26 juli 2025

Het was niet zo’n rustige nacht deze keer, het bleef een komen en gaan van auto’s en vrachtwagens en veel verkeer op de autosnelweg. We komen de nacht door en vertrekken nadien richting Kopenhagen. We blijven van mening dat dit het saaiste stuk is van de reis. Maar ook dat redden we en zo passeren we de “laatste afrit” in Denemarken en komen op de tolweg richting de Öresundbrug. Deze brug vierde dit jaar haar 25ste verjaardag. Het blijft een fijn gevoel om langs deze weg, midden op de brug, Zweden binnen te rijden. Aan het einde van de brug is het tolhuis. We hadden een combiticket met de boot van gisteren en kiezen dus voor die baan. De slagboom gaat niet open. Raar, we hebben echt wel betaald. De man in het loket zegt dat Scandlines de nummers van de boot en de brug fout heeft gekoppeld en dat iemand anders ons ticket heeft toegekend gekregen. We zijn blijkbaar niet de eerste, maar nummer 4 vandaag en hij komt het zo’n 10 keer per dag tegen. We betalen een nieuw ticket en het advies dit bij Scandlines te declareren. Niet ver na de brug houden we een korte koffiestop en laten we Timber even uit. Via weg 11 en later 19 rijden we richting Simrishamn. We passeren de kerk van Dalby (de oudste nog in gebruik zijnde kerk) die we in 2014 bezochten.


Net voor Fiskeboden lunchen we. En daarna gaan we daar even in de buurt wandelen. We lopen over een vlonderpad richting zee. Jammer genoeg mag Timber niet op het strand. Het is een mooie kustlijn en we wandelen om de beurt tot aan het water.


5 minuten verder en een telefoontje in het Zweeds nemen we even verderop een privat weg richting Tvillingaboden, hier bevindt zich de enige palingrokerij die nog op de traditionele, ambachtelijke manier paling rookt. Elk jaar van begin augustus tot half oktober vinden hier palingfeesten plaats. Hansa vist met zijn netten/fuiken de paling, maakt hem schoon en rookt hem nog steeds op een manier zoals een oude visser het hem leerde. Maria is dan weer een krak in het klaarmaken ervan. Ik leerde de plek kennen in het TV-programma de mosterd van Meus waarin Jeroen Meus een bezoek bracht aan Zuid-Zweden en het leek me een bezoekje meer dan waard. Jammer genoeg passeren wij er eind juli en is en nog geen palingfeest. Na wat over en weer mailen kan een bezoek aan het museum wel. We worden door Maria de weg gewezen om de auto te parkeren. Hansa begint in vlot Engels uitleg te verschaffen terwijl Maria verdwijnt met de auto. We krijgen ook een rondleiding in het huis dat wordt gebruikt voor de palingfeesten. Mooi in authentiek Zweedse stijl. De keuken is prachtig. Achteraf horen we dat Maria ze ontworpen en gemaakt heeft. Hansa vertelt ons ook dat de krachtcentrales de boosdoeners zijn van het slinken van het palingaantal. Vroeger 2000 ton per jaar, nu nog amper 70 ton. En zoals Maria verdween, is ze ook weer terug. Ze heeft een boek opgehaald voor ons als aandenken. We schaffen ons ook een kaart aan waarop alle (paling-)vissers uit die kustlijn vermeld zijn. We steunen hiermee de plaatselijke vereninging. Terwijl we dachten dat we enkele minuten daar zouden zijn, blijven we toch ruim anderhalf uur. We krijgen van Maria nog haar verhaal over haar artistieke werken in stof. Ze stond hiermee al in China, Straatsburg  en Brussel op exposities. Maar zoals ik al eerder aanhaalde, kan ze ook goed koken. Samen met ons bladert ze door een boek vol palinggerechten. We kunnen deze enkel aanschaffen in een boekenwinkel. De tijd vliegt en we zijn weer een geweldige ervaring rijker.


Vandaaruit rijden we naar Åhus, de Zweedse hoofdstad van de paling en tevens de tweede best bewaarde middeleeuwse stad van het land. Gekend om zijn kunst, glasblazerij en rokerijen maar ook om de vodkastokerij in het midden van de stad. We lopen even door de stad, naar de haven en naar de kerk.



Na het rondje door de stad en een bezoek aan de kerk is het tijd om naar het marktplein te gaan.

De Sankta Maria Kyrka mogen we op dat moment eigenlijk niet bezoeken, er is een trouwerijbezig. Toch slaag ik er achteraan in, met goedkeuren van de bode, om enkele foto’s van binnen te maken. Het gebouw heeft een speciale vorm. Als je door de achterdeur (hoofdingang) binnenkomt, zie je het altaar niet, maar wel 2 beuken blauwe banken.


We kregen van Maria de tip om daar bij Otto een ijs(je) te halen. We zijn duidelijk niet de enige. Moedig sluit ik achteraan de rij aan om mijn beurt af te wachten. Na 35 minuten kan ik mijn bestelling doorgeven.  Ondertussen zie ik waar de lekkere geur vandaan komt: de hoorntjes worden terplekke vers gebakken. Ik geef mijn keuze door en krijg 2 stevige ijsjes mee. We doen er 25 minuten over om het op te eten. Het
is erg lekker en de koekjes zeker ook. Een lekkere aanrader.


En dan is het tijd om richting Kalmar te rijden en een slaapplek te zoeken. We vinden er 1
bij Elleholms  op een parkeerplaats vlakbij de zee. Bij aankomst maken we een korte wandeling naar de zee maar ook hier zijn honden niet toegelaten. Na het eten kunnen we door het mooie weer nog wat buiten zitten.