Maand: augustus 2026

23 augustus 2026

Vannacht werd ik wakker van lampen die in mijn ogen schenen, Leon van het geluid van een auto. We kregen dus buren iets na middernacht. Voor de rest dan toch nog een redelijke laatste nacht. Voor het ontbijt met Timber op pad, aan de andere kant van het plein, achter de kerk, vind ik een parkje. Dan toch nog een betrekkelijk goede wandeling voor hem. Gisteravond vroegen we ons af of we bij de bakker aan het plein lekkers zouden halen als ontbijt. Ze hadden alleen sandwiches, 3 soorten pistolets, croissants en brood. Dus ons dan toch maar bij het gewone gehouden. De buren zijn er ook vroeg bij, halen wel broodjes en rijden dan door. En dan gaan we, voor de laatst keer deze reis, er vandoor. Het wordt een groot stuk over de plaatselijke banen. Door veel groen en soms leuke dorpjes. Verder hebben we zo de gelegenheid om nog wat vogels te spotten: kraanvogels, eendjes, ganzen, witte en blauwe reigers en veel ooievaars. Het is wel mooi rijden, maar het gaat natuurlijk niet zo snel.

Koffie en thee drinken we op de parking van het Rododendronpark. Hier waren we eerder (Denemarken 2024). Hierna volgt nog een klein stukje plaatselijke weg, waar we nog even tanken, om dan toch de snelweg richting Leer te vinden. In de omgeving van Emmen rijden we Nederland weer binnen. Wat later rijden we een parking op aan een benzinestation. Het is er erg druk met vrachtwagens, voor de gewone auto’s en campers is er weinig plek nog beschikbaar. We parkeren ons dan maar op het gras. Na de lunch nog een toer met Timber op het terrein. Gelukkig is het ondertussen toch al even droog en zonnig geworden. Over Zwolle, Utrecht, Gorichem en Breda gaat het dan verder richting Antwerpen en stilaan echt naar huis. We rijden nog even van de snelweg om Timber te laten plassen, om dan vlot over de Belgische snelweg ons te verplaatsen en na de Liefkenshoektunnel tanken we nog een laatste keer en rijden daarna door naar het frituur voor ons vast ritueel. Eens weer thuis laden de jongens de auto uit en wandel ik met Timber en kan de uitpak daarna beginnen. Wat een reis.

Na 8668 km zijn we dus terug thuis. De vraag is niet of we nog teruggaan, wel wanneer en waarheen. Het was een zeer fijne ervaring om kilometers lang te rijden zonder één of bijna geen auto’s tegen te komen. Het feit dat je diep in het bos op wandeling niemand tegenkomt, is zalig. Die rust, de stilte weg van prikkels, dat is genieten. Dit jaar hebben we ook bewust meer gewandeld wat de binding met de natuur uiteraard alleen maar ten goede komt. Om dan de geweldige ervaringen van het zien van elanden, wolf, vos, auerhoenen en de vele rendieren en hertjes niet te vergeten. Wat ons echt wel opviel was de aanleg van elektriciteit in de meer afgezonderde gebieden. Ook het meer uitbreiden van de skigebieden is niet aan ons voorbijgegaan. We zijn wel blij dat die uitbouw beperkt en geconcentreerd blijft tot die gebieden.

Maar ook dit jaar zijn we in de valkuil getrapt van zoveel mogelijk te zien. We zijn na het Land Rovertreffen in ruim 13 dagen noordwaarts gegaan, maar hadden minder tijd om nog meer afstand (Kiruna – thuis) in 9 dagen af te leggen wat maakte dat er toch best wat zwaardere dagen in zaten. Ook het nuttigen van de dagenslunchen maakte dat we soms ’s avonds langer doorreden omdat we toch niet moesten koken. Dit beetje zelfkritiek weegt niet op tegen al het mooie dat we zagen, maar is wel zinvol om mee te nemen bij de volgende voorbereidingen.

22 augustus 2026

We stonden hier al eerder (zie 11 aug 2024 Zweden), daar zijn we nu weer achter gekomen. Voor het ontbijt maak ik met Timber al een uitgebreide tocht over het terrein, hij geniet voor het eerst weer van even los lopen. Enkele vroege spelers zwieren hun frisbee richting het doel. Sommige lopen wat te zoeken in het hogere gras of in de bosjes naar een verdwaald exemplaar. Tijdens het eten komen er enkele auto’s aan om ook hun hond uit te laten. Vermits we een rijdag voor de boeg hebben, maak ik met Timber nog een tweede uitgebreide toer. Daarna gaat het richting snelweg door Denemarken en zo richting boot. We blijven ons verbazen dat in dat stuk van het land de snelweg 5 rijstroken telt. Dat is waarschijnlijk dan ook nodig want we vinden het voor een zaterdagochtend toch best druk. Het weer kunnen we best wisselvallig noemen: van een felle regenbui, over zon naar miezer weer naar zon. De gele gedorste akkers liggen er eenzaam bij. Hier en daar spotten we nog een hertje/reetje. Op de brug ter hoogte van Farø waait het stevig. Kort daarna zetten we ons even op een parking en drinken koffie en thee aan een statafel. Na wat wegenwerken bereiken we rond kwart voor 12 de haven van Rødby. Het aanmelden gaat vlot, we zetten ons in lijn 7. Verschillende andere lijnen mogen inschepen. Wij dienen te wachten op onze gereserveerde boot van 12u15. Opmerkelijk is wel dat er geen vrachtwagens geladen worden. Zij mogen natuurlijk niet rijden in Duitsland in het weekend.

Dan is het onze toer. Vermits er geen vrachtwagens meegaan, mogen wij bij de andere campers op het onderdek. Eens aan boord gaan we naar dek en nemen afscheid van Denemarken. Ook hier zien we een stuk van de werken voor de nieuwe tunnel, meer bepaald het herstellen van het natuurgebied. We bestellen ons wat warm eten, dat scheelt vanavond ook weer. Na nog wat rondwandelen op de boot is het weer tijd om naar de auto te gaan. Het ontschepen gaat vlot maar daarna moeten we met z’n allen op 1 rijstrook door de werken voor de nieuwe tunnel en de werken op de brug. Dat vraagt even tijd.

We zien dat de gps ons niet onder Hamburg doorstuurt maar de weg wijst (één die zelfs sneller is) over de ferry over de Elbe. We zoeken het even op en ja rond Hamburg is het vuurrood, ook bij Bremen is het een heel stuk file. Dan maar een deel plaatselijk weg richting het bootje. Het vraagt, mede ook door het wisselvallige weer, toch wat meer tijd dan we hoopten. Iets over half zes kunnen we aan boord. Gelukkig is het droog en zonnig tijdens de overtocht. Deze overtocht wordt nog opgefleurd door een flower-power-auto. Maar het is niet alleen de auto die opvalt met de bloemen en het peaceteken maar ook de dame achter het stuur is in die periode blijven steken. De stoelovertrekken zijn gehaakt in verschilende kleuren in granny squaretechniek.

Na de boot gaat het richting Bremershaven op zoek naar een slaapplek. Maar dat is buiten de omleidingen gerekend. De eerste keer worden we door de brandweer omgeleid, vermoedelijk wateroverlast na de stortbui die we over ons kregen, misschien een ongeluk. Hier gaat het nog vlot. Daarna worden we verderdoor, door de politie omgeleid. Op het moment dat we weer naar de weg willen, stuurt de brandweer ons helemaal de andere kant uit. We denken dat er een koers plaatsvond. Maar omdat we nu even de goede richting kwijt zijn (gps stuurt ons steeds terug de omleiding in) hebben we het even gehad. We vinden een plekje in een dorp op het dorpsplein. Hier zijn 3 plekken gereserveerd voor campers. We bekomen even van het laatste stukje van de dag en gaan dan slapen.

21 augustus 2026

Het werd inderdaad een erg rustige nacht, vermoedelijk onze laatste rustige. We weten nog niet waar we vannacht zullen slapen, maar stille, rustige plekjes meer zuidwaarts zijn moeilijker te vinden. We genieten dus van ons laatste stukje grindweg voor we de grotere weg weer oprijden. Opvallend hoe de bomen, varens en bessen hier al verkleurd zijn. Samen met de nog bloeiende heide in de bermen is het duidelijk dat de herfst zijn intrede heeft gedaan. Het landschap is toch wel weer veranderd en de uitgestrekte (gedorste) graanakkers zijn weer van de partij.

We bereiken vlot Hjo. Dit is het laatste stadje van de Tre Trästäder, na Eksjö en Nora, dat we nog willen bezoeken. Onze rondwandeling start aan het stadspark of beter erin. Want in het park staan verschillende mooie houten villa’s die het park een extra elan geven. Zo komen we ook in het haventje waar zelfs nog oude bootjes liggen alsook een stoomboot. Via de haven komen we aan de grote markt. Daar staat een roos houten huis. Aan de ene kant een brillenzaak, aan de andere kant een snoepwinkel met heeeel veel schepsnoep.

Aan de andere kant van het plein bevindt zich de kerk van Hjo. Ze wordt omringd door mooie bloemperken en een gedenkplek voor overledenen. Bij een grote brand in 1794 werden de kerk, de klokken en verschillende huizen verwoest. Uit de teruggevonden onderdelen van de oude klokken, werd een nieuwe gesmolten. De kerk onderging na de wederopbouw meerdere renovaties. Bij ons bezoek worden we opgevrolijkt door orgelmuziek. Het is een sobere kerk, wel met mooie glasramen, zeker rond het altaar.

Nu rest ons alleen nog een wandeling over de havenboulevard richting auto. Maar dan zien we dat Moster Elins ijskraam toch nog open is gegaan. Hier vind je best wat combinaties ijscoupes en vele smaken ijs, zelfs ijs voor honden. We nemen een kölapp (nummertje) en schuiven aan tot ons nummer wordt afgeroepen. Leon gaat voor de combinatie blåbär en lakritspralin, ikzelf geef de voorkeur aan pecannötkola en pippi krumelurglass. We zetten ons in de zon op een bank. Nog even een echt vakantiegevoel.

Na het ijsje wandelen we dan echt over de boulevard naar de auto.

DeNu we onze laatste geplande stop achter de rug hebben, hebben we nog 1 todo: wat lekkere Zweedse zaken halen. Onderweg lunchen we nog op een parking aan een meer en rijden dan door naar Ljungby waar we bij de Maxi ICA het gewenste voor thuis ophalen. We tanken de auto nog vol en maken van de gelegenheid gebruik om de boten te boeken. We besluiten om ineens door te rijden naar Helsingborg.

Zo is het een korte pijn om Zweden te verlaten en hebben we de komende dagen iets meer ruimte om het rustig aan te doen. Het wordt een saaie weg via de autosnelweg. We staan weer versteld hoe ver we kunnen kijken zonder de bomenrijen langs de weg. We nemen afscheid van de elanden, zij het dan via de verkeersborden. De reetjes staan weer aan de bosrand. Net voor Helsingborg tanken we nog een laatste keer goedkope Zweedse diesel vooraleer we naar de boot gaan.

Eens aan de boot duurt het even voor de barcode van het ticket wordt gelezen want nummerplaatherkenning is altijd een heikel punt omdat de onze aan het dak vasthangt en de camera’s naar beneden staan. We rijden naar de opgelegde lane 5 waar het groene licht plots rood wordt. Gelukkig zegt een steward anders en mogen we als laatste op de boot. We varen al wanneer we uit de auto stappen. We trekken vlug naar dek en zien de haven van Helsingborg en dus Zweden kleiner worden. Het doet weer pijn, elke keer is het toch een beetje emotioneel afscheid nemen. Aan het voordek zien we Denemarken groter worden terwijl de zon langzaam onder gaat gaan. We kunnen vlot ontschepen en rijden de eerste kilometers in Denemarken richting een slaapplek. We staan op de parking van een frisbeegolf of golffrisbee-terrein. Een rustige plek hopen we en toch veel plek om Timber uit te laten.

20 augustus 2026

Na een rustige nacht ga ik met Timber langs het langlaufspoor het bos in. Het blijft een grappig iets: in Zweden is er, buiten in de grote steden, geen straatverlichting maar de langlaufpistes die hebben wel verlichting. Terwijl ik in het bos wandel kom ik 2 hangmat/slaapzakken tegen die nog in diepe slaap zijn.

Na een korte rit komen we aan in Örebro, de hoofstad van de gelijknamige provincie. Toch zien we onderweg nog een oud treinstel staan, waarschijnlijk onderdeel van een oude groeve in de buurt. De stad Örebro zelf is al jaar en dag een commercieel kruispunt. Dit komt door de strategische ligging. We merken direct dat dit toch wel één van de grotere steden is met best wat hoogbouw.

We vinden een plekje op de parking voor het Universitair Ziekenhuis van de stad. Van hieruit wandelen we de stad in. We passeren eerst een wijk met grote, prachtige woningen. Met de brug over de Svartån (dezelfde rivier als in het Hamra national park) komen we in een park. Hier vinden we informatie over kunst in de stad. Doorheen de gehele stad staan er, tot half september, kunstwerken opgesteld. Er volgt, aan de hand van foto’s, een klein overzichtje.

Eens aan de “goede” kant van de rivier lopen we op het Slott. De bouw van het kasteel startte in de 13de eeuw en eindigde pas in de 17de eeuw. Hier verbleef Maarschalk Bernadotte, de latere koning Carl XIV, voor hij naar Stockholm vertrok. Zijn standbeeld staat naast het slot. Bezoeken heeft niet veel zin want de meeste kamers zijn omgebouwd tot vergaderzalen.

Vanaf het slot wandelen we het centrum in en zien de Riksbank, het Rådhus, een groot plein. Het plein wordt een beetje ontsierd door de kraampjes van de politieke partijen. Op 13 september wordt er gestemd voor de Riksdagen (het Zweedse Parlement). Via een park komen we terug langs de rivier.

We wandelen verder tot aan Wadköping. Een opnieuw in oude stijl opgebouwd deel van de stad. Hier bevinden zich houten huizen, maar ook werden in die huizen zaken tentoongesteld evenals enkele oude beroepen weer tot leven gebracht, zoals bijvoorbeeld de houtbewerker.

Via het oude stuk stad komen we in het stadspark terecht. Wat een mooi onderhouden plek. Bloemperken, pergola, rozentuin en enkele grote speeltuinen lokken vele bezoekers. Wij houden halt bij de Stadträdgården om te lunchen. In 1 van de serres kunnen we de dagenslunch bestellen en opscheppen. Wij eten buiten (hond) onder een grote parasol. Een heerlijk buffet met koffie en thee als afsluiter en we kunnen er weer even tegen.

Na het park brengen we nog een bezoek aan de Örebro kerk of de kerk van de Sint Nicholas. Deze wilden we in de voormiddag bezoeken maar toen zou er juist een begrafenis beginnen. We bekijken nu om beurten de kerk. Wat als eerste opvalt is de regenboogmat in het middengangpad. Het altaarstuk is ook boeiend om te bekijken. Samen met de 4 evangelisten staan ook de andere apostelen afgebeeld. Voorts hangen er nog enkele koninklijke schilden aan de muur. Na de kerk zijn we dan terug naar de auto gegaan. Even nog langs het ziekenhuis voor een sanitaire stop.

Bij het buitenrijden van de stad viel het verkeer nog wel mee, maar we moesten ook nog naar de winkel. Vanaf dan merken we wel dat het in Zweden einde werkdag is en worden we voor het eerst sinds lang nog eens geconfronteerd met file. Na de winkel gaat het dan richting Hammar aan het Vättern-meer. Hier gaan we op bezoek bij een klasgenoot van de Zweedse les die sinds 1 augustus samen met zijn vrouw en dochtertje hier is komen wonen. Wat een ruim huis en hoe leuk dat ze vanuit hun tuin recht op het meer zien en er zo in kunnen. We hebben een gezellige middag. Terwijl zij onze camper bekijken, wandel ik even met Timber in de buurt rond.

Na een geslaagde middag gaan we op zoek naar een plekje. Eerst vinden we er 1 aan hetzelfde meer als waar we daarnet waren, maar er staan 3 Duitse campers met jonge gasten en die maken nogal wat lawaai. We rijden enkele kilometers verder en vinden een erg rustig plekje aan een redelijk verlaten weg. Iets voor negen uur wordt het al donker. Gelukkig hadden we vanmiddag uitgebreid geluncht.

19 augustus 2026

Vanmorgen wat later wakker geworden dan normaal maar wel met volle zon. Na het ontbijt het blog van gisteren nog afgewerkt. Via de grindweg vertrokken we dan richting Mora. Een gezellig dorp/stadje aan de oevers van het Siljanmeer. In dit dorp vond Gustav Vasa een onderkomen toen hij op de vlucht was voor de Deense troepen. De inwoners van Mora waren de eersten om hem bij te staan in zijn onafhankelijkheidsstrijd waarbij ze de harde kern van zijn bevrijdingsleger vormden. Sinds 1922 wordt dit jaarlijks herdacht met de Vasaloppet, een belangrijke langlaufwedstrijd met start en aankomst in Mora.

We rijden het stadje binnen en vinden een parkeerplek. Vanaf daar wandelen we door de winkelwandelstraat eerst naar de Kerk van de aartsengel Michael. In sommige van de rode straatstenen zijn namen gezet. Terwijl ik ze bekijk en fotografeer, word ik er op attent gemaakt dat de Mora’s messenwinkel ook typisch van de stad is. Om te verhinderen dat auto’s de voetgangerszone inrijden, staan er de typische Dalarna paardjes als stop. In de straat zien we het standbeeld van Michael en de draak.

We bekijken om beurten de kerk want deze is wel open. Het eerste wat opvalt zijn de deuren. Het is best een grote kerk. Het altaar en de preekstoel vallen wel op. Verder staat er een maquette van de kerk in lego. In deze kerk kreeg het kinderhoekje ook ruime aandacht. Aan de muur hangt een schilderij van koningin Kristina. Buiten op het kerkhof vind je het familiegraf van Anders Zorn. Zorn was een schilder, etser en beeldhouwer. In Mora zijn 2 musea aan hem gewijd waarvan 1 naast de Zorngården, de plek waar hij met zijn vrouw Emma leefde. Verder kan je een rondwandeling volgen waarbij je allerlei plekken kan bezoeken die belangrijk waren in zijn leven. Naast de kerk bevindt zich de klokkentoren die een symbool vormt voor de Vasaloppet.

Na de kerk wandelen we verder naar het gebied wat belangrijk is bij de Vasaloppet. We zien allereerst het standbeeld van de langlaufer. Het Vasaloppets Hus (museum) is niet geopend. Een grote rode stoel en de aankomstplaats vallen op door hun Falunrode kleur. De verffabriek is hoofdsponsor. Voor het Vasaloppets Hus staat een cirkel met marmeren zuilen. Hierop staan de namen van de winnaressen van de Vasaloppet en de Tjejvasan.

Vanaf de Vasaloppethoek wandelen we naar de Zorngården en zien het huis waarover daarnet sprake was, samen met enkele oudere gebouwen en een mooi verzorgde tuin. In 1 van de gebouwen is ook een café. Op de terugweg naar de auto wandelen we nog even door de winkelwandelstraat en snuister ik wat in een souvenierswinkel.

Vanaf Mora rijden we naar Sollerön, een eiland in het Siljanmeer. Via de brug vanuit Mora rijden we naar de kerk Sofia Magdalena. Een witte kerk waarbij het koper en het goud mooi blinken in de zon. Wat ons bij het binnenkomen opvalt, is het liftje voor rolstoelen samen met de elektrische deurknoppen om de deuren te openen. Binnen is het eigenlijk een sobere witte kerk, waarbij de banken in het typische dalablauw geschilderd zijn. Het altaar lijkt een houten tempel die door zuilen wordt gedragen. Ook hier vallen de gouden versieringen op.

We lunchen op de parking naast de kerk aan een picknicktafel. Vlakbij staat ook nog een exemplaar van een kerkboot. Deze boten werden gemaakt volgens de methodes van de Vikingen. Ze werden handgemaakt en dienden om de mensen van Sollerön over het meer te vervoeren naar de kerk van Rättvik. (zie ook eind juli Zweden 2025, Tällberg)

Dan verplaatsen we ons naar de Hembygdsgård waar naast de tuin, ook enkele Vikinggraven liggen. We wandelen door de tuin, bekijken de gesloten, oude huisjes en wandelen verder naar de graven. Onderweg worden we opgewacht door een lieve kat. In de wei zien we de graven liggen. Eens terug bij de auto rijden we nog langs de resten van een Kapel vooraleer we naar de oude stoombootpier gaan.

Hier kijken we even rond. Genieten van het meer en nemen wat foto’s. Wat we niet vinden is de tegenhanger van het Dalarna paardje dat je in deze streek overal ziet: op Sollerön hebben/hadden ze een ooi.

We verlaten Sollerön langs de andere brug terug naar het vasteland en maken ons klaar voor een stevige rit. Zoals de vorige dagen rijden we overvloedig langs meren. Toch merken we een verschil in de stijl van de huizen, hebben we de bergen achter ons gelaten en komt er terug meer akkerbouw te voorschijn. En dan hebben we pech: werken aan de weg. We staan meer dan 20minuten te wachten aan het rode licht tot de loods ons komt halen. Eindelijk mogen we volgen over gravel, putten ontwijkend. We rijden langs een plek waar volop nieuwe gravel wordt gestort als basis voor het asfalt later. Door de regen en het vuil in de plassen ziet de auto en met uitbreiding het raam aan de passagierskant er weer geweldig uit. Even later houden we halt op een parking om de ramen weer bruikbaar te maken. Nadat we door een smalle brug onder het spoor doorrijden komen we op een toeristische route : deze van de 3 meren. Zo komen we tot bij Nora.

Nora hoort samen met Eksjö en Hjo tot de tre trästäder. Zie ook de uitleg bij Eksjö begin juli Zweden 2026. Maar waar we vooral voor kwamen was het ijs. Nora Glass staat bekend om zijn zelfgemaakt, dagelijks vers ijs. Je krijgt steeds vanille en hazelnoot en de derde smaak is verschillend per dag. Vandaag was het äpplepaj. We zijn met 18u15 nog net voor sluitingstijd om ons ijsje te bestellen. Heerlijk smullen. Daarna lopen we nog even door de oude, houten stad.

Hierbij komen we ook bij het oude spoorwegstation en enkele oude treinen. Nora was Zwedens eerste spoorwegstad, iets waar ze duidelijk heel trots op zijn.

Van hieruit gaat het naar een slaapplek, welke we vinden aan het begin van enkele wandelingen. We staan hier in het gezelschap van nog 3 campers. De tijd om alleen te staan op een plekje zal jammer genoeg voorbij zijn. Tijdens het typen van het blog, krijgt een Zweedse tiener zijn eerste rijles van zijn vader. Na vele rondjes op de parking geraakt hij toch al tot in tweede versnelling. Hopelijk heeft de auto na de les nog een koppeling. En nu worden we dan ook geconfronteerd met het feit dat het hier veel sneller donker wordt dan dat we de vorige avonden gewoon waren.

18 augustus 2026

Het is droog gebleven afgelopen nacht. Voor het ontbijt nog wat frambozen geplukt. Jammer genoeg vielen er daarna wel wat druppels dus werd het ontbijten aan de picknicktafel met dakje. Na het eten nog de bessenkam bovengehaald en vossenbessen geplukt. Daarna op weg richting nationaal park. Onderweg kwamen wat wegenwerken tegen, kerkjes maar ook de grootste houten beer ter wereld (te Sveg). Via een lange grindweg kwamen we dan aan bij het Hamra national park?

Dit nationaal park in het midden van Zweden bevat een oerbos, het Svartåmyranmoeras en de Svartån (rivier). 90 procent van de bomen zijn dennen waarbij vele meer dan 300 jaar oud zijn. We parkeren onze auto aan de hoofdingang. Daar vertrekken enkele korte rondwandelingen. We kiezen voor onze eerste de Myrslingan, een toertje door het moeras en de wetlands. Deze wandeling is eenvoudig met een maximum hoogteverschil van 20m over de gehele toer. Het pad gaat voor 75 procent over planken. In het bosgedeelte staan ook hier volop allerhande paddenstoelen. Hier halen we herinneringen op aan een gelijkaardige wandeling enkele jaren geleden.

Voor de tweede rondgang kiezen we voor de Urskogslingan door het oerbos. We vertrekken over een breed, rolstoeltoegankelijk plankenpad tot het uitzichtpunt bij Svansjön. Vanaf dan gaat het licht glooiend door het bos. Uiteraard ook een deel over planken, want het blijft een moerasgebied. Soms wordt het wat slijkerig, maar het is vooral erg mooi. Zeker als je de vormen van het dode hout meeneemt in het beeld. Bij een omgevallen, doorgezaagde boom kunnen we de jaarringen goed zien. Deze 3km lange slinger brengen we ook nu weer grotendeels alleen in het bos door, op 2 koppels die de wandeling in tegenovergestelde richting doen. Om te lunchen zetten we ons even aan de tafels die bij de ingang staan.

Dan rijden we naar de verste ingang van het park om ook daar nog een rondwandeling te doen. Hierbij passeren we de middelste ingang en beseffen dan pas ten volle dat de wandeling waar we vanmorgen over spraken, we aan deze ingang maakten. Het was toen echt in de wetlands, want we waren kletsnat toen we het park uitkwamen. Onderweg kwam er een stortbui toen, een onderdeel van de in 2023 passerende storm Hans. We parkeren de auto en vertrekken het bos in. Volgens de Komoot is het een makkelijke wandeling. We hebben daar toch onze twijfels over. Het was eerder een avontuurlijke en uitdagende tocht. Timber moesten we af en toe los maken van de riem om veilig op of af rotspartijen te geraken. 1 hoge rots was zelfs voor Timber erg stressie. Ik kon er af via een andere rots, maar dat zag hij niet zitten, na veel gepiep is hij dan toch gesprongen naar een veilig vlak plekje. Dat was even spannend. Maar de toch is zo veranderlijk en prachtig. De donkere rivier die afstak tegen de ruwe rotsen, de verschillende kleuren mos op andere rotsen, paddenstoelen, bessen, kleine beekjes die we over moesten. Als laatste nog even over de brug om zo aan de andere kant van de rivier het bos in te duiken en dan waren we weer aan de auto.

Over de gravelweg ging het dan richting E45, maar eerst nog een stop ter hoogte van een molen, diep in het bos wel aan een riviertje. Deze watermolen werd samen met een andere watermolen gebruikt bij de graanoogst. De eerste was een soort wanmolen met een verticaal schoepenrad en diende om het kaf van het koren te scheiden. De tweede molen diende om het graan te malen. De waterstroom zetten een horizontaal schoepenrad in beweging waardoor de molenstenen over het graan walsten. Ondanks een overstroming in 1985, staan de 2 molens nog redelijk intact (hersteld) in het bos.

Het was de korte stop en wandeling meer dan waard.Toen was het echt meer dan tijd om een slaapplek te gaan zoeken. Eerst passeerden we een nieuwe provincie grens. Een kleine waterval ter hoogte van het benzinestation was zinvol genoeg om even terug te lopen terwijl Leon tankte. Op die plek konden we ook drinkwater aanvullen. Met het indraaien van een grindweg vonden we dan toch nog een plekje. Na een snelle hap en nog even genietend van de kleurrijke zonsondergang was het dan bedtijd.

17 augustus 2026

Nog eerst iets over Dorotea. Dit is ook de plaats waar Polar zich bevindt, de fabrikant van winterbestendige caravans. Van daar dat er ook een caravanmuseum is (husvagn).

Vanmorgen was het zonnig en niet echt fris. Na het ontbijt en de wandelingen met Timber verlieten we onze slaapplek. Het werd een voormiddag rijden. We reden een groot stuk langs de Inlandsvägen (E45) met als trouwe compagnon de spoorweg Inlandsbanan. De Inlandsbanan is een toeristische spoorlijn dwars door het binnenland van Zweden van Kristinehamn tot Gällivare. De trein rijdt alleen in de zomer, op een trage manier tussen meren en bossen. Onderweg stopt de trein voor maaltijden met lokale ingrediënten. Ter hoogte van Stromsund stoppen we op een parking waar we de mogelijkheid hebben om het zwart en grijs water te lozen. Het werd ook de gelegenheid voor een Brit om meer dan een half uur een praatje te maken over de auto, reizen door Zweden, op reis met een hond vanuit de UK (en er ook weer in) en nog wat van alles. Leuke babbel in elk geval. Iets buiten de stad passeren we een bedrijf dat bomen verwerkt. Veel bomen. En dan verschijnt er een bord dat er gedurende 49km asfalteringswerken zijn. Even moeten we wachten voor en stoplicht en daarna mogen we in konvooi weer verder.

Iets over twaalven bereiken we Östersund. De regionale hoofdstad van Jämtland. We zijn dus weer een provincie gedaald. Het was vroeger een militaire stad maar staat nu vooral bekend om zijn cultureel erfgoed, ook op gebied van eten. We parkeren onze auto aan de grote kerk waar we 4 uur kunnen staan, gratis. We wandelen door de straten naar het centrum.

In de winkelwandelstraat fleuren kleurrijke doeken het geheel op. Op geregeld afstand hangt er een hangmat/zak, allemaal in verschillende kleuren. Hiervan maken kinderen gretig gebruikt om even te hangen, schommelen, zich te verstoppen. In de stad bevinden er een aantal kerken, jammer genoeg allemaal gesloten. Via een mooie brug kan je over de spoorweg richting het meer wandelen. In het parkje voor de grote kerk zien we nog enkele beeldhouwwerken. De draak bij de kerk is wel heel kleurrijk. Er bevinden zich allerlei vissen op, Jezus en Sint Pieter. Een leuke stadje, bedrijvig maar gelukkig niet al te druk.

Naast het bedrijf van Arla is Östersund ook bekend om de textielindustrie Woolpower. Deze fabrikant is gespecialiseerd in het maken van kledij met merinoswol. Er is maar 1 fabriek. Ze houden de productie ook dichtbij, hierbij weten ze wie de kleren naait (wordt op het label vermeld) en daardoor kunnen ze hoge kwaliteit leveren. De merinoswol komt van schapen uit Zuid-Amerika omdat daar onder andere geen vliegenplagen zijn die de wol kunnen aantasten. De wol wordt in Duitsland gewassen, gesponnen en geverfd in beperkte kleuren. Om de kleding te verstevigen en te verduurzamen worden unieke naai- en weeftechnieken gebruikt zoals het maken van “tubes” (mouw, been, romp) zodat er geen lengtenaden zijn en wordt er gebruik gemaakt van Terry Loops, dit zijn lussen aan de binnenkant om extra lucht vast te houden en vocht makkelijker naar buiten te laten gaan. Een bezoek aan deze zaak kunnen we dan ook niet aan ons laten voorbijgaan. In de hall vinden we enkele oude machines. Op de eerste verdieping is de winkel. Via een glazen wand kan je een deel van de fabriek zien. Interessant. We lopen even rond in de winkel, bekijken sokken, vesten en truien. Waarschijnlijk hebben we niets nodig vermits we ons reeds veel voor de winter in Zweden hadden aangeschaft. Toch koop ik nog een paar sokken en een dunne muts.

Vanaf hier is het een stukje rijden richting morgen en een slaapplek zoeken. We starten over de E14, gaan al snel over naar een kleinere weg en rijden daarna meer dan 30km over grindwegen. Ergens langs die weg staat in eens een bord dat je daar kan vissen maar een visvergunning nodig hebt, het water is niet echt te zien. Huizen, mensen al evenmin. Niet veel verder is er nog een man met bosmachine bezig om gerooide bomen op te stapelen. Gelukkig komen we de vrachtwagens die ze moeten ophalen niet tegen op het smalle pad.

We vinden een plek aan een meer op een grote parking. Toilet is aanwezig alsook verschillende picknicktafels en een shelter met vuurhaard. Hopelijk een rustige, droge nacht.

16 augustus 2026

Met een zonnetje wakker geworden. Het riviertje in het bos kabbelt rustig verder. Als ontbijt bak ik pannenkoeken. Daarna worden de bakken met kleren nog even herschikt. Tijdens mijn wandeling met Timber zie ik dat er afgelopen nacht een eland is gepasseerd samen met een kalf: kleine en grote hoefsporen in het natte slijk zijn de stille getuigen. Heerlijk te weten dat die dieren zich zo in de omgeving van de auto begeven. Jammer dat ze niet even op de koffie komen. Dan kunnen we weer verder, het bruggetje is sterk genoeg om ons een tweede keer te laten passeren. Na een kort stukje grindweg wordt het terug grote baan en asfalt. Het duurt meer dan 30 kilometer voor we de eerste auto tegenkomen. We hebben dan nog wel al enkele rendieren gezien. De kans om ze nu nog te zien wordt wel kleiner omdat we meer naar het zuiden rijden. We houden even een break op een grote grindvlakte waarna ik nog met Timber door het bos erachter wandel. Tijdens het volgende stuk wisselen een bui en de zon mekaar af, maar naarmate we meer naar het zuiden rijden, wordt het zonniger. Wanneer we Västerbottens län binnenrijden, nemen we afscheid van de noordelijke provincie. Om te lunchen rijden we even van de grote baan af en vinden ook hier een grote grindplek. Na het eten en wandeling met Timber, pluk ik nog vossenbessen (lingonbär). Bij het weer opdraaien op de grote baan, zien we een dier de weg overlopen en aan de overzijde het bos in. Het is een wolf, waarschijnlijk een jonge, op zoek naar een eigen territorium. Geweldig. Absoluut geen hond door de manier van lopen en omdat er in de verste verte geen woonst te bespeuren viel. Zo hadden we toch even een leuk momentje in een toch best saaie voormiddag. Ook al wisten we dat het best wat rijden zou zijn van Storforsen naar de volgende stop. We hebben tenslotte tot Abisko van thuis uit en met het ommetje in Noorwegen al 5400km afgelegd, daarvan moet ook een groot deel weer terug gereden worden richting huis.

Ondertussen zijn we op de 92 belandt. Deze weg wordt samen met een stuk E12 de Konstvägen sju älven genoemd. De 350 kilometer lange weg loopt van Umeå naar Västerbottens län met onder andere de steden Åsele en Dorotea in Lapland. Voorts kruist de weg 7 rivieren (sju älven). We zien enkele kunstwerken. Sommige staan ook een beetje verdoken op een parking opgesteld.

Dan rijden we Dorotea binnen, de zuidpoort van Lapland. Samen met Vilhemina en Frederika dragen deze in Lapland gelegen steden, de voornamen van de echtgenote van Gustav IV Adolf, koning van Zweden. Normaal rij je gewoon door Dorotea door omdat de E45 ook midden door de stad loopt. Nu houden we er even halt. We rijden eerst naar de kerk maar die is gesloten, wel zien we dat er om 18u een dienst zou zijn. Dan maar met de auto naar een parking aan het meer. We wandelen hier de ronde om het meer, ongeveer 3,5km. Een bijna vlakke grindweg. Even een fijne wandeling na een dag rijden.

Dan maar terug naar de kerk. Er brandt licht, er staan auto’s. De grote poort is nog dicht, de deur van de sacristie staat op een kier. Ik open de deur en vraag aan de priester of we de kerk kunnen bezoeken. Zijn antwoord: “dat kan als we de juiste sleutel van de grote deur vinden”. Wij dan maar netjes wachten aan de deur. Ondertussen komen er enkele dames aan om de dienst bij te wonen. Zacht gegniffel omdat de deur niet opengaat. 1 van hen gaat dan toch maar via de sacristie binnen. Uiteindelijk krijgt de koster de deur open en mogen we allemaal naar binnen. Terwijl de priester in de sacristie verdwijnt, nemen wij enkele foto’s. Bij de kerk staat nog een kleine begraafkapel. Hier waren we bij onze eerste stop. Binnen vonden we een kunstwerk: het laatste avondmaal van Björn Martinius.

Na ons kerkbezoek is het dan opzoek gaan naar een slaapplekje. We vinden er 1 iets buiten de stad op en plek aan een verlaten weg. Het is er zalig rustig en we kunnen buiten koken en eten want de zon schijnt nog en er zijn niet veel muggen.

15 augustus 2026

Uiteindelijk goed geslapen op het plekje op een parking in de buurt van de berg Dundret. Er was wel al vroeg verkeer en waarschijnlijk heeft het ook nog de gehele nacht geregend. Gelukkig is het bij het ontbijt droog en best aangenaam van temperatuur. 15 augustus = Antwerpse Moederdag. De ontbijttafel wordt versierd met een kaartje van de kinderen en een vaasje bloemen. Lief, leuk. We vertrekken richting de parking op Dundret waar de wandelingen starten, dit samen met best een mooie hemel. Maar hoe verder/ hoe hoger we komen, hoe mistiger het wordt. Het lukt ons om de parking te vinden, alsook de start van de wandeling. We duffelen ons warm in want de wind snijdt en gaan dan op pad. Is het veilig? Dat denken we wel, zeker omdat de wandeling over een 1,5m breed grindpad loopt en we ondanks de mist en de laaghangende bewolking toch nog best genoeg voor ons kunnen kijken. We weten ook dat er geen regen wordt verwacht. Terwijl we hoger gaan, zien we de wolken voorbijdrijven. Eens boven (839m) bij de Toppenstuga is het alleen maar zon en blauwe lucht, onder ons hangen dan nog wolken. We zetten ons op de banken aan de stuga in het zonneke, zeker uit de wind is het er heerlijk toeven. We genieten van de rust en de hoorbare stilte. Na een dik half uur vangen we de terugweg aan. Boven is het een totaal ander zicht dan bij aankomst, we zien redelijk ver maar niet het verzicht dat ons was verteld. Bijna beneden zien we de auto weer in de wolken verdwijnen. Het was een korte wandeling maar wel een leuke.

Wanneer we vertrekken is het ondertussen ook beter geworden wat helderheid betreft en rijden dus ook veilig naar beneden. We moeten weer even een stukje rijden waarbij nog enkele rendieren spotten langs de kant van de weg. Ook duikt er ineens een kasteel op. En dan rijden we voor de derde keer langs een Poolcirkelbord. Dit keer dient het om ons te vertellen dat we het poolgebied uitrijden. We rijden een aantal maal de rivier Lule over, telkens met een gelijkaardige brug.

In Vuollerim heeft Leon een sportbar gevonden zodat ik vandaag niet hoef te koken. We passeren eerst een loppis. Eens in het restaurant bestellen we beide een pasta met spek en champignons. Simpel maar erg lekker. We krijgen nog koffie en thee toe. In het dorp tanken we nog eens een keertje en kopen een paar lekkere koffiekoeken voor later bij de koffie en thee.

We rijden verder naar ons middagdoel. Onderweg gebeurt er niets spectaculairs. Wel zien we dat de plaatsnaambordjes niet meer in 2 talen (Zweeds en Sámi ) staan. We rijden een deel over asfalt en een deel over grind. Tot we op bekend terrein komen. In deze omgeving waren we afgelopen januari ook wanneer we met het gezin in Luleå logeerden en naar hier een uitstap maakten. We parkeren onze auto op de parking van natuurreservaat de Storforsen. Deze stroomversnelling bevindt zich in de rivier de Pite waarbij het water over een afstand van 5km 82m hoogte verliest. In de winter was dit allemaal bevroren en de gehele omgeving wit. Nu zijn het rotsen waartussen kleine stroompjes lopen en plassen staan. Het water buldert met een enorme kracht naar beneden, wat we kunnen aanschouwen op de verschillende uitkijkpunten. We herkennen ook de grillplaats waar we rendierwraps aten. Verder hebben we geprobeerd een vergelijkbare wandeling (rode lijn op kaartje) te maken met deze in de winter (blauwe lijn op kaartje). De omgeving blijft mooi. Maar wij vonden de winter meer rustgevend, stiller en vanzelfsprekend minder druk. Toch wel fijn om de plek nu op 2 momenten te hebben gezien. Wie de winterplaatjes wil bekijken kan dit doen bij het reisverhaal: Zweden januari in deze blog. Aan de auto aten we nog de koffiekoeken op.

Toen ging het, met lichte regen, op zoek naar een slaapplek. We vonden er 1 best ver van de weg op wat ooit een keerlus was. Leuk extraatje: dit keer moesten we over een klein bruggetje om er te geraken. Gelukkig is het opgehouden met regenen.

14 augustus 2026

Het heeft vannacht geregend, maar gelukkig is het minder koud dan gisteren. Boven de bomen hangt nevel. De boiler heeft het vannacht opgegeven, dus het duurt wat langer vooraleer het water kookt. Ik loop ondertussen met Timber het bos, naast de parkeerplaats, in. Daar vind ik die schattige kabouter. Hier is duidelijk de herfst al begonnen. De wilgen en berken worden stilaan geel, het bos staat vol met paddenstoelen. Na het ontbijt gaan we op pad naar hét grote doel deze reis: Kiruna bereiken.

Kiruna is de meest noordelijke stad van Zweden en ook de grootste in het noorden. Zeker wat betreft de oppervlakte. Hier duurt de poolnacht 28 dagen en de middernachtzon ongeveer 50 dagen. Rond 1900 werd deze omgeving nog volledig door de Sámi bewoond. Toen werd het ijzererts ontdekt, kwam de mijnbouw hier tot leven en ontstond de stad Kiruna. Vele Sámi gingen in de mijn werken of bij de aanleg van de spoorwegen, in de hoop op meer inkomsten. Binnen de Sámi-gemeenschap werden ze als deserteurs beschouwd, binnen de Zweedse gemeenschap als indringers. Een boel spanningen dus. Uiteindelijk kwamen er 3 mijnen waarvan er nu nog 1 in gebruik is. In het verleden werd er ook bovengronds geëxploiteerd. Nu alleen nog ondergronds. Wil je de mijn bezoeken, dan ligt het bezoekerscentrum ruim 500m onder de grond. De mijnbouw zelf op meer dan 1000m, terwijl voorbereidingen worden getroffen om nog dieper te gaan. Door het steeds verder uitbreiden van de mijn, begon de stad te verzakken. Hierdoor worden huizen afgebroken en verderop weer opgebouwd. Er wordt gehoopt dat de gehele stad tegen 2030 volledig zal verplaatst zijn. Rond de mijn ligt een park/groene zone die ook elk jaar een beetje opschuift naar de nieuwe stad. Vorig jaar (19-20 aug 2025) werd de kerk in zijn geheel door de stad verplaatst. Spectaculair om te zien op TV. Het heeft even geduurd voor de kerk kon verplaatst worden, omdat eerst de gebouwen op de weg die ze moest afleggen weg moesten zijn. Voor de afvoer van het ijzererts werden spoorlijnen aangelegd naar Narvik (Noorwegen) en Luleå.

We rijden nog een stukje over de wegenwerken van de E10, daarna wordt het een gewone baan. Net voor Kiruna zien we al de eerste tekenen van de mijnbouw: gebouwen van LKAB, de grote mijnexploitant. Bij het binnenrijden van de stad maken we kennis met moderne gebouwen van de nieuwe stad. We zijn als eerste opzoek naar de kerk. De GPS wijst ons de weg naar de oude plaats, waar enkele nog een kraan staat. Het is bizar maar ook fascinerend om geconfronteerd te worden met wat er zich speelt. We zien 3 mijnen waarbij er bij 1 nog veel activiteit is. Verder zien we dat wegen werden verlegd alsook de spoorlijn; kraters en puin duiden op resten van oude, gesloopte woningen. Vele appartementsblokken staan leeg, eenzaam te wachten op hun afbraakproces. Ook zien we nog enkele huizen die klaarstaan om in zijn geheel te worden verplaatst. De helblauwe balken steken fel af. Hoe gek toch om een hele stad te verplaatsen. Het geeft een deprimerend gevoel. Wij rijden naar het uitzichtpunt aan de voet van een verlaten mijn. Deze laatste doet nu dienst als skipiste. Vanaf het punt hebben we een goed overzicht over hoeveel plek de mijn inneemt, alsook over de lege plekken. Voorts zien we de bergen in de verte.

We vinden uiteindelijk de nieuwe plaats van de oude kerk, maar ze is nog niet bereikbaar of open. Hopelijk is dit wel in 2027. Momenteel staat de kerk te midden van een gigantische bouwwerf. Nieuwe wegen worden aangelegd, nieuwe gebouwen krijgen vorm. We parkeren onze auto daar aan de werf en wandelen tussen de hekken richting de nieuwe stad. Het eerste dat opvalt, is het uurwerk op de klokkentoren. Deze toren stond vroeger op het oude stadhuis. Dit werd niet verhuisd maar gesloopt. De toren staat nu naast het nieuwe stadhuis ”Kristallen”. Hierdoor werd de toren een verbinding tussen het oude en het nieuwe Kiruna. We wandelen door de winkelwandelstraten. Vele galerijen vind je er, jammer genoeg geen honden toegelaten. Bij de Kiruna bokhandel hou ik even halt en stap naar binnen. Daar vraag ik naar een titel die ik kreeg van de Sámi- dame in de winter. Het boek gaat over de onderdrukking van de Sámi. Benieuwd of ik het ooit helemaal gelezen krijg want het zijn erg kleine lettertjes. We lopen nog wat verder, zien een mistroostig politiegebouw, het blijkt de gevangenis.

Dan is het tijd voor een dagenslunch. Dit keer in de vorm van een buffet met heel veel soorten salades en groenten. Voor de aardappels kan je kiezen uit gekookte aardappels, gratin of frietjes, verder is er ook bulgur. Als proteïne is er keuze uit kipfilet, varkenshaasje en zalm, allen met bijpassende saus. We zetten ons buiten in de zon op het terras. Het smaakt, nadien nog een tas koffie en thee met koekje en we kunnen er weer tegen.

Na de lunch wandelen we richting auto waarbij we nog de school passeren. Gezien de zon besluiten we om verder te rijden naar het Abisko national park. Het is 1 van de eerste nationale parken in Zweden en het meest noordelijk dat te bezoeken is. Er ligt er nog 1 noordelijker maar dat is bijna niet toegankelijk. Op de weg er naartoe, de E10 snelweg richting Narvik, kunnen we genieten van veel natuurschoon.

Bergtoppen, al dan niet besneeuwd, meren. Ook valt het op dat door de hoogte (rond de 500m) er enkel nog berkenbomen langs de weg staan. Ook is het erg vochtig. We bereiken de parking van het park. Nadat we geparkeerd zijn, steken we de weg over naar het naturum van het park. Buiten vinden we uitleg over de seizoenen, binnen is er een tentoonstelling. We kijken op het plan en besluiten om 2 korte wandelingen te maken. De eerste is naar de Abiskojåkka rivier. Deze heeft voor een indrukwekkende kloof gezorgd. Vanuit een waterval die door een gat in de rotsen komt gestroomd, wordt de rivier gevormd. Het gat werd toentertijd door de spoorwegarbeiders gevormd om te voorkomen dat de bestaande waterval de spoorweg zou overstromen. Aan de kleur van het heldere water kan je afleiden dat de rivier door ijs- en gletsjerwater wordt gevoed. We wandelen naast de kloof, over een brug en zo door het bos. Vandaar koppelen we er een tweede wandeling aan: richting het strand van het meer. Het Torneträsk-meer is een van de grootste meren in Zweeds Lapland en het op 1 na diepste. Een gemakkelijke wandeling leidt ons naar het heldere meer. Vanaf de oever en het ponton hebben we een uitstekend zicht op de bergen rondom. Dan rest ons enkel nog de terugweg naar de auto. Een droge, leuke wandeling maakt dat we ook het Abisko nationaal park kunnen afvinken. Misschien komen we nog wel eens terug voor een langere tocht.

En dan moeten we dezelfde weg terug. Eens in de auto genieten we nog van de bergen, maar krijgen we ook te maken met regen. We rijden terug naar Kiruna, naar het uitzichtpunt. Daar eten we ons avondmaal. Vanaf daar gaat het richting zuiden, meebepaald Gällivare. We zien wel waar we stranden om te kunnen overnachten. Het wordt een rit in de regen.