14 augustus 2026

Het heeft vannacht geregend, maar gelukkig is het minder koud dan gisteren. Boven de bomen hangt nevel. De boiler heeft het vannacht opgegeven, dus het duurt wat langer vooraleer het water kookt. Ik loop ondertussen met Timber het bos, naast de parkeerplaats, in. Daar vind ik die schattige kabouter. Hier is duidelijk de herfst al begonnen. De wilgen en berken worden stilaan geel, het bos staat vol met paddenstoelen. Na het ontbijt gaan we op pad naar hét grote doel deze reis: Kiruna bereiken.

Kiruna is de meest noordelijke stad van Zweden en ook de grootste in het noorden. Zeker wat betreft de oppervlakte. Hier duurt de poolnacht 28 dagen en de middernachtzon ongeveer 50 dagen. Rond 1900 werd deze omgeving nog volledig door de Sámi bewoond. Toen werd het ijzererts ontdekt, kwam de mijnbouw hier tot leven en ontstond de stad Kiruna. Vele Sámi gingen in de mijn werken of bij de aanleg van de spoorwegen, in de hoop op meer inkomsten. Binnen de Sámi-gemeenschap werden ze als deserteurs beschouwd, binnen de Zweedse gemeenschap als indringers. Een boel spanningen dus. Uiteindelijk kwamen er 3 mijnen waarvan er nu nog 1 in gebruik is. In het verleden werd er ook bovengronds geëxploiteerd. Nu alleen nog ondergronds. Wil je de mijn bezoeken, dan ligt het bezoekerscentrum ruim 500m onder de grond. De mijnbouw zelf op meer dan 1000m, terwijl voorbereidingen worden getroffen om nog dieper te gaan. Door het steeds verder uitbreiden van de mijn, begon de stad te verzakken. Hierdoor worden huizen afgebroken en verderop weer opgebouwd. Er wordt gehoopt dat de gehele stad tegen 2030 volledig zal verplaatst zijn. Rond de mijn ligt een park/groene zone die ook elk jaar een beetje opschuift naar de nieuwe stad. Vorig jaar (19-20 aug 2025) werd de kerk in zijn geheel door de stad verplaatst. Spectaculair om te zien op TV. Het heeft even geduurd voor de kerk kon verplaatst worden, omdat eerst de gebouwen op de weg die ze moest afleggen weg moesten zijn. Voor de afvoer van het ijzererts werden spoorlijnen aangelegd naar Narvik (Noorwegen) en Luleå.

We rijden nog een stukje over de wegenwerken van de E10, daarna wordt het een gewone baan. Net voor Kiruna zien we al de eerste tekenen van de mijnbouw: gebouwen van LKAB, de grote mijnexploitant. Bij het binnenrijden van de stad maken we kennis met moderne gebouwen van de nieuwe stad. We zijn als eerste opzoek naar de kerk. De GPS wijst ons de weg naar de oude plaats, waar enkele nog een kraan staat. Het is bizar maar ook fascinerend om geconfronteerd te worden met wat er zich speelt. We zien 3 mijnen waarbij er bij 1 nog veel activiteit is. Verder zien we dat wegen werden verlegd alsook de spoorlijn; kraters en puin duiden op resten van oude, gesloopte woningen. Vele appartementsblokken staan leeg, eenzaam te wachten op hun afbraakproces. Ook zien we nog enkele huizen die klaarstaan om in zijn geheel te worden verplaatst. De helblauwe balken steken fel af. Hoe gek toch om een hele stad te verplaatsen. Het geeft een deprimerend gevoel. Wij rijden naar het uitzichtpunt aan de voet van een verlaten mijn. Deze laatste doet nu dienst als skipiste. Vanaf het punt hebben we een goed overzicht over hoeveel plek de mijn inneemt, alsook over de lege plekken. Voorts zien we de bergen in de verte.

We vinden uiteindelijk de nieuwe plaats van de oude kerk, maar ze is nog niet bereikbaar of open. Hopelijk is dit wel in 2027. Momenteel staat de kerk te midden van een gigantische bouwwerf. Nieuwe wegen worden aangelegd, nieuwe gebouwen krijgen vorm. We parkeren onze auto daar aan de werf en wandelen tussen de hekken richting de nieuwe stad. Het eerste dat opvalt, is het uurwerk op de klokkentoren. Deze toren stond vroeger op het oude stadhuis. Dit werd niet verhuisd maar gesloopt. De toren staat nu naast het nieuwe stadhuis ”Kristallen”. Hierdoor werd de toren een verbinding tussen het oude en het nieuwe Kiruna. We wandelen door de winkelwandelstraten. Vele galerijen vind je er, jammer genoeg geen honden toegelaten. Bij de Kiruna bokhandel hou ik even halt en stap naar binnen. Daar vraag ik naar een titel die ik kreeg van de Sámi- dame in de winter. Het boek gaat over de onderdrukking van de Sámi. Benieuwd of ik het ooit helemaal gelezen krijg want het zijn erg kleine lettertjes. We lopen nog wat verder, zien een mistroostig politiegebouw, het blijkt de gevangenis.

Dan is het tijd voor een dagenslunch. Dit keer in de vorm van een buffet met heel veel soorten salades en groenten. Voor de aardappels kan je kiezen uit gekookte aardappels, gratin of frietjes, verder is er ook bulgur. Als proteïne is er keuze uit kipfilet, varkenshaasje en zalm, allen met bijpassende saus. We zetten ons buiten in de zon op het terras. Het smaakt, nadien nog een tas koffie en thee met koekje en we kunnen er weer tegen.

Na de lunch wandelen we richting auto waarbij we nog de school passeren. Gezien de zon besluiten we om verder te rijden naar het Abisko national park. Het is 1 van de eerste nationale parken in Zweden en het meest noordelijk dat te bezoeken is. Er ligt er nog 1 noordelijker maar dat is bijna niet toegankelijk. Op de weg er naartoe, de E10 snelweg richting Narvik, kunnen we genieten van veel natuurschoon.

Bergtoppen, al dan niet besneeuwd, meren. Ook valt het op dat door de hoogte (rond de 500m) er enkel nog berkenbomen langs de weg staan. Ook is het erg vochtig. We bereiken de parking van het park. Nadat we geparkeerd zijn, steken we de weg over naar het naturum van het park. Buiten vinden we uitleg over de seizoenen, binnen is er een tentoonstelling. We kijken op het plan en besluiten om 2 korte wandelingen te maken. De eerste is naar de Abiskojåkka rivier. Deze heeft voor een indrukwekkende kloof gezorgd. Vanuit een waterval die door een gat in de rotsen komt gestroomd, wordt de rivier gevormd. Het gat werd toentertijd door de spoorwegarbeiders gevormd om te voorkomen dat de bestaande waterval de spoorweg zou overstromen. Aan de kleur van het heldere water kan je afleiden dat de rivier door ijs- en gletsjerwater wordt gevoed. We wandelen naast de kloof, over een brug en zo door het bos. Vandaar koppelen we er een tweede wandeling aan: richting het strand van het meer. Het Torneträsk-meer is een van de grootste meren in Zweeds Lapland en het op 1 na diepste. Een gemakkelijke wandeling leidt ons naar het heldere meer. Vanaf de oever en het ponton hebben we een uitstekend zicht op de bergen rondom. Dan rest ons enkel nog de terugweg naar de auto. Een droge, leuke wandeling maakt dat we ook het Abisko nationaal park kunnen afvinken. Misschien komen we nog wel eens terug voor een langere tocht.

En dan moeten we dezelfde weg terug. Eens in de auto genieten we nog van de bergen, maar krijgen we ook te maken met regen. We rijden terug naar Kiruna, naar het uitzichtpunt. Daar eten we ons avondmaal. Vanaf daar gaat het richting zuiden, meebepaald Gällivare. We zien wel waar we stranden om te kunnen overnachten. Het wordt een rit in de regen.

1 comment

  1. Anja -

    Elke en Leon, ik blijf genieten van de verhalen. Land vol meren, natuurparken en bijzondere kerken. 👍

Comments are closed.