8 augustus 2026

We worden gewekt door een vrachtwagen die met volle snelheid over de weg komt denderen. Het is bij het opstaan best nog fris. Na het ontbijt starten we de auto en daar geeft de kachel 9°C aan, in de auto. Eens we de grindweg hebben verlaten, rijden we zeker 30km langs een meer. Af en toe zichtbaar, meestal verstopt achter bomen of huizen. Op een gegeven moment zet de auto voor ons zijn 4 gevaarlichten aan, een teken dat er zich een groot dier op de weg bevindt. Ik neem mijn GSM om een foto te kunnen maken, in gedachte dat het een rendier is, maar zie het dier het bos induiken vooraleer ik een foto kan maken. Het is een eland, wat jammer dat de foto niet lukte. Maar ook nu weer bewust van de immense grootte van dit dier. Het hoeven echter niet altijd meren te zijn, vandaag zijn er verschillende kerkjes en bruggen die onze weg wat opsmukken. Toch is het vooral ook genieten van de bergen in de verte.

Uiteindelijk komen we bij Vålådalen aan, een plaatsje vlak bij het wintersportgebied Åre. Hier willen we gaan wandelen in het natuurreservaat. Voorlopig is het een reservaat, het gebied staat op de lijst om een national park te worden. Voor we bij het reservaat aankomen passeren we enkele watervallen. De Vålåforsen en de Ingeborgfallet. Ze zijn beide toch de moeite om even voor te stoppen.

Eens bij het reservaat parkeren we de auto aan Vålådalen Fjällstation. Daar gaan we nog wat informatie vragen in verband met de beoogde wandeling. Na het eten van een koek, gaan we op pad voor de Blanktjärnrundan. Dit is een luswandeling met als hoofddoel het heldere, turquoise of smaragdgroene meer in het midden van het gebied. De wandeling start met een grindpad dat overgaat in een zandpad. Later wordt het een allegaartje van bospad, rotspad, plankenpad en “zoek-je-weg- even-zelf”-pad. We merken al snel dat de vlakke stukken best vochtig en daardoor slijkerig zijn. De hangbrug over de rivier de Vålån vindt Timber toch weer even spannend. Op een bepaald ogenblik komen we aan een splitsing. Het ene been van de rondweg geeft 5km en het andere 4km aan. Met het idee: we doen het langste stuk voor het eten, nemen we het 5km-been. Even later hebben we een mooi uitzichtpunt over de rivier. Op vele plekken is het echt nat en zijn de planken erg nuttig. We wandelen ook over de voormalige hooiweiden. Het landschap verandert continu en het uitzicht op de bergtoppen om ons heen is mooi.

Na een tijdje komen we aan onze linkerkant een uitgestrekt meer tegen. Het is echter alles behalve blauw. We klimmen nog wat, bestijgen een trap en plots ligt er zichtbaar tussen de bomen, rechts van ons iets groenig, glimmend: het juiste meer. De typische kleur van het meer is te danken aan het zonlicht dat weerkaatst op calciumkristallen die vrij rondzweven in het water en de kalkafzetting op de bodem. Aan de rustplaats is het erg druk. Er staan meerdere tafels met banken maar allen zijn volzet met families met kinderen. Aan 1 tafel zouden we ons bij kunnen zetten, maar daar loopt een peuter rond, dat is niet zo ideaal met Timber. We eten dan maar staand aan de grillplek. Rustig zo voor iedereen. Daarna beginnen we aan het korte stuk terug. Wat we echter niet wisten, is dat dit voornamelijk naar omhoog gaat. Het is dus een zeer pittige weg terug. Ook hier merken we dat de vlakkere stukken slijkerig zijn. Eens de afdaling begint, gaat het voornamelijk over planken langzaam naar beneden. En dan zijn we meer dan moe terug aan de auto. We trakteren onszelf op een stuk worteltaart met koffie en thee in het fjällstation.

Vandaaruit gaan we weer op pad. Niet lang na de parking komen we een waarschuwingsbord “rendieren” tegen. Ik zeg tegen Leon: “hopelijk komt het bord zijn waarschuwing na”. Mijn woorden zijn nog niet koud of daar zien we een rendier met een gigantisch gewei de straat oversteken. Aan de bosrand vervoegt hij 3 andere exemplaren. Geen 500 meter verder staan er nog 3 aan de kant van de weg te grazen. Wat een schoonheid.

En zo rijden we richting Åre, zoals gezegd een stad gekend om zijn wintersportfaciliteiten. We zien een tijd lang het Åre-meer naast de weg in het dal. Dit meer is gekend vanuit de serie Åre morden, een spannende Zweedse serie. Altijd leuk om een filmdecor in het echt te zien, al speelt de serie zich wel in de winter af, maar toch. De weg die we rijden, gaat naar Trondheim (Noorwegen) maar zo ver hoeven wij niet te gaan. Enkele kilometers rijden later, bereiken we de parkeerplaats van Tännforsen. Met een hoogte van 37 meter en een breedte van maar liefst 60 meter, is dit de grootste waterval in Zweden. Al eeuwenlang speelt de waterval een belangrijke rol in de Samicultuur. Volgens oude verhalen zou dit een heilige plaats geweest zijn met rituelen en offers voor de natuurgoden. Vanop de parking horen we al een bulderend geluid. Gelukkig moeten we maar een kleine 200 meter wandelen tot aan een uitzichtpunt. Wat een lawaai, hoe indrukwekkend het water naar beneden dondert.

We genieten van het natuurwonder, wandelen nog even naar een lager gelegen uitzichtpunt en daarna terug naar de auto. Nu rijden we enkele kilometers terug naar een eerder gespotte slaapplek. We koken, zetten al foto’s op het blog en gaan slapen. Wat een dag weeral, vol natuurschoon.