10 augustus 2026

Vandaag zijn we vroeg opgestaan want het wordt een drukke dag. Bij het ontbijt blijven we zoveel mogelijk in beweging om te voorkomen dat we lekgeprikt zouden worden door de muggen die door de regen van de afgelopen nacht te talrijk aanwezig zijn en die blijkbaar gek zijn op muggenspray. Het is ook nog best fris. Eens op weg was het grindpad volgen tot in Gäddede. Dit ligt op slechts 6km van de Noorse grens (Norge = Noorwegen). Hier in dit stadje hebben we nog even getankt om zeker te zijn voor we verdergaan met de route. Bij het toeristenbureau over het benzinestation nog een kaartje van de route, met wat extra informatie, meegenomen. Onderweg kwamen we alvast klein wild tegen: een koppel kraanvogels en een paar auerhoen hennen. Het zal ook een dag worden waarbij we langs vele waters zullen rijden. 1 van die meren is het Stora Blåsjön, letterlijk het grote blauwe meer. Een gigantisch meer van meer dan 40 km² met rondom een prachtig zicht op de bergen.

Onze eerste (echte) stop is Ankarede kyrkstad. Dit is één van de vele culturele Sámi-bezienswaardigheden op de route. In het kerkdorp vind je nog traditionele ‘goahti’hutten of plaggenhutten alsook een kapel uit de 19de eeuw. Deze wordt alleen nog gebruikt om midzomer te vieren en bij huwelijken en begrafenissen. De sleutel van de kerk kan je halen in het café, dat jammer genoeg gesloten is op maandag en dinsdag. Dus we kunnen de kerk niet vanbinnen zien. Dan maar verder wandelen naar de hutten. Deze worden nog gebruikt, al lijkt het dorp meer op een soort Bokrijk en is er geen levende ziel te bespeuren op enkele bezoekers, zoals wij, na. Ook het museum is al gesloten voor dit seizoen.

Een volgende halte is bij Gaustfallet: een waterval. We parkeren ons langs de kant van de weg (er kunnen maximum 4 auto’s/campers staan) en gaan op onze stapschoenen verder. Het begin van het pad is al erg slijkerig. Voorzichtig verplaatsen we ons richting het uitzichtpunt. Het eerste dat me opvalt is de groenige kleur van het water dat van de krachtig waterval naar beneden stort. Ook hier wandelen we nog even naar een ander uitzichtpunt en proberen niet uit te schuiven in het slijk en op de vochtige rotsen. Deze waterval werd ook gebruikt als filmdecor voor Ronja de Roversdochter.

Na de waterval komen we op de Stekenjokk-pas die leidt naar het plateau. De weg is zoals ik gisteren schreef de hoogste geasfalteerde weg in Zweden. Enkel tussen 6 juni en 15 oktober is de weg toegankelijk omdat er in de winter te veel sneeuw valt. We rijden hier in het rendiergebied waarbij aan het begin van de pas wordt gevraagd om daar rekening mee te houden. De pas voert ons tussen bergtoppen en open vlakten. We houden even halt op een parkeerplek voor een koek en Timber uit te laten. De vergezichten zijn fenomenaal. De besneeuwde toppen die we zien, liggen in Noorwegen. De Zweedse kant is totaal anders, maar daarom niet minder mooi. En dan bereiken we het hoogste punt: 876m boven de zeespiegel. Niet veel later passeren we het bordje Lappland. Op het Stekenjokk-plateau houden we halt, net zoals vele anderen. We bekijken de omgeving, lezen wat over de geschiedenis, zien in de verte een kudde rendieren grazen en bezoeken het Sámi-stalletje met handgemaakte artikels. Net wanneer we weer verder rijden, wandelt er een andere kudde rendieren voorbij. Hier bevinden zich ook kalfjes bij. Ze zijn wel schattig.

In Klimpfjäll eindigt de pas en vinden we het tijd om te lunchen. We hebben besloten dit binnen te doen. Bij Klimpfjäll Gården houden we halt en bestellen de dagenslunch. Vandaag is dit schnitzel met gefrituurde aardappeltjes, bearnaise saus en peterselieboter. Al snel wordt ons dit geserveerd. Het smaak, alleen missen we een beetje het slaatje dat er meestal in Zweden bij gegeven wordt. Nadien is er nog koffie en thee met een koekje. Buiten geven we Timber eten en laten hem nog even uit.

We vervolgen onze weg en houden halt bij Fatmomakke. Nadat we onze auto hebben geparkeerd, wandelen we over de voetgangersbrug over het Kultsjön richting een ander kerkdorp. Dit dorp, het meest prominente van Zweden, was een verzamelplaats voor de zuidelijk Samische bevolking tijdens kerkelijke feesten en markten. Zij kwamen hier ook samen voor rechtspraak. Rond de kerk staan een tachtigtal kleine kyrkstuga. Een huisje per familie dat dienst deed als tijdelijk verblijf. De kerk zelf is van hout en werd gedurende de tijd vergroot. We kunnen de kerk bezoeken als ook 1 van de plaggenhutten en een grotere hut die ook dienst deed als gebedshuis. Ook 1 van de huisjes is open voor het publiek. Het is wel interessant om hier door te wandelen maar net als vanmorgen hebben we hetzelfde gevoel.

Nadien mogen we weer een stukje rijden en blijven betoverd door het landschap, zeker nu de zon doorbreekt. Het vele water van meren en rivieren, de ruige rotsen maar ook het erg groene groen maken dat de rit absoluut niet verveeld. Af en toe rijden we door een klein gehucht. De huizen zijn over het algemeen niet al te groot, eerder klein. We begrijpen nu ook beter waarom er op Hemnet (de site om huizen in Zweden te kopen), in deze regio, vaak huizen worden aangeboden met maar 1 of 2 kamers, waarvan 1 de huiskamer is.

Een korte stop houden we ter hoogte van de Trappstegforsen. Een brede trapvormige waterval. Blijkbaar erg geliefd bij vissers. We kopen in het boetiekje aan de parking een sticker van de route en kleven hem op de auto.

Niet veel later is er nog een kleine waterval: Lilsjöforsen waarvoor we halt houden en dan gaat het in rechte lijn richting Vilhelmina. Net voor de stad houden we halt bij Bergmans Fisk och Vilt. Dit is een gekende winkel die al prijzen won met hun eigen gerookte vis. Wij nemen wat sneetjes houtgerookte eland mee en wat gerookt rendiervlees. Benieuwd hoe het zal smaken.

We brengen nog een kort bezoekje aan Vilhelmina zelf en staan ook hier voor een gesloten kerk.

Nu is het tijd voor een slaapplek. Na een korte rit over de E45 (de langste snelweg in Zweden) slaan we een grindweg in een vinden een slaapplaats op jawel: een in onbruik zijnde keerlus. Tijdens het eten schijnt de zon. We proeven de eland: lekker, zacht van smaak. Maar na het eten schuilen we toch voor de muggen in de camper en maken weer wat lectuur voor het blog.