Met een zonnetje wakker geworden. Het riviertje in het bos kabbelt rustig verder. Als ontbijt bak ik pannenkoeken. Daarna worden de bakken met kleren nog even herschikt. Tijdens mijn wandeling met Timber zie ik dat er afgelopen nacht een eland is gepasseerd samen met een kalf: kleine en grote hoefsporen in het natte slijk zijn de stille getuigen. Heerlijk te weten dat die dieren zich zo in de omgeving van de auto begeven. Jammer dat ze niet even op de koffie komen. Dan kunnen we weer verder, het bruggetje is sterk genoeg om ons een tweede keer te laten passeren. Na een kort stukje grindweg wordt het terug grote baan en asfalt. Het duurt meer dan 30 kilometer voor we de eerste auto tegenkomen. We hebben dan nog wel al enkele rendieren gezien. De kans om ze nu nog te zien wordt wel kleiner omdat we meer naar het zuiden rijden. We houden even een break op een grote grindvlakte waarna ik nog met Timber door het bos erachter wandel. Tijdens het volgende stuk wisselen een bui en de zon mekaar af, maar naarmate we meer naar het zuiden rijden, wordt het zonniger. Wanneer we Västerbottens län binnenrijden, nemen we afscheid van de noordelijke provincie. Om te lunchen rijden we even van de grote baan af en vinden ook hier een grote grindplek. Na het eten en wandeling met Timber, pluk ik nog vossenbessen (lingonbär). Bij het weer opdraaien op de grote baan, zien we een dier de weg overlopen en aan de overzijde het bos in. Het is een wolf, waarschijnlijk een jonge, op zoek naar een eigen territorium. Geweldig. Absoluut geen hond door de manier van lopen en omdat er in de verste verte geen woonst te bespeuren viel. Zo hadden we toch even een leuk momentje in een toch best saaie voormiddag. Ook al wisten we dat het best wat rijden zou zijn van Storforsen naar de volgende stop. We hebben tenslotte tot Abisko van thuis uit en met het ommetje in Noorwegen al 5400km afgelegd, daarvan moet ook een groot deel weer terug gereden worden richting huis.

















Ondertussen zijn we op de 92 belandt. Deze weg wordt samen met een stuk E12 de Konstvägen sju älven genoemd. De 350 kilometer lange weg loopt van Umeå naar Västerbottens län met onder andere de steden Åsele en Dorotea in Lapland. Voorts kruist de weg 7 rivieren (sju älven). We zien enkele kunstwerken. Sommige staan ook een beetje verdoken op een parking opgesteld.
Dan rijden we Dorotea binnen, de zuidpoort van Lapland. Samen met Vilhemina en Frederika dragen deze in Lapland gelegen steden, de voornamen van de echtgenote van Gustav IV Adolf, koning van Zweden. Normaal rij je gewoon door Dorotea door omdat de E45 ook midden door de stad loopt. Nu houden we er even halt. We rijden eerst naar de kerk maar die is gesloten, wel zien we dat er om 18u een dienst zou zijn. Dan maar met de auto naar een parking aan het meer. We wandelen hier de ronde om het meer, ongeveer 3,5km. Een bijna vlakke grindweg. Even een fijne wandeling na een dag rijden.









Dan maar terug naar de kerk. Er brandt licht, er staan auto’s. De grote poort is nog dicht, de deur van de sacristie staat op een kier. Ik open de deur en vraag aan de priester of we de kerk kunnen bezoeken. Zijn antwoord: “dat kan als we de juiste sleutel van de grote deur vinden”. Wij dan maar netjes wachten aan de deur. Ondertussen komen er enkele dames aan om de dienst bij te wonen. Zacht gegniffel omdat de deur niet opengaat. 1 van hen gaat dan toch maar via de sacristie binnen. Uiteindelijk krijgt de koster de deur open en mogen we allemaal naar binnen. Terwijl de priester in de sacristie verdwijnt, nemen wij enkele foto’s. Bij de kerk staat nog een kleine begraafkapel. Hier waren we bij onze eerste stop. Binnen vonden we een kunstwerk: het laatste avondmaal van Björn Martinius.











Na ons kerkbezoek is het dan opzoek gaan naar een slaapplekje. We vinden er 1 iets buiten de stad op en plek aan een verlaten weg. Het is er zalig rustig en we kunnen buiten koken en eten want de zon schijnt nog en er zijn niet veel muggen.


