Wakker geworden met zon, wel nog een strakke wind wat een gevoelstemperatuur van 3°C creëert. We herschikken wat: brokken Timber van het dak, vuile was naar de bak op het dak. En na het ontbijt kunnen we weer op pad. Het wordt een lange weg naar onze volgende stop. We verlaten de keerlus en rijden weer over de grindweg. Gister stond er aan het begin van deze weg dat er gedurende 50km wegwerkzaamheden waren. We rijden die 50 km waarbij we inderdaad zien dat er gewerkt wordt maar vooral is het een weg waar we 2 tegenliggers tegenkomen over die afstand. En als we ruim tellen toch wel 25 woningen. Het verbaast ons niet dat we nu door het dunsbevolkte deel van Zweden, misschien wel van Europa, rijden. Ondanks het feit dat het hier zo afgelegen is , zijn de bermen schoongemaakt en zijn de oranje stokken die de rand van de weg aanduiden wanneer het heeft gesneeuwd, al geplaatst. Voorts rijden we bijna de gehele tijd tussen meren, die jammer genoeg meestal verborgen liggen achter een rij bomen. Ook al vertrokken we met volle zon, onderweg betrekt het toch weer en hoe dichter bij Noorwegen, hoe frisser. En dan wordt het drukker want we rijden een stuk over de E12 die ook wel gekend is als de Blå Vägen (de blauwe weg). Een toeristische route die vertrekt aan de Noorse grens, loopt parallel met de Umerivier tot in Umeå.









We houden halt in Tärnaby. In de winter een uitgesproken skigebied, maar het is ook een belangrijke stad voor Sámi. We bezoeken de kerk waarin vooral het schilderij achter het altaar en de doopvond de aandacht trekken.











Buiten de kerk bezoeken we een kåta (= goathi-hut) maar ook het kleine museum en een butik. Het brengt ons weer wat dichter bij de cultuur van de bewoners die hier al heel lang wonen en rondtrekken.










Van hieruit gaat het nog wat verder richting Hemavan, nog steeds over de blauwe weg.




Het eerste wat ons opvalt bij het binnenrijden van deze nog grotere skistad, is een minikerkje. Uiteraard stoppen we even. De klokkentoren staat naast de kerk. De kerk is nog niet zo oud, pas in 1956 kwam het idee om hier een kerk te bouwen, nadat de nodige giften en fondsen werden verzameld kon de kerk in 1971 worden ingewijd, de klokkentoren volgde in 1974. En sober interieur waarbij de helblauwe stoelbekleding mooi afsteekt. De meeste zaken in het interieur zijn gemaakt door locals.









Na de kerk rijden we verder richting het Naturum Vindelfjällen, tevens ook bezoekerscentrum. We besluiten eerst te lunchen. Gezien de snijdende wind en de donkere lucht doen we dit maar in de auto. Nadien wandelen Leon en ik even tot in het bezoekerscentrum. We krijgen wat uitleg, eerst in het Zweeds, daarna in het Engels over het centrum, de natuurexpositie en hoe we in de botanische tuin geraken. We bekijken de expositie die best mooi is opgesteld. Ook vertelt de dame ons dat die gele bol een creatieve hjortron moet voorstellen. Vroeger was het een deel van het centrum , nu is het een hotel. Dan halen we Timber op, nemen de lift naar boven en de overdekte wandelweg tot in het bos waar de route voor de fjällbotaniska Trädgården zich bevindt. De meeste planten staan in houten bakken, vele zijn net als in de natuur al uitgebloeid. Ook een logisch want langzaamaan begint hier de herfst, bij de berken worden de bladeren al stilaan geel. Na ons bezoek aan de tuin wandelen we nog even langs enkele kåtor en enkele huisjes. We stappen ook wel zeker 500 meter van de bekende 450km lange Kungsleden. Het naturum is het vertrek- of eindpunt van deze trail. Andere trails die hier langskomen of vertrekken zijn de Drottningsleden en de Lapplandleden.





















Eens terug aan de auto is het tijd om de terugweg aan te vatten. Deze doen we deels, omdat het niet anders kan, over dezelfde weg en daarna rijden we de grindwegen in op weg naar het volgende punt. De zon breekt langzaam door en er komt een heus lichtspel op en achter de bergtoppen. Onderweg kruist een eland de weg, dit keer wel op de foto. Het blijft speciaal en indrukwekkend.

Iets over half vijf stoppen we aan het begin van een kleinere weg in omdat we koffie/thee willen drinken. We bekijken de weg via satelliet en zien dat de weg naar een meer loopt. Een reden om dit pad dan ook in te slaan. We besluiten om geen koffie/thee te drinken maar om ons avondeten te koken. Misschien wat vroeg maar het is een mooie omgeving, droog, niet te veel wind en vooral weinig muggen. Na het eten wandel ik nog even met Timber door het bos daar. Bij het verlaten van het pas en we weer de grindweg opdraaien, springt er nog een rendier voor onze auto het bos in. We worden ook nog getrakteerd op een volledige regenboog.
















Het laatste stuk van de weg die we afleggen, is een erg verlaten, van de nodige plassen voorziene grindweg. We vragen ons meermaals af of het wel klopt. En plots moeten we stoppen voor een auerhoen, dit keer een mannelijk exemplaar. Meer dan 10 minuten loopt hij voor onze auto uit, als hij halt houdt, doen wij het ook. Het levert wel mooie beelden op. Na meer dan 7km over dit pad bereiken we het pijltje “kanjon” en hebben we ons wandeldoel voor de volgende dag bereikt. We rijden iets terug op het pad om te kunnen slapen. Dit keer is het een oude groeve. Terwijl ik Timber uitlaat merk ik sporen van een eland, rendier, haas en auerhoen. We staan goed.
















