22 januari 2026

Vandaag rijden we naar Råneå, naar Toms sleddogs: hondensleeën. We zijn iets vroeger op de afspraak en komen aan wanneer Tom de honden nog volop aan het klaarmaken is. Wanneer we uit de auto komen worden we begroet door een bende honden, de ene al wat enthousiaster dan de andere. Wat een welkom. Op voorhand hadden we afgesproken om niet zelf met de slee te rijden, maar ons te laten rijden. Er worden daarom 2 sleden klaargemaakt, telkens 10 honden per slee. Het zijn Alaska-husky’s. Het ras is een mengeling van onder andere de Siberische Husky, Alaska Malamut en Greyhound. Ze worden vooral gekweekt voor hun snelheid en dienen niet te voldoen aan bepaalde standaards wat kleur, stand van de oren enzo betreft. Het lijkt eerder een allegaartje wat er voor ons staat. De leider in het span wordt links vooraan geplaatst.

We verdelen ons uiteindelijk in 2 groepjes: de “lichtere groep” gaat met Maria (vrouw van), de anderen met Tom. Deze laatste heeft een troep honden die iets sterker zijn. Onder veel ongeduldig geblaf geraakt alles dan klaar voor vertrek. We zetten ons dicht tegen elkaar op een rendierhuid met de benen over en naast de slee (zoals op een paard) en de voeten op de glijdende onderkant. De voorste krijgt nog een deken. Voeten dienen te allen tijde op de planken te blijven en de tippen naar voor, dit om te vermijden dat bij smalle stukken de tippen een rots of zo zouden raken. En dan vertrekt de slee en is het ineens muisstil. De honden genieten, wij eigenlijk ook ondanks de snijdende, koude wind. Eerst over het bevroren meer achter het huis en dan door het bos. Af en toe over een heuvel of wat gestuiter van de slee. Onderweg zien we de honden tussendoor naar sneeuw happen, als afkoeling. Wordt er gestopt dan duikt de hele bende in de sneeuw of rolt zich door de sneeuw, ondanks de vriestemperatuur buiten, hebben de honden deze afkoeling nodig. Als je dan naar de voorkant van de slee kijkt, lijkt het net of er een zwaar accident is gebeurd. Bij een kleine pauze worden we getrakteerd op een bekertje glögg (een warm kruidendrankje), het verwarmt ons even. Na terugkeer van onze tocht houden we halt bij een achthoekig huisje op het erf en worden we getrakteerd op koffie, thee en kanelbullar bij een knisperend houtvuur. Het is nodig om ons even weer op te warmen. En net als de vorige dagen hebben we nog een leuke babbel, dit keer met de eigenaars. Wederom een geweldige ervaring.

Eens thuis komen de gezelschapsspelletjes weer boven, nemen we allemaal een verwarmende douche en maken we ons klaar voor het etentje in restaurant Museet, gelegen op het domein van het centrum en waar enkel met lokale producten wordt gekookt. Het is een klein restaurant voor maximum 25 personen maar wij krijgen een mooi gedekte tafel in het midden van het restaurant dat gewoon voor ons 6 is. Niemand anders. Als aperitief krijgen we een soort prosecco gemaakt van hjorton (of cloudberry of kruipbraam), het is wat zurig bij de start maar daarna smaakt het wel. Ons voorgerecht is een tartaar van rode biet met gefrituurde kappertjes en een dressing. Bij het hoofdgerecht worden we getrakteerd op rendierfilet met zoete aardappelpuree, gefrituurde boerenkool en rode wijnsaus. Hoe lekker is dit. Tot slot worden we verrast met het dessert in een authentieke kuksa (houten drinkbeker). Een cheesecake-achtig dessert gemaakt van bruine kaas en gecombineerd met frambozengelei en als topping gekarameliseerde kaas en witte chocolade. Een gewaagde combinatie maar het is best lekker. Tot slot praten we nog een tijdje met de kok. Bij het buitenkomen arriveert er een bus met mensen die de tipitent op het meer gereserveerd hebben om daar te eten als een vorm van “artic dinning”. Dit hadden we eerst in gedachte maar alles was volzet, toch zijn we meer dan tevreden met het alternatief, gezellig met ons 6 lekker eten. Voldaan rijden we naar huis nadat we eerst nog een foto van een andere Defender naast ons op de parking maakten.