Terwijl het droeve nieuws over het overlijden van Queen Elisabeth ook tot ons doordringt, begint ons verhaal van vandaag gewoon vanmorgen. Na een toertje met Timber rond de vijver en het ontbijt was het snel even vuilwater lozen op de daarvoor voorziene plek. In mijn beste Frans gevraagd hoe het juist werkte om water te tanken. Een jeton van 3 euro leverde ongeveer 100l water. Een beetje gek als de tank nog niet helemaal leeg was en er eigenlijk maar 60 l in kan. Dan maar niet. Gisteravond nog wel een complement gekregen dat ik zo goed Frans praatte. Waarschijnlijk had ze dat niet verwacht bij een gele nummerplaat en lag haar verwachting al niet te hoog na 3 Britse campers te hebben gepasseerd. Maar toch…
Vanaf de slaapplek dan richting Saint-Omer. Volgens de toeristische gidsen bevindt zich daar de mooiste kathedraal van Noord-Frankrijk. Gelukkig redelijk snel een parkeerplek gevonden. Vandaar richting centrum en dus ook al langs de Grote Markt met het Theater.


Achter de hoek een bezoek gebracht aan de toeristische dienst. Niet alleen een stadsplannetje gekregen maar tevens ook een uitleg van de bezienswaardigheden en hoe best te lopen. En … ik verstond het en had het zelfs begrepen. Zo zijn die 7 jaar zwoegen op Frans toch niet voor niets geweest. Eens buiten loop je bijna op de kathedraal. Terwijl Leon binnen op ronde ging, nam ik Timber mee om foto’s te maken van de buitenkant en deze dan natuurlijk ook te bekijken. Indrukwekkend, gigantisch. Alleen niet zo goed onderhouden.








Na een tijdje was het wisseling van de wacht, Leon buiten en ik naar binnen. Aan de omvang buiten verwachtte ik pracht en praal binnen. Dat was minder. Ook hier te kort aan onderhoud. Misschien zijn we verwend met de verzorgde Scandinavische kerken. Best jammer dat het goud van het eigenlijk wel mooie altaar dof was. In een zijbeuk was er een dienst bezig. Even geluisterd. Ondertussen zijn mijn Franse Onze Vader en Wees gegroet weer opgefrisd. Ze hebben er wel 5 x na elkaar een Wees gegroet gebeden en daarna gezongen. Toen vroeg een oudere dame om er toch nog maar 1 te zingen voor de jonge kinderen (er zat een dame met een peuter op schoot). Dus werd het er nog 1 gezongen en voor de zekerheid ook nog maar gebeden. Toen ben ik maar verder gaan rondkijken.




Op wandelafstand van de dom ligt de Chapelle des Jésuites. Enkel na 14u te bezichtigen. Pech. Dan maar alleen de buitenkant, of toch de voorgevel want de rest ligt onbereikbaar achter hekken. Via deze Jezuiten werd in de 16de eeuw het bisschoppelijk seminarie opgericht. Rondom werden meerdere middelbare scholen opgericht, bv. Het lyceum, l’école St-Dennis,…


Van daaruit ging het verder naar de ruïnes van de abdij van Saint Bertin. Deze abdij was de basis van de stad, maar werd tijdens de Franse Revolutie verwoest. Aan de resten en aan het op de grond aangeduide grondplan moet het een enorme abdij geweest zijn.


Wat verder leidde de brug over de Aa ons naar het station. Dit werd pas in 1903 gebouwd.


Even een sanitaire stop en dan verder langs de Aa naar de overkant. Daar bevond zich volgens de dame van de toeristische dienst de winkelstraat. Aan het begin van de rue de Dunkerque bevindt zich en aftakking van de Aa en dit maakte het vroeger mogelijk voor de handelsschepen om tot daar te komen met hun waren. Daarom was de desbetreffende straat een drukke handelsstraat met huizen met grote kelders voor de opslag van het koopwaar. Vermits alles van 12 tot 14u sluit een snelle lunch aan de auto.



Na het eten moesten we maar de straat oversteken om tot het grote stadspark (Jardin Public) te komen. Het park werd ontworpen in de 19de eeuw volgens een levenskunst en met de bewaard gebleven vestingen van het Bastion Saint-Venant. Een mooi aangelegd park met een stuk Franse tuin, een caroussel, enkel volières, bloemenmozaïken en enkele beelden. We liepen er toch ruim een uur in rond en trakteerden ons daar op een ijsje om dan toch weer aan de auto te eindigen.






Eens Saint-Omer uit dan over wat grotere wegen naar ons volgende doel: het grootste soldatenkerkhof van Frankrijk. Op de heuvel van Notre-Dame de Lorette in Ablain St-Nazaire bevindt zich de laatste rustplaats van ruim 45.000 gesneuvelden, voornamelijk uit de verschillende slagen van Artois. Tot dit kerkhof behoren ook een Byzantijnse basiliek en een enorme toren waarin ter nagedachtenis vuur brandt. Dit vuur wordt iedere zondag aangestoken door 1 van de 3700 erewachten. Binnen in de toren bevinden zich enkele graven van onbekende soldaten die gestorven zijn voor Frankrijk, meerbepaald in de oorlogen in Algerië, Indo-China, WOI en WOII. Boven kan je in een klein museum meer te weten komen over de slagen rond Artois en Lens. In de basiliek ligt bisschop Julien begraven die verantwoordelijk was voor de oprichting van het kerkhof en de basiliek. Op de wanden kan je de namen lezen van de gesneuvelden. De binnenkant van de basiliek is best kleurrijk.










Aan de overzijde van het kerkhof werd in 2014 een aandoenlijk internationaal monument in de vorm van een beloopbare ring onthuld. Deze ring bevat de namen van iedereen die gesneuveld is in de departementen Nord en Pas de Calais. Deze 580.000 namen staan in alfabetische volgorde ongeacht rang of nationaliteit en allemaal bij elkaar zowel vriend als vijand. Het monument werd opgericht in een vreedzaam Europa om de vreselijke tragedie te herdenken. Bij het rondlopen in de ring hebben we de namen bekeken en gezien of we er onze familienamen tegenkwamen. We vonden 3 Claes, waarvan een Claes H. Ook enkele Hanselmann waren van de partij, weliswaar met 2n i.p.v. 1. Verwimp en Van Schöll kwamen we niet tegen. Wel verschillende Scholl en enkele Schöll, waarvan een Wilhelm. Het was een interessante en bewogen dag.



Vandaaruit ging het naar onze nieuwe slaapplek: Aire de Camping-Car Grenay, een plekje voor 3 campers (we staan hier ondertussen met 5) met aan de overzijde zelfs de mogelijk om het toilet te lozen en water te nemen. Voor dit laatste moet je wel een jeton halen bij de plaatselijke bakker, iets wat op het programma staat voor morgenvroeg.

