Na een goede nachtrust iets voor half zeven wakker. Terwijl ik met Timber over dijk en strand ging, kookte Leon het water voor thee en koffie. Ondertussen was het een voorbijkomen van lopers. Duidelijk een goede plek voor een loopsessie voor het werk of school. Ook vele hondjes werden uitgelaten. Net voor het ontbijt een babbel met de buurman over zijn nieuwe, nog niet ingerichte van met enkel een bed. En hoe tof ons concept wel was. Na het ontbijt en de afwas nog even met Timber over het strand zodat zoals steeds Leon tijd kreeg om het dak naar beneden te doen.





En dan op pad. 8u15 is misschien niet de beste tijd om een stad als Dublin in te rijden. Schoolgaande kinderen met of zonder uniform samen met de ochtendspits zorgden ervoor dat we alvast niet met overdreven snelheid richting centrum reden. Iets na onze slaapplek reden we door een wijk met grote, prachtige huizen. Vele herbergden één of andere ambassade. Vermits ze verstopt zaten achter grote bomen, konden er geen foto’s worden genomen.
Leon had een parking gevonden iets buiten het centrum met controles maar wel betalen: 10 euro voor een dagticket viel best mee als je de prijzen in het centrum bekeek. Vermits hier geen hoogtebeperking was een ideale plek voor ons en onze camper. Auto geparkeerd, alles ingepakt en op pad. We stonden geparkeerd aan de achterzijde van een kerk: Saint Mary Immaculate. Niet op de planning maar wel een bezoekje waard. Terwijl Leon binnen was, kwam de portier naar mij met de vraag of hij Timber even moest vasthouden, dan kon ik ook naar binnen. Beleefd uitgelegd dat ik toch wel even buiten zou wachten tot Leon terug was en dan zou wisselen. Een erg mooie kerk, prachtig versierde plafonds, de aan de buitenzijde koperen koepel was aan de binnenzijde ook erg kleurrijk.










Nadat ook ik een bezoekje bracht gingen we verder op ontdekkingstocht richting centrum Dublin. Onderweg uitkijkend voor de trams en de bussen maar toch vlot naar St Stephen’s Green. St Stephens Green was ooit een drassig gebied. In 1880 werd het park, zoals het er nu bijligt, aangelegd. Tussen de bloembedden staan standbeelden van beroemde inwoners van Dublin. Aan de westzijde van het park staat het indrukwekkende Royal College of Surgeons. Dit gebouw werd tijdens de opstand van 1916 bezet. De kogelgaten zijn nog steeds zichtbaar. We konden het jammer genoeg niet nakijken want het gebouw stond in de stellingen. In het park zelf was de waterval opgedroogd. Toch was het er mooi en erg rustgevend. Na een wandeling door het park was het tijd voor een sanitaire stop in het St Stephen’s Green Shopping Centrum. Buiten een bezoekje aan de toiletten was het vooral een indrukwekkend omwille van de grote hoeveelheid glas die er gebruikt was. Aan de uitgang van het centrum stond ik even op Leon te wachten toen een agente op me afstapte om te vragen of ze Timber mocht aaien. Dit toch maar niet toegelaten. Vermits het shoppingcenter aan het begin van Grafton Street staat, besloten we om deze in te lopen. Grafton Street is Dublins populairste en meest trendy winkelstraat.











Deze straat staat vooral bekend om zijn getalenteerde straatartiesten. Jammer genoeg blijkt het tot 11 uur levertijd bij de winkels en stond er een hele rij (vracht)wagens voor de etalges. De straatartiesten zagen we niet maar op elk kruispunt stond er wel een bloemenkraam. Toen we een zijstraat inkeken zagen we een kerk: St Anna’s Chruch. Even de straat verlaten en een bezoekje aan de kerk gebracht. Een erg sobere kerk maar dat maakte ze juist bijzonder. Daarna terug richting Grafton Street. We passeerden er Bewley’s Café, Dublins meest iconische café.










Vandaar ging het naar Trinity College. We passeerden aan de overzijde eerst het Irish Whiskey Museum. Leon bracht snel een bezoekje aan de shop maar niet aan het museum. Vermits honden niet zijn toegelaten in het Trinity College was het weer om beurten een bezoekje brengen. Hoe gigantisch groot is dit. Trinity College is de meest prestigieuze universiteit van Ierland, opgericht door koningin Elisabeth I op de plek van een voormalig klooster. Het was eerst een protestantse universiteit. Pas in 1793 werden katholieken ook, onder bepaalde voorwaarden, toegelaten. Nu studeren er studenten van uiteenlopende achtergronden. Het heeft prachtige tuinen en mooie gekasseide pleintjes. Indrukwekkend.


















Van daaruit ging het verder naar Suffolk Street. Hier staat het bekende standbeeld van Molly Malone. Zij was een straatverkoopster. Samen met haar kar is ze gegroeid tot een belangrijk symbool in deze hoofdstad. Haar levensverhaal wordt gezongen in het lied ‘Cockels and Mussels’.




Een drukte van belang om het standbeeld aan te raken en er samen mee te worden gefotografeerd. Sfeervol op de achtergrond stond een jongeman met gitaar het liedje te zingen. Ik heb uit volle borst meegezongen. Hij vond dat wel leuk.
Onderweg kwamen we nog leuke straten tegen tot we plots voor South City Market stonden. Gek genoeg mochten honden er ook binnen. Dus met 3 een bezoekje gebracht en even naar de winkels, bars en boetieks gekeken.




Wat verder passeerden we Whitefriar Street Church. Van de oorspronkelijke kerk is er nog maar 1 houten beeld over. De rest van de kerk ging in vlammen op tijdens de reformatie. Uiteraard kreeg deze kerk ook een bezoek.
Op weg naar St Patricks Cathedral een kort rustmomentje in St Patricks Park. St Patricks Cathedral is de grootste kerk van Ierland. Een bezoekje waard dus. Hier was het 10 euro inkom per persoon. Leon ging gewapend met zijn camera de kerk in. Ik wachtte buiten.











Even later zouden we het omgekeerde doen bij Christ Church Cathedral. Dit is het oudste gebouw van Dublin. Een prachtige kerk waar vooral de kleurrijke vloer in het oog sprong.

























Na de kerken was het tijd voor Dublin Castle. Door een grote poort naar binnen. Op de binnenkoer hadden we een overzicht op verschillende gebouwen. Het leek ons eerder iets vergelijkbaar met het College dan een kasteel. Dublin Castle werd in de dertiende eeuw gebouwd op een plek van een vroeger Vikingsfort. Het speelde een belangrijke rol in de Ierse geschiedenis. Gedurende 7 eeuwen zetelde het Engelse gezag hier. Nu is het een overheidsgebouw. Van het oorspronkelijke gebouw staat alleen de zuidoostelijke Medieval Tower of Record Tower nog overeind. De rest van de gebouwen is vanaf de 18de eeuw stap voor stap toegevoegd en dit na een brand in de 17de eeuw. Het kasteel werd in 1922 officieel overhandigd aan Ierland toen de Ierse vrijstaat werd uitgeroepen. Eigenlijk heeft Dublin meerdere kastelen. De andere zijn meer uitkijktorens die buiten de stadsmuren werden gebouwd. Ze zijn wel een evenbeeld van het eigenlijke Castle en werden zo driemaal herhaald omwille van de mystieke betekenis van het getal 3. Deze kastelen zijn eerder vertegenwoordigers van de drie poorten bij de oude Vikingstad dan echte kastelen. Meerdere kastelen bouwen is nog een erfenis van in de tijd van de Kelten. Toen werden er meerdere kastelen gebouwd om het territorium te beschermen. Dit was nodig, zeker gezien het tumultueuze verleden van Ierland dat gekenmerkt werd door invasies, veldslagen en territoriale geschillen.








Uitgehongerd steken we de rivier over en komen bij een pub: Slattery’s Bar. Binnen vraag ik of we met Timber op het terras mogen zitten. Van de barman krijgen we groen licht. Net wanneer we zitten komt er een serveerster ons wegjagen. Geen honden meer op het terras. Ze hadden enige tijd geleden een probleem en sindsdien mogen er geen honden meer komen. We gaan verder en komen terecht bij the Black Sheep. Daar is het tegenovergestelde. Op de vraag of we buiten mogen zitten met Timber wordt er geantwoord: je kan ook binnen zitten. Terwijl we de kaart bekijken krijgt Timber een bak water en een grote hondenkoek op een bordje. We bestellen Galway stew met puree. Lekker en nemen nog een thee en koffie.







Weer wat uitgerust en de honger gestild trekken we richting The Winding Stair. Dit ligt aan de voet van de Ha’penny Bridge en is één van de oudste boekenwinkels van Dublin maar is eigenlijk een restaurant.







We steken de brug over. Het is een gietijzeren brug die leidt naar Temple Bar een 1 van de meeste gefotografeerde plekken in Dublin. Ze dankt haar naam aan het feit dat je vroeger een halve penny moest betalen om ze te mogen oversteken. We kuieren door Temple Bar richting Love Lane.











Een sanitaire stop in Dublin Council waar we hoopten om de Wood Quay te zien. Het enige stadsdeel dat nog op houten palen stond. Jammer genoeg zijn er herstellingswerken en kunnen we ze niet bezoeken. Onderweg passeren we nog Audoen’s Arch, de enige overgebleven stadspoort van de oude stad. Van de Audoen’s boog naar de gelijknamige kerk. De oudste nog bestaande Middeleeuwse kerk van Dublin. We lopen er eerst rond en bekijken ze dan om de beurt. De inkom is gratis en terwijl Leon de kerk bezoekt, voer ik een heel gesprek met de portier over Timber. De kerk zelf is een groot deel een ruïne maar heeft toch nog een actief deel dat is overgebleven. Onderweg zien we in het voetpad enkele gekke tegels.

























Na nog wat straten te hebben bezocht is het tijd voor onze afternoon tea. We houden halt en bestellen lemonpie en almondcake met koffie en thee.





Ons laatste doel is de straten om Merrion Square. Deze zijn bekend om hun gekleurde voordeuren.












Van daaruit wandelen we nog langs het water richting auto. We hadden een ticket tot 18 uur en komen om 18u15 weer aan de auto. In een iets minder drukke avondspits rijden we Dublin uit. We passeren nog vele bussen. Onderweg richting Wicklow Mountains komt er mist opzetten. Het is best spannend om over de kleine wegen naar boven te rijden naar onze slaapplaats. We vinden een plekje met voor ons mistig groen.



Er stopt een auto met 2 jongemannen en vislijnen. We begrijpen het niet tot plots de mist optrekt en we lagergelegen een meer zien. Daarna stopt er nog een auto: een Landrover met daktent en een jong koppel. Er komen nog wat auto’s die telkens maar even blijven. Uiteindelijk duiken we moe ons bed in.


