12 juli 2026

Zoals de vorige dagen ook nu weer vroeg wakker, bij de andere campers heerst nog volledige rust. Terwijl ik met Timber een rondje liep, moest Leon even de gereedschapskoffer boven halen. Een zekering was gesprongen. Een doorgebrande draad naar het lampje achteraan binnen was de dader. Voordeel van in de zomer in Zweden te zijn: dat lampje hebben we nu niet nodig.

Na het ontbijt werd het wandelen geblazen in het nationaal park. Dit park bevat een ongerept oerbos waar je vooral met mos bedekte rotsen vindt. Het lijkt wel als je er door wandelt, dat sommige rotsen zo tot leven kunnen komen en net als bij Frozenfilm tot trollen worden omgevormd. Het heeft wel iets magisch. Het schouwspel van de verschillende soorten en kleuren mossen, zowel op de rotsen als aan de bomen is prachtig. De wandelroutes leiden naar de 2 stilstaande meren : Stora Idgölen of Trollsjön genoemd en de Lilla Idgölen. In de meren vind je waterlelies, gele plomp en waterklaver. We starten met de route naar de Lilla Idgölen en krijgen direct een pittig klimmetje te nemen. Onderweg zien we buiten de rotsen met mos ook wroetvlekken van wilde zwijnen. Het pad is niet altijd even makkelijk te begaan omwille van de vele rotsen en stenen maar ook regelmatig door een omgevallen boom. In het park wordt niet gerooid. Enkele wordt er af en toe de kettingzaag bovengehaald als een omgevallen boom het pad te hard belemmerd. Het vele dode hout dat gewoon achterblijft voor insecten en kleine dieren maakt het bos helemaal speciaal. Dat de bomen die er staan best oud zijn en ook erg traag groeien, kunnen we zien bij een doorgezaagde stam waar de jaarringen wel erg dicht bij elkaar liggen.

Na het kleine meer koppelen we de route van het grote meer eraan. Na een toch wel glooiend parcours komen we weer aan de auto. We nemen nog koffie en thee aan de picknickplek met uitzicht op nog een ander meer en gaan daarna weer verder.Via de grindweggetjes gaan we op pad. We verlaten deze even omdat we moeten tanken.

Terwijl Leon de tank vult, zie ik een pijl: Mariannelunds Karamellkokerie. We besluiten even de straat in te rijden. Aangekomen aan het winkeltje staan er veel auto’s, we parkeren even op de straat. In het winkeltje ruikt het zoet. Achter het glas zijn enkele jongeren volop bezig de zoetigheden te verpakken. Er staan verschillende soorten klaar op een rek om te verpakken. Omdat het zondag is, zien we geen snoep maken, wel jammer. In de winkel zelf staan vele proevertjes. We testen er enkele en laten ons daarna verleiden om wat fudge in een zakje te doen, we vullen aan met een zakje citroen- en een zakje violetsnoepjes en rekenen dan af.

Zo zie je maar dat je niet alles hoeft voor te bereiden om leuke ervaringen op te doen. Niet veel verder botsen we in Näshult op een rode, houten kerk. Net als gisteren staat de toren apart. We bekijken de kerk aan de buitenzijde want ze is enkel van maandag tot en met donderdag geopend. Als je goed kijkt heeft het schip de vorm van een boot. Blijkbaar zou de kerk beroemd zijn om zijn stenen sacristie die stamt uit de Middeleeuwen. We slagen er in om enkele foto’s van de binnenzijde te maken door de vensters.

We rijden verder over zo klein mogelijke (grind-) wegen tot ons eigenlijke doel: de houten kerk van Granhult. Deze kerk zou officieel de oudste houten kerk van Zweden zijn. Aan de zonzijde heeft de kerk een afgebleekte kleur, aan de noordkant is ze nog sterk geteerd. We kunnen hier wel binnen. Muren, banken en plafonds: het meeste is beschilderd. Het is nog niet zo erg als de kerk van Habo die we vorige zomer zagen. Het heeft wel iets. Ook hier is een kleine sacristie. Bij het buitengaan zien we boven de inkomdeur het bordje: böj ditt huvud: buig je hoofd. Het deurtje is wel erg klein en laag. We besluiten aan de kerk te lunchen. Nog even tot rust komen in de schaduw van de auto en dan gaan we weer verder.

Via wat kleine wegen maar ook even de grotere komen we dan aan een parking waar een toiletgebouw staat en waar we ons chemisch toilet kunnen ledigen.

Aan mooi uitzicht geen gebrek. Nu ook dat weer in orde is, en we verder kunnen tot thuis, rijden we naar het Åsnen national park. We merken bij het oprijden van de parking al meteen dat we hier niet mogen overnachten. Jammer. Dit is best een klein nationaal park. Aan het begin staan enkele wegwijzers. We volgen deze naar het toilet maar komen eerst bij een informatiehuis en -punt. Hier wandelen we even naar het water en zien dan oranje bewegwijzering. Dit is de skogsslingan of ook wel lus door het bos. We nemen die en vertrekken inderdaad door het bos. Het paadje slingert langs het water tussen de bosbesplantjes door. Eigenlijk zo goed als vlak. Via een stuk beukenbos, gemengd bos en naaldbos met sparren en dennen komen we terug aan het infohuisje. Hierbij passeren we nog Trollberget: en rots met enkele spelonken. We nemen nog een kijkje en wandelen dan terug naar de auto.

Nu is het tijd om een slaapplek te zoeken. Iets verder aan de overzijde van het park, slaan we een grindweg in. Na even rijden vinden we een plekje aan de kant van een zo goed als ongebruikte weg.

Tijd om Timber uit te laten, snel een koude schotel ineen te flansen en dan wat te typen en tot rust te komen. We genieten van de hoorbare stilte. Net nadat ik met Timber het laatste rondje heb gewandeld, passeert er een wandelaar. Wij maken ons daarna verder klaar voor de nacht.