3 augustus 2026

Vandaag zijn we de dag op z’n Zweeds begonnen: een frisse duik in het meer. Ik wandel eerst nog het terrein rond voor bosbesjes, die zijn er echter niet veel meer door de droogte maar vooral om dezelfde reden als het niet meer stromen van Timber zijn beekje. Nadien op een rustig tempo ontbeten terwijl we genoten van de omgeving. Ook nog wat herschikt waar nodig.

Daarna ging het via onbekende (gravel)wegen richting Tandövala naturreservat ter hoogte van Lima (Zweden, niet Peru). Het eerste stukje is gekende weg naar en door Gräsmark. Daarna niet meer. Heerlijk kronkelend over de kleinere gravelwegen. De eerste 3 kwartier kruisen we welgeteld 3 tegenliggers. Daarna zijn het er meer en zelfs enkele vrachtwagens, dit komt omdat we op dat moment over de E16 rijden. Officieel een snelweg richting Noorwegen, maar dan wel 1 waar je op de meeste plaatsen maar 60 mag en af en toe 80. Al snel laten we deze “grote” baan achter ons om weer op de vertrouwde gravelpaden te rijden. Deze rijden vaak beter dan de asfaltbanen. We nemen een break aan de kant van de weg om daarna weer verder te rijden langs meren, (uitgedroogde) riviertjes en door het bos. Door de droogte van de weg laten we een stuifspoor achter ons.

Kort na de middag bereiken we het Tandövala naturreservat en maken een eerste stop bij een kleine waterval. Veel water stroomt er niet maar de hoeveelheid mos eromheen en zelfs op de rotswand van de waterval, is indrukwekkend. Niet veel later bereiken we een uitsprong langs de weg die dient als parking. We zien ook enkele houten wegwijzers. We besluiten om eerst te lunchen. Ik ga daarna op plukjacht voor een verse voorraad bosbessen.

Dan is het tijd om te wandelen in dit reservaat. Tandövala wordt genoemd als het zuidelijkste gebergte van Zweden. Het is een hooggelegen gebied met een beperkte verscheidenheid aan planten. Het woord “berg” is niet helemaal correct. Juister is om het een “vard” te noemen. Dit is een hoge berg in bebost terrein dat deels onvruchtbaar is door het klimaat of door bosbranden. Het gebied wordt gekenmerkt door zijn hoge luchtvochtigheid. Wij willen naar de Tandövala-top. Hiervoor moeten we ook door wetlands en moerassen. Om deze makkelijker te kunnen betreden liggen er geomatten. Door de vochtige, vaak zachte ondergrond is het pad in het begin makkelijk te bewandelen. We moeten af en toe over een riviertje springen, zakken soms weg in de vochtige mosgrond maar gaan wel goed vooruit. Ook bij het klimmen is het fijn dat het niet zo’n hindernissenparcours is zoals de vorige dagen. Toch is het met momenten best pittig. De laatste 600meter naar de top zijn door de vele rotsen eerder een uitdaging, maar we geraken boven. Daar is het tijd om te genieten van de vergezichten onder het eten van een appel. Eens goed en wel uitgerust vangen we de terugweg aan. Jammer genoeg langs dezelfde route. We besluiten om Timber even los te laten lopen voor ieders veiligheid. Hij vindt het geweldig en loopt de afstand 4x waarbij zijn herdersgedrag erg naar boven komt. Uitgelaten holt hij nog wat extra rondjes op de vlakkere stukken. Eens deze hindernis veilig genomen, gaat hij weer vast. De afdaling gaat in elk geval een stuk vlotter dan de klim. Onderweg plukken en proeven we nog enkele hjortronbessen (of kruipbraam/ gele veenbraam). Deze bessen groeien enkel in vochtige moerasachtige gebieden en zijn door die beperktheid, goud waard. Ze lijken een beetje op een erg volle framboos. We vinden er inderdaad slechts enkele en deze zijn nog rood en dus onrijp. We laten ze hangen. We zijn blij wanneer we weer bij de auto komen. Het was, ondanks de kortere afstand, vermoeiender dan gisteren.

Na het wisselen van de schoenen en onze vochtbalans weer te hebben aangevuld, rijden we al een deel richting het doel van morgen. Eerst nog over de gravelweg het reservaat uit, daarna een stukje over de route 66. Uiteindelijk vinden we een slaapplek op een keerlus in een jong bos. We koken, eten en werken aan de blog en daarna is het bedtijd.