Nadat we gisteravond de auto nog even gedraaid hadden met de neus in de wind, worden we, of beter ik, pas om half acht wakker. Gewoon door de wekker geslapen. Het is wat lastig Timber uitlaten op de straat maar het lukt toch en het water kookt tegen ik weer aan de auto ben.

Het ontbijt verloopt zoals gewoonlijk. We worden wel even opgeschrikt door het geblaf van Timber die blijft staren naar het kerkhof. We weten zeker dat er geen auto of persoon is gepasseerd. Het duurt even voor we hem kunnen overtuigen om te stoppen met blaffen. We hopen ondertussen om het topje van de berg voor ons te kunnen zien maar de top van de Errigal Mountain (met zijn 751m de hoogste top uit de Derryveagh Mountains) blijft door de mist verborgen.
Iets na negen vertrekken we richting Bloody Foreland. Een rotsformatie die deze naam kreeg door de rode gloed die er overhangt bij zonsondergang. We moeten het stellen zonder de zonsondergang maar het uitzicht is ook nu weer de moeite.





Het laatste stukje van de weg kunnen we niet rijden omdat het door een hek is afgezet. Ook te voet lijkt het geen haalbare kaart. Niet getreurd, wat we zagen was al geweldig. Of we verder zouden mogen rijden kunnen we echter niet vragen want we zitten in een gebied waar voornamelijk Gaelic (oorspronkelijke taal in Ierland) wordt gesproken. Ook op school. De wegwijzers hier zijn ook in die taal. Gelukkig staat er bij uitkijkpunten ook een korte Engelse tekst bij. Terwijl we naar de top rijden (en later ook naar beneden) zien we dat hier de stenen muurtjes nog wel als afscheiding worden gebruikt. Vermoedelijk omdat een hek de wind niet zal overleven. De muurtjes zijn in elk geval degelijk gebouwd. Voorts zien we in een tuin een berg turfblokken liggen. We hadden enkele dagen geleden al gezien dat er nog actief turf werd gestoken toen we langs de Wicklow Mountains reden. En dat het ook echt gestookt wordt, ruiken we ook door de rook die ergens uit de schouw komt.

Vandaaruit rijden we nog steeds over de Wild Atlantic Way richting the Rosses. Onderweg nemen we een afslag naar een uitkijkpunt. We rijden langs Donegal Airport en op een grasstrook naast de landingsbaan zetten we onze auto. Deze strook ligt aan een enorm strand. Timber uit de auto en een wandeling over het strand. In de verte staan staketsels. We zagen ze al eerder langs de kust en willen nu toch wel weten waar ze voor dienen. Vermits het eb is, kunnen we ze droog bereiken. Het blijken een soort dubbelgevouwen matten te zijn met daartussen iets. Bij nader inzien is het iets gelijk aan kleine oestertjes. Dat weten we dan ook weeral.








We wandelen verder en Timber heeft weer de tijd van zijn leven . Als een zot over het strand hollen en weer tot bij ons. Af en toe wat graven en weer verder. Door de grasstrook terug naar de auto en snel wat koffie en thee met een koek.
Daarna rijden we verder naar the Rosses. Een gebied met vele meren. De meeste liggen jammer genoeg verborgen in de glooiing van het landschap. Toch zien we er enkele, zowel groot als klein. Het is weer eens wat anders dan de kust. Al zien we die toch ook nog vaak liggen aan onze rechterkant. Af en toe stoppen we om wat foto’s te maken. De omgeving is ook wat veranderd.









Ander groen en ook wat bomen. We rijden door tot Dungloe en hopen op de markt wat vis te vinden. Nadeel: we vinden de markt niet en bij de info vinden we geen plattegrond van het stadje. We lopen er wel een supermarkt binnen. Jammer genoeg geen broodjes voor Leon, geen bananen, geen buttermilk, geen yoghurt. Wat dan wel: frisdrank, chips en consoorten en snoep. Dan maar weer naar de parking voor onze lunch. Ondertussen heeft Leon gezien dat er ook water kan genomen worden in de buurt van de parking. Ik vind het toiletgebouw met ook buiten een kraan voor water. Eerst een sanitaire stop en dan met de emmer om water. Gelukkig maar 3x op en neer en de voorraad is weer aangevuld. Vermits we niet weten wanneer we weer water tegenkomen, proberen we die steeds te vullen wanneer we dat wel doen. We hadden ook een pijltje gezien om vuil water te legen maar vinden de plek niet. Gelukkig is dat niet dringend. We rijden het stadje uit en botsen op een Aldi. De eerste die we zien. Lidl zagen we al vaker. Dus auto geparkeerd en fruit en groenten, wat vlees en yoghurt gekocht. De buttermilk is uitverkocht maar we hebben weer wat voorraad en kunnen zo even verder.
En nu op weg naar ons laatste doel van dag, maar vast en zeker niet onze laatste stop. We rijden richting Slieve League. Volgens de Trotter een must see. De kliffen hier zouden hoger zijn dan deze van Moher en zonder een mensenmassa. Ze behoren tot de hoogste klifformatie van Europa. Onderweg er naartoe stoppen we nog een paar keer om foto’s te maken. Ook rijden we langs een plek waar net nog turf werd gestoken en deze te drogen ligt. Na een steile klim en iets voorbij de hoogte van 300m komen we een koffiestalletje tegen. We nemen koffie en thee en 2 gebakjes en vieren met het lekkers goed nieuws.



















We volgen de pijlen tot het bezoekerscentrum. Vandaar vertrekt een pendel naar de voet van de wandeling. Ik hoor of we nog verder kunnen met de auto. Eerst niet maar nadat ze contact opnamen met de parking hogerop, kunnen we verder.
We krijgen een plek toegewezen en betalen voor de parking. We nemen Timber uit de auto en gaan op stap. Jammer genoeg via een asfaltbaan anders kan de pendelbus er niet langs. We klimmen gestaag naar boven met af en toe een pittig stukje en genieten van de uitzichten. Spectaculair en toch weer anders. Onderweg komen we wat schapen op ons pad tegen. Timber doet er niets mee, waarschijnlijk omdat hij nog vastzit en zijn halsband nog om heeft (beide heeft hij niet om het schapen drijven). De pendelbus passeert 3x (teveel). Eens aangekomen op het punt waar de foodtruck staat nemen we foto’s. We besluiten om toch ook naar de top te trekken. Via een met stenen gevormde trap/weg klimmen we naar de top.


















Het is wat lastig om Timber in toom te houden want die wil klimmen maar hier laten we hem absoluut niet los want 1m naast het pad is de afgrond. Het gaat goed en we halen de top. We hebben een prachtig zicht op een lager gelegen meer en op de kliffen. En daarna stappen we weer naar beneden, tot aan de auto. Een wandeling van pakweg anderhalf uur.
Tijd voor een slaapplek. We rijden nog een stuk langs de WAW en vinden een plekje aan de zee en het strand. We zetten de auto zo dat we kunnen koken want het waait hier verschrikkelijk. We eten dan ook in de auto. Nadien de auto gedraaid zodat ook nu de neus weer in de wind staat. Terwijl ik typ is het beginnen te regenen. We hadden vandaag nog niets van dat gezien. Het hoort bij Ierland.



