30 juni 2024

Goed geslapen en iets voor 7 uur wakker. Terwijl Leon probeert de waterleidinglek te herstellen (deels gelukt) en daarna water kookt, loop ik met Timber op het strand. Ik zie een moedige zwemmer in de zee. Hij blijkt niet de enige te zijn want terwijl we staan te eten komen er meerder mensen in een badjas met fleece richting strand. Ook de sauna met zicht op zee wordt aangestoken. Druk is het er wel maar wij kunnen rustig eten. Na de afwas vul ik alvast de flessen aan het drinkwaterpunt op de parking. Daarna halen we onze emmer boven en vullen onze watertank. We kunnen weer verder. Nog even met Timber op pad. Even langs de straat en dan merk ik nog een strandje. Minder netjes, heel veel wier maar niemand te zien en Timber vindt het prima. Net voor we willen vertrekken komt er een papa met zijn zoontje langs. Je ziet het ventje naar de auto kijken. Papa uit zijn bewondering. Dan komen de vragen: wat voor rare auto is dat, waarom ligt er een wiel op het dak, een vragende blik naar onze lier. Alles uitgelegd en iedereen tevreden.


We zitten nog maar net in de auto of er valt wat nattigheid. Eerder mist dan echte regen. Het eerste deel van de weg ook nog maar na een kwartier is het alweer droog. De mist en de regen hebben ook wel iets, het maakt alles wel wat mystieker. Gelukkig klaart het op. Onderweg worden we nog even gehinderd door enkele schapen op de weg.

Het is nu veel minder dan vroeger omdat me nu ook gaas zet om de weiden af te maken. Vroeger waren dat voornamelijk stenen muurtjes. Een iets of wat springerig schaap kon daar op en over en stond dan op de straat te grazen. De weg die we volgen is weer een erg smal baantje met ups en downs, soms zelfs met gras in het midden van het asfalt. De omgeving is weer prachtig en we stoppen meermaals om foto’s te nemen.
In Culdaff zetten we ons even op een parking aan het strand. We worden begroet door anderen die aan hun camper zich staan om te kleden. Zij komen net uit zee. Vermits honden los mogen op het strand is die een uitstekende gelegenheid voor Timber om wat energie kwijt zien te geraken.

Nu heeft hij er niet zo veel meer over na enkele zware stapdagen. Het is een erg breed strand. We wandelen over het zand, komen nog andere honden tegen die wel willen spelen, maar Timber niet. En na het zand wordt het een wandeling terug naar de auto door de duinen. Timber zoekt de weg. We zitten ook nu weer net in de auto als er wat druppels vallen. Na het eten van een koek en drinken van wat koffie en thee is de regen ook weer weg. We vervolgen onze route richting Malin Head. Het meest noordelijkste punt van Ierland. Net voor de top passeren we een food/marktkraampje. Even stoppen. De dame verkoopt verse krab. Hele of reeds gepelde. We gaan voor het laatste en nemen een potje mee voor bij de lunch. Dan naar de top via een smal steil weggetje. Boven staan er meerdere auto’s maar geen bussen. Enkele mobilhomes redden het wel tot daar.

We vinden een plekje, maken snel een sanitaire stop in de aanwezige toiletten en kijken rond bij de toren. Aan de voet van de toeren staat een aanhanger die ingericht is als koffiebar. Ze hebben goed te doen. We besluiten nog even te wandelen naar Hell’s hole, een rotsformatie/klif 500 meter verder. Het levert toch wel spectaculaire beelden op. Nadien naar de auto en weer verder.
Een goede 10 minuten later vinden we een bijna windvrij plekje om er te lunchen. Wrap met krab. Heerlijk. Als we onze buikjes gevuld hebben, rijden we verder en ook nu stoppen we af en toe voor een foto. Wat we beleven bij het zien van dit alles krijgen we jammer genoeg niet op een foto. In Carndonagh houden we even halt aan een Keltisch kruis uit de zevende eeuw.

Het is meerbepaald het oudste van het land en draagt de naam Donagh Cross. Vermits er veel tijd gaat in de stops en de kleinere wegen besluiten we om door te rijden naar Buncrana en vandaar naar Letterkenny. Volgens de boekjes is er hier niet veel te zien maar is het er vaak druk. Dat merken we zelf nu op een zondag. Lange rijen om door te kunnen rijden aan de rondpunten.
We hebben nog 1 doel op de planning: de Atlantic Drive. Een 15km lange rondrit op het schiereiland Ros Gull. Het is een panoramarondrit (lus) langs fenomenale kustlandschappen en langs de witte stranden in de Tranarossan Bay. Bij het eerste stuk denken we: die rit van gister was toch mooier maar eens aan de kust krijg je van hogerop een prachtig beeld. We stoppen verschillende keren langs de kant van de weg voor foto’s en hopen telkens dat er geen ander verkeer aankomt. Gelukkig kan alleen de lokale bevolking deze weggetjes aan en zien we niet al te veel toeristen.

Van hieruit gaat het naar een slaapplek. We vinden er 1 in de buurt van het Glenveagh National Park (ons doel voor morgen). We zetten ons naast een speelplein en hebben veel bekijks van ouders en kinderen. De normale camperplaats is aan de lokale pub maar deze lag erg schuin en dat is toch lastig slapen. We zijn niet zeker of we aan het speelplein mogen blijven overnachten. We koken alvast en eten ons bordje leeg. Daarna verzetten we ons toch en dit 3 kilometer verder. We staan nu bij of beter achter een kerk. We verwachten hier niet al te veel rustverstoorders. Een rustige plek en even tijd om wat te typen.