4 augustus 2026

Na een verkwikkende nacht, rustig ontbeten bij een wakker wordende zon. Vandaag op de planning: wandelen in het Fulufjället nationaal park. Het park is gekend om zijn waterval Njupeskär welke met zijn 93m de hoogste is van Zweden. Voorts vind je er de Old Tjikko. Dit is de oudste boom ter wereld. Het gaat hier niet om een dikke oerboom maar om een slanke spar. Door wetenschapper is vastgesteld dat deze al meer dan 9500 jaar hetzelfde genetische individu is. De boom groeit alleen niet verder maar kloont zichzelf steeds opnieuw. Nieuwsgierig gaan we op weg. Wanneer we onze keerlus hebben verlaten, volgen we nog een stukje van de asfaltbaan. Eens op de gravelweg rijden we ruim 45km zonder één voor-, achter- of tegenligger. Uiteraard passeren we weer de nodige meren en rivieren.

Dat we niet alleen in het park zouden zijn hadden we wel verwacht, wat we echter zien bij aankomst, niet. Wat een drukte. Gelukkig zijn de stewards meer dan capabel om ieder voertuig een plekje te geven op de parking, campers moeten op de parkeerstrook langs de weg parkeren. Na het in orde maken van de rugzakken, het aandoen van onze stapschoenen en Timber mee aan de lange leiband, gaan we op pad. Aan het informatiebord kijken we naar de wandelingen. Ik ga nog even binnen in het bezoekerscentrum om de 20SEK (vrijwillige bijdrage voor de parking en onderhoud) te betalen en vraag nog wat extra informatie waarna ik ook een kaart(je) meekrijg. Het eerste stuk is gemakkelijk: vlak en een volledig houten pad. Ondanks de hoeveelheid auto’s op de parking, valt de drukte niet tegen. Het plankenpad gaat dan over in een grindweg. Het uitzicht is wel al de moeite, zeker wanneer we een riviertje oversteken. En dan zien we de waterval al een keer van ver. Terwijl de overgrote meerderheid het pad richting de waterval kiest, gaan we naar boven richting Old Tjikko. Een klim over grindtreden maakt dat het toch wel vermoeiender is dan een gewone klim omdat de treden niet altijd op de goede maat liggen. Na de klim volgt er eerder een rustig en makkelijk begaanbaar deel. Het uitzicht is geweldig mooi. Ook de laatste klim over een gelijkaardige weg en een stuk plankenpad (waar Timber trouw overloopt, terwijl ik er eerder naast loop op de droge ondergrond) brengen ons tot bij de boom. En ja het is inderdaad een slank sparretje met vele sparretjes aan de voeten.

Van hieruit vangen we de tocht terug naar beneden aan, vanzelfsprekend niet over dezelfde weg. Het eerste stuk is gelijkaardig aan het laatste stukje klim naar de boom maar dan verandert het pad in een zee van rotsen. Van hieruit kunnen we stellen dat het eventjes uitdagend wordt want het is niet altijd evident om die te nemen met een hond aan de leiband, maar we slagen er in. Loslaten is hier geen optie omwille van de anderen en andere honden die we tegenkomen op ons pad. Omdat onze magen beginnen te protesteren, zetten we ons op een rots om te lunchen. Het pad wordt even wat makkelijker te bewandelen maar het laatste stuk is toch weer opletten. Dan komen we terug op het stuk met de grindtrappen. Ik wandel nu voor een groot deel naast de trappen, dat gaat vlotter.

Nu moeten we nog het laatste stuk doen en dat is naar de waterval zelf. Het oorspronkelijke pad is hier omgetoverd tot een geheel van trappen en een loopbrug. Hier is het best druk. We halen het platform dat als uitkijkpunt dient. Je kan dan nog een stukje verder over de rotsen om zo dichter bij het einde van de waterval te komen. Dit is niet haalbaar met Timber, ook Leon ziet het niet zitten. Dus die blijft daar en ik ga alleen verder over de rotsen. Het loopt best gemakkelijk, zeker nu ik geen hond bij heb. Ik neem nog wat foto’s, ook van anderen en hop weer van steen naar steen terug naar hond en man. Het laatste stuk richting bezoekerscentrum is voornamelijk een plankenpad en we wandelen de laatste 2km dan ook heel vlot. Deze wandeling van 8km was zeer afwisselend, waarin we een maximale hoogte van 945m bereikten. Maar wat een vergezichten, wat een natuur. Zo de moeite.

We verlaten het park via de asfaltbaan en rijden richting Idre. Er moeten boodschappen gedaan worden. We komen daar in een erg drukke, toeristische streek. Vooral in de winter is dit een gigantisch wintersportplaats. We doen onze aankopen bij de plaatselijke ICA en tanken bij de buren de auto vol. Zo kunnen we een stukje in de richting voor morgen rijden. Tijdens het rijden zien we aan de kant van de weg een waarschuwingsbord voor rendieren op de baan. Nog geen 500m verder loopt de eerste op de rijweg. We blijven staan, de tegenliggers ook. Wanneer het dier besluit een zijweg in te slaan, kunnen we weer verder rijden. Niet veel later vinden wij een zijweg en parkeren ons aan de kant van een keerlus.

Terwijl Leon de bbq opstookt, wandelt er 200m van onze plek een ander rendier. Dichter komen durft het dier niet, waarschijnlijk door de rook of het vuur. Een uurtje later is het er weer, maar dan is het Timbers geblaf dat het dier laat vertrekken. Zelfs terwijl Timber in de bench in de auto zit, blaft hij af en toe nog. Dan komt zijn aangeboren alertheid sterk naar boven. Na het eten gebruiken we de bbq nog even als vuurkorf terwijl ik het blog typ en Leon de foto’s blogklaar maakt.