7 augustus 2026

Wakker worden met de zon die door het achterzeil schijnt, is altijd fijn maar zeker na een dag als gisteren. Ook de bergen die we in de verte vanop de weg kunnen zien, zijn helder waarneembaar. Toch is het frisser dan thuis. Bij het ontbijt is het 9°C wat aanvoelt als 4°C. Maar het kan met een lange broek en een fleece trui worden opgelost. Na het ontbijt rijden we terug naar Sonfjället National Park. Het is het eerste nationale park dat er in Zweden was. Het is ook 1 van de ruigste en tevens 1 van de kleinste nationale parken in Zweden. Het is de habitat van de bruine beer. In tegenstelling met Fulufjället national Park vind je hier geen voorzieningen. Het informatiecentrum is gesloten. Wil je iets te weten komen dan kan je dat vinden op de borden. Aan het bord hebben we beslist welke wandeling we zouden maken.

We vertrekken van Nyvallen en willen de wandeling naar Lyllfjället maken. Een niet zo’n lange wandeling maar wel 1 met alleen maar een stevige klim naar de top. Het weer zit mee, de zon is van de partij evenals een sterke wind. We vertrekken gewoon over een bosweg die al snel bezaaid ligt met stenen. Het is dus uitkijken waar we onze voeten zetten. En ja, het is pittig. Op een iets steiler stukje ligt er een trap, wel nog te betreden maar het wandelt toch gemakkelijker ernaast. Op zeker moment komen we aan een lang plankenpad, maar wordt het door onze voorgangers en ook door onszelf eerst gebruikt als bank. Zo kunnen we rustig van het schitterende uitzicht genieten. Hoe ver kunnen we kijken? Net na het plankenpad verschijnt er ineens een man in een overhemdje vanuit het niets: de parkwachter. Hij is op zoek naar een omgewaaid/afgebroken bord/wegwijzer. Op een rustig tempo wandelt hij naar boven. Wij volgen traag op ons tempo. Wanneer we bijna op de top zijn, komt de parkwachter terug naar beneden, Leon krijgt een schouderklopje en de geruststellende woorden: je bent er bijna. En ja dan halen we dit keer in de zon wel de top. Het waait er verschrikkelijk maar het uitzicht doet alles vergeten. We zien zelfs tot in Noorwegen. Prachtig. De meeste wandelaars die voor of na ons komen, wandelen nog verder naar een andere top. Dat zien wij niet zitten en vatten daarom de weg naar beneden weer aan. We moeten nu regelmatig aan de kant voor zij die nog naar de top(pen) trekken. Eens beneden zetten we ons aan de picknicktafel van het informatiecentrum en eten een koek.

We besluiten om nog de familietrail te doen. Deze klimt niet zo sterk en gaat voor een groot deel ook door een oud bos. Het pad is wel gemerkt maar werd oorspronkelijk gevormd door de bergkoeien. Zij lopen ook nog op het stuk waar wij zijn, dat zien we aan de hoefafdrukken en de verse vlaaien. Maar we zien ze niet. Elke avond komen ze terug naar de boerderij om gemolken te worden, ze vinden steeds de weg terug. Door het grazen van verschillende planten en kruiden zijn ze bestand tegen vele zaken. Na een korte klim en daarna afdaling komen we in het oude bos. Er hangt wat vochtigere lucht maar het is er wel mooi. Oude bomen, mos, bessen (bosbes en kraaihei) maar ook dood hout geven de wandeling nog meer elan. Ter hoogte van Kungens utsiktsplats houden we even halt en bewonderen het uitzicht. Na iets meer dan anderhalf uur staan we weer op de parkeerplaats. Waar er bij de start van de eerste wandeling slechts enkele wagens waren, staat de parking nu overvol. We rijden terug naar onze overnachtingsplek om te lunchen.

Na de lunch gaan we op zoek naar een winkel. We passeren uiteraard nog enkele meren. Bij 1 ervan zien we viskweekvijvers. Het is niet zo’n boeiende rit naar de ICA in Vemdalen. We vinden wat we zoeken maar heel uitgebreid is het assortiment hier niet. Bij de buren tanken we de auto vol. Het is niet dat we zoveel verbruiken, het is eerder voor de zekerheid want tankstations en winkels zijn hier niet dik bezaaid in dit deel van Zweden.

Over de ICA staat een bijzondere kerk. Het is een unieke achthoekige kerk, één van de mooiere van de Noord-Zweedse kerken. De toren, die wat stavkyrka-allures heeft, staat los van de kerk. Jammer genoeg is ze gesloten, toch hebben we geprobeerd om enkele foto’s van de binnenzijde te nemen.

Daarna is het tijd om een plek te vinden om grijs en zwart water te lozen, en drinkwater bij te vullen. Maar die plaatsen zijn nog dunner bezaaid dan de winkels. Gelukkig zijn we in een skigebied terechtgekomen en heeft een hotel in Klövsjö alles wat we zoeken. We lozen wat weg moet en vullen het water weer aan.

Nu is het tijd om een slaapplek te gaan zoeken. Onderweg komen we nog verschillende rendieren in het bos tegen. Enkele ook langs de weg. Het laatste stuk dat we afleggen begint als een grindweg maar wordt nadien smaller en smaller. Maar het is wel leuk en mooi om te rijden, al hobbelt het af en toe wel wat hard. We vinden een plek in een kom langs een grindweg en staan lekker uit de wind. We koken en eten buiten maar gaan dan toch maar in de camper zitten om het blog bij te werken, te lezen en wat puzzels op te lossen.