Auteur: Elke

12 april 2025

Voor een stad is dit een redelijke plek. We konden rustig slapen zonder al te veel nachtlawaai. Iets over 7 uit bed. Het is best fris dus we voorzien ons op een mindere dag. Jassen in de rugzak, lange broek voor mezelf. We trekken richting Pamplona. Ook deze keer wordt het eerst een wandeling van 4 km tot de stad. Parkeren in de stad is duur, vaak zijn de straten voorbehouden voor bewoners om er te parkeren en de parkeergarages zijn niet hoog genoeg. Gelukkig is het dit keer een mooie wandeling tussen groene bermen naast de spoorweg. Het voordeel van zo te voet een stad binnen te wandelen is natuurlijk wel dat je ook door de buitenwijken loopt. Eens aan de oude stad aangekomen botsen we letterlijk op de stadswallen. We wandelen langs smalle straatjes richting de kathedraal en passeren eerst het Archivo de Navarra. De portier opent net de deur en laat ons het grote maquette van de stad zien.

We wandelen verder en staan versteld van de mooie gekleurde huizen die we in de straten zien. Dit hadden we niet verwacht, tot nu toe waren ze eentonig beige/bruin.

Aangekomen bij de kathedraal is het eerst de beurt aan Leon. Er zit nog niemand aan het loket voor een ticket. Terwijl ik sta de wachten met Timber komt er uiteindelijk wel een dame voor het loket. Eens Leon buiten is, is het mijn beurt maar het is nog geen half elf, dus ik mag niet binnen. Ik vraag waarom anderen wel binnen mogen gaan zonder ticket. Uiteindelijk mag ik me een ticket aanschaffen (3 euro) en krijg ik toegang. Terwijl ik rustig rondloop, bewonder ik het vele goud in de kerk. De Santa Maria de Real is een 15de eeuwse kathedraal met een neoklassieke voorgevel. Mijn ticket geeft me ook toegang tot het gotische klooster. Mooie grote gangen om een goed onderhouden kloostertuin leiden me naar enkele kamers sommigen met een prachtig houten vloer. Wat een voorrecht. Later bij onze wandeling op de wallen, zien we hoe de kathedraal hoog boven de stad uitsteekt.

Van de kathedraal op weg naar de arena bezoeken we nog de Iglesia San Augstin. Wat ons al een paar keer is opgevallen in de afgelopen dagen, is dat het moeilijk is om een mooie foto van een kerk te maken omdat deze heel vaak omringd of ingesloten worden door huizen. Dit is ook nu weer het geval. We bezoeken de kerk om beurten. De kerk is soberder dan de kathedraal maar toch ook nog best mooi.

Dan lopen we echt tot aan de arena. Voor de ingang staat een groep nationalisten met vlaggen. We horen ze een strijdlied zingen. We kunnen iets naast de grote ingang naar binnen in de arena. En… Timber mag mee. We betalen de inkom (8 euro pp) en krijgen een QR-code voor een audiorondleiding in het Nederlands. We starten met een video die ons meeneemt naar de Ferio del Toro ofwel de stierenloop door de straten van de stad. Dit tijdens de San Ferminfeesten in juli. Het is best imponerend om te zien. Na de video opent zich een gordijn en sta je aan de rand van de arena. De rondleiding werd onderverdeeld in 3 grote blokken, dus eerst de video, dan het deel over de stieren en deel 3 gaat dan over de matador. Overweldigend groot is de arena, we worden er even stil van. Hier krijgen we te horen dat achter de houten wand de belangrijkste mensen van de matador staan in de “gang”. De arena heeft verschillende soorten zitplaatsen, al dan niet overdekt en de prijs is ook nog eens afhankelijk of je in de zon of in de schaduw zit tijdens het spektakel. De duurste plaatsen waren deze in de onderste ring. Als we door de eerste poort gaan zien we aan de zijkant betonnen muurtjes met kijkgaten. Hier kan de assistent schuilen als er iets mis loopt met de stier. Je hoeft niet al te dik te zijn om er achter te kunnen.  Even later komen we door de verschillende soorten stallen. Deze waar de stieren wachten. De eigenaars van de stieren brengen eigen voedsel voor de stieren mee, zodat het de stieren aan niets ontbreekt. Via stereoviewers krijgen we een kijkje in de stal. We nemen door de kijkers enkele foto’s. In de stal waar de stieren wachten voor ze de arena ingaan wordt een film getoond over het leven en opgroeien van de stieren op het platteland. Ook hier proberen we foto’s te maken. Een laatste zaal, de stal waar er normaal gezien een 40-tal paarden wachten tijdens de echte stierengevechten, is zo opgebouwd dat we daar op schermen het klaarmaken van de matadors kunnen zien. De plaats na deze stal is in feite een binnenplaats zoals je ze vaak ziet in Spanje. Hier wacht de matador met zijn entourage. Er is ook een verzorgingspost en een kapel. Naast de kapel konden we de kledij van de matadors bewonderen. De kostuums zijn vaak bezet met gouddraad. We zien ook de hoeden van de toreros, picadors…maar ook de schoenen en de sokken. In de kapel trekt de matador zich terug enkele minuten voor het binnengaan van de arena. Hij bidt hier tot Onze-Lieve-Vrouw Van Smarten van Pamplona of tot de Maagd van La Macarena. Hier legt hij bidprentjes neer op het kleine altaar. In de hall zien we ook de capes die worden gedragen bij de openingsceremonie. En dan krijgen we toegang tot het middenplein. Het zand van het plein is in de meeste arena’s geel maar dat van Pamplona is wit, het moet een betere afwatering hebben en in staat zijn om veel vocht op te nemen want in Pamplona regent het veel. Daags voor de San Ferminfeesten wordt alle zand vervangen. Er zijn ook jongens die tijdens de gevechten het zand terug oprijven. Wanneer wij op het middenveld staan is de matador die aan het oefenen was, even aan het rusten. Bij het binnenkomen van de stad zagen we kunstwerk van stieren: dit is de beginplek waar de stieren worden losgelaten bij de stratenloop. Een deel van de hekken die er staan om de toeschouwers te beschermen staan nog op de straat. Op de grond zie je op vele plaatsen in de stad putdeksels om nog hekken te zetten. Het was een indrukwekkende rondleiding. We zijn niet voor de stierengevechten zelf maar het was interessant om te weten te komen hoe de traditie is en wat er leeft rond Pamplona. Meer dan de moeite waard dus.

Na de rondwandeling in de arena beginnen onze magen een beetje te knorren. We wandelen richting Calle Estafeta op zoek naar een tafeltje. We zijn duidelijk niet de enigen. Het is er erg druk en het meeste is volzet of zijn barkrukken aan tafeltjes wat niet handig is met Timber. We loodsen Timber door de drukte en komen uit op een centraal plein: Plaza del Castillo. Net als in Tudela staat hier en muziektent in het centrum. Omgeven met bloemen en fontein(en). Ook op het plein heerst een zekere levendigheid. Het is er een komen en gaan bij de vele restaurants en bars. Bij Café Iruña is het erg druk. Dit café is dan ook het bekendst op het plein en was een geliefde plek voor Hemingway. Op dit plein is het dus op zaterdag niet waar wil ik eten maar eerder waar kan ik eten. We vinden een plekje bij El Quiince Plaza en bestellen de menu. Als voorgerecht kiezen we beiden de vissoep, als hoofdgerecht de vis van de dag. Leons dessert is  curd (soort yoghurt) met honing en walnoten, het mijne is custard met een Mariakoekje. Het smaakt. Ondertussen stroomt het terras erg vol. Het is duidelijk een gewoonte om op zaterdag met de hele familie te gaan eten.

Na het eten lopen we verder door de straten aan de andere kant van het plein. We passeren vele mooie en indrukwekkende gebouwen en kerken maar deze zijn rond deze tijd van de dag gesloten. Jammer. Toch zijn de gebouwen ook aan de buitenzijde meer dan de moeite om te zien.

Aan de achterkant van de kathedraal wandelen we verder naar Rincòn del Cabalo Blanco (de hoek van het witte paard), één van de rustigste plekken van de stad. Als we over de stadswal kijken zien we oude fundamenten liggen. Vanaf hier wandelen we verder over de stadswallen. De vergezichten over de stad zijn de moeite. We passeren zo het Fortin de San Bartolomé, het fort van Bartolomé. We kunnen enkel een blik werpen door de tralies want het is op dat moment niet toegankelijk.

Van hieruit wandelen we naar het Monumento al Encierro ofwel het monument van de stierrenrennen. Het is het bekendste beeldhouwwerk van de stad. We komen op onze wandeling door heen de stad en gespreid over de dag vele andere beeldhouwwerken en monumenten tegen.

Aan het einde van de winkelstraat nemen we bij Taberna ons vieruurtje. Het bakkertje heeft allerlei lekkers. Ik bestel een koffie en thee en 2 verschillende gebakjes. We delen zodat we elks beide kunnen proeven. Ze zijn erg lekker. Vakwerk.

Eens we weer op pad zijn en er stilaan aan denken richting auto te wandelen zien we dat de Basilica San Ignacio open is. We brengen ze om beurten een kort bezoekje.

Om dan verder te wandelen naar Parque de la Taconera. Een erg mooi park wat deels wordt vormgegeven door de stadswallen. De bloemperken zijn mooi van kleur. Het park is erg stijlvol, het is fijn om er even te wandelen na de drukte van de stad. Er is ook een deel van het park waar pauwen, eenden, ganzen, zwanen en kippen vergezeld van vele hanen, heerlijk kunnen rondscharrelen of zwemmen. We zien kleine eendjes in het water en kleine gansjes op het gras. Dan vatten we de terugweg naar de auto aan.

Aan de rand van de stad zien we nog een kerk, en ze is open: Parroquia El Salvador. Nog snel een kijkje nemen binnen vooraleer een dienst gaat beginnen. Via een andere weg komen we dan terug uit op de wandel-fietsweg richting auto. Daar aangekomen is het tijd om even op adem te komen en alvast de foto’s te sorteren. We zitten nog even rustig buiten tot het iets na zevenen erg donker begint te worden. Een klank- en lichtspel volgt met een boel regen. Tussen de buien door even Timber uitlaten en dan is het bedtijd.9

12

11 april 2025

Wakker geworden van een koffiemolenbrommertje dat door de straat reed. De hele nacht verlichtte de straatlantaarns op de camperplaats de camper, dat is niet zo prettig slapen, maar hoort erbij. Bij het ontwaken is er nog een mooie zonsopgang maar niet veel later komen er donkere wolken.

Vandaag gaan we de laatste 2 officiële routes van de Bardenas rijden. We vertrekken en komen vrij snel op de eerste route. Maar vooraleer we daarop verder rijden, nemen we een korte omweg naar een kapelletje. De omweg gaat eigenlijk wel door een boerderij, oeps. Ermita de Santa Lucia is een kleine kapel. Jammer genoeg gesloten maar door het traliehek kunnen we naar binnen kijken. De tuin en de omgeving rondom zijn netjes en mooi: versierde tafeltjes en banken, stenen om de olijfbomen, kruiden en agaven. Na een kort bezoek starten we dan echt met de route.

De dreigende lucht geeft toch weer andere beelden dan dat we eerder zagen. Het eerste deel van de route valt net buiten het natuurpark maar dan rijden we toch weer door de echte Bardenas.

De route eindigt op de NA-125. We nemen deze richting Arguerdas. We moeten hoognodig tanken en hopen op een winkel. We kunnen uiteindelijk in Arguedas tanken, de man van het tankstation vindt het een mooie auto. Zijn vader had er een korte. Na de tankbeurt nog even naar het bezoekerscentrum voor een nieuwe kaart van de omgeving want de andere is een beetje verfrommeld geraakt. Wanneer we verder rijden passeren we de eerdere slaapplek aan het kerkhof. We vermoeden dat de eigenaar van de fabriek ernaast de vele campers beu is want er wordt een hek gebouwd en momenteel is een deel met rood/wit lint afgesloten. Op de eigenlijke plek staan er nog een tiental campers.

Net na Arguedas klimmen we omhoog en volgen de weg richting Senda Viva. We komen uit bij Ermita de la Virgin del Yugo. Deze iets grotere kapel kunnen we enkel bezichtigen achter tralies. Gelukkig komt er iemand aan die de lichtschakelaar weet staan zodat we ze ook verlicht kunnen zien.

Het is toch de moeite. Het uitzicht is mooi, ondanks de dreigende lucht. We besluiten om op de parking koffie en thee met koek te nemen en Timber krijgt ook een wandeling. En dan volgt echt de allerlaatste route. Hier merken we dat er grote plassen op de akkers staan en dat het er toch recent geregend heeft want ook de wegen zijn vochtig met hier en daar plassen. We passeren nog een solarpark en een windmolenpark en laten dan de Bardenas achter ons. Het bleef er droog.

Vanaf daar rijden we over de N-121 richting Olite. Dit stadje werd aangeraden bij een bezoek aan Navarra. Er was in de Romeinse tijd al een vesting en die werd later omgebouwd tot een monumentaal paleis. Olite blijkt ook een echte wijnstad te zijn. We parkeren onze auto aan de voet van de Iglesia San Pedro. We beklimmen de trap er naartoe maar de kerk blijkt gesloten. Voor de kerk ligt een nieuw aangelegd pleintje. We lopen terug naar de auto, lunchen en nemen dan ook Timber mee voor een toertje door de stad. Er zijn vele smalle straatjes.

Op sommige huizen kan je wapenschilden zien. We genieten van de authenticiteit van de stad, passeren nog een kerk: Iglesia de Santa Maria la Real. Deze ligt direct naast het paleis en lijkt er mee vergroeid maar is ook gesloten. Het plein voor het paleis wordt versierd door 2 rijen bloeiende kerselaars. Mooi. In het kasteel zijn honden niet toegelaten daarom besluiten we om wat later terug te komen zonder Timber. Eens terug aan de auto zeten we Timber in zijn bench en wandelen naar het kasteel. Betalen de inkom en wandelen de route door het Palacio Real de Olite en beklimmen de torens. Het zijn er verschillende. We krijgen mooie verzichten over de stad. Jammer genoeg begint het stilaan te druppelen terwijl we door de torens en zalen lopen. In 1 van de zalen is de gehele restauratie uitgelegd. Knap werk wat daar is gebeurd om van de ruïne dit “nieuwe” paleis weer op te bouwen. Boeiend om te zien. Na de rondwandeling begeven we ons door de druppels opnieuw naar de auto.

We verzetten de auto enkele straten en gaan er naar de winkel. Dit keer wel bananen en komkommer. We kunnen weer voort en verwachten morgen in de buurt van Pamplona wel een grotere zaak te vinden.

We stellen de gps opnieuw in en vertrekken richting Pamplona, we vermijden snelwegen. Bij het buitenrijden van Olite zien we de wijngaarden en de wijnhuizen. Verder wordt het geen boeiende rit want het regent nog steeds. Als we de stad inrijden, merken we dat dit de grootste stad van Navarra is. Veel hoogbouw in de buitenwijken. En we komen in de vrijdagavondspits de stad binnengereden. Gelukkig is het er niet zoals in Antwerpen en staat alles goed aangeduid. We vinden een camperplek net buiten de stad. Rondom de straat liggen moestuintjes en voor ons een nieuw aangelegd wandelterrein. Links van ons ligt een bos op de helling.

De regen neemt langzaam af en we kunnen buiten koken en eten. Timber laat ik uit in het bosgedeelte maar dan wordt duidelijk wat regen met de grond doet en hoe je schoenen er dan uitzien als je er doorloopt. Aan het natte gras kan ik het slijk afvegen en we lopen nog even over de nieuwe paadjes. Dan zetten we ons in de camper.

10 april 2025

Zalig rustige nacht en tot 7u15 geslapen. Ontbijt volgens vast stramien. Het weer is duidelijk een beetje anders de voorbije dagen. Erg bewolkt en de zon heeft moeite om er door te komen. We vertrekken van de camperplek naar de camperplaats in het centrum. Daar lozen we de wc en het vuile water en vullen het drinkwater weer aan. We kunnen weer verder en hoeven ons vanavond geen zorgen te maken. Het doel vandaag is Bardenas Negra in het zuiden van de Bardenas. Het zwarte stuk is meer begroeid niet alleen met struiken maar ook met bomen. Het zwart is eigenlijk meer grijs. Terwijl de rotsen in Bardenas Blanca voornamelijk oker en roodachtig zijn, is het hier dus grijs en rood. Maar eerst moeten we er geraken.

Vanaf het centrum vertrekken we naar de Bardenas en dan meer bepaald de ingang ter hoogte van El Paso. Daar hadden we een straat/weg gezien waar geen verbodsbord bij stond en die officieel naar een slaapplaats zou leiden. Het weggetje had zelfs een straatnaam. Een singleroadtrack kronkelend tussen de akkers. Buiten 2 boeren op het werk op hun akker zagen we niemand. We vinden het een prima weggetje en genieten van de weg en het uitzicht. Aan het einde van de weg, net voor we de eigenlijke weg opdraaien zetten we de auto stil. Achter ons staat een bord dat je de straat niet in mag. Maar wij staan er gelukkig met ons kont naartoe gericht.

Op dat moment stopt er een auto van de Guardia Civil. De agent achter het stuur gebaart ons dat we daar weg moeten. We rijden er af en zetten ons op de eigenlijke baan. Zij zetten hun auto naast de onze en stappen uit. Raampje naar beneden. En 1 agent begint in het Spaans dat we daar niet in mogen en dat daar een bord staat. We vragen of we Engels mogen spreken. Dat kan, zeggen dat we de auto van de weg hadden gezet en dat we op de kaart aan het zoeken waren hoe we op een andere plek zouden kunnen geraken. Hij pakt de kaart, zegt dat die niet deugd maar helpt ons toch een beetje op weg met de melding dat we dan een stuk uit Navarra moeten en door Aragon rijden wat voor hem niet belangrijk was. Netjes rijden we de aangegeven route, worden nog een tijdje achtervolgd maar komen dan aan op een weg die ons wel naar de Bardenas Negra leidt.

Onderweg zien we langs de randen van de akkers een betonnen irrigatiesysteem, we komen het in dit stuk meerdere keren tegen. Het eerste stukje is nog door Navarra hier worden we verwelkomd door een grote roofvogel. Het stuk door Aragon is echt de moeite. Langs een grindpad klimmen we naar de top. Niemand zien we op 3 motorrijders na en een wandelaar terwijl we staan te lunchen. Leon haalt zijn hart op met door de plassen te rijden en het betere stuurwerk uit te voeren om niet in de greppels of de diepe sporen te rijden. Heerlijk zo’n weggetje. En dan vonden we dat van eerder al een topweg. Wat een ander landschap ook. De bomen, het groen, de kruiden. Hier in dit stuk kan je alles beleven met geur van de kruiden: (citroen-)tijm, rozemarijn,…. Zalig. Na de lunch maken we wat foto’s van de bloemen daar in de buurt. En zien dat maretak ook weelderig kan groeien in naaldbomen. We rijden verder en bereiken uiteindelijk Sancho Abarca Sanctuary. Op het plein voor de huizen zetten we onze auto. Bizar: een grote parking, verschillende tafels en banken en vuilbakken maar niemand te zien ook al is er een hotel en een bar. Ook bevindt zich daar een kerkje maar dat is niet open. We rijden een klein beetje terug naar beneden en zetten onze auto op een parking aan het begin van enkele wandelingen.

Ook hier lijkt er in lange tijd niemand geparkeerd te hebben, dat merken we aan de hoogte van het gras in de parkeervakken. Het zijn allemaal korte wandelingen dus combineren we ze en krijgen ze een beeld van de omgeving. Erg mooi. Een gier komt ons gezelschap houden hoog in de lucht. Op de parkeerplaats eten we onze appel en kijken we hoe we naar Peña del Fraile kunnen geraken. Het is niet de bedoeling om dezelfde grindweg te nemen. Het wordt nu een slingerbaantje in asfalt. We bereiken de plek, doen onze stapschoenen weer aan en vertrekken op de wandeling. Het gaat op en neer en op sommige plaatsen is het duidelijk dat de regen het pad wat wegspoelde maar het is goed te lopen. Ook hier weer een totaal ander landschap en is er een duidelijk zicht op het kleurverschil in de rotsen. Weer adembenemend mooi. We lopen verder tot we bijna aan de top zijn. Achter ’t hoekske zouden we er zijn maar dan vallen de eerste druppels en wordt de lucht boven ons erg donker en steekt er een koude wind op. Vermits regen de ondergrond in modder doet veranderen en er een paar moeilijkere stukken bij zijn, besluiten we om terug te keren en niet verder te gaan. De lucht daar op dat punt blijft erg donker maar wij komen droog en zonnig weer aan de auto aan.

Tijd om een camperplek te gaan zoeken. Maar eerst moeten we de herder met zijn kudde de straat laten oversteken. Een kudde van zeker 200 schapen en 20 tal geiten aangevoerd door 3 borders en een herder (al dan niet in zijn auto). Boeiend schouwspel. Dan op weg naar Fustiñana, daar is een camperplaats. In het dorp vinden we ook nog een winkel. Bananen zijn er niet: mañana. We vinden iets dat op brood trekt en nemen wat tomaatjes en mandarijntjes mee. Ook komkommer is er niet. Dan vinden we de parkeerplek en zetten ons voor de nacht. Onder het citaat van Bompa zaliger “ge moet niet koken, bakt maar een ei” wordt het een snelle hap met tortilla, ei en veel groenten. Omwille van de harde wind brengen we het laatste uurtje toch maar in de camper door. Het was weer een avontuurlijke dag. Een prachtige omgeving.

9 april 2025

Kwart over zes staat de wekker. We willen vandaag gaan wandelen en hopen zo de warmte voor te zijn. We maken ons klaar, Timber krijgt een korter rondje en we lopen een beetje vertraging op omdat het water niet wou koken. We vertrekken iets voor half negen richting Bardenas. Daar ziet Leon een mooi weggetje en slaat het in. We volgen het een tijdje maar komen uit bij een boerderij, wat niet de bedoeling is. We rijden dan maar terug en vinden uiteindelijk wel het weggetje van waar volgens Komoot een wandeling zou vertrekken.

Op de kaart die we kregen staan amper wandelingen, je kan wel de mountainbikeroutes volgen als je wil. Omwille van de lage zon krijgen we toch andere beelden van de rotsformaties dan de dag voordien. We parkeren onze auto aan de kant van de weg, doen onze stapschoenen aan, nemen de rugzakken en gaan, ruim een uur later dan voorzien, op pad. Een beetje onduidelijk hoe de wandeling start, maar we vinden de weg. Lopen een parallel aan een uitgedroogde rivierbedding, daarna langs een akker en zelfs dwars over een andere. Uiteindelijk vinden we een mooie wandelweg en gaan verder. Timber laten we loslopen gezien er hier niet al te veel wilde dieren zijn en ook geen andere wandelaars. En dan wijst de weg naar boven in een kloof. We zijn dan omgeven door okergele rotsformaties. Het eerste deel gaat goed. Dan zien we een betonnen trap die tegen de helling naar boven gaat. Maar een deel van de treden is verschoven of gekanteld door de erosie of de kracht van het water. Dapper klimmen we naar boven. Leon houdt Timber bij, ik ga eerst een stuk naar boven. Dan volgt Timber tot bij mij en dan volgt Leon. Zo gaan we in stukjes soms op handen en voeten naar boven. Het uitzicht op de top is de moeite. Dan zoeken we de weg naar beneden vanop de top, die vinden we niet. Dan maar terug langs de scheve treden of rand naar beneden. Zelfde volgorde, al doet Leon hier ook een beetje aan textielbremsen. Af en toe komt hij ook op zijn bibs naar beneden. Als ik naar beneden ga en Leon is nog met Timber hogerop, piept Timber (niet bij het naar boven gaan). Zou hij ook wat hoogtevrees hebben? Op het lager gelegen plateau gaat de weg verder maar ook daar houdt hij op. Ik klim nog even naar boven om te zien of de weg daar verder gaat maar daar stopt alles in een kom. Dan maar weer naar beneden klauteren. Uiteindelijk moeten we de gehele kloofrand terug omlaag. Weer in stapjes komen we alle 3 veilig daar. Ondertussen schijnt de zon volle kracht en smeren we ons nog eens extra in.

 Vanaf hier kunnen we een andere weg naar de auto nemen. Wat een avontuur, wat een belevenis, wat een grenzen (h)(v)erleggen. We zijn trots op onszelf en vonden het geweldig. Stoffige broeken en schoenen nemen we er graag bij.         

Eens bij de auto is het schoenen uit en op weg naar een schaduwrijk plekje om te lunchen. We kunnen de auto zo zetten dat we aan de “tafelkant” in de schaduw zitten. We kleven de zonnewering op de ramen en zo blijft het redelijk koel in de auto. We begrijpen ineens waarom er een siësta wordt gehouden. Rond 15u rijden we richting El Paso. In het Noordelijk deel van de Bardenas: La Blanco Alta genaamd. Het is hier groener, er staat ook volop tijm in de bermen in bloei en natuurlijk ook distels. We maken hier langs een mountainbikeroute nog een korte wandeling. Zetten ons nadien in de schaduw en eten onze appel.

Tijd voor een overnachtingsplek te zoeken. We vinden er één in Carcastillo. Niet deze in het dorp maar erbuiten. Via een grindweg bereiken we een recreatieplek aan de rivier. Voor een gewone camper is de weg niet echt bereikbaar, wij vinden het meer dan oké.  We rijden zelfs voorbij een stuk waar onlangs een stuk rots naar beneden kwam. Het is hier rustig op het water van de stuwdam na en enkele kwetterende vogels. Na het eten kunnen we ons aan de picknicktafels zetten om de tekst te typen en van de foto’s te genieten. Terwijl de maan door de bomen schijnt en de zon gaat slapen, maken wij ons klaar voor de nacht.

8 april 2025

Na onze leuke dag in een mooi, proper en veilig Zaragoza bleek een lange nachtrust noodzakelijk. Tot half 8 geslapen.

Na het ontbijt kreeg alles weer zijn vaste plek en vertrokken we, mits een korte stop ter hoogte van de vuilnisbakken richting Tudela. Na Pamplona is dit oude stadje de belangrijkste stad van Navarra. Het werd in de 9de eeuw door de Moren gesticht. De rit er naartoe was best eentonig en saai. Wat windmolens braken het uitzicht en in de verte stak een besneeuwde bergtop de kop op. Zonder veel problemen kwamen we na een uurtje aan in de stad. We vonden een gratis parkeerplekje in de schaduw.

Achteraf bleek dat we ter hoogte van de arena stonden. Een kwartiertje stappen naar het oude centrum. Dat moest wel lukken. Een erg authentiek stadje. Smalle straatjes, oude gebouwen. Evenals Zaragoza ligt de stad aan de Ebro en was zo ooit een erg belangrijke handelsplek, vooral op gebied van landbouw. Tudela staat ook bekend om zijn multicultureel verleden (en heden).

Onze eerste stop was de Catedral Santa Maria de Tudela. Ergens in een smal straatje vind je de ingang. In de kathedraal was een groot deel afgesloten en we konden alleen de kapel gewijd aan Maria een beetje bekijken want op het moment dat we daar waren, was er een rozenkransgebed aan de gang. Ik werd aangesproken door een dame die me in het Engels het belang van Maria uitlegde en wat ik diende te doen. Ik denk dat ik goed bezig ben. Bovenop de kathedraal en nog op andere daken zien we nesten met ooievaars.

Daarna maar verder door de straatjes op ontdekking. We passeren vele kerken maar allen gesloten. Op zoek naar de Middeleeuwse brug moeten we even door wat hoog groen om een deftige foto te maken. Het lukt. Dan gaan we op zoek naar de Plaza de los Fueros. Het lijkt wel het hart van de stad. Verschillende restaurants bevinden zich op het plein. De huizen zijn beschilderd met wapenschilden en in het midden staat een oude muziekkiosk. We halen er even wat informatie bij de toeristische dienst en gaan weer verder. Op de terugweg lopen we nog  binnen bij Mercado de Abastos, de overdekte markt. Niet veel soeps deze keer. De meeste kraampjes zijn gesloten. Via nog een groen pleintje komen we aan de start van de klim naar Santa Barbara Heuvel met bovenop het monument van Jezus met het hart. Beneden in de stad waanden we ons even in Rio de Janeiro. Na een boel trappen omhoog worden we beloond met een prachtig uitzicht over de stad en de omgeving. Nadien is het tijd om weer richting auto te gaan. Daar gekomen kunnen we net het blad neerklappen om te lunchen. En dan start de rit naar het echte doel van de reis: Bardenas Reales. We vertrekken over de oude brug richting Arguedas.       

       

En dan start de rit naar het echte doel van de reis: de Bardenas Reales, een semi-woestijn in het zuidoosten van Navarra en sinds 2000 door UNESCO tot biosfeerreservaat verklaard. We vertrekken in Tudela over de oude brug richting Arguedas, want daar bevindt zich, net voor het dorp, het informatiecentrum van de Bardenas. We arriveren iets voor 15u en moeten nog even wachten voor het de deuren opent. Dan maar al een kijkje nemen bij de perken met bloemen en planten uit de streek. Eens binnen in het centrum krijgen we een plan van het Parque Natural. Er wordt ons getoond waar je met de auto mag rijden. Een 34 km lange route omheen het militaire domein wordt aangeraden. Op deze weg zijn er verschillende uitkijkpunten om te kunnen genieten van het uitzicht. We nemen de auto en rijden over een asfaltbaantje tot aan de militaire basis. Daar slaan we rechts af en maken zo de toer tegen de klok in. Vanaf dan is het een grindweg. We rijden zo omheen en doorheen La Blanca Baja. Eerst groen en langzaamaan verschijnen de rotsformaties. Hoewel er op het moment dat wij het park bezoeken toch vegetatie is: akkers met graan, grasland, heel veel distels, iets dat leek op duindoorn, knalgele brem, is het er in de zomer kaal en zijn de rivierbeddingen opgedroogd. Nu vind je nog hier een daar waterplassen. Sommige wat groter en daar zitten dan volop kikkers te kwaken. Eens we dichter bij de rotsformaties komen zien we hoe de erosie van wind en regen heeft huisgehouden en bizarre vormen heeft gecreëerd. Een beetje een surrealistische plek. We rijden de route op een langzaam tempo, foto’s makend, uitstappen aan uitkijkpunten en genieten van al het moois. Bijna op het einde passeren we in het noordwesten de Castildetierra. De meest bekende rotsformatie uit de Bardenas. Het heeft wat weg van een schoorsteen en heeft een unieke vorm en een uitgebreid kleurenpalet dat ontstaat door de verschillende mineralen die in de grond aanwezig zijn. We genieten en laten alles op ons afkomen. Dan zit het rondje erop en rijden we nog even langs het bezoekerscentrum voor een sanitaire stop.9

Van daaruit gaat het naar Arguedas zelf op zoek naar een camperplek. De officiële plaats is zo goed als volzet. We parkeren ons op het plein ernaast waar al een 20 tal campers staan. Bij het slapengaan zullen het er zeker 30-35 zijn. We vinden een plek maar net voor Leon het dak wil openklappen parkeert er een Franse camper zich zo dat ze bijna bij ons binnen zitten als ze hun luifel uitklappen en stoeltjes zetten (wat overigens niet mag op deze plekken). We verzetten ons dan maar. We staan met opengeklapt dak als er een andere Franse camper net hetzelfde doet. Gelukkig zetten zij geen tafeltje en gaan ze ergens uit eten. De achtergrond van de camperplaats is bijzonder: een rotsformatie met grotten: Cuevas de Arguedas. De grotten kan je bekijken maar zijn jammer genoeg vervuild met rotzooi. We kunnen eten, Timber rustig uitlaten in het gebied achter de plek en “genieten” van het aanhoudende gekwetter van vogeltjes (mussen?) in een boom op het kerkhof achter onze camper. Eens de avond valt, vallen de vogels stil. En dan is het voor ons bedtijd. Wat een bijzondere dag.                                                             

7 april 2025

Ook nu weer een rustige nacht, gelukkig koelt het ’s nachts goed af en dat maakt het bij het slapen wel dragelijk. Na het ontbijt en Timber even uitlaten was het tijd om de rugzakken in te laden. En dan op pad naar het centrum van Zaragoza. Te voet want de camper is te hoog om in de parkeergarages te parkeren en Timber mag  niet op de tram. Het hangt eigenlijk van de goodwill van de chauffeur af, maar op de trams liever niet. Dan maar starten met 4 km richting de kathedraal. 1 lange weg naast het tramspoor. Dan starten we in de stad aan een klein parkje en steken de brug over de rio Ebro over. Zo komen we aan Plaza del Pilar. Het langste plein van Europa en telt wel 1500meter. Er zijn verschillende fonteinen, beeldhouwwerken (waaronder dat van Goya) en gezellige terrassen. Het fontein aan de ingang van het plein is best indrukwekkend.

Terwijl we richting kathedraal Catedral-Basílica de Nuestra Señora de El Pilar wandelen worden we verwelkomd door een felle zon. Om beurten bezoeken we de kathedraal en worden overspoeld door pracht en praal.

Jammer genoeg neemt de jeugd het niet al te nauw met de kledingvoorschriften, een minpuntje, voor de rest een prachtige kerk. Eens op het plein horen we de klokken het uur luiden. De klokken van de verschillende gebouwen lopen niet gelijk en deze van de kathedraal klinken vals. We nemen even een zijsprong en lopen binnen bij de toeristische dienst, een stadsplannetje is altijd handig. Eens terug op het plein lopen we naar het einde, steken de straat over en komen zo bij de andere katherdraal: Catedral del Salvador (Le Seo). Hier wordt inkom gevraagd maar je kan niet alleen voor de kerk betalen, je bent verplicht om dit ook voor enkele musea te doen, maar dat heeft voor ons geen zin want daar kunnen we niet in met Timber. Net dan komen er enkele bussen scholieren binnen en wordt het erg druk. Blijkbaar zijn Franse leerlingen op schoolreis naar Spanje zoals wij vroeger naar Italië gingen. Het kapelletje ernaast kunnen we wel een bezoekje brengen. Aan de buitenkant van de kathedraal zien we de Moorse invloeden in het mozaïek op de gevel.

En dan even naar de brug Puenta del Piedra en zo terug de oude stad in. We passeren Iglesia San Juan Bautista de los Panetes en brengen deze sobere kerk om beurten een bezoek. Van daaruit gaat het naar de Markthallen

Mercadocentral. Veel verse groenten, vlees en vis, ook bloemen en wat souvenirs. Gelukkig ook een toilet, altijd nuttig.

Zo kunnen we op stap naar de oude wijk El Tubo. Smalle straatjes met veel eettentjes, de meeste wel met barkrukken. We vinden op de Plaza España een tafeltje. We bestellen de menu en mogen kiezen uit de starters en de volgende gang, krijgen een dessert erbij en wijn/bier en water. Een fles olijfolie, een schaaltje zout en een vers brood worden alvast geserveerd. We nemen als starter: tomaat, avocado, zwarte olijven en gerookte zalm. Dit stond beschreven op de kaart en het is echt precies dat. Als hoofdgerecht waren het voor mij ribbekes en voor Leon een tomahawk van varken. Als dessert voor Leon een pistachetaart en voor mij een appelcheesecake, koffie en thee. Ontspannen en lekker gegeten.

Voldaan op pad richting de nieuwe stad. En zoals te verwachten was, is sinds de middag het meeste nu gesloten. We passeren vele mooie gebouwen en nog wat kerkjes maar kunnen niets meer binnen bezoeken. Ook lopen we door enkele parken. Het Plaza de Los Sitios is echt de moeite.

Niet ver daar vandaan ligt de arena voor het stierenvechten. Ook hier kunnen we enkel de buitenkant zien. Via andere smalle straatjes (een mindere buurt) komen we terug in de oude stad. Tijd voor koffie en thee vergezeld van een stukje cheesecake met chocolade. Beetje zwaar maar wel lekker. Veel eten zullen we vandaag niet meer doen. Maar het is het meer dan waard.

En dan is het tijd om de terugweg aan te vatten maar we moeten nog wel langs het Palacio de la Aljaferia. Dit ligt iets buiten de stad. Het is een Moors paleis uit de 9de eeuw. Nu zetelt het Parlement van Aragon er. We komen er iets voor half zes aan en zien aan de inkom dat op zondag en de eerste maandag van de maand de inkom gratis is. Leon blijft bij Timber want hondjes zijn niet toegelaten en ik ga op een sneltreinvaart nog even door het paleis. Het is de moeite. Vooral het binnenplein en enkele plafonds. Toch blij dat ik het nog kon zien. Via het park naast het paleis vangen we de wandeling naar de camper weer aan.

Op 1 km van de camper is een grote Carrefour. Goed om wat inkopen te doen (brood, bananen, yoghurt,…). Maar wat een avontuur. Ik ga het winkelcentrum binnen en volg de pijltjes naar de Carrefour. En net als in Burcht begint het met non-food. Blijkbaar bleek het alleen maar non-food. Dan maar proberen buiten te geraken, niet simpel en ik krijg 2x op mijn donder dat ik niet de geëigende wegen neem. Gelukkig versta ik niet echt wat ze zeggen. Uiteindelijk blijkt de food in de kelder te zitten. Dus die kant op. Eerst passeer je heel veel soorten gedroogde ham, elke regio is aanwezig. Dan vind ik bananen. Maar die mag je niet zelf afwegen, dat wordt voor je gedaan en ook in een gesloten zakje aan je teruggegeven. Nog wat brood en yoghurt gevonden en dan wou ik wat olijfjes meenemen. Die vond ik alleen in blik en mijn goesting was toen een beetje over. Dan maar naar de kassa. Afreken gebeurt aan de kassa die je wordt toegewezen nadat je in een wachtrij staat. Gelukkig ging dat wel vlot.

Nog even weer naar boven en de laatste kilometer naar de camper. Op het moment dat je denkt om even tot rust te komen, begint er hier op de parking een drumband te oefenen met meer dan 30 trommels. En in het stadion naast de camper nog 2 anderen. Pff wat een herrie. De tekst geraakt gelukkig nog getypt. En dan is het bedtijd.

6 april 2025

Na een erg verkwikkende nacht iets na 7 wakker. Nog even blijven liggen tot half acht. Aankleden en terwijl ik met Timber een rondje om de parking deed, werd het water gekookt. Na het ontbijt even snel de wc geledigd alsook de vuilwatertank. Het kan maar gedaan zijn en deze plek had alle mogelijkheden. Na het ontbijt even Timber in de auto gelaten en bij Caldea snel naar toilet geweest. Ook even contact gezocht met het thuisfront dankzij de wificode. Zo waren we klaar voor de wandeling. Een niet zo lange of moeilijke wandeling, goed genoeg om even in te lopen.

We vertrokken naar de brug en vonden de trap die we gisteren naar beneden hadden gelopen. Jammer genoeg dit keer naar boven. Een stevige klim richting de start van de wandeling. Nog 2 straten kruisen en dan vonden we het begin. Een wandeling boven de stad naast het irrigatiekanaal: Sol irrigation Canal. Het water lag netjes in een 50-60 cm brede goot. Het pad was mooi geplaveid. Het wandelde vlot met af en toe wat tegenliggers. Vanaf het pad hadden we duidelijke uitzichten over de stad. Op deze helling naast of beter onder het kanaal lagen vele moestuintjes. In vele waren ze hard aan het werk. Het was duidelijk dat we toch zuidelijker zaten dan bij ons want uien en kolen waren al goed gegroeid terwijl thuis deze net gezaaid of geplant waren. Op zeker moment loopt het kanaal ten einde en vormt het een watervalletje de helling af.

Tijd om weer af te dalen en zo de stad weer in te komen. Ditmaal via het oudere gedeelte. Stenen huizen, smalle straatjes. Zo kwamen we tot een kerkje: La Capella del S.S. Sagrament. De zondagdienst was juist gedaan, dus snel ook binnen wat rondgekeken en fotootjes gemaakt. Eerst Leon, dan ik.

Terwijl ik net klaar was, werden de lichten gedoofd. We hadden dus geluk. Na de kerk was het niet meer ver tot de brug.

Vandaar nog even naar de bakker om lekkers voor bij de lunch. Ik kocht 2 empenadas met verschillende vulling en een stuk appelgebak. Nog een paar straten en we waren weer aan de auto. Tafelblad open en Timber brokken. Koffie en thee erbij genomen en we konden eten. De ene empenada bleek een bladerdeeggebakje met een garnalenpasta, de ander een brooddeeg met gehaktvulling. Beiden lekker maar het bladerdeegje kreeg de voorkeur. Het appeltaartje was een zoet, plakkerig stukje bladerdeeg met dunne schijfjes appel op. Lekker.

Daarna was het tijd om op te kramen. Alles ingeladen, parking afgerekend en dan een kort toertje door de stad richting Spanje. We reden zo op de andere heuvel dan deze waar we ’s morgens wandelden. De stad ligt echt als een bloemhartje tussen verschillende bergen die de bloemblaadjes vormen.

Stilaan reden we de stad uit en verder tot de laatste stad van Andorra. Sneller dan we hadden gedacht bereikten we de Spaanse grens. De grensovergang ging vlot. Eerst langs deze van Andorra, dan deze van Spanje. We volgden netjes het bordje met pijltje campers maar dat was precies niet helemaal de bedoeling. De ene douanier keek raar, de andere kwam snel uit het hokje gerend om teken te doen dat we door mochten.

Het berglandschap hier was meer zoals je zou verwachten. Een dorp(je) in het dal of op de helling maar niet echt die hoogbouw van Andorra. Met behulp van vele tunnels door de bergen konden we snel vooruit. Langzaamaan veranderden de bergen in heuvels, bood akkerbouw met graan en gras een fris groen uitzicht. Hoe meer we zuidwaarts reden richting Lleida, kwamen daar ook fruitbomen bij. We vermoeden perzik, peer, appel en misschien zelfs kersen. Olijfbomen mogen we natuurlijk ook niet vergeten worden. We vonden dat het een beetje op Toscane leek. Zeker met de temperatuur die er was, rond de 24°C.

Eens Lleida gepasseerd ging de weg naar Zaragoza over de snelweg. Eerst een autoweg (autovia) daarna een echte snelweg. De heuvels zijn naar de achtergrond verdwenen. Wat een verandering van landschap op zo’n korte tijd. Iets na zessen zijn we Zaragoza binnengereden. We vonden snel de camperplek. Maar het is duidelijk dat we niet de enigen zijn die ze heeft gevonden. Er staan hier zeker 50 campers. Toch is het hier erg rustig. Snel gekookt zodat we tegen 19u klaar waren met eten. Timber nog eens uitgelaten, foto’s geselecteerd en de tekst getypt. Terwijl de zon bijna onder is, is het stilaan bedtijd.

5 april 2025

Een heel rustig plekje. Heerlijk geslapen tot 7u10. Rustig aankleden en terwijl ik met Timber een rondje op de parking liep, zorgde Leon voor kokend water. Al duurde het even met een bijna leeg gasbusje. Ondertussen nog wat fotootjes gemaakt van de opkomende zon. Uit de zon was het toch nog wat frisjes. Na het ontbijt de watervoorraad aangevuld aan het pompje voor “eau potable”. Het ging niet erg vlot maar gratis water aanvullen is altijd meegenomen. Met het emmertje water halen en zo de tank weer vullen.

En dan op weg naar Andorra. Spannend. In Pamiers nog even de dieseltank vol gegooid om er zeker van te zijn dat we op de berg niet moesten gaan duwen.

Terwijl we over de D-weg startten, doemden in de verte de besneeuwde toppen van de Pyreneeën op. De lucht klaarde langzaamaan op en al snel kwamen we tot de echte toppen. De weg kronkelt door het dal, tussen de flanken, soms éénbaan, soms tweebaans met snelheden wisselend tussen 30, 50, 70 en 90. Dat laatste halen we nooit bergop. De achterliggers zijn dan vaak wat blij als het een tweebaansdeel wordt.

Achter elke bocht een ander beeld, het verveelt niet en blijft spannend. Dan weer rijden we door een tunnel door een berg of door/ onder een overkapping die beschermt tegen vallende rotsen. Aan het trekken van de motor te horen, klimt het stevig. Eens voorbij het laatste dorpje in Frankrijk, net na enkele haarspeldbochten zetten we de auto even aan de kant om wat koffie en thee te drinken. We laten Timber plassen en tellen ondertussen hoeveel seconden er nodig zijn tussen het zien van een auto, het verdwijnen in de bocht en na de bocht weer tevoorschijn te komen. 20 tellen. Bij aankomst op de parking stond er een moedige fietser. Hij kwam van Toulouse met de fiets en was op weg naar Andorra. Van origine was hij van Sri Lanka.

Na de koffie en de thee nog snel wat fotootjes van de omgeving naar het thuisfront gestuurd en dan de telefoons op vliegtuigstand. Andorra valt niet onder het abonnement en een e-sim hebben we voor die ene dag niet aangeschaft. Dan rijden we zelf tussen de sneeuwplekken en kronkelt de weg met de nodige haarspeldbochten verder naar boven. Via El Pas de la Casa rijden we zo Andorra binnen.

Het oude bord van de douane staat er nog maar alle hokjes zijn gesloten en via slechts 1 baan kan je verder. In de verte zien we heel veel woonblokken staan, de skiliften werken en kleine stipjes komen de berg afgeskied. In het centrum is het erg druk. Parkings staan afgeladen vol. Wij genieten van de sneeuw en de zon. Onderweg even uitstappen voor een foto van de omgeving. Buiten is het 18°C en ik stap gewoon in mijn korte broek buiten. Genieten, prachtig, hemels. En dan gaat het op een gelijkaardige manier weer naar beneden.

Wanneer we dachten dat we nu wel genoeg hoogbouw zagen en we ook nog weer wat “berg” te zien zullen krijgen, komen we in een ander dal met opnieuw heel veel hoogbouw en skiliften. Het is echt jammer dat je eigenlijk alleen maar volgebouwde dalen en hellingen ziet. Ook hier geven smileys aan of je je in het dorp wel aan de snelheid houdt.

En dan komen we ineens in een mierennest terecht en een wirwar van straatjes en straten. We zijn in Andorra la Vella terechtgekomen.  We passeren gigaveel moderne hoogbouw met aan de buitenkant van de stad nog wat oudere gebouwen. Een echt oude stad vind je hier niet. We passeren enkele mooie bruggen en een supersonisch gebouw in glas met een toren (een kerk?). Veel tijd om alles te bekijken hebben we niet want we zijn nog steeds op zoek naar de camperplaats in het midden van de stad. We vinden de plek, nemen de slagboom voor campers (autocaravanes) en zetten de auto op een voor ons handig plekje.

We nemen onze rugzak, camera en Leon zijn jas en gaan op pad. Eerst en vooral naar het glazen gebouw: Caldea. Geen kerk maar het blijkt op het gelijkvloers kantoren en een restaurant te hebben en op de benedenverdieping thermen/zwembad en op de tweede verdieping sauna en welness. De traphal in het gebouw is prachtig: elke trede voorzien van een blauw licht.

Achter het gebouw klimmen we naar de bovenkant van de stad en passeren er nog een authentiek kapelletje Sant Andreu, een gebouw met een gelijkaardige naam en een oude (stads?-)muur. Via een steile trap kunnen we een groot stuk afsnijden en komen we zo in het drukkere, lagere gedeelte van de stad. Een druk winkelgedeelte. We schuilen er even voor een buitje van dik 5 minuten. Als we op het gedonderd dat we eerder hoorden moesten afgaan zijn, had het vast meer geweest. Gelukkig bleef het bij die 5 minuten. Via de zone commercial komen we in een ander winkeldeel. We zien lekkers: koek, gebak, snoep…

Na wat rond te zwerven, hebben we honger gekregen. Gaan we voor koffie/thee met iets zoets of wachten we nog even en gaan we voor iets hartigs zodat we niet hoeven te koken in de camper? We kiezen voor het laatste en wandelen nog even door het Park Central. Genieten van de zon en de bloesembomen. In het gedeelte met gras en speeltuin zijn honden niet welkom en dus blijven wij aan de rand van het park. Bij het eerste restaurant dat we tegenkomen, is de keuken gesloten. Bij het andere hebben we geluk. In mijn beste Frans vraag ik of we buiten mogen eten met de hond. Met een hond? Dat mag binnen ook hoor. We krijgen een tafel toegewezen.

Timber krijgt direct een grote drinkenbak en een koekje. We bestellen paella, Leon een bier(tje) en ik water. We kunnen onze vochtbalans aanvullen want het is voor beiden een halve liter. Het eten is lekker, het smaakt. Een koffie en groene thee maken het geheel af. Topservice ook, we werden in het Frans, Spaans en Engels geholpen.

En dan wandelen we stilaan naar de camper terug. Terwijl het voordien best rustig was in de stad, krioelt het er nu van de mensen. Deze komen buiten voor het aperitief of om ergens later op de avond te gaan eten. Wij komen nog een felgekleurde bank tegen en een grote koffiekop. Deze laatste is een recyclageplek voor koffiecups. Aan de camper geven we Timber eten en wandelen nog even terug naar Caldea. Voor ons beiden een sanitaire stop en dankzij de wifi even contact met het thuisfront dat alles in orde is. Makkelijk. Weer aan de camper kijken we even naar de jeugdvoetbalmatch op het voetbalveldje naast de parking en daarna zetten we ons in de camper. Vanaf onze zetel bekijken we de jeugd die in grote getale is toegestroomd. De jongens stoer doende allen met een gelijkaardig kapsel en steeds proberen te vechten, de meisjes mekaar vastpakkend en de meeste met lang los haar. Naast ons parkeert er zich een oude Mercedesbus. We lachen met de hoeveelheid schoenen die we zien staan op het randje, dat wordt telkens tellen voor het wegrijden om zeker te zijn dat ze allemaal weer mee zijn. Voorts heeft de bus nog wat opknapwerk, laswerk en schilderwerk van doen. Voor onze camper is er een plek om afval te sorteren. Maar zoals we al merken is niet iedereen daar even goed in. Mensen die dan wel goed gesorteerd hebben en met hun tassen aankomen, weten niet waar ze nu alles moeten achterlaten. Na een paar keer kijken, zwieren ze alles er maar gewoon bij. En wij bekijken het en geven commentaar. Wie heeft er op zo’n moment nu Netflix nodig?

Wat is nu onze indruk van Andorra. We hoorden al verschillende verhalen en de meeste hadden als gemeenschappelijke informatie: goed voor 1 dag en klaar. Wij vinden het stuk natuur prachtig, maar dat geldt dan waarschijnlijk voor elk gebergte. Het is hier druk, toeristisch, te toeristisch, dat wel. Jammer dat de vele dalen volgebouwd zijn. We vinden Andorra la Vella geen whow stad, maar toch heeft ze wel iets, wat precies kunnen we moeilijk beschrijven. Verder zijn ze hier super voetgangersvriendelijk. Je nadert nog maar een zebrapad of ze staan stil. Niet alleen de verkeerslichten voor voetgangers geven aan dat je moet wachten of mag oversteken, zelfs zijn er lampen tussen de straatstenen die rood of groen kleuren. Wat netheid betreft is het hier meer dan schoon. Zelfs de jeugd steekt de straat over om aan de overkant iets in een vuilbak te doen. Kortom goed dat we het hier zagen en konden meemaken. We hadden tot nu toe al een fijne dag.

4 april 2025

Het werd een rustige nacht op enkele motorrijders na die eens even optrokken. Net voor half zeven wakker geworden. Het is weer even wennen, dat bleek ook gisteravond toen we merkten dat we de verluchting niet hadden opengezet. Dus even weer uit bed. Terwijl ik Timber uitliet en nog een beetje van Vierzon ontdekte, kookte Leon al water voor koffie en thee.

Daarna ging het vlot: ontbijten, afwassen en dak toe door Leon als ik een tweede rondje met Timber liep.

Kwart over 8 weer de baan op. Dit keer toch maar eerst over de autosnelweg om wat afstand af te leggen. Het was een beetje saai, eentonig. Toch wat opgefleurd door de gele velden.

Hier en daar en kasteel of een klein dorp tegen de heuvels. Rond 10u was het tijd om te tanken. Op de parking aan de winkel naast het tankstation koffie en thee gedronken en een sanitaire stop op de publieke toilet van de winkel. Top, we konden weer verder. Zo kwamen we bij Limoges, gekend om het porselein, om verder richting Toulouse te rijden. De departementen waren in dit stuk sterk met elkaar verstrengeld. Ik denk dat we vandaag wel 3 of misschien zelfs 4 keer de Dordogne zijn binnengereden en weer uit.

Iets over half één de snelweg ter hoogte van Cressensar verlaten en naast de plaatselijke baan een leuke plek gevonden om te lunchen. Tussen het groen en de bomen. Rustig. Timber even los laten lopen tijdens het uitlaten. Zo was die ook weer tevreden. Op deze plek stonden veel bomen die overgroeid waren met mos. Het geel was hier niet door het mosterd-(kool-)zaad maar door de sleutelbloemen en paardenbloemen.

Ter hoogte van Souilac was er het einde van over de snelweg te rijden want van dan af werd het weer een tolweg. Dan maar over de D-weg. In Cahors bij een grote Carrefour even een sanitaire stop.  Daar stond op de parking een rode antieke R4. Snel een fotootje gemaakt en we konden weer weg. Daarna ging de weg meermaals steil omhoog of omlaag, soms recht maar meestal kronkelend, al dan niet met haarspelbochten. Het was duidelijk dat we stilaan richting bergen reden.

Met op de D-weg te rijden viel het ons op dat het landschap steeds meer veranderde maar dat de bouwstijl naar de Spaanse villa’s overging. Op de heuvelruggen verschenen opnieuw wijngaarden. We passeerden verschillende “domeinen” met bijhorende “chateaux”.  Tijdens het rijden zagen we in de verte de bergtopen van de Pyreneeën opduiken, velen besneeuwd.

Benieuwd wat we morgen gaan tegenkomen. Na een lange dag en bijna 600km te hebben gereden, staan we dan nu op een camperplek in Saverdun. Rustig gelegen onder de bomen op een grote parking. Op het grasplein ernaast staan picknicktafels, er is drinkbaar water en zelfs een grillplaats. Prima plekje dus.

3 april 2025

Vanmorgen om 5u15 precies volgens plan vertrokken richting Spanje. Een eerste stop was er in Nieuw-Namen om het PMD in de container te doen. Daarna ging het erg vlot richting Beukenlaan in Wilrijk. Afspraak met Jitse voor een knuffel en een korte babbel.

En dan echt op weg. Gelukkig ook ter hoogte van Brussel nog behoorlijk vlot verkeer. Het vroege vertrek loont. Hier en daar wat drukker of vertragen maar nooit stilstaan. Zo kwamen we ter hoogte van Charleroi. Ik blijf het een vuile stad vinden en een troosteloze omgeving. Toch bracht de zonsopgang wat kleur over de stad.

8u45 passeerden we de Franse grens iets voorbij Phillipeville. 9u koffietijd. We parkeerden ons op de parking van een funerarium.

Het is zo eens wat anders. Rustig koffie met een koek tot ons genomen, Timber uitgelaten en weer verder. Zo reden we richting Reims over Charleville-Mézières en Rethel om uiteindelijk in de Champagnestreek uit te komen. Een mooie toeristische route langs vele heuvels vol wijngaarden. Overal, ook op een stuk grond tussen 2 huizen. De moeite om te zien en door te rijden. We zijn geen Frankrijkfans maar begrijpen wel dat mensen in deze streek komen fietsen. Onderweg is er nog even wat vertraging als we achter een wel hele rare tractor rijden. Hij is zo gebouwd dat hij over de druivenstammen kan rijden zonder ze te raken en tussen de ranken de grond kan omwoelen.

Wat ons ons onderweg ook opvalt is dat er gigantisch veel maretak in de bomen hangt.

Ter hoogte van Sézanne zetten we de auto op een parking om te lunchen. Zoals het hoort in Frankrijk zetten we een fles(je) wijn op tafel. Het blijft bij het erbij zetten want drinken en rijden gaat natuurlijk niet samen.

Ik ruil mijn jeans voor een short, het is echt warm en het is vakantie. Moet kunnen. Na de lunch even tanken en we kunnen weer. Nog steeds rijden we tussen de heuvels met druivelaars. In het midden van een rondpunt staat er een enorme wijnpers om nog maar eens duidelijk te maken in welke streek we rondrijden.

Vanaf Reims hebben we de autosnelweg gelaten voor wat hij was. Péage is niet aan ons besteed. We rijden liever wat kleinere weggetjes. Zo passeer je de typische dorpskernen en kan je al bij al nog vlot rijden. We rijden op een snelweg ook nooit boven de 100km/h en liefst maar 90, dus kunnen we dat op de kleinere wegen, waar je 90 mag, ook. Alles gaat vlot, zelden verkeer af en toe een tegenligger. Heerlijk rijden. De druiven maken plaats voor kool- of mosterdzaadvelden die op vele plaatsen al echt hel geel zijn. Mooi afstekend tegen de blauwe lucht.

We houden nog even halt om wat te drinken en onze appel te eten, Timber zijn pootjes wat te strekken en komen dan iets voor 18u aan in Vierzon. Hier staan we op een camperplaats. Wij staan hier met 2 campers, Iets voor de ingang van de officiële ligt er nog een wei, daar staan er een stuk of 10. We hebben spaghetti met thuisgemaakte saus dus kunnen snel eten. Het is hier rustig, hopelijk ook vannacht.