Maand: juli 2026

30 juli 2026

In een zonnige en winderige omgeving worden we wakker. Met Timber ga ik op onderzoek rond de kleine strandhuisjes en tijdens ons ontbijt krijgen we bezoek van een groep nieuwsgierige ganzen. Het doel van vandaag is tijdig in Rolfstorp te geraken omdat we daar afgesproken hebben met onze Zweedse vrienden op het Land Rovertreffen van de Svensk LR klubb. Maar uiteraard rijden we daar niet direct naar toe. Terwijl we onderweg genieten van het landschap, het is hier toch nog redelijk agrarisch, rijden we richting Alingsås. De omgeving is ons niet helemaal onbekend (wel veranderd) want in 2016 hebben we hier al eens gekampeerd na onze reis in de buik van Noorwegen.

We rijden deze kant op omdat Alingsås gekend staat als de hoofdstad van de fika, de alom gekende Zweedse koffiebreak met lekkers, een dagelijkse traditie. Je vindt in deze stad maar liefst 30 verschillende optie voor een lekkere fika. De geschiedenis van de cafés en bakkerijen gaat al lang terug (soms tot meer dan 100 jaar). Wij laten onze keuze vallen op Nolbygård ekobageri & kafé, op een steenworp van het centrum. Dit eetcafé ligt op een boerenerf met een kleurrijke tuin. In huis vind je een allegaartje aan meubels die een gezellige sfeer creëren. Wil je wat van kunst genieten: dan is het toilet the place to be. Er speelt daar zelfs muziek uit een leuk antiek radiootje. Het eten zelf is ambachtelijk bereid met uitsluitend biologisch ingrediënten. Wij gaan niet voor de fika maar voor de dagenslunch. We hebben de keuze uit broccolisoep of noedelsalade. We gaan voor het laatste en vinden een bord lekkers met veel verse kruiden en een goudsbloem als eetbare versiering. Het smaakt. Zoals zo vaak is ook koffie en thee achteraf in de prijs inbegrepen. Koffie en dito kopjes worden warm gehouden op de kachel. We mogen ook wat lekkers kiezen van de “zoete” tafel. We gaan voor een kolaschnitt (zonder cola). Een lekkere afsluiter.

Na onze lunch gaat het richting Hedera. Hier staat de enige middeleeuwse, nog bewaarde, staafkerk van Zweden. Het kerkje is maar 35 vierkante meter groot en is, volgens de gegevens die we vonden, erg sober ingericht. Dat laatste is lastig te bevestigen want degene die de kerk overdag openhoudt , is gaan lunchen. Nog ruim een uur wachten in de auto in de brandende zon (de temperatuur loopt intussen buiten op naar 30°C) vinden we geen goed plan. Net als in 2016 blijft het dus bij de buitenkant.

Nu is het nog een dik half uur rijden naar Rolfstorp. We komen iets voor half 5 aan. We rijden tot aan de “incheckning” en krijgen daar de uitleg over hoe het afval te sorteren, hoe het verloop van het weekend er gaat uitzien en nog wat meer praktische info. Gelukkig zit er in de goodiebag ook een Engelse vertaling van de uitleg zodat ook Leon weet wat er te doen staat (en wat niet). We staan geparkeerd op een grasland naast het Folkets Hus. Hierin bevinden zich ook de toiletten. Nadat we ons installeren bij onze Zweedse vrienden ga ik met Timber op verkenning in de omgeving. Het is daarna een blij weerzien met de helden van vorig jaar. Zij hielpen ons met hun LR ambulance toen we in panne waren gevallen. Dit jaar is ook de echtgenote mee. Tobias en Leon gaan boven aan de gemeenschappelijke bbq het vlees grillen, terwijl ik even naar de uitleg tijdens de informatievergadering luister. Daarna eten we met z’n 6 op “ons” plekje. Het wordt daarna nog een gezellige babbelavond waar we ontdekken dat we buiten de LR ook veel andere raakpunten hebben. Voor het eerst deze vakantie gaan we na de zon slapen.

29 juli

Doordat we vroeg op waren, konden we het spel van de zon op de bergen en het meer goed aanschouwen. Na ons ontbijt reden we richting het hotel van Martin en Susanne. Het werd een blij weerzien en bij een kop koffie en thee en lange babbel over verschillende zaken: hun vertrek, het werk daar, de omgeving en uiteraard ook auto’s. Tijdens dit gesprek kregen we ook nog wat uitleg over de geschiedenis van Rjukan. Los van wat ik eerder schreef , bleek ook dat Rjukan en Notodden de eerste steden in Noorwegen waren, die stromend water, elektriciteit en een toilet in huis hadden.

Na onze babbel ging het dan richting Zweden. We namen vanaf het hotel een andere weg terug. Terwijl de heenweg vooral een slingerende, haarspeldbochtvretende weg was, ging het nu wat rustiger door het ruige landschap. Ondertussen namen wolken meer en meer de overhand. We passeerden ook het vertrekpunt voor een hike naar de Gaustatop (hut) zelf. Verderop stond op elke uitsprong van de weg wel een camper. Uiteindelijk bereiken we Tuddal, tanken de auto vol en gaan weer verder want vandaag wordt toch echt wel een rijdag.

We nemen een pauze ter hoogte van een schattig kerkje, dat jammer genoeg gesloten is. Voor vertrek pluk ik er een potje frambozen. Langzaamaan klaart het op en rijden we langs enkele typische boerderijen. In Kongsberg vinden we een servicepunt waar we de toilet kunnen legen en water kunnen aanvullen. We kunnen er weer even tegen.

Niet veel later lunchen we aan een verlaten weg waar ik tijdens het uitlaten van Timber nog een handvol bosaardbeien pluk. Onze laatste stop in Noorwegen is de REMA. Hier kopen we de voor ons bekende viskoekjes. Lekker en makkelijk klaar te maken. Vanaf de parking van de winkel rijden we het betaalstation van de boot Horten-Moss in. We betalen en schuiven aan in de rij. Er staat best veel volk en bij de derde boot mogen we mee. De ferry vaart over het fjord. We kijken wat rond op de boot en vangen wat wind aan dek.

Na een half uur is het tijd om weer naar de auto te gaan en kunnen we ontschepen. Daarna gaat het in rechte lijn, via de nodige bruggen en tunnels maar ook via de snelweg, naar de grens met Zweden. Daar rijden we langs de mooie kust van Bohuslän. Vermits de klok steeds verder tikt, zetten we ons op een parking om te koken en ons avondeten op te eten. Terwijl ik Timber uitlaat, zie ik dat we geparkeerd staan op de parking in Tanum. Dit blijkt een deel van UNESCO erfgoed te zijn. Hier en op nog 5 andere plaatsen langs de kust, zijn sporen van mensen gevonden die al 8000 jaar teruggaan, aan de hand van gebruiksvoorwerpen, graven en rotsschilderingen heeft men zaken kunnen reconstrueren. Het was even een interessant intermezzo.

Ook al wordt het steeds later, blijft het gelukkig lang licht en besluiten we om toch nog door te rijden naar Smögen. Via de Smögenbrug komen we in dit typisch Zweeds kustplaatsje. We parkeren de auto (gratis vermits het na 20u is) en gaan aan de wandel. Wie denkt dat het rustig gaat zijn op deze tijd van de dag, die heeft het fout. Het dorpje is gekend om zijn visrestaurants en winkels. Deze zitten dan ook afgeladen vol, terwijl mensen buiten aan de terrassen staan aan te schuiven om een plaatsje te bemachtigen. Ondanks de drukte proberen we te genieten van het uitzicht van de vele granieten rotsen om het dorp maar zeker ook van de vele (fel) gekleurde huizen. We wurmen ons over de boulevard tot aan de laatste huisjes. Vanaf hier wandelen we nog door enkele straten richting onze auto. Net in het volgende dorp Väjern vinden we een gratis camperplek met toilet. We klappen het dak open en moe kruipen in bed.

28 juli 2026

Vanmorgen rustig wakker geworden na een heerlijk nachtje slapen. Tijdens het ontbijt was het genieten van het uitzicht en het opkomend zonnetje. Het was nog fris zodat een trui wel wenselijk was maar veel minder wind dan gisteravond. Na het ontbijt hebben we, met uitzicht op het meer, de tijd genomen om het blog bij te werken met tekst en foto’s. Iets na tienen vertrok de Nederlandse camper van een prachtig plekje over ons aan het meer. Wij stonden net op het punt om te gaan wandelen. Dat hebben we even uitgesteld en onze camper op het plekje gezet zo hebben we vanmiddag alvast een goed plaatsje.

Onze wandeling in de Hardangervidda Nationalpark startte met een stuk grindweg tussen de bebouwing, best saai. Eens we dit stuk gepasseerd waren, was het even zoeken naar het echte begin van de wandeling. We vonden wel een bord met alle mogelijke langlaufpistes op, maar geen met de wandeling. Toch vonden we uiteindelijk een witte pijl. Deze bleek echter de aanduiding voor de frisbeegolf. Niet veel verder vonden we dan ook 1 van de korven waar de frisbee in dient te komen. We zouden er onderweg nog enkele tegenkomen, zeker aan het einde van de wandeling. En dan was daar het juiste pad. We volgden het en kwamen al snel boven op een kam uit met een ongelofelijk verzicht en de letters GAUSTA. Verder slingerde en kronkelde het pad afwisselend door veengebied, laag struikgewas en rotsen met verschillende soorten mos, soms met een pittige klim of een uitdagende afdaling en af en toe en plankenpad. Het uitzicht bleef prachtig. En ook al staat het hier volgebouwd, het was er ongelofelijk stil. Uiteindelijk zouden we op de gehele wandeling een 15 tal mensen tegenkomen. Iets na twaalf hebben we ons aan een klein vennetje op een rots gezet om te lunchen, heerlijk uit de wind. En ook al startten we de wandeling met een trui aan, deze was al lang weer uit, want de zon scheen goed en maakte het aangenaam warm. Alleen was een snijdende wind op sommige plaatsen af en toe een spelbreker. Na de lunch kwamen we een koppel tegen met een Golden Retriever.

Ik ga aan de kant met Timber terwijl ik achter me hoor: “nice hat” tegen Leons Land Roverpet. “Do you have a Defender?” “Yes” “the white one near the lake?” “yes” “ I have also a Defender but yours is a beast” en weg was hij. Hij was een Canadees, dat kon je zien aan zijn sokken en hoed. Leuke ontmoeting. Zo konden we verder met onze terugweg. Nog even een stop voor wat foto’s met de macrolens om dan weer te moeten eindigen met een stuk grindweg langs de bebouwing.

Wij koppelden hier nog een stukje weg langs het meer aan, in plaats van de asfaltbaan tot de auto, langs waar we nog gebruik maakten van een picknicktafel om even onze vochtbalans aan te vullen. Tegen 15u waren we terug aan de auto.

Daar aangekomen lag er naast onze auto een deken en zaten er op het dammetje in het water 2 Aziatische dames een fotosessie te houden. We hebben niets tegen hen gezegd en stilaan onze spullen in- of uitgepakt. Na een blik op Timber, vonden ze het tijd om zich een eindje verder bij hun familie te voegen. Zo konden wij genieten van de rust, in onze stoeltjes met zicht op het meer en de zon hoog aan de hemel. Toen besloot ik om een duik(je) te nemen in, wat ik zou verwachten, het koude water. Badpak aan, sandalen aan en gaan. Stap voor stap en tot slot helemaal. Zalig. Een beetje het ijsbadgevoel na de sauna afgelopen winter in Luleå. Even opdrogen in de zon op een warme steen en dan omkleden. We vroegen het ons beide af hoe lang het geleden zou zijn dat we zo rustig aan het water zaten zo vroeg in de namiddag. Laat ons stellen dat het niet vaak gebeurd. Tegen vijven heeft Leon de bbq klaargezet en stilaan opgestookt. Samen met de worstjes hebben we er ook een puntpaprika opgelegd. Lekker, zeker in combinatie met wat rauwe groenten en aardappelsla. Net voor we gingen eten stopten er 2 auto’s jeugd. Het waren 10 Zweedse jongeren. Zij kwamen even een duik nemen in het water. Gezellig gekwetter en gespetter in de buurt. Na een dik kwartier waren ze weer weg en konden wij rustig eten. Op het einde van de maaltijd werd het toch erg fris. We hebben onze trui dan maar aangedaan. Na een korte wandeling met Timber zijn we dan maar in de camper gaan zitten genietend van het uitzicht door de voorruit. Gelukkig dat we dat deden, want niet veel later vielen er druppels.

27 juli 2026

Iets over half acht worden we wakker. Een rustige plek maar vooral ook rustige achterburen want achter ons ligt er namelijk een kerkhof. Ik laat Timber even uit in de omgeving en in het bosje achter het kerkhof. Hier vind je verschillende houten speeltuigen. Aangenaam wandelen. Na het ontbijt zetten we koers richting Skien. Daar begint het Telemarkkanaal. Dit kanaal werd voornamelijk aangelegd om goederen en passagiers te vervoeren, boomstammen te verplaatsen en overstromingen te voorkomen. De wegen in Telemark waren bijna onbegaanbaar en op sommige plaatsen was het onmogelijk om met een koets te komen. Het 105 meter lange kanaal verbindt de Skien met Dalen en bestaat uit 18 sluizen. De belangrijkste sluizen zijn Skien, Ulefoss, Vrangfors en Lunde. Waar de sluis van Vrangfors met zijn 23 meter totale schuthoogte, de grootste maar tevens ook de mooiste is. Wij zullen ons vandaag dan ook beperken tot het bezoeken van deze 4 sluizen. Van zou gauw we beginnen te rijden weten we weer dat we in Noorwegen zijn: bergen, rotsen maar vooral bruggen en tunnels. De eerste 5 kilometer hebben we al evenveel tunnels gehad.

Bij aankomst in Skien is het even zoeken naar een parkeerplaats. We vinden er 1 maar omdat onze nummerplaat bovenaan de auto staat en niet onderaan, herkent de camera de auto niet en werkt ook de EasyPark-app niet. Dan maar op pad en de betaalautomaat gebruiken bij vertrek. We wandelen richting de sluis. We zien enkele bijzondere gebouwen, waarbij stenen figuren aan de buitenzijde van de gevel hangen en een knalgele voetgangersbrug. In de omgeving van de sluis staat nog een standbeeld dat ons er doet aan herinneren hoe de boomstammen werden vervoerd. Bij de sluis zien we een vrolijke otter over en weer trippelen, wat is ie snel. We wandelen langs het kanaal terug richting auto en proberen daar te betalen. Ook dat mislukt. We zien het wel wat het wordt.

Bij het uitrijden van de stad komen we het kenmerkende bordje van de Telemarkroute tegen namelijk een wit bordje met een bruine boot in een sluis (of omgekeerd zoals blijkt tijdens de rit). We vervolgen de route naar Ulefoss. Dit is de oudste industriestad van Noorwegen. We parkeren onze auto aan Ulefoss Jernværk (= ijzer/metaalfabriek) en wandelen naar de sluis. We nemen eerst wat foto’s vanaf de brug. Eens bij de sluis hebben we het geluk dat er enkele bootjes aankomen en zo zien we hoe deze worden versluisd. Eerst worden ze alle 4 vastgelegd, dat wordt de ene sluisdeur manueel gesloten, daarna de delen van de andere geopend zodat het water kan zakken. Eens de niveau’s gelijk zijn wordt die deur geopend en kunnen de boten naar het volgende stuk waar de handelingen worden herhaald. Intensief maar toch gaat het snel want op nog geen 10 minuten zijn ze een trap gezakt. Eens terug aan de auto is het lunchtijd.

Van hieraf gaat het richting Vrangfors. Het is druk op de parkeerplaats maar we vinden toch net nog een plekje. Ook hier wandelen we naar de brug en kijken weg van de sluis: whow. Dit is het beeld van Noorwegen: helder water met groen, stromend tussen rotsen. Aan de sluis klinkt er best wat Nederlands, ook Belgen zijn aanwezig en ik herken 1 van de heren. Ook hier is de sluis in werking maar hier gaan de bootjes naar boven. De jonge gasten werken als een geoliede machine. Net als bij de andere 2 sluizen ligt er ook hier een krachtcentrale, zelfs enkele kleine watervalletjes.

Op naar de voor ons laatste sluis: Lunde. Bij aankomst is er voor onze camper geen plek om goed te parkeren. Naast de parking ligt nog een busparking. We parkeren in de schaduw aan de rand van de parking. Achter de eerste parking ligt een plek voor mobilhomes om te overnachten. Ik vermoed dat er een 100-tal staan en terwijl parkeren komen er nog zeker 7 aan. Pff, niet voor ons. We wandelen naar de sluis. Het is er erg druk op de terrassen naast de sluis. Vanaf de waterkant is de sluis niet zo goed zichtbaar. Net als in Skien bestaat deze sluis maar uit 1 niveau. Zelf vinden we ze niet zo spectaculair, het beeld van het kanaal erachter is echter wel de moeite. We wandelen terug naar de auto en vertrekken weer in wat noordelijkere richting.

Dan is het tijd voor Heddal Stavkirke. Met zijn afmetingen van 24 meter lang, 17 meter breed en het hoogste punt op 29 meter is het de grootste staafkerk van Noorwegen. Deze volledig houten kerk werd gebouwd in het begin van de 13e eeuw. De kerk heeft al verschillende renovaties en restauraties ondergaan om in de oude staat te worden hersteld, veel authentieke details zijn hierdoor bewaard gebleven. Het dak wordt elk jaar met teer ingesmeerd, zodat het waterdicht blijft. Die typische, sterke teergeur prikkelt in je neus. Doordat de kerk zo hoog is, is het er, in vergelijking met de andere staafkerken, best licht. De kerk wordt nog steeds gebruikt voor kerkdiensten. We zagen bij eerdere bezoeken aan Noorwegen al wat stavkirka. Deze van Røldal werd toen als erg klein en schattig ervaren. Anderen zoals Lom en Ringebu als mooi onderhouden. Het blijft toch steeds iets speciaals, de moeite om te zien (en iets minder om te ruiken) en hoort zeker bij een bezoek aan Noorwegen. Bij het parkeren staan we naast een andere Defender 130. Deze is volledig anders ingericht. We wandelen naar de kerk en bekijken eerst de buitenzijde. Daarna kopen we ons een inkomticket voor de binnenkant. Deze is best de moeite. Alles in hout, hoge plafonds. Het lijkt erop dat de versiering overal hetzelfde is maar in het houtsnijwerk zien we toch verschillen. Zo zijn er aan wat de manneningang is, drakenkoppen uitgehouwen en aan de vrouweningang niet.

Van hieruit rijden we naar Notodden. Samen met Rjukan (waar we naar op weg zijn) behoort deze stad tot UNESCO werelderfgoed. Hier in deze 2 plaatsen ligt de industriële erfgoedsite. Een heel complex dat werd gesticht door de onderneming Norsk-Hydro om kunstmest (calciumnitraat) te maken uit stikstof in de lucht. In het landschap van bergen, watervallen en rivierdalen ligt dit, bestaande uit waterkrachtcentrales, transmissielijnen, fabrieken en transportsystemen. Het werd in het begin van de 20ste eeuw gebouwd om te voldoen aan de stijgende nood aan landbouwproducten. In deze beide steden zijn de werkmanshuizen en de sociale instituten nog te zien en zijn ze onderling verbonden door rails (de Rjukanlijn en de Tinnosetlijn) en veerboten. Het is een bijzondere combinatie van industrie en het natuurlijke landschap. We lopen wat rond tussen de gebouwen en aan de waterkant. Op de grote parkeerplaats staat het vol elektriciteitskasten. Er is vast de komende tijd is te doen op gebied van muziek want Notodden is dan ook nog gekend als centrum voor bluesmuziek.

En dan gaat het richting ons eigenlijke doel: richting Rjukan waar we Martin en Susanne dag gaan zeggen. Ze baten er tot eind december een hotel uit. Onderweg houden we nog halt om te koken en onze thuisgemaakte spaghettisaus eindelijk op te eten. Dicht bij Rjukan passeren we nog de Rjukanlijn met oude treinstellen. En dan start de klim naar de Gaustatoppen, met zijn hoogte van bijna 1900 meter, de hoogste top van Telemark. Via de nodige haarspeldbochten gaat het fors berg op. Eens ter hoogte van Gausta zijn we in shock. Alles is volgebouwd met bruine huisjes, te huren onderdelen van het ene hotel na het andere. Het is een beetje zoals in Andorra waar ook de hellingen waren volgebouwd. Gelukkig is alles in een donkerbruine kleur en hebben velen een groendak, zo is het allemaal toch een beetje omgevingsvriendelijk. Uiteindelijk komen we aan bij het hotel waar we moeten zijn. Aan de receptie blijkt, als we naar hen vragen, dat ze op weekend zijn aan de westkust. Ze waren vergeten dat we kwamen. Buiten waait de wind stevig en de temperatuur is flink gedaald. Het is er nog amper 13 graden. We vinden een slaapplekje in een kom van rotsen en staan windvrij. Dus vannacht geen flapflapflap van het dak. Dat scheelt. Na Timber uit te laten en wat foto’s te nemen gaan we naar bed, we hebben nog wat slaap in te halen.

26 juli 2026

Gelukkig was de bui van gisteravond van korte duur. En zoals verwacht waren we inderdaad als eerste wakker (en niet veel later ook als eerste weg). Na het gebruikelijke in de ochtend was het doel vandaag de boot in Hirtshals halen. Na het bekijken van de kaart besloten we om zeker het eerste deel geen grote wegen of snelwegen te doen. We zouden, eens in Denemarken, proberen om nog een stuk van de Margrietroute te rijden. In 2022 hebben we al een groot deel van het stuk in Jutland gereden. De Margrietroute is een weg die door heel Denemarken loopt en dan vooral over mooiere plekken en wegen. Deze route is genoemd naar Koningin Margaretha en wordt gekenmerkt door een bruin vierkant bordje met een margriet op.

Eens op de baan, bleek dat we toch iets dichter bij de grens hadden geslapen dan gedacht. Na een kwartier reden we het grensbord Denemarken al voorbij. Het is wel erg aangenaam rijden wanneer je over de kleinere wegen kan rijden. Het eerste deel was het nog de weg uitstippelen via de kaart om dan toch redelijk snel de aansluiting met de Margrietroute te vinden. Wat ons opvalt tijdens deze rit is de vele grote boerderijen, de ene al in een betere staat dan de andere.. Bij vele, ook huizen, is het rieten dak opvallend aanwezig. Op een parking aan de kant van de weg, nemen we even een koffie/theebreak. Nadien slingert de route over kleinere wegen, ook grindwegen, door kleine dorpjes, door bos of door de vele graanvelden. We zien op de akkers alle soorten graan: rogge, haver, tarwe en gerst, maar ook het uitgebloeide koolzaad dat klaar is om geoogst te worden. Tussen de stoppels zien we verschillende vosjes lopen, op zoek naar eten of op weg naar hun hol. We passeren onder andere Billund, maar Legoland laten we wel aan ons voorbijgaan.

Aan een grindweg zetten we ons aan de kant om te lunchen. Daarna gaan we nog even verder over de route. We zien in de dorpjes verschillende kunstdecoraties de wegen opfleuren. Goed voorbij Aalborg tanken we de auto nog even vol en kopen we enkele koffiekoeken, daarna gaat het voor het laatste stuk over de snelweg. We houden nog even halt net voor de boot en genieten van de koeken en toosten op Opa’s verjaardag.

Dan naderen we Hirsthals. Even is er wat verwarring: op onze reservatie staat Open Ferry maar onderweg wijzen de borden naar 3 verschillende “Lines”. We gokken op Coral Line en zetten ons rond 17u in de rij, waarbij ons toch eerst vergewissen of we wel juist staan. We zijn duidelijk te vroeg voor een boot die 22u15 zal vertrekken. We zijn dan nog steeds in de overtuiging dat we een vroegere boot zouden kunnen nemen. Bij het verder nakijken van de booking, blijkt echter dat de loketten om 18u45 zullen opengaan en niet dat dit een vroegere boot zou zijn. We houden ons bezig, wat lezen, wat opzoeken, wat wandelen. Dan gaan de loketten open en mogen we inchecken. We krijgen een geel kaartje met een L en krijgen lane 47 toegewezen. De L staat voor Larvik (in Noorwegen). Anderen krijgen een groene kaart met een K voor Kristiansand. We parkeren ons op de juiste lane.

Nadat we zelf eerst een rondje gewandeld hebben richting toiletgebouw, ga ik even met Timber op weg. Terwijl we staan te wachten, komt een andere boot (die naar Kristiansand) aangevaren. Best indrukwekkend groot als je dit zo dichtbij ziet.

Ook nu weer doden we de tijd met wat te lezen, wat te eten en nog maar eens een rondje met Timber te lopen. Vermits hij liever zijn poot opheft tegen een grasspriet dan tegen een paal, vraag ik aan een steward of ik even van het terrein mag. Na het tonen van mijn boardingpass, is dit geen probleem. En ja hoor de eerste grasspriet aan de overkant van het hek moet er aan geloven. Daarna nog even terug inchecken en iedereen tevreden. Langzaamaan begint de zon onder te gaan en hou ik me bezig met foto’s te nemen, al dan niet in de auto. Ik hoop dat de mensen in de auto naast ons niet zijn gek geworden van mijn uit en in de auto stappen.

Dan is het tijd om in te schepen. Ook al stonden we bij de eersten, mogen we pas bij de laatsten aan boord. Traag maar zeker, met soms een file, worden we aan boord gestapeld. We worden geparkeerd op deel A van dek 5. Vandaaruit gaan we met de trap naar boven en claimen ons een tafel met voor ons allebei een stoel en proberen ons tijdens de 3,5uur durende vaart bezig te houden. Vermits we bij de laatsten waren om in te schepen, waren de beste zit- (en slaap-)plekjes weg. Na een verkenningstocht door de boot, zijn we toch maar weer aan dezelfde tafel gaan zitten. Of beter Leon. Ik heb me (redelijk marginaal) te vermoeid neergelegd op de grond onder de tafel en toch een uurtje geslapen en dit tot er werd omgeroepen dat de bestelling van de picknicks klaar was. Rond 2u mochten we naar onze auto’s terug. Het ontschepen ging vlot en ditmaal hoefden we niet al te lang te wachten. Eens uit de boot was het richting rode lijn: goods to declare, in ons geval een hond. De regels voor het binnenkomen van Noorwegen met een hond zijn iets strenger dan Zweden. Hier is het nog wel verplicht om de hond te ontwormen en dit tussen de 24 en 120 uur voordat deze het land binnenkomt. Als je er dan ook voor zorgt dat de hond binnen de 28 dagen 2 keer werd ontwormd, dan mag je meerdere malen de grens met Noorwegen weer over en terug. Dit zal de komende tijd handig zijn als we richting noorden gaan en we af en toe met de Noorse grens zullen flirten. Net na de douane, een goede 5 minuten rijden van de haven, vinden we een plekje op een parking. We zetten het dak open en kruipen in ons bed.

24 en 25 juli 2026

Voor vertrek kreeg de camper nog even een opknapbeurt. De lekkende watertank werd hersteld. De bouten van het verwarmingselement waren losgetrild en dit zorgde voor de lekkage. Verder werd ook de elektriciteit weer even onder handen genomen en waar nodig aangepast, verbeterd of hersteld. Tevens kregen de deuren langs de passagierskant nieuwe scharnieren.Vrijdagavond uitgezwaaid door de jeugd en dan op weg naar Oss. Zonder noemenswaardige hindernissen vlot tot daar kunnen rijden. Onderweg wat begeleiding vanuit de lucht door een aantal luchtballonnen. Samen met de langzaam ondergaande zon zorgde dit voor een leuke afleiding. Eens in Oss was “ons” plekje benomen en was het er, tegenover andere keren, best druk. Bij aankomst stonden er al 7 campers. We vonden een plekje en terwijl Timber de omgeving besnuffelde, zette Leon het dak open. Daarna snel naar bed. Vanmorgen dan vroeg wakker. Met Timber een rondje rond de sportvelden en dan ontbijten.

Na het ontbijt even een andere weg bewandeld, zo ziet een mens weer wat nieuws. Rond half 8 konden we vertrekken. Het eerste doel: een supermarkt vinden want ik ben Timber zijn Schmackos vergeten aanvullen. Daarna op zoek naar een bouwmarkt voor een Tork T45 sleutel. Deze hebben we nodig om het fluiten van mijn deur te verhinderen. Na het veranderen van de scharnieren blijkt de deur achter de snorkel niet helemaal aan te sluiten aan het rubber en heeft de wind vrij spel met een irriterend gefluit tot gevolg. Ter hoogte van Klazienaveen is er een Jumbo en een Praxis. Win win. Onderweg er naartoe rijdt het best vlot, zien we dit keer een gigantisch jacht op het water in Oss en net als enkele weken geleden zijn de ooievaars op de akker ook present.

Tussendoor even een sanitaire stop bij een tankstation om dan net voor het stadje even een koffie/theebreak te houden. In de Jumbo vind ik snel wat we nodig hebben. Om naar de Praxis te rijden passeren we zus haar winkel. 12 jaar geleden zagen we deze ook al (ook na een bezoek aan de Jumbo toen). Bij de Praxis vinden we niet wat we zoeken, bij de buren Klusvijs vinden we het echter wel. Nu we toch van de snelweg zijn, besluiten we om via de plaatselijke baan de grens over te gaan om zo de file daar te ontwijken. Het gaat erg vlot en een origenele douanier geeft aan dat we Duitsland inrijden. Vandaag rijden we richting Leer en later Cuxhaven. Hierdoor vermijden we files ter hoogte van Bremen. Het is een deel plaatselijke baan en een deel snelweg. Het is aangenaam rijden omdat het er niet zo druk is en de weg best wat afwisseling biedt en af en toe +/Een klein uurtje later houden we halt om te lunchen en zo onze batterijen weer wat op te laden. Ietsjes voor 12 uur halt houden is duidelijk beter dan bijvoorbeeld 12u15. Het is erg rustig op de parking maar bij het einde van onze maaltijd komen de auto’s al dan niet met een sleurhut, ook halt houden voor hun middageten. Leon maakt dankbaar gebruik van de aangekochte sleutel om het scharnier aan te passen. Even spannend bij het oprijden van de snelweg,… maar het blijft stil. Feest!

Iets voor 15u is het dan tijd voor een appeltje. En uiteraard voor een extra toertje met Timber. Van hieruit gaat het dan richting Wischhafen. Hier is het even aanschuiven (550m en dik 20min wachten) om op de ferry over de Elbe te gaan. Een vaart van een ruim een half uur waarbij we geen files hoeven te verwerken ter hoogte van Hamburg. Wanneer er weer een nieuwe boot aanlegt, is het spannend of we meekunnen. De schipper kan blijkbaar goed stapelen en wij mogen nog mee. Een rustige oversteek waarbij we genieten in het zonnetje terwijl we naar het water en de omgeving kijken.

We meren vlot aan in Glückstadt. Op de boot even een route naar een slaapplek uitgestippeld en eens aan wal kunnen we die richting uitgaan. Rond 18u houden we halt op een parking langs de A23 op weg naar Heide (nee niet die bij Kalmthout) en is het tijd voor ons avondeten: aardappelsla met koude boontjes en gehaktballetjes. We parkeren ons in de buurt van een Defender 110 met aan de overzijde een grote overlandervrachtwagen. Beide wagens en nog een andere hebben op hun auto WOA staan.

Later op de snelweg zien we een bord met dezelfde letters. Even opgezocht: WOA staat voor Wacken on Air en is het ‘s werelds grootste heavy metal festival dat jaarlijks plaatsvindt in de eerste week van augustus in Wacken. De Duitsers verbroederen, wij beperken ons tot het eten van onze maaltijd. Het smaakt, de afwas is voor morgen. Nog snel een rondje met Timber en dan voort op weg naar een slaapplek.Iets voor negen parkeren we onze camper, ook ditmaal aan sportvelden van Neukirchen. Er is een toilet, jammer genoeg alleen open tussen 7u30 en 20u30, en water. We komen als laatste toe en zullen hoogst waarschijnlijk ook weer als eerste weg zijn morgenvroeg. Met het uitlaten van Timber merk ik dat we ook vlak aan een kerkje en een oorlogsmonument staan. Altijd leuk om even de omgeving te verkennen. Bij het sluiten van de achterdeur voor het slapengaan, vallen er druppels.

23 juli 2026

Op 24 juli zijn we vertrokken, via Denemarken , Noorwegen naar een Landrover treffen in Zweden (Rolfstorp) en dan richting Kiruna. Met onze reissnelheid van zo’n 200 a 300 km/dag hebben we wel een paar weken nodig (Kiruna is minimaal een 1700 km vanaf Rolfstorp dus een minstens een week heen en een week terug en nog een week om weer thuis te komen).

We zullen zo vaak mogelijk in de avond de blog bijwerken. Dit is afhankelijk van onze fut en of we internet via onze gsm hebben.

14 juli 2026

We zijn behoorlijk vroeg wakker. Wanneer ik iets na half zeven Timber wil uitlaten, stopt er al een auto met hetzelfde doel: de honden uitlaten. We kiezen beide een andere route op het grote domein. Na het ontbijt loop ik met Timber nog een iets langer rondje, om daarna weer op weg te gaan. We zitten niet zo ver van de snelweg dus rijden snel richting Hamburg. Het gaat daar vlot en we passeren de ring van deze stad zonder file. Aan de andere kant loopt het wel vast. We houden halt iets voor de werken in Bremen voor een koffie/theepauze met kanelbullar. Deze laatsten verzachten het afscheid van Zweden een beetje. Ondanks de werken gaat het voor onze richting zonder al te veel oponthoud voorbij Bremen. Daar nemen we, in plaats van de gebruikelijke weg naar Osnabrück, deze naar Oldenburg en Leer. Zo vermijden we een file die op dat moment al een vertraging van 20 minuten aangeeft.

Net voor de grens met Nederland lunchen we in de schaduw op een parking, waarna we nog even van de snelweg gaan om te tanken. We zijn daar duidelijk niet de enige. Er staan 4 auto’s met gele nummerplaat en na ons wachten er nog 2. Valt het op dat de brandstof in Duitsland beduidend goedkoper is dan in Nederland? Ter hoogte van Emmen komen we Nederland binnen en gaat het via Zwolle, Arnhem, naar Nijmegen, den Bosch, Tilburg en Breda. Onderweg hebben we verschillende keren een korte file. We houden tussendoor nog even een korte break op de parking van een benzinestation en zien daar een vrachtwagenchauffeur bekeurd worden door de politie. Via de E19 rijden we België weer binnen waarna we de weg vervolgen via de Liefkenshoektunnel. Met de gebruikelijke frietjes sluiten we deze trip af en komen weer veilig thuis van een korte Zwedentrip waarin we veel moois zagen in het zuidelijke deel van het land, het deel waar we meestal alleen maar doorrijden.

13 juli 2026

Heerlijk geslapen tot ruim 6u45. Terwijl ik Timber uitlaat, horen we een gesnuif en getrappel in het bos. Timber bevriest, gaat zitten en zijn neus gaat in de lucht. We blijven even staan maar zien niets verschijnen. Jammer. Na het ontbijt zoeken we op de kaart nog iets om te bezien voor we vandaag Zweden zullen verlaten.

We vinden een kerk, deze is het geografisch middelpunt van Skåne län. Dat vinden we reden genoeg om die kant op te rijden. We stellen de GPS in op geen hoofdwegen, dorps- of stadskernen en gaan op weg. We passeren vele mooie huizen, sommige hebben nood aan wat verfraaiing, anderen staan er prachtig bij. Maar vooral: rijden we over kleine en heel kleine weggetjes en aan het einde van de rit zijn we hooguit 5 auto’s tegengekomen.

Halverwege de voormiddag stoppen we even voor koffie en thee met koek. Volgens de GPS staan we aan de rand van een meer, maar zoals zo vaak in Zweden hebben ze er ook een reeks bomen rond gezet en krijgen we het meer dus niet te zien. Maar we staan rustig. Rond het middaguur bereiken we de beoogde kerk in Södra Rörum. We bekijken ze langs buiten. Wat dit keer opvalt zijn de helblauwe glaasjes als boord van de ramen. Jammer genoeg is de kerk gesloten en kunnen we niet naar binnen. We proberen wat foto’s te maken door de ramen maar dat wordt duidelijk geen succes omdat er ook nog ramen aan de binnenkant zijn. De oorspronkelijke kerk stamt uit de 12e – 13e eeuw. Deze kerk had geen toren maar een klokhuis. In 1968 werd de toren gebouwd waarna de grote en kleine klok er naartoe verhuisde. Maar toen bleek dat het aanleggen van de elektriciteit om de klokken te laten luiden te duur was, is de kleine klok verhuisd naar het wapenhuis verderop. Na een brand werd de kerk in 1820 hersteld om zestig jaar later weer van uiterlijk te veranderen, iets wat nog meermaals gebeurde nadien. Na de kerk rijden we wat verder om te lunchen. Ook nu weer aan een bijna niet gebruikte weg. Deze weg is afgesloten met een slagboom. Ik wandel er even in met Timber en ontdek alleen maar vervallen en (deels) ingevallen schuurtjes. Het is duidelijk waarom de weg niet meer wordt gebruikt.

Na de lunch gaat het richting ICA om de laatste inkopen te doen van Zweeds lekkers. We vullen ook de tank nog met diesel en dan is het in rechte lijn naar de Öresundbrug. We krijgen groen licht zonder dat we dienen te betalen. We vermoeden nummerplaatherkenning door de heenreis en verwachten een rekening thuis. Bij het uitrijden van Zweden druppelt het lichtjes, ook het land is triest bij ons vertrek. De reis over de brug en door de tunnel gaat soepel.Iets na de splitsing Rødby/Odense is het file. Op de pechstrook staat een kleine vrachtwagen zonder wiel. We kennen het gevoel en leven even mee. Daarna gaat het vlot richting de Store Bæltbrug. We betalen de tol en rijden weer verder. Niet veel later zetten we ons op een parking om wat te koken. Het is nog even rijden tot onze geplande slaapplek. We kunnen ons aan een picknicktafel zetten, een beetje afgezonderd maar toch volop zicht op de camper. Timber legt zich rustig bij ons aan de tafel. Het koken gaat prima, het eten smaakt. Nog even een rondje over het grasveld naast de parking met Timber en we kunnen weer verder.

Iets voor Kolding zijn ze aan de weg aan het werken maar het blijft vlot rijden. Niet veel later passeren we grens ter hoogte van Flensburg en rijden zo Duitsland binnen.

Iets voor Neumünster vinden we een slaapplek op een rustige parking. We hebben er het gezelschap van een lege aanhangwagen, een verlaten camper en een in de steek gelaten caravan. Kortom we staan alleen. Het voorbijrijdend verkeer is wel duidelijk aanwezig. Terwijl ik snel Timber uitlaat op een mooi terrein naast de parkeerplek, zet Leon het dak open en is het daarna bedtijd.

12 juli 2026

Zoals de vorige dagen ook nu weer vroeg wakker, bij de andere campers heerst nog volledige rust. Terwijl ik met Timber een rondje liep, moest Leon even de gereedschapskoffer boven halen. Een zekering was gesprongen. Een doorgebrande draad naar het lampje achteraan binnen was de dader. Voordeel van in de zomer in Zweden te zijn: dat lampje hebben we nu niet nodig.

Na het ontbijt werd het wandelen geblazen in het nationaal park. Dit park bevat een ongerept oerbos waar je vooral met mos bedekte rotsen vindt. Het lijkt wel als je er door wandelt, dat sommige rotsen zo tot leven kunnen komen en net als bij Frozenfilm tot trollen worden omgevormd. Het heeft wel iets magisch. Het schouwspel van de verschillende soorten en kleuren mossen, zowel op de rotsen als aan de bomen is prachtig. De wandelroutes leiden naar de 2 stilstaande meren : Stora Idgölen of Trollsjön genoemd en de Lilla Idgölen. In de meren vind je waterlelies, gele plomp en waterklaver. We starten met de route naar de Lilla Idgölen en krijgen direct een pittig klimmetje te nemen. Onderweg zien we buiten de rotsen met mos ook wroetvlekken van wilde zwijnen. Het pad is niet altijd even makkelijk te begaan omwille van de vele rotsen en stenen maar ook regelmatig door een omgevallen boom. In het park wordt niet gerooid. Enkele wordt er af en toe de kettingzaag bovengehaald als een omgevallen boom het pad te hard belemmerd. Het vele dode hout dat gewoon achterblijft voor insecten en kleine dieren maakt het bos helemaal speciaal. Dat de bomen die er staan best oud zijn en ook erg traag groeien, kunnen we zien bij een doorgezaagde stam waar de jaarringen wel erg dicht bij elkaar liggen.

Na het kleine meer koppelen we de route van het grote meer eraan. Na een toch wel glooiend parcours komen we weer aan de auto. We nemen nog koffie en thee aan de picknickplek met uitzicht op nog een ander meer en gaan daarna weer verder.Via de grindweggetjes gaan we op pad. We verlaten deze even omdat we moeten tanken.

Terwijl Leon de tank vult, zie ik een pijl: Mariannelunds Karamellkokerie. We besluiten even de straat in te rijden. Aangekomen aan het winkeltje staan er veel auto’s, we parkeren even op de straat. In het winkeltje ruikt het zoet. Achter het glas zijn enkele jongeren volop bezig de zoetigheden te verpakken. Er staan verschillende soorten klaar op een rek om te verpakken. Omdat het zondag is, zien we geen snoep maken, wel jammer. In de winkel zelf staan vele proevertjes. We testen er enkele en laten ons daarna verleiden om wat fudge in een zakje te doen, we vullen aan met een zakje citroen- en een zakje violetsnoepjes en rekenen dan af.

Zo zie je maar dat je niet alles hoeft voor te bereiden om leuke ervaringen op te doen. Niet veel verder botsen we in Näshult op een rode, houten kerk. Net als gisteren staat de toren apart. We bekijken de kerk aan de buitenzijde want ze is enkel van maandag tot en met donderdag geopend. Als je goed kijkt heeft het schip de vorm van een boot. Blijkbaar zou de kerk beroemd zijn om zijn stenen sacristie die stamt uit de Middeleeuwen. We slagen er in om enkele foto’s van de binnenzijde te maken door de vensters.

We rijden verder over zo klein mogelijke (grind-) wegen tot ons eigenlijke doel: de houten kerk van Granhult. Deze kerk zou officieel de oudste houten kerk van Zweden zijn. Aan de zonzijde heeft de kerk een afgebleekte kleur, aan de noordkant is ze nog sterk geteerd. We kunnen hier wel binnen. Muren, banken en plafonds: het meeste is beschilderd. Het is nog niet zo erg als de kerk van Habo die we vorige zomer zagen. Het heeft wel iets. Ook hier is een kleine sacristie. Bij het buitengaan zien we boven de inkomdeur het bordje: böj ditt huvud: buig je hoofd. Het deurtje is wel erg klein en laag. We besluiten aan de kerk te lunchen. Nog even tot rust komen in de schaduw van de auto en dan gaan we weer verder.

Via wat kleine wegen maar ook even de grotere komen we dan aan een parking waar een toiletgebouw staat en waar we ons chemisch toilet kunnen ledigen.

Aan mooi uitzicht geen gebrek. Nu ook dat weer in orde is, en we verder kunnen tot thuis, rijden we naar het Åsnen national park. We merken bij het oprijden van de parking al meteen dat we hier niet mogen overnachten. Jammer. Dit is best een klein nationaal park. Aan het begin staan enkele wegwijzers. We volgen deze naar het toilet maar komen eerst bij een informatiehuis en -punt. Hier wandelen we even naar het water en zien dan oranje bewegwijzering. Dit is de skogsslingan of ook wel lus door het bos. We nemen die en vertrekken inderdaad door het bos. Het paadje slingert langs het water tussen de bosbesplantjes door. Eigenlijk zo goed als vlak. Via een stuk beukenbos, gemengd bos en naaldbos met sparren en dennen komen we terug aan het infohuisje. Hierbij passeren we nog Trollberget: en rots met enkele spelonken. We nemen nog een kijkje en wandelen dan terug naar de auto.

Nu is het tijd om een slaapplek te zoeken. Iets verder aan de overzijde van het park, slaan we een grindweg in. Na even rijden vinden we een plekje aan de kant van een zo goed als ongebruikte weg.

Tijd om Timber uit te laten, snel een koude schotel ineen te flansen en dan wat te typen en tot rust te komen. We genieten van de hoorbare stilte. Net nadat ik met Timber het laatste rondje heb gewandeld, passeert er een wandelaar. Wij maken ons daarna verder klaar voor de nacht.