Doordat we vroeg op waren, konden we het spel van de zon op de bergen en het meer goed aanschouwen. Na ons ontbijt reden we richting het hotel van Martin en Susanne. Het werd een blij weerzien en bij een kop koffie en thee en lange babbel over verschillende zaken: hun vertrek, het werk daar, de omgeving en uiteraard ook auto’s. Tijdens dit gesprek kregen we ook nog wat uitleg over de geschiedenis van Rjukan. Los van wat ik eerder schreef , bleek ook dat Rjukan en Notodden de eerste steden in Noorwegen waren, die stromend water, elektriciteit en een toilet in huis hadden.





Na onze babbel ging het dan richting Zweden. We namen vanaf het hotel een andere weg terug. Terwijl de heenweg vooral een slingerende, haarspeldbochtvretende weg was, ging het nu wat rustiger door het ruige landschap. Ondertussen namen wolken meer en meer de overhand. We passeerden ook het vertrekpunt voor een hike naar de Gaustatop (hut) zelf. Verderop stond op elke uitsprong van de weg wel een camper. Uiteindelijk bereiken we Tuddal, tanken de auto vol en gaan weer verder want vandaag wordt toch echt wel een rijdag.













We nemen een pauze ter hoogte van een schattig kerkje, dat jammer genoeg gesloten is. Voor vertrek pluk ik er een potje frambozen. Langzaamaan klaart het op en rijden we langs enkele typische boerderijen. In Kongsberg vinden we een servicepunt waar we de toilet kunnen legen en water kunnen aanvullen. We kunnen er weer even tegen.










Niet veel later lunchen we aan een verlaten weg waar ik tijdens het uitlaten van Timber nog een handvol bosaardbeien pluk. Onze laatste stop in Noorwegen is de REMA. Hier kopen we de voor ons bekende viskoekjes. Lekker en makkelijk klaar te maken. Vanaf de parking van de winkel rijden we het betaalstation van de boot Horten-Moss in. We betalen en schuiven aan in de rij. Er staat best veel volk en bij de derde boot mogen we mee. De ferry vaart over het fjord. We kijken wat rond op de boot en vangen wat wind aan dek.











Na een half uur is het tijd om weer naar de auto te gaan en kunnen we ontschepen. Daarna gaat het in rechte lijn, via de nodige bruggen en tunnels maar ook via de snelweg, naar de grens met Zweden. Daar rijden we langs de mooie kust van Bohuslän. Vermits de klok steeds verder tikt, zetten we ons op een parking om te koken en ons avondeten op te eten. Terwijl ik Timber uitlaat, zie ik dat we geparkeerd staan op de parking in Tanum. Dit blijkt een deel van UNESCO erfgoed te zijn. Hier en op nog 5 andere plaatsen langs de kust, zijn sporen van mensen gevonden die al 8000 jaar teruggaan, aan de hand van gebruiksvoorwerpen, graven en rotsschilderingen heeft men zaken kunnen reconstrueren. Het was even een interessant intermezzo.




Ook al wordt het steeds later, blijft het gelukkig lang licht en besluiten we om toch nog door te rijden naar Smögen. Via de Smögenbrug komen we in dit typisch Zweeds kustplaatsje. We parkeren de auto (gratis vermits het na 20u is) en gaan aan de wandel. Wie denkt dat het rustig gaat zijn op deze tijd van de dag, die heeft het fout. Het dorpje is gekend om zijn visrestaurants en winkels. Deze zitten dan ook afgeladen vol, terwijl mensen buiten aan de terrassen staan aan te schuiven om een plaatsje te bemachtigen. Ondanks de drukte proberen we te genieten van het uitzicht van de vele granieten rotsen om het dorp maar zeker ook van de vele (fel) gekleurde huizen. We wurmen ons over de boulevard tot aan de laatste huisjes. Vanaf hier wandelen we nog door enkele straten richting onze auto. Net in het volgende dorp Väjern vinden we een gratis camperplek met toilet. We klappen het dak open en moe kruipen in bed.




















