gelukt.











Nadien terug naar de auto om te lunchen. We besloten om tot aan Upper Lake te wandelen en te kijken welke wandelingen daar nog konden worden gedaan. Stapschoenen aan, rugzak vullen met voldoende drank voor ons en Timber (nodig met de zon die er was) en appels. En weer op pad richting Upper Lake. We passeerden eerst Lower Lake. Een iets kleiner meertje. Even Timber laten pootje baden en weer verder richting bezoekerscentrum Upper Lake. Daar hebben we een wandelkaart opgehaald. We besloten om wat wandelingen te combineren. Eerst stapten we nog tot Upper Lake. Ook hier wilde Timber niet al te ver in het water maar toch heeft hij zijn pootjes verfrist. Vanaf het Lake ging de tocht richting Poulanass waterfall. Een mooi stukje door het bos en een riviertje dat vanuit de waterval door een kloof loopt. Verder ging de wandeling een pittig stuk de hoogte in zo hadden we een overzicht over de vallei. Daarna gingen we terug naar beneden om een stuk van een andere wandeling te volgen. Opeens kwamen we een bank tegen. Even op gezeten en appeltje gegeten. Vanaf de bank had je een goed overzicht over Upper Lake. Voorts hebben we een poging gedaan (uiteindelijk gelukt) om een selfie te trekken met de nieuwe stick. Dat liep niet helemaal volgens plan en zorgde voor best wat hilarische momenten. Voordeel hierdoor is wel dat we lachend op de foto staan. Weer een beetje opgeknapt onze weg vervolgd. De oranje wandeling liep voornamelijk over een grindweg. Eerst nog een beetje klimmen en daarna haarspelbochten nemend naar beneden.
Bijna op het einde stond er nog een bordje: Saint Saviour’s church. Ook een ruïne van een Middeleeuwse kerk. Deze was te bereiken vanaf de eigenlijk wandeling over een weggetje door het bos. Wat een verademing. Niemand daar, dus snel foto’s genomen. Voor Timber weer een holmomentje. Terwijl Leon binnen in de ruïne zat, liep ik buiten. Ik had de riem van Timber aangehouden bij hem maar hield hem niet vast. Hij holde steeds tussen Leon en mezelf. Hij had duidelijk na al het geklim en gewandel nog energie over. Eens terug uit het bos ging het in rechte lijn naar de auto. Even op de stoeltjes gezet en om te bekomen en te bekijken hoe we verder zouden kunnen gaan.










Voor vertrek nog even de watertank gevuldmet behulp van onze emmer en he kraantje aan de toiletten. We besloten om vandaag nog over de Old Military Road te gaan. Leon vond er 2 slaapplekjes op 2 kilometer van elkaar. De eerste was vlak bij een riviertje die resulteerde in een waterval, de Glenmacnass Waterfall.




Een grote grindplek, erg druk en het was niet makkelijk, zelfs niet met blokken, om de auto recht te zetten. Dan maar naar een volgend plekje: minder groot , veel wind en geen toerisme in de buurt. Hier staan we dan. Geen internet. We lazen onderweg nog net dat de Belgen eindigden tegen Oekraïne met een brilscore. We kookten hier maar omdat er best veel wind stond, hebben we binnen gegeten. Dat was iets aangenamer. Hopelijk blijven we hier alleen staan en worden we morgen ook weer wakker met de zon.


