Maand: augustus 2026

13 augustus 2026

Laten we stellen dat het fris was in de auto deze ochtend. De thermometer gaf 4°C aan. Buiten voelde het nog frisser aan. Moedig buiten ontbeten want stilaan kwam de zon erdoor, niet dat ze al veel warmte gaf, maar toch. Voor vertrek nog wat gevonden afval opgeruimd en meegenomen. Na een goeie kilometer spotte ik het eerste rendier. Er zouden er nog verschillende volgen, maar dan voornamelijk in het bos grazend. Na ruim 50km grindweg sprintte er en vos over de weg de berm in, net voor het een asfaltbaan werd, zelfs ineens de E45, de Inlandsvägen. Gelukkig is deze snelweg niet te vergelijken met de Antwerpse ring. De snelheid varieert van 50 naar 70 naar 90 of 100km/u. Er zijn ook toegangswegen van huisjes die vanaf de weg vertrekken. Je kan er ook voetgangers of fietsers dubbelen. We komen vooral vanuit tegenovergestelde richting campers en enkele vrachtwagens tegen, met hier en daar een werkbus ertussen. Zo komen we opnieuw tot de poolcirkel. We waren na gisteren weer even een stuk naar het zuiden moeten rijden alvorens weer naar het noorden te kunnen gaan, vandaar dat we opnieuw de poolcirkel kruisten. Even halt gehouden voor een foto.

Daarna was het in rechte lijn naar Jokkmokk. Deze stad is voor de Samen een belangrijk centrum. In februari (meestal tegen het eind van de maand) vind er een grote happening plaats waarbij gedurende een week de Samen bijeenkomen. Er zijn dan verschillende markten en iedereen is in de typische kledij. Verder is er een nomadenschool met internaat. Voor ons was het als eerste vooral een tankbeurt. Daarna reden we naar de nieuwe kerk. Een groot wit gebouw met groene torens in neogotische stijl. De kerk werd al een aantal maal gerestaureerd en blijkbaar was het deze zomer ook weer nodig want ze was gesloten voor restauratiewerken.

Dan de auto maar geparkeerd aan het museum Ájtte, volgens reisgidsen het mooiste Sámi-museum van Zweden. Gelukkig is het nog steeds niet echt warm en kunnen we Timber in de auto laten. We betalen de inkom en krijgen te horen dat er gidsen met uitleg klaarliggen. Zelfs in het Nederlands. Het museum is thematisch ingedeeld: de komst van de eerste Samen, de kunst om te leven met beperkte middelen, de rivier, de klederdracht, de manier van wonen,….Een indrukwekkende opstelling waarbij het belang van de relatie tussen mens en natuur erg duidelijk wordt. We nemen de tijd om elke zaal rond te gaan maar alle bordjes lezen, dat lukte niet. Toch zijn we weer wat wijzer geworden. Wist je trouwens dat er 9 verschillende Sámi -gemeenschappen zijn en dus ook evenveel talen/dialeccten, klederdrachten…. Na de rondgang eten we in het restaurant nog een bord soep (broccolisoep met veel garnalen).

Onderweg had er al een paar maal een auto naar ons geflikkerd met zijn lichten. Eerste vraag was: branden onze lichten, antwoord van Leon: ja die staan aan. Misschien zijn er dieren op de weg, maar ook dat was niet het geval. Waarschijnlijk vinden ze het een leuke auto. Op de parking toch maar even nagekeken: de lichten stonden binnen wel aan maar brandden dus niet. Na bijna meer dan 1,5u zoeken werd de dader: een gesmolten zekering, onder de motorkap gevonden en vervangen. We hadden weer licht.

Een bezoek aan de botanische tuin stond nog op het programma. Dus daar naartoe gewandeld. Een heel andere opbouw dan deze in Hemavan. Groot, leuke wandelpaden, een kleine waterval, wat trappen en bruggen. De planten stonden per streek gerangschikt en duidelijk gelabeld. Een aangename wandeling waarbij we allebei dachten: als we hier zouden wonen, kwam ik er elke dag. Achter het toiletgebouw stonden nog bakken met groenten. In 1 van de bakken groeide een aardappelsoort die genetisch nergens gekend was, maar typisch voor de streek. Ze worden gekweekt om de soort in leven te houden. Hun smaak was amandelachtig (smaakte prima bij de vele vis van de Sámi) en het zijn grote knollen.

Na de tuin nog even naar de Gamla Kyrkan gewandeld. Het oude, rode, achthoekige kerkje. We staan aan het hek, willen net door de poort naar binnengaan, wanneer we een dame aan de deur zien staan friemelen. Ik vraag of ze de kerk net heeft gesloten. Antwoord: ja, morgen is ze weer open. Ik antwoord: “dan zijn we er niet meer, kan ze nu niet even weer open?” Antwoord terug: nee, ik maak geen overuren. Jammer maar helaas. Toch geprobeerd door de vensters foto’s te maken.

Dan terug naar de auto, even om boodschappen en zo weer verder naar ons doel voor morgen. Ondertussen is onze planning al helemaal overhoop gehaald omdat sommige nationale parken te ver liggen, te moeilijk bereikbaar zijn,…. We rijden Jokkmokk uit en zien rond de stad zeker 5 krachtcentrales liggen. Van sommige zijn de sluizen met Street art bewerkt. Een vrachtwagen belemmert het nemen van een foto. Naar wat ik me nog meen te herinneren van de uitleg in Luleå, zouden er 7 van zulke centrales rond de rivier Lule gebouwd zijn. Een grote stuwdam zorgt ervoor dat het water erachter niet meer zichtbaar is. Blijkbaar wordt de weg naar Kiruna verbreed, vernieuwd want na Gällivare komen we in wegwerkzaamheden terecht, deels grind, deels nieuwe asfalt. Gelukkig vinden we ook een afslag en uiteindelijk een slaapplek. Vanmorgen vergistte ik me toen ik dacht dat het vrijdag de dertiende was, maar na al wat er vandaag misliep, heb ik dat gevoel toch wel overgehouden.

12 augustus 2026

Iets voor 7 dendert een vrachtwagen over het pad. We waren gelukkig al wakker. Hij komt vast gerooide bomen ophalen. Dat klopt want ruim een uur later komt hij gevuld weer voorbij. Na het ontbijt wandelen we richting het pijltje van gisteravond. We gaan op zoek naar de kloof in het Gimegolts naturreservat. We starten over, jawel, een plankenpad. Daarna wordt het een rotsig pad door het oerbos. Het is er best vochtig, niet alleen op de ondergrond. En dan loopt het pad vlak langs de afgrond. De beelden die we te zien krijgen zijn meer dan de moeite, maar het is slecht voor mijn stressbalans. Toch halen we de shelter en zien een nieuwgebouwde wc in het midden van het bos. Handig. De weg terug is jammer genoeg dezelfde. We komen veilig weer uit het bos en zien bij het naar de auto gaan nog 2 wandelaars. Aan de auto ga ik nog even bessen plukken, met de kam. En doe daarna nog een poging om mijn haar te wassen. Alles lukt en we kunnen daarna weer naar het volgende.

We nemen het grindpad in de andere richting dan deze die we gekomen zijn en zijn na iets meer dan 1km weer op de grote baan. Al is die grote baan eerder een grote grindweg. Er steken een paar rendieren over en dan rijden we de provinciegrens van de noordelijkste provincie van Zweden over. Ook nu zien we maar weinig huizen langs de weg. Uiteindelijk komt er toch een asfaltbaan en rijden we ter hoogte van Arjeplog over een brug die er voor zorgt dat we nu langs 2 kanten meer hebben. De brug splitst zelfs nog in 2 rijdelen boven het meer. Wij nemen het linkse op de route 95. Deze weg is ook gekend als Silvervägen. Deze 506km lange weg loopt van Skellefteå via Arjeplog naar de Noorse grens en verder naar Bodø, hij dankt zijn naam aan de zilvermijn bij Nasafjäll. De weg staat gekend om zijn ruige natuur, meren en bossen. Laat dat nu exact zijn wat we de hele weg zien, met in de verte de besneeuwde toppen van de Noorse bergen. We houden halt op een ruime parking om te lunchen en Timber uit te laten. Ter hoogte van Jäkkevik tanken we.

En dan zijn we aangekomen bij de Poolcirkel. We reden deze al over in Finland en Noorwegen (beide 2014), nu dus ook in Zweden. Deze plaats heeft ook een loos- en waterpunt. We lozen wat weg moet en vullen het water met een emmer weer bij. We kunnen er weer enkele dagen tegen. Het is niet evident om in deze regio zulke punten te vinden. In het Zuiden van Zweden zijn ze makkelijker te vinden. We maken nog een korte wandeling daar in de buurt.

Het eerste deel tot Arjeplog moeten we over dezelfde weg terug, hoewel de omgeving erg mooi is, is de kwaliteit van het asfalt erbarmelijk. In Jäkkevik slaan we af naar de parking die aan de Kungsleden grenst. De bedoeling is om hier te wandelen in het nationale park Pieljekaise. Het enige probleem is dat je eerst 8km moet stappen vanaf de parking voor je in het park bent. In het park zelf zijn er geen echte wandelwegen, alleen de Kungsleden loopt er door, de rest is ongerept en zonder wandelpaden. Dat wordt hem dus niet. Dan maar verder naar het volgende doel. Ter hoogte van de bruggen over het meer in Arjeplog, gaan we de andere kant op. Het aantal wegen hier in het noorden is beperkt. Ofwel rij je dezelfde weg terug, ofwel kies je voor een alternatieve weg. Dat laatste deden wij dus. Een erg lange grindweg. We komen enkele plekken tegen waar volop nieuwe huizen worden gebouwd. Maar veel is er nog niet bewoond. We merken dat ze ook (nieuwe) waterleiding en elektriciteitsleidingen aan het aanleggen zijn. Op de gehele grindweg komen we meer rendieren, op en naast de weg, tegen dan auto’s. Alleen is het lastig om een slaapplek te vinden. De wegkanten zijn erg rotsig en de weinige zijwegen leiden meestal naar een huis. Toch vinden we een plek. Het wordt een snelle, koude maaltijd want ondertussen is het al na 19u. Daarna wordt het blog van 2 dagen bijgewerkt en kunnen we gaan slapen

11 augustus 2026

Wakker geworden met zon, wel nog een strakke wind wat een gevoelstemperatuur van 3°C creëert. We herschikken wat: brokken Timber van het dak, vuile was naar de bak op het dak. En na het ontbijt kunnen we weer op pad. Het wordt een lange weg naar onze volgende stop. We verlaten de keerlus en rijden weer over de grindweg. Gister stond er aan het begin van deze weg dat er gedurende 50km wegwerkzaamheden waren. We rijden die 50 km waarbij we inderdaad zien dat er gewerkt wordt maar vooral is het een weg waar we 2 tegenliggers tegenkomen over die afstand. En als we ruim tellen toch wel 25 woningen. Het verbaast ons niet dat we nu door het dunsbevolkte deel van Zweden, misschien wel van Europa, rijden. Ondanks het feit dat het hier zo afgelegen is , zijn de bermen schoongemaakt en zijn de oranje stokken die de rand van de weg aanduiden wanneer het heeft gesneeuwd, al geplaatst. Voorts rijden we bijna de gehele tijd tussen meren, die jammer genoeg meestal verborgen liggen achter een rij bomen. Ook al vertrokken we met volle zon, onderweg betrekt het toch weer en hoe dichter bij Noorwegen, hoe frisser. En dan wordt het drukker want we rijden een stuk over de E12 die ook wel gekend is als de Blå Vägen (de blauwe weg). Een toeristische route die vertrekt aan de Noorse grens, loopt parallel met de Umerivier tot in Umeå.

We houden halt in Tärnaby. In de winter een uitgesproken skigebied, maar het is ook een belangrijke stad voor Sámi. We bezoeken de kerk waarin vooral het schilderij achter het altaar en de doopvond de aandacht trekken.

Buiten de kerk bezoeken we een kåta (= goathi-hut) maar ook het kleine museum en een butik. Het brengt ons weer wat dichter bij de cultuur van de bewoners die hier al heel lang wonen en rondtrekken.

Van hieruit gaat het nog wat verder richting Hemavan, nog steeds over de blauwe weg.

Het eerste wat ons opvalt bij het binnenrijden van deze nog grotere skistad, is een minikerkje. Uiteraard stoppen we even. De klokkentoren staat naast de kerk. De kerk is nog niet zo oud, pas in 1956 kwam het idee om hier een kerk te bouwen, nadat de nodige giften en fondsen werden verzameld kon de kerk in 1971 worden ingewijd, de klokkentoren volgde in 1974. En sober interieur waarbij de helblauwe stoelbekleding mooi afsteekt. De meeste zaken in het interieur zijn gemaakt door locals.

Na de kerk rijden we verder richting het Naturum Vindelfjällen, tevens ook bezoekerscentrum. We besluiten eerst te lunchen. Gezien de snijdende wind en de donkere lucht doen we dit maar in de auto. Nadien wandelen Leon en ik even tot in het bezoekerscentrum. We krijgen wat uitleg, eerst in het Zweeds, daarna in het Engels over het centrum, de natuurexpositie en hoe we in de botanische tuin geraken. We bekijken de expositie die best mooi is opgesteld. Ook vertelt de dame ons dat die gele bol een creatieve hjortron moet voorstellen. Vroeger was het een deel van het centrum , nu is het een hotel. Dan halen we Timber op, nemen de lift naar boven en de overdekte wandelweg tot in het bos waar de route voor de fjällbotaniska Trädgården zich bevindt. De meeste planten staan in houten bakken, vele zijn net als in de natuur al uitgebloeid. Ook een logisch want langzaamaan begint hier de herfst, bij de berken worden de bladeren al stilaan geel. Na ons bezoek aan de tuin wandelen we nog even langs enkele kåtor en enkele huisjes. We stappen ook wel zeker 500 meter van de bekende 450km lange Kungsleden. Het naturum is het vertrek- of eindpunt van deze trail. Andere trails die hier langskomen of vertrekken zijn de Drottningsleden en de Lapplandleden.

Eens terug aan de auto is het tijd om de terugweg aan te vatten. Deze doen we deels, omdat het niet anders kan, over dezelfde weg en daarna rijden we de grindwegen in op weg naar het volgende punt. De zon breekt langzaam door en er komt een heus lichtspel op en achter de bergtoppen. Onderweg kruist een eland de weg, dit keer wel op de foto. Het blijft speciaal en indrukwekkend.

Iets over half vijf stoppen we aan het begin van een kleinere weg in omdat we koffie/thee willen drinken. We bekijken de weg via satelliet en zien dat de weg naar een meer loopt. Een reden om dit pad dan ook in te slaan. We besluiten om geen koffie/thee te drinken maar om ons avondeten te koken. Misschien wat vroeg maar het is een mooie omgeving, droog, niet te veel wind en vooral weinig muggen. Na het eten wandel ik nog even met Timber door het bos daar. Bij het verlaten van het pas en we weer de grindweg opdraaien, springt er nog een rendier voor onze auto het bos in. We worden ook nog getrakteerd op een volledige regenboog.

Het laatste stuk van de weg die we afleggen, is een erg verlaten, van de nodige plassen voorziene grindweg. We vragen ons meermaals af of het wel klopt. En plots moeten we stoppen voor een auerhoen, dit keer een mannelijk exemplaar. Meer dan 10 minuten loopt hij voor onze auto uit, als hij halt houdt, doen wij het ook. Het levert wel mooie beelden op. Na meer dan 7km over dit pad bereiken we het pijltje “kanjon” en hebben we ons wandeldoel voor de volgende dag bereikt. We rijden iets terug op het pad om te kunnen slapen. Dit keer is het een oude groeve. Terwijl ik Timber uitlaat merk ik sporen van een eland, rendier, haas en auerhoen. We staan goed.

10 augustus 2026

Vandaag zijn we vroeg opgestaan want het wordt een drukke dag. Bij het ontbijt blijven we zoveel mogelijk in beweging om te voorkomen dat we lekgeprikt zouden worden door de muggen die door de regen van de afgelopen nacht te talrijk aanwezig zijn en die blijkbaar gek zijn op muggenspray. Het is ook nog best fris. Eens op weg was het grindpad volgen tot in Gäddede. Dit ligt op slechts 6km van de Noorse grens (Norge = Noorwegen). Hier in dit stadje hebben we nog even getankt om zeker te zijn voor we verdergaan met de route. Bij het toeristenbureau over het benzinestation nog een kaartje van de route, met wat extra informatie, meegenomen. Onderweg kwamen we alvast klein wild tegen: een koppel kraanvogels en een paar auerhoen hennen. Het zal ook een dag worden waarbij we langs vele waters zullen rijden. 1 van die meren is het Stora Blåsjön, letterlijk het grote blauwe meer. Een gigantisch meer van meer dan 40 km² met rondom een prachtig zicht op de bergen.

Onze eerste (echte) stop is Ankarede kyrkstad. Dit is één van de vele culturele Sámi-bezienswaardigheden op de route. In het kerkdorp vind je nog traditionele ‘goahti’hutten of plaggenhutten alsook een kapel uit de 19de eeuw. Deze wordt alleen nog gebruikt om midzomer te vieren en bij huwelijken en begrafenissen. De sleutel van de kerk kan je halen in het café, dat jammer genoeg gesloten is op maandag en dinsdag. Dus we kunnen de kerk niet vanbinnen zien. Dan maar verder wandelen naar de hutten. Deze worden nog gebruikt, al lijkt het dorp meer op een soort Bokrijk en is er geen levende ziel te bespeuren op enkele bezoekers, zoals wij, na. Ook het museum is al gesloten voor dit seizoen.

Een volgende halte is bij Gaustfallet: een waterval. We parkeren ons langs de kant van de weg (er kunnen maximum 4 auto’s/campers staan) en gaan op onze stapschoenen verder. Het begin van het pad is al erg slijkerig. Voorzichtig verplaatsen we ons richting het uitzichtpunt. Het eerste dat me opvalt is de groenige kleur van het water dat van de krachtig waterval naar beneden stort. Ook hier wandelen we nog even naar een ander uitzichtpunt en proberen niet uit te schuiven in het slijk en op de vochtige rotsen. Deze waterval werd ook gebruikt als filmdecor voor Ronja de Roversdochter.

Na de waterval komen we op de Stekenjokk-pas die leidt naar het plateau. De weg is zoals ik gisteren schreef de hoogste geasfalteerde weg in Zweden. Enkel tussen 6 juni en 15 oktober is de weg toegankelijk omdat er in de winter te veel sneeuw valt. We rijden hier in het rendiergebied waarbij aan het begin van de pas wordt gevraagd om daar rekening mee te houden. De pas voert ons tussen bergtoppen en open vlakten. We houden even halt op een parkeerplek voor een koek en Timber uit te laten. De vergezichten zijn fenomenaal. De besneeuwde toppen die we zien, liggen in Noorwegen. De Zweedse kant is totaal anders, maar daarom niet minder mooi. En dan bereiken we het hoogste punt: 876m boven de zeespiegel. Niet veel later passeren we het bordje Lappland. Op het Stekenjokk-plateau houden we halt, net zoals vele anderen. We bekijken de omgeving, lezen wat over de geschiedenis, zien in de verte een kudde rendieren grazen en bezoeken het Sámi-stalletje met handgemaakte artikels. Net wanneer we weer verder rijden, wandelt er een andere kudde rendieren voorbij. Hier bevinden zich ook kalfjes bij. Ze zijn wel schattig.

In Klimpfjäll eindigt de pas en vinden we het tijd om te lunchen. We hebben besloten dit binnen te doen. Bij Klimpfjäll Gården houden we halt en bestellen de dagenslunch. Vandaag is dit schnitzel met gefrituurde aardappeltjes, bearnaise saus en peterselieboter. Al snel wordt ons dit geserveerd. Het smaak, alleen missen we een beetje het slaatje dat er meestal in Zweden bij gegeven wordt. Nadien is er nog koffie en thee met een koekje. Buiten geven we Timber eten en laten hem nog even uit.

We vervolgen onze weg en houden halt bij Fatmomakke. Nadat we onze auto hebben geparkeerd, wandelen we over de voetgangersbrug over het Kultsjön richting een ander kerkdorp. Dit dorp, het meest prominente van Zweden, was een verzamelplaats voor de zuidelijk Samische bevolking tijdens kerkelijke feesten en markten. Zij kwamen hier ook samen voor rechtspraak. Rond de kerk staan een tachtigtal kleine kyrkstuga. Een huisje per familie dat dienst deed als tijdelijk verblijf. De kerk zelf is van hout en werd gedurende de tijd vergroot. We kunnen de kerk bezoeken als ook 1 van de plaggenhutten en een grotere hut die ook dienst deed als gebedshuis. Ook 1 van de huisjes is open voor het publiek. Het is wel interessant om hier door te wandelen maar net als vanmorgen hebben we hetzelfde gevoel.

Nadien mogen we weer een stukje rijden en blijven betoverd door het landschap, zeker nu de zon doorbreekt. Het vele water van meren en rivieren, de ruige rotsen maar ook het erg groene groen maken dat de rit absoluut niet verveeld. Af en toe rijden we door een klein gehucht. De huizen zijn over het algemeen niet al te groot, eerder klein. We begrijpen nu ook beter waarom er op Hemnet (de site om huizen in Zweden te kopen), in deze regio, vaak huizen worden aangeboden met maar 1 of 2 kamers, waarvan 1 de huiskamer is.

Een korte stop houden we ter hoogte van de Trappstegforsen. Een brede trapvormige waterval. Blijkbaar erg geliefd bij vissers. We kopen in het boetiekje aan de parking een sticker van de route en kleven hem op de auto.

Niet veel later is er nog een kleine waterval: Lilsjöforsen waarvoor we halt houden en dan gaat het in rechte lijn richting Vilhelmina. Net voor de stad houden we halt bij Bergmans Fisk och Vilt. Dit is een gekende winkel die al prijzen won met hun eigen gerookte vis. Wij nemen wat sneetjes houtgerookte eland mee en wat gerookt rendiervlees. Benieuwd hoe het zal smaken.

We brengen nog een kort bezoekje aan Vilhelmina zelf en staan ook hier voor een gesloten kerk.

Nu is het tijd voor een slaapplek. Na een korte rit over de E45 (de langste snelweg in Zweden) slaan we een grindweg in een vinden een slaapplaats op jawel: een in onbruik zijnde keerlus. Tijdens het eten schijnt de zon. We proeven de eland: lekker, zacht van smaak. Maar na het eten schuilen we toch voor de muggen in de camper en maken weer wat lectuur voor het blog.

9 augustus 2026

Als we naar de grond kijken lijkt het erop dat het vannacht flink geregend heeft, maar gelukkig schijnt de zon en is het weer aangenaam buiten. Na het ontbijt rijden we een stuk van de weg terug en passeren in Åre de Chokladfabrik met fikaplek.

Vanaf hier rijden we naar Ristafallen, een waterval gekend uit de serie Ronja, de Roversdochter. Ook hier is het maar een korte (steilere) wandeling naar het gebulder. Kleiner dan gister, maar toch meer dan de moeite voor een tussenstop.

Vandaag wordt het vooral een rij-dag. We willen richting Strömsund, als startpunt van de wildernisroute. Een route die ons hopelijk naar enkele afgelegen natuurgebieden zal brengen. Eén die gekenmerkt wordt door het landschap van bergen, uitgestrekte vlakten, meren en watervallen. Het is tevens de hoogst geasfalteerde weg van het land. Spannend. We rijden een stuk over de E14 (de autosnelweg, al mag je er maar maximum 80km/u) en uiteraard ook weer een heel stuk langs grote meren. We houden even halt op een stuk grind bij een omgehakt bos. Tijdens de pauze proberen we de daar groeiende bloemen te benoemen.

Het volgende deel van de route verschilt niet veel met het vorige: lange rechte stukken weg, meren, smalle bruggetjes en af en toe iets leuks langs de weg. We lunchen in een in onbruik geraakt pad. Muggenspray is echt nodig want nog voor we zijn uitgestapt, zijn er al verschillende muggen de auto in gevlogen. Achter de auto volg ik het pad met Timber en ga daarna nog even terug om wat bosbessen te plukken.

Iets na 13u bereiken we Strömsund. Daar verkennen we de ICA. Deze heeft een iets andere indeling dan we gewend zijn, met in de kelder wat huishoudspullen en aanbiedingen. We vinden wat we nodig hebben, dat is het belangrijkste. Buiten aan de winkel staat en gigantisch eland. Aan het rondpunt draaien we dan eindelijk de Vildmarksvägen (wildernisroute) op. Het eerste deel gaat nog over een grote weg, we mogen hier zelfs 100km/u rijden, wat dus sneller is dan op de autosnelweg vanochtend. Ook nu weer rijden we vele kilometers langs een meer. Dan draaien we een grindweg op voor de laatste 24km richting naar ons laatste doel met ook hier een gigantisch meer dat we door de bomen kunnen zien. We willen de dag eindigen zoals we hem begonnen: met een waterval.

Dit keer de Hällingsåfallet. Hier stort het water zich 43 meter omlaag in de, langste met water gevulde kloof van Zweden. We parkeren de auto en nemen een eenvoudig wandelpad naar beneden. Vanaf verschillende uitzichtpunten proberen we alles in beeld te brengen, op foto en in ons hoofd. Hoe spectaculair is dit maar ook hoe mooi is die kloof. Hoe ruw en puur zijn de rotsen die de kloof vormen. Ook dit spectakel is dus weer meer dan de moeite waard om even voor te stoppen.

Van hieraf gaan we op zoek naar een slaapplek en dit ineens in de richting die we morgen moeten rijden. Het heeft wat tijd nodig maar dan vinden we een plekje, wat hoger dan de weg op wat ooit een keerlus was en dit met zicht op een meer. Op het moment dat het dak omhoog moet, begint het te regenen. Het zal dus binnen koken en eten worden, evenals het blog schrijven.

8 augustus 2026

We worden gewekt door een vrachtwagen die met volle snelheid over de weg komt denderen. Het is bij het opstaan best nog fris. Na het ontbijt starten we de auto en daar geeft de kachel 9°C aan, in de auto. Eens we de grindweg hebben verlaten, rijden we zeker 30km langs een meer. Af en toe zichtbaar, meestal verstopt achter bomen of huizen. Op een gegeven moment zet de auto voor ons zijn 4 gevaarlichten aan, een teken dat er zich een groot dier op de weg bevindt. Ik neem mijn GSM om een foto te kunnen maken, in gedachte dat het een rendier is, maar zie het dier het bos induiken vooraleer ik een foto kan maken. Het is een eland, wat jammer dat de foto niet lukte. Maar ook nu weer bewust van de immense grootte van dit dier. Het hoeven echter niet altijd meren te zijn, vandaag zijn er verschillende kerkjes en bruggen die onze weg wat opsmukken. Toch is het vooral ook genieten van de bergen in de verte.

Uiteindelijk komen we bij Vålådalen aan, een plaatsje vlak bij het wintersportgebied Åre. Hier willen we gaan wandelen in het natuurreservaat. Voorlopig is het een reservaat, het gebied staat op de lijst om een national park te worden. Voor we bij het reservaat aankomen passeren we enkele watervallen. De Vålåforsen en de Ingeborgfallet. Ze zijn beide toch de moeite om even voor te stoppen.

Eens bij het reservaat parkeren we de auto aan Vålådalen Fjällstation. Daar gaan we nog wat informatie vragen in verband met de beoogde wandeling. Na het eten van een koek, gaan we op pad voor de Blanktjärnrundan. Dit is een luswandeling met als hoofddoel het heldere, turquoise of smaragdgroene meer in het midden van het gebied. De wandeling start met een grindpad dat overgaat in een zandpad. Later wordt het een allegaartje van bospad, rotspad, plankenpad en “zoek-je-weg- even-zelf”-pad. We merken al snel dat de vlakke stukken best vochtig en daardoor slijkerig zijn. De hangbrug over de rivier de Vålån vindt Timber toch weer even spannend. Op een bepaald ogenblik komen we aan een splitsing. Het ene been van de rondweg geeft 5km en het andere 4km aan. Met het idee: we doen het langste stuk voor het eten, nemen we het 5km-been. Even later hebben we een mooi uitzichtpunt over de rivier. Op vele plekken is het echt nat en zijn de planken erg nuttig. We wandelen ook over de voormalige hooiweiden. Het landschap verandert continu en het uitzicht op de bergtoppen om ons heen is mooi.

Na een tijdje komen we aan onze linkerkant een uitgestrekt meer tegen. Het is echter alles behalve blauw. We klimmen nog wat, bestijgen een trap en plots ligt er zichtbaar tussen de bomen, rechts van ons iets groenig, glimmend: het juiste meer. De typische kleur van het meer is te danken aan het zonlicht dat weerkaatst op calciumkristallen die vrij rondzweven in het water en de kalkafzetting op de bodem. Aan de rustplaats is het erg druk. Er staan meerdere tafels met banken maar allen zijn volzet met families met kinderen. Aan 1 tafel zouden we ons bij kunnen zetten, maar daar loopt een peuter rond, dat is niet zo ideaal met Timber. We eten dan maar staand aan de grillplek. Rustig zo voor iedereen. Daarna beginnen we aan het korte stuk terug. Wat we echter niet wisten, is dat dit voornamelijk naar omhoog gaat. Het is dus een zeer pittige weg terug. Ook hier merken we dat de vlakkere stukken slijkerig zijn. Eens de afdaling begint, gaat het voornamelijk over planken langzaam naar beneden. En dan zijn we meer dan moe terug aan de auto. We trakteren onszelf op een stuk worteltaart met koffie en thee in het fjällstation.

Vandaaruit gaan we weer op pad. Niet lang na de parking komen we een waarschuwingsbord “rendieren” tegen. Ik zeg tegen Leon: “hopelijk komt het bord zijn waarschuwing na”. Mijn woorden zijn nog niet koud of daar zien we een rendier met een gigantisch gewei de straat oversteken. Aan de bosrand vervoegt hij 3 andere exemplaren. Geen 500 meter verder staan er nog 3 aan de kant van de weg te grazen. Wat een schoonheid.

En zo rijden we richting Åre, zoals gezegd een stad gekend om zijn wintersportfaciliteiten. We zien een tijd lang het Åre-meer naast de weg in het dal. Dit meer is gekend vanuit de serie Åre morden, een spannende Zweedse serie. Altijd leuk om een filmdecor in het echt te zien, al speelt de serie zich wel in de winter af, maar toch. De weg die we rijden, gaat naar Trondheim (Noorwegen) maar zo ver hoeven wij niet te gaan. Enkele kilometers rijden later, bereiken we de parkeerplaats van Tännforsen. Met een hoogte van 37 meter en een breedte van maar liefst 60 meter, is dit de grootste waterval in Zweden. Al eeuwenlang speelt de waterval een belangrijke rol in de Samicultuur. Volgens oude verhalen zou dit een heilige plaats geweest zijn met rituelen en offers voor de natuurgoden. Vanop de parking horen we al een bulderend geluid. Gelukkig moeten we maar een kleine 200 meter wandelen tot aan een uitzichtpunt. Wat een lawaai, hoe indrukwekkend het water naar beneden dondert.

We genieten van het natuurwonder, wandelen nog even naar een lager gelegen uitzichtpunt en daarna terug naar de auto. Nu rijden we enkele kilometers terug naar een eerder gespotte slaapplek. We koken, zetten al foto’s op het blog en gaan slapen. Wat een dag weeral, vol natuurschoon.

7 augustus 2026

Wakker worden met de zon die door het achterzeil schijnt, is altijd fijn maar zeker na een dag als gisteren. Ook de bergen die we in de verte vanop de weg kunnen zien, zijn helder waarneembaar. Toch is het frisser dan thuis. Bij het ontbijt is het 9°C wat aanvoelt als 4°C. Maar het kan met een lange broek en een fleece trui worden opgelost. Na het ontbijt rijden we terug naar Sonfjället National Park. Het is het eerste nationale park dat er in Zweden was. Het is ook 1 van de ruigste en tevens 1 van de kleinste nationale parken in Zweden. Het is de habitat van de bruine beer. In tegenstelling met Fulufjället national Park vind je hier geen voorzieningen. Het informatiecentrum is gesloten. Wil je iets te weten komen dan kan je dat vinden op de borden. Aan het bord hebben we beslist welke wandeling we zouden maken.

We vertrekken van Nyvallen en willen de wandeling naar Lyllfjället maken. Een niet zo’n lange wandeling maar wel 1 met alleen maar een stevige klim naar de top. Het weer zit mee, de zon is van de partij evenals een sterke wind. We vertrekken gewoon over een bosweg die al snel bezaaid ligt met stenen. Het is dus uitkijken waar we onze voeten zetten. En ja, het is pittig. Op een iets steiler stukje ligt er een trap, wel nog te betreden maar het wandelt toch gemakkelijker ernaast. Op zeker moment komen we aan een lang plankenpad, maar wordt het door onze voorgangers en ook door onszelf eerst gebruikt als bank. Zo kunnen we rustig van het schitterende uitzicht genieten. Hoe ver kunnen we kijken? Net na het plankenpad verschijnt er ineens een man in een overhemdje vanuit het niets: de parkwachter. Hij is op zoek naar een omgewaaid/afgebroken bord/wegwijzer. Op een rustig tempo wandelt hij naar boven. Wij volgen traag op ons tempo. Wanneer we bijna op de top zijn, komt de parkwachter terug naar beneden, Leon krijgt een schouderklopje en de geruststellende woorden: je bent er bijna. En ja dan halen we dit keer in de zon wel de top. Het waait er verschrikkelijk maar het uitzicht doet alles vergeten. We zien zelfs tot in Noorwegen. Prachtig. De meeste wandelaars die voor of na ons komen, wandelen nog verder naar een andere top. Dat zien wij niet zitten en vatten daarom de weg naar beneden weer aan. We moeten nu regelmatig aan de kant voor zij die nog naar de top(pen) trekken. Eens beneden zetten we ons aan de picknicktafel van het informatiecentrum en eten een koek.

We besluiten om nog de familietrail te doen. Deze klimt niet zo sterk en gaat voor een groot deel ook door een oud bos. Het pad is wel gemerkt maar werd oorspronkelijk gevormd door de bergkoeien. Zij lopen ook nog op het stuk waar wij zijn, dat zien we aan de hoefafdrukken en de verse vlaaien. Maar we zien ze niet. Elke avond komen ze terug naar de boerderij om gemolken te worden, ze vinden steeds de weg terug. Door het grazen van verschillende planten en kruiden zijn ze bestand tegen vele zaken. Na een korte klim en daarna afdaling komen we in het oude bos. Er hangt wat vochtigere lucht maar het is er wel mooi. Oude bomen, mos, bessen (bosbes en kraaihei) maar ook dood hout geven de wandeling nog meer elan. Ter hoogte van Kungens utsiktsplats houden we even halt en bewonderen het uitzicht. Na iets meer dan anderhalf uur staan we weer op de parkeerplaats. Waar er bij de start van de eerste wandeling slechts enkele wagens waren, staat de parking nu overvol. We rijden terug naar onze overnachtingsplek om te lunchen.

Na de lunch gaan we op zoek naar een winkel. We passeren uiteraard nog enkele meren. Bij 1 ervan zien we viskweekvijvers. Het is niet zo’n boeiende rit naar de ICA in Vemdalen. We vinden wat we zoeken maar heel uitgebreid is het assortiment hier niet. Bij de buren tanken we de auto vol. Het is niet dat we zoveel verbruiken, het is eerder voor de zekerheid want tankstations en winkels zijn hier niet dik bezaaid in dit deel van Zweden.

Over de ICA staat een bijzondere kerk. Het is een unieke achthoekige kerk, één van de mooiere van de Noord-Zweedse kerken. De toren, die wat stavkyrka-allures heeft, staat los van de kerk. Jammer genoeg is ze gesloten, toch hebben we geprobeerd om enkele foto’s van de binnenzijde te nemen.

Daarna is het tijd om een plek te vinden om grijs en zwart water te lozen, en drinkwater bij te vullen. Maar die plaatsen zijn nog dunner bezaaid dan de winkels. Gelukkig zijn we in een skigebied terechtgekomen en heeft een hotel in Klövsjö alles wat we zoeken. We lozen wat weg moet en vullen het water weer aan.

Nu is het tijd om een slaapplek te gaan zoeken. Onderweg komen we nog verschillende rendieren in het bos tegen. Enkele ook langs de weg. Het laatste stuk dat we afleggen begint als een grindweg maar wordt nadien smaller en smaller. Maar het is wel leuk en mooi om te rijden, al hobbelt het af en toe wel wat hard. We vinden een plek in een kom langs een grindweg en staan lekker uit de wind. We koken en eten buiten maar gaan dan toch maar in de camper zitten om het blog bij te werken, te lezen en wat puzzels op te lossen.

6 augustus 2026

Omdat er wat nattigheid valt, koken we water binnen en ontbijten we daar ook. Terwijl Leon de auto van de blokken haalt en het dak sluit, wandel ik even naar het kleine milieustraatje aan het begin van de toekomstige wijk. Ik dump onze afval netjes gesorteerd. Op weg terug naar de auto zie ik een bord staan met de projectontwikkelaar over het nieuwe wijkje. Ik zoek even op hun website en kom wat informatie te weten. Het worden een boel huizen, maar dat hadden we zelf al begrepen aan de hand van de aansluitingen enzo. En goedkoop gaan ze ook niet worden, zo blijkt. Het rustige, goedkope, eenzame huisje in het meer noordelijke deel van Zweden komt zo wel erg onder druk te staan. Duidelijk alles voor het skitoerisme (en ook een beetje voor dat van de zomer).

We rijden dan terug naar de plek waar we gisteravond nog even wandelden. Hier zijn buiten wandelingen, ook een heleboel trails voor mountainbikes aangelegd en dit in verschillende categorieën. Ook staat er een bord voor de talrijk aanwezige langlaufpistes. Wij willen vandaag de top van Hovärken bereiken. Deze ligt op 1125m. We hebben meermaals zowel de buienrader als de SMHI (Zweedse variant) gecheckt om te zien hoe het weer zou worden en of we de tocht konden maken. Na 9u zou het niet meer regen en dit tot 16u. Voor de zekerheid nemen we toch de jassen mee. En dan gaan we op pad. Over hetzelfde plankenpad en grindweg als gisteren. Daarna wordt het een stenen pad waar we wat extra uitkijken met de kans op gladde stenen, maar het valt mee. Voor ons en achter ons verschuiven de wolken aan een supersnelheid. Bewolkt, open, mistig, het wisselt steeds weer. En dan begint de echte klim. Onderweg valt er wat vochtige lucht, vermoedelijk van de mist, maar eigenlijk worden we niet echt nat. Dapper gaan we verder. Af en toe omkijkend en genieten van het mooie landschap en het lange meer onder ons. We merken beneden nog enkele wandelaars, maar verder zijn wij het alleen richting top. En dan zijn we op de top en slaat het weer helemaal om. De mist wordt felle regen terwijl de wind stevig huishoudt. Jassen worden zo snel mogelijk aangedaan. Dan willen we de terugweg aanvatten via de brede grindweg maar die blijkt iets verderop onderbroken te zijn door verschuivingen in de winter. Dan toch maar dezelfde weg terug. Ondanks de bijtende wind en de priemende regen gaat het al bij al vlot en bereiken we veilig maar nat de auto. Leon zet het dak open en we trekken vlug droge kleren aan, terwijl de dieselkachel wordt opgestart. Alles wordt te drogen gehangen en wij warmen onszelf even op.

Door dit alles hebben we zin in soep. We kijken online naar de menu’s van mogelijke restaurants: sommige zijn alleen in de winter open, anderen hebben enkel wafels of pizza of kebab maar geen enkele heeft soep. Dan maar op een parking zelf een potje soep warm gemaakt. Het smaakt. Gelukkig wordt het even droog en kan Timber ook eten en nog even worden uitgelaten.

Nu is het tijd om dit gebied te verlaten. We houden nog even halt bij een huis waarvan de oprijlaan versierd is met houten beelden, voornamelijk beren maar ook een auerhoen.

Het wordt daarna een eerder eentonige weg: af en toe een jong bos afgewisseld met een volledig gerooid of een ouder bos, maar steeds bomen langs de weg. Toch geeft die eentonigheid ook een vorm van rust, net zoals sneeuw dit kan doen door de gehele omgeving wit te maken. Langs de kant van de weg zien we dat het rendiermos steeds volledig is verdwenen. Komt het door grote kuddes? Of door mensenhanden die het mos verzamelen voor de winter, voor verkoop of gebruik voor eigen dieren? Het kan door kuddes want we weten uit de babbels afgelopen winter dat rendieren de wegbermen opzoeken omwille van het zout. Wat het verdwijnen veroorzaakt, weten we nu niet, wat we wel weten is dat de regen ons al de gehele weg vergezeld. Uiteindelijk rijden we richting Sonfjället National Park via een grindweg.

We bereiken de parking, zien er 7 campers staan en besluiten dan om te keren en de auto 3km terug te zetten op een uitsprong naast de weg. Bij het uitstappen zien we dat de auto een beetje vies geworden is. Het is even droog wanneer ik met Timber over de weg loopt maar al snel vallen er weer druppels. Het wordt voor de derde keer binnen koken en eten. We sluiten de dag af met het blog, wat lezen en wat Zweedse puzzels. Dit zijn dan kruiswoordraadsel puzzels in het Zweeds.

5 augustus 2026

Ruim over zeven worden we gewekt door het geluid van een vrachtwagen. Eens we buiten zijn, kunnen we zien dat het er 1 is met verschillende containers, die op en af de vrachtwagen werden gehaald en waarna de vrachtwagen met 1 van de containers wegreed. Ondertussen hebben wij rustig kunnen ontbijten. Nadat ook de blokken en de bbq opgeruimd zijn, konden we vertrekken. Nog niet goed en wel op weg zien we in het bos een kleine kudde rendieren en nog geen kilometer verder nog een tweede. Een mooi begin van de dag. Doordat het vannacht geregend heeft, is het erg mistig. Op sommige plaatsen is de zichtbaarheid veel beter dan op andere.

We houden halt ter hoogte van het Städjan – Nipfjällets naturreservat. Aan de parking lijkt het nog te doen. We kiezen voor een wandeling naar de top van Städjan. Een 2,5km lange wandeling naar omhoog. Het begint over een plankenpad en een stuk grindweg maar daarna wordt het wat moeilijker begaanbaar door de vele stenen op de weg. Ondanks de gevallen nattigheid zijn ze niet echt glad. Toch hangen de mistbanken laag tussen de bomen. Op een halve kilometer van de top zijn we boven de bomengrens en lijkt het wel of ze de rest van de wereld hebben weggegomd. We vinden het vanaf hier niet meer veilig en keren via dezelfde weg terug. Dat moest ook indien we de top wel zouden halen. Op de weg naar beneden komen we nog vele (vooral Zweedse) moedigen tegen. Eens aan de auto neem ik even de tijd om het potje bosbessen weer te vullen waarbij ik ook een deel met de bessenkam pluk. We kunnen er weer tegen. We eten nog een koek en drinken thee en koffie en rijden weer verder.

Nu is de Trollenweg of Magiska Vägen aan de beurt. Na het parkeerterrein voor de wandelingen op Nipfjället begint een grindweg. Die rijden we op. Langs de weg staat een bord, die instructies moet je opvolgen. Dit doen we netjes. Voor onze auto lijkt de weg naar boven te gaan. We staan stil, zetten de auto in neutraal en Leon haalt zijn voet van de rem. Terwijl je zou verwachten dat de auto naar achter zou rollen, begint deze echter naar voor te bollen. Aan de overzijde van de weg gebeurt het omgekeerde: terwijl de weg daar naar beneden lijkt te gaan voor de auto, bolt de auto echter achteruit. Dit optisch fenomeen wordt blijkbaar veroorzaakt door het landschap (zelfs bij mist), waardoor de horizon is verborgen en de hersenen de helling verkeerd om waarnemen. Best grappig. Iets hoger op de helling naast het bord staat Nipgubben: een karakteristieke trol. Hierna rijden we jammer genoeg grotendeels dezelfde weg terug maar dan nu richting Lofsdalen.

Onderweg lunchen we aan de kant van een gerooid bos. Ik wandel na het eten met Timber over een weggetje, zie duidelijke sporen van aangevreten rendiermos, terwijl op andere plekken het mos en nog onaangeroerd bijstaat. Ook paddestoelen beginnen op te komen.Hier in de omgeving vinden we niet al te veel wegen en moeten we het doen met de asfaltbanen. Onderweg dienen we even halt te houden voor een paar rendieren, die echter al snel hun voorgangers het bos in volgen.

Ondertussen is de lucht redelijk opgeklaard en is het nog steeds droog. Het landschap verandert: nog steeds bomen naast de weg maar de ondergrond is anders. We zien nu meer heide en mossen. Ook klimmen we stevig. We (vooral ik) houden even halt bij een Loppis. Een rommelmarktje aan de kant van de weg. Altijd leuk. En ik vind er een handmixer. Altijd handig in de camper. Ik mag zelf kiezen hoeveel ik wil betalen maar jammer genoeg heb ik geen Swish (Zweede Payconiq) en kan ik niet betalen. Ik wandel daarom naar de huisjes lager naast de weg. Ergens gaat een deur open. Ik doe mijn uitleg in het Zweeds en mag gewoon cash betalen. Top. Niet veel verder passeren we een bordje dat de hoogte aangeeft waarop we ons bevinden om daarna een (versleten) waarschuwingsbord voor beren tegen te komen.

Nog even rijden we verder en komen aan bij Lofsdalen. Dit was een klein skidorp maar momenteel is het volop in expansie en worden er nu ook veel outdoor activiteiten georganiseerd in de zomer. Het is ook het gebied waar de meest beren leven. We parkeren de auto ter hoogte van Lofsdalen fjällpark (met fjäll = berg), doen stapschoenen aan en nemen voor de zekerheid ook de rugzak mee. We kiezen voor een korte rondwandeling (2,5km) om zo Timber nog even uit te laten. Het begin is net als bij de andere wandelingen, een plankenpad en grindweg. Daarna is het nog even over een paar losse planken en gaat het verder over een gemakkelijke weg. Omdat we niet helemaal het zelfde willen teruglopen, maken we een lus met een andere wandeling. Na een kleine 40 minuten staan we terug aan de auto.

Nu wordt het tijd om een slaapplek te zoeken maar echter niet te ver want we willen morgen nog wandelen in het gebied. Via Park4night zou er een parkeerplaats zijn waarop je mag overnachten. Dat vinden we echter te druk en te dicht bij de baan. We slaan een grindweg in en rijden naar boven. We rijden hier tussen allemaal nieuw gebouwde huizen. We zien ook een aantal nieuw aangelegde grindwegen met daartussen ontboste plekken. We kiezen uiteindelijk voor de hoogste weg en zetten ons aan het einde een beetje verscholen achter nog op te halen hout. Maar ons uitzicht is geweldig. We zien op bergen en op 1 gigantisch groot meer: Lofssjön. Dit zou 20km lang zijn, 17,4 km² en op sommige plekken meer dan 46m diep. We nemen de tijd om te koken maar dan wordt het toch echt te fris en dus zetten we ons in de camper om het blog te typen en wat te lezen. Terwijl we binnen zitten wordt de omgeving weggevaagd en vallen er druppels. Benieuwd voor morgen.

4 augustus 2026

Na een verkwikkende nacht, rustig ontbeten bij een wakker wordende zon. Vandaag op de planning: wandelen in het Fulufjället nationaal park. Het park is gekend om zijn waterval Njupeskär welke met zijn 93m de hoogste is van Zweden. Voorts vind je er de Old Tjikko. Dit is de oudste boom ter wereld. Het gaat hier niet om een dikke oerboom maar om een slanke spar. Door wetenschapper is vastgesteld dat deze al meer dan 9500 jaar hetzelfde genetische individu is. De boom groeit alleen niet verder maar kloont zichzelf steeds opnieuw. Nieuwsgierig gaan we op weg. Wanneer we onze keerlus hebben verlaten, volgen we nog een stukje van de asfaltbaan. Eens op de gravelweg rijden we ruim 45km zonder één voor-, achter- of tegenligger. Uiteraard passeren we weer de nodige meren en rivieren.

Dat we niet alleen in het park zouden zijn hadden we wel verwacht, wat we echter zien bij aankomst, niet. Wat een drukte. Gelukkig zijn de stewards meer dan capabel om ieder voertuig een plekje te geven op de parking, campers moeten op de parkeerstrook langs de weg parkeren. Na het in orde maken van de rugzakken, het aandoen van onze stapschoenen en Timber mee aan de lange leiband, gaan we op pad. Aan het informatiebord kijken we naar de wandelingen. Ik ga nog even binnen in het bezoekerscentrum om de 20SEK (vrijwillige bijdrage voor de parking en onderhoud) te betalen en vraag nog wat extra informatie waarna ik ook een kaart(je) meekrijg. Het eerste stuk is gemakkelijk: vlak en een volledig houten pad. Ondanks de hoeveelheid auto’s op de parking, valt de drukte niet tegen. Het plankenpad gaat dan over in een grindweg. Het uitzicht is wel al de moeite, zeker wanneer we een riviertje oversteken. En dan zien we de waterval al een keer van ver. Terwijl de overgrote meerderheid het pad richting de waterval kiest, gaan we naar boven richting Old Tjikko. Een klim over grindtreden maakt dat het toch wel vermoeiender is dan een gewone klim omdat de treden niet altijd op de goede maat liggen. Na de klim volgt er eerder een rustig en makkelijk begaanbaar deel. Het uitzicht is geweldig mooi. Ook de laatste klim over een gelijkaardige weg en een stuk plankenpad (waar Timber trouw overloopt, terwijl ik er eerder naast loop op de droge ondergrond) brengen ons tot bij de boom. En ja het is inderdaad een slank sparretje met vele sparretjes aan de voeten.

Van hieruit vangen we de tocht terug naar beneden aan, vanzelfsprekend niet over dezelfde weg. Het eerste stuk is gelijkaardig aan het laatste stukje klim naar de boom maar dan verandert het pad in een zee van rotsen. Van hieruit kunnen we stellen dat het eventjes uitdagend wordt want het is niet altijd evident om die te nemen met een hond aan de leiband, maar we slagen er in. Loslaten is hier geen optie omwille van de anderen en andere honden die we tegenkomen op ons pad. Omdat onze magen beginnen te protesteren, zetten we ons op een rots om te lunchen. Het pad wordt even wat makkelijker te bewandelen maar het laatste stuk is toch weer opletten. Dan komen we terug op het stuk met de grindtrappen. Ik wandel nu voor een groot deel naast de trappen, dat gaat vlotter.

Nu moeten we nog het laatste stuk doen en dat is naar de waterval zelf. Het oorspronkelijke pad is hier omgetoverd tot een geheel van trappen en een loopbrug. Hier is het best druk. We halen het platform dat als uitkijkpunt dient. Je kan dan nog een stukje verder over de rotsen om zo dichter bij het einde van de waterval te komen. Dit is niet haalbaar met Timber, ook Leon ziet het niet zitten. Dus die blijft daar en ik ga alleen verder over de rotsen. Het loopt best gemakkelijk, zeker nu ik geen hond bij heb. Ik neem nog wat foto’s, ook van anderen en hop weer van steen naar steen terug naar hond en man. Het laatste stuk richting bezoekerscentrum is voornamelijk een plankenpad en we wandelen de laatste 2km dan ook heel vlot. Deze wandeling van 8km was zeer afwisselend, waarin we een maximale hoogte van 945m bereikten. Maar wat een vergezichten, wat een natuur. Zo de moeite.

We verlaten het park via de asfaltbaan en rijden richting Idre. Er moeten boodschappen gedaan worden. We komen daar in een erg drukke, toeristische streek. Vooral in de winter is dit een gigantisch wintersportplaats. We doen onze aankopen bij de plaatselijke ICA en tanken bij de buren de auto vol. Zo kunnen we een stukje in de richting voor morgen rijden. Tijdens het rijden zien we aan de kant van de weg een waarschuwingsbord voor rendieren op de baan. Nog geen 500m verder loopt de eerste op de rijweg. We blijven staan, de tegenliggers ook. Wanneer het dier besluit een zijweg in te slaan, kunnen we weer verder rijden. Niet veel later vinden wij een zijweg en parkeren ons aan de kant van een keerlus.

Terwijl Leon de bbq opstookt, wandelt er 200m van onze plek een ander rendier. Dichter komen durft het dier niet, waarschijnlijk door de rook of het vuur. Een uurtje later is het er weer, maar dan is het Timbers geblaf dat het dier laat vertrekken. Zelfs terwijl Timber in de bench in de auto zit, blaft hij af en toe nog. Dan komt zijn aangeboren alertheid sterk naar boven. Na het eten gebruiken we de bbq nog even als vuurkorf terwijl ik het blog typ en Leon de foto’s blogklaar maakt.