Iets voor 7 dendert een vrachtwagen over het pad. We waren gelukkig al wakker. Hij komt vast gerooide bomen ophalen. Dat klopt want ruim een uur later komt hij gevuld weer voorbij. Na het ontbijt wandelen we richting het pijltje van gisteravond. We gaan op zoek naar de kloof in het Gimegolts naturreservat. We starten over, jawel, een plankenpad. Daarna wordt het een rotsig pad door het oerbos. Het is er best vochtig, niet alleen op de ondergrond. En dan loopt het pad vlak langs de afgrond. De beelden die we te zien krijgen zijn meer dan de moeite, maar het is slecht voor mijn stressbalans. Toch halen we de shelter en zien een nieuwgebouwde wc in het midden van het bos. Handig. De weg terug is jammer genoeg dezelfde. We komen veilig weer uit het bos en zien bij het naar de auto gaan nog 2 wandelaars. Aan de auto ga ik nog even bessen plukken, met de kam. En doe daarna nog een poging om mijn haar te wassen. Alles lukt en we kunnen daarna weer naar het volgende.

















We nemen het grindpad in de andere richting dan deze die we gekomen zijn en zijn na iets meer dan 1km weer op de grote baan. Al is die grote baan eerder een grote grindweg. Er steken een paar rendieren over en dan rijden we de provinciegrens van de noordelijkste provincie van Zweden over. Ook nu zien we maar weinig huizen langs de weg. Uiteindelijk komt er toch een asfaltbaan en rijden we ter hoogte van Arjeplog over een brug die er voor zorgt dat we nu langs 2 kanten meer hebben. De brug splitst zelfs nog in 2 rijdelen boven het meer. Wij nemen het linkse op de route 95. Deze weg is ook gekend als Silvervägen. Deze 506km lange weg loopt van Skellefteå via Arjeplog naar de Noorse grens en verder naar Bodø, hij dankt zijn naam aan de zilvermijn bij Nasafjäll. De weg staat gekend om zijn ruige natuur, meren en bossen. Laat dat nu exact zijn wat we de hele weg zien, met in de verte de besneeuwde toppen van de Noorse bergen. We houden halt op een ruime parking om te lunchen en Timber uit te laten. Ter hoogte van Jäkkevik tanken we.














En dan zijn we aangekomen bij de Poolcirkel. We reden deze al over in Finland en Noorwegen (beide 2014), nu dus ook in Zweden. Deze plaats heeft ook een loos- en waterpunt. We lozen wat weg moet en vullen het water met een emmer weer bij. We kunnen er weer enkele dagen tegen. Het is niet evident om in deze regio zulke punten te vinden. In het Zuiden van Zweden zijn ze makkelijker te vinden. We maken nog een korte wandeling daar in de buurt.






Het eerste deel tot Arjeplog moeten we over dezelfde weg terug, hoewel de omgeving erg mooi is, is de kwaliteit van het asfalt erbarmelijk. In Jäkkevik slaan we af naar de parking die aan de Kungsleden grenst. De bedoeling is om hier te wandelen in het nationale park Pieljekaise. Het enige probleem is dat je eerst 8km moet stappen vanaf de parking voor je in het park bent. In het park zelf zijn er geen echte wandelwegen, alleen de Kungsleden loopt er door, de rest is ongerept en zonder wandelpaden. Dat wordt hem dus niet. Dan maar verder naar het volgende doel. Ter hoogte van de bruggen over het meer in Arjeplog, gaan we de andere kant op. Het aantal wegen hier in het noorden is beperkt. Ofwel rij je dezelfde weg terug, ofwel kies je voor een alternatieve weg. Dat laatste deden wij dus. Een erg lange grindweg. We komen enkele plekken tegen waar volop nieuwe huizen worden gebouwd. Maar veel is er nog niet bewoond. We merken dat ze ook (nieuwe) waterleiding en elektriciteitsleidingen aan het aanleggen zijn. Op de gehele grindweg komen we meer rendieren, op en naast de weg, tegen dan auto’s. Alleen is het lastig om een slaapplek te vinden. De wegkanten zijn erg rotsig en de weinige zijwegen leiden meestal naar een huis. Toch vinden we een plek. Het wordt een snelle, koude maaltijd want ondertussen is het al na 19u. Daarna wordt het blog van 2 dagen bijgewerkt en kunnen we gaan slapen













