31 mei 2026

Vanmorgen zouden we nog een ontbijt krijgen. Afspraak is rond 9u-9u30. Dat vinden we wat laat dus we eten alvast iets. Uiteindelijk worden er “baconsandwiches” rondgedeeld. Terwijl Paul de sandwiches vanuit zijn koelbox of eerder warmbox ronddeelt, volgt Pete met de ketchup en de bruine saus. Er wordt gretig gebruik van gemaakt door de Engelsen, rare jongens.

Na het ontbijt is er tijd om afscheid te nemen. 4 auto’s met Engelsen rijden nog een weekje naar Schotland. De groep Belgen alsook de tweeling Zweden dienen nog tot Hull te rijden voor de nachtboot richting Rotterdam. Anderen keren net als wij huiswaarts, sommigen blijven nog een nachtje. Voor we echt vertrekken gaan we nog kijken naar zij die aan de overkant van de weg in een weiland een genummerd parcours willen rijden. Wij besluiten dit niet te doen omwille van de wendbaarheid van onze auto.

Verschillende anderen wagen zich er wel aan. Ook de boer en de boerin (ex-ralleyrijdster) komen supporteren. De chauffeurs worden op hun stuurvaardigheid en voertuigbeheersing getest. Iedereen slaagt zonder brokken te maken. Na nog een laatste “see you next year” rijden ook wij weer richting zuiden.

We houden anderhalf uur later halt bij Clumber Park. Een tip van Leons Engelse baas. Clumber Park maakt deel uit van de National Trust. Het park was ooit het buitenverblijf van de hertogen van Newcastle. Op het domein werd vroeger een spanielras gekweekt: de Clumber Spaniel : een voornamelijk witte hond met enkele rode vlekken, meestal in het gelaat.

Via een grote poort belanden we in een lange laan. Deze is met 1296 bomen (we hebben ze niet nageteld) over een afstand van 3 mijl de langste dubbele laan van Europa. Het is best indrukwekkend om het domein zo in te rijden. Na het betalen van de inkom en het parkeren van de auto wandelen we het park in. Alhoewel Clumber House zelf in 1938 werd afgebroken vinden we nog restanten terug. In de Lincoln Stabels wordt de geschiedenis van de estate verteld. Wij zijn hier eigenlijk om te wandelen tussen het groen en langs het meer. We passeren nog enkele gebouwen zoals the Stables, the Turning Yard, waar zich een gewoon café bevindt en het hondvriendelijk café Central Bark. Ter hoogte van het meer waggelen enkele jonge ganzen achter mama aan. Wat verder van de drukte zien we een paar schuchtere, grijze eekhoorns, sommige in het gras, een enkele in de boom. De grote rhododendronstruiken langs het water en langs de wandelpaden staan er al enkele jaren en bloeien deze tijd van het jaar erg mooi. Via het wandelpad komen we terecht bij the Walled Kitchen Garden. We hebben geluk en kunnen nog enkele foto’s nemen vooraleer dit stuk van de tuinen sluit. Een gigantische serre staat in het midden van de tuin omgeven door vele muurtjes waartegen kruiden en bloemen prachtig bloeien. Om wat af te koelen en te rusten nemen we een ijsje (ook hier net voor sluitingstijd).

Tussendoor passeren en bezoeken we nog de kerk op het domein. Eigenlijk is het eerder een kapel: the Chapel of Saint Mary the Virgin. Ook hier wordt het om beurten de kerk bezoeken.

Vanuit het park wandelen we terug naar de auto. Het domein verlaten gaat niet zo vlot want we moeten enkele slagbomen/automatische hekken passeren. En deze laatsten gaan maar heel langzaam open. Je mag dus nog wel af maar niet meer op het terrein. We rijden een beetje verder richting Belton waar we een kleine, rustige parking vinden.

Na het warme avondeten is er even tijd om tot rust te komen. Timber kan uitgelaten worden op een public foothpath. Het lijkt net of ik op het strand loop, zo mul is het zand door de aanhoudende droogte, zelfs hier in Engeland schreeuwen ze om regen. Uiteindelijk gaan ze tevreden naar bed.