Auteur: Elke

11 juli 2024


Ondanks het (vracht)verkeer en opstijgende vliegtuigen toch goed geslapen. Ik door de oordopjes, Leon, die slaapt daar altijd door. Ons klaargemaakt voor toch nog een pittig schema vandaag. Gelukkig stonden we op 5km van Cork. Dat scheelde al in afstand om er te geraken. Het parkeren in Cork bleek gisteravond een ander paar mouwen.
Uiteindelijk had Leon een parking gevonden zonder hoogteboom. Parkings in het centrum waren voornamelijk binnenparkings of verboden voor campers. We parkeerden ons hier aan een kerk en betaalden het dagtarief.

Van een vriendelijke dame van de koffietruck mochten we ons afval in haar afvalemmer gooien. Ze vond het fijn dat we het vroegen want meestal deden ze het gewoon en ja, er waren volgens haar ook veel te weinig vuilbakken om het in weg te gooien. Het nadeel van deze parking buiten het stadscentrum is natuurlijk dat je nog een flink eind extra dient te lopen.
En dan op stap. Eerst liepen we door het Fitzgerald Park. Handig voor Timber, zeker omdat er hier wel vuilbakken stonden. Iets verderop was een sporthal met o.a. een zwembad en een fitnessruimte. Maar ook een toilet. Handig voor ons. Zo kon iedereen opgelucht de wandeling verderzetten richting de St Fin Barre’s Cathedral. Een mooi gebouw in kalksteen en marmer uit Cork. De kerk is opgedragen aan de beschermheilige van de stad. Buiten aan de ingang staat een bord met de uitleg van alle beelden die je ziet boven en om de ingang. Onder andere zijn de vier evangelisten afgebeeld met hun dierbeeltenis, is er een engel met het hielig schrift in de handen, worden de vele mannelijke en vrouwelijke beroepen/ambachten uitgebeeld. Leuke bezigheid als je staat te wachten als Leon de mooi versierde kerk bezoekt met een verguld plafond en wel 1000 beeldhouwwerken in de kerk. De moeite.


Vandaar wandelen we naar het Elisabeht Fort. Dit fort werd later omgebouwd tot gevangenis en nog later tot politiebureau. Nu huisvest het een dienst ter bescherming van het Iers patrimonium. We mogen het fort gratis bezoeken. Timber mag mee op de begane grond. Om beurten gaan we de trap op en krijgen zo een uitzicht over de stad.

Zoals ons eerder opviel bij de voorbereiding: veel kerken. Door het mooie weer kunnen we ver kijken. We lopen nog wat door het fort en gaan dan weer verder.


Ondertussen zijn we er achter dat er best wat bruggen zijn in Cork. Je hebt dan ook een kanaal en de rivier Lee die door de stad lopen. Langs de Quays staan nog wat oude koopmanshuizen, in 1 is nu een vegetarisch restaurant. Hier lag vroeger het economisch centrum van de stad. Als we de brug oversteken komen we op de Grand Parade en wandelen zo tot aan English Market. We zagen er al verschillende maar deze is echt groot. En,… dit keer zijn we op tijd en zijn de kramen nog open. Veel vleeskramen en ook enkele kramen met vis en groenten, maar ook chocolade, kruiden, dweilen, juwelen. Het is er best druk. Grappig om zien is dat bij de vleeskramen Timbers neus telkens omhoog gaat. Het zal goed ruiken.


We komen de markt weer buiten en gaan dan toch richting de St Anna’s Shandon Church. Maar eerst moeten we weer een brug over en komen zo ter hoogte van het Shandon Quarter. De naam Shandon is afgeleid van Sean Dún wat oud fort betekent. Via vele trappen komen we verder in de wijk. Smalle straatjes met kleine huizen maken deel uit van de wijk. Jammer genoeg heeft elk huis minstens drie kliko vuilbakken. Ze verstoren erg het straatbeeld en geven een rommelige indruk.
We komen bij de kerk aan. Leon gaat eerst naar binnen. In het portaal kan je een ticket kopen om de toren van de kerk te beklimmen. Dat doen we niet, we hadden op het fort al een mooi uitzicht.

Terwijl Leon in de kerk is wandel ik even naar het parkje om de kerk. De kerk zelf oogt op het eerste zicht een beetje Scandinavisch met het lage plafond na het portaal. Volgens de pancarten met uitleg in de kerk behoort deze tot de meest belangrijke structuur uit die periode in Cork en omgeving. Het is ook 1 van de weinige kerken in Ierland uit de vroeg 18de eeuw en wat nog belangrijker is : met nog steeds werkende originele klokken. De toren valt van ver op door zijn 2 kleuren: rode zandsteen en witte limeston, beide uit de omgeving. Een leuk weetje is dat de vier uurwerken, 1 op elke kant van de toren, allemaal een andere tijd aangeven.
Vlak naast deze kerk ligt de Cathedral of St Mary and St Anne. Omgeven door huizen en auto’s moeilijk om langs de buitenzijde mooie foto’s te nemen, maar de binnenkant maakt veel goed. Erg licht en prachtig blauwe glasramen.


Ondertussen is het al na 12 uur.

We wandelen weer richting centrum en stoppen bij CoqBull. We bestellen de lunch met steak en frieten. De steak ligt gesneden tussen een broodje met gebakken ajuin en portebello champigons. Vergezeld van een slaatje en een potje bearnaise saus smaakt het wel. Op de vraag of we nog iets wensen antwoord ik ja mayo. Ik krijg zowaar een volledige knijpfles op de tafel. Het smaakte heerlijk en we hebben weer energie om verder te gaan.


Dit is nodig want we hebben nog een wandeling voor de boeg richting Cork City Gaol. Dit is een vrouwengevangenis. Al lijkt het eerder op een burcht. Het is lastig om dit te bezoeken want Timber is niet welkom. Het gebouw werd gesloten als gevangenis in 1923 en is nu een museum.


In laatste rechte lijn naar de auto met als afsluiting een bezoekje aan de kerk die aan de parking ligt. De Sacred Heart Church is een sobere kerk. Een licht plafond en het roze licht boven het altaar maken het toch aangenaam om ze te bezoeken.

Snel Timber eten geven (waren we vergeten mee te nemen) en dan richting Midleton.
In Midleton bevindt zich de grootste distillery van Ierland: the Jameson Distillery. De 18de eeuwse distillerie omvat meerdere aparte distilleries die elk hun eigen merk produceren. Bij aankomst in het erg drukke stadje volgen we de pijlen naar de parking. Uiteindelijk blijkt dat we even terug moeten rijden om aan de hoofdingang te komen. We vinden een gratis parking. Maar wat nog beter is deze parking heeft en drinkwater dat we kunnen nemen en een loosplek voor wc en vuil water. Voorst mag je op deze parking 48u blijven staan. Wat gezien met de distillerie achter de hoek zeken een goede zaak is. Wij vullen water bij, legen de wc en de vuilwatertank. Daarna parkeren we en wandelen naar de hoofdingang. Vandaar kunnen we al wat foto’s nemen. Alsook van een erg grote koperen ketel voor de ingang van het bezoekerscentrum.

We gaan naar binnen en wandelen even rond in de shop, de bars en kleine tentoonstelling. Ook hier zijn de prijzen behoorlijk hoog. We kopen een klein unidosis flesje voor ’s avonds (voor Leon) en wandelen weer naar de auto.


Nu rest ons nog 1 stop voor we richting Rosslare rijden en dat is Waterford. Dit is de oudste stad van Ierland en een flitsbezoek moest zeker nog kunnen. De stad werd in 914 gesticht door de Vikingen omwille van de strategische ligging. De stad is ook bekend om zijn glasindustrie. Het binnenrijden van de stad verloopt vlotter dan gedacht ondanks de avondspits. We parkeren de auto en bij het betalen van het parkeerticket krijgen we parkeertoelating tot de volgende morgen. Geen echte haast dus. Wat we zeker willen bezichtigen is de Reginalds toren. Deze hoge toren werd in 1185 gebouwd en is het oudste civiele bouwwerk in Ierland. Men vermoedt dat dit het eerste gebouw is waar een soort mortel werd gebruikt. Niet zoals wij het kennen maar een mengsel van bloed, kalk, vacht en modder. We slagen er in om de toren zonder verkeer op de foto te krijgen en nemen ook een foto van het Vikingschip ernaast. Nadien wandelen we langs de smalle straten naar de auto terug en passeren nog een een kerk een museum. Dat de stad trots is op zijn Viking verleden is duidelijk. Doorheen de weg die we afleggen, zien we allerlei uit hout gehouwde figuren maar ook een gigantisch houten zwaard gemaakt uit een boom, met wortel er nog aan.

Mooi.
En dan is het tijd voor het laatste saaie stuk over de snelweg naar Rosslare.

Vanuit deze haven vertrekt morgenvroeg de boot. We zoeken een slaapplek. We rijden een paar parkings op en zetten ons uiteindelijk op de parking van een supermarkt. Leon geniet van zijn whisky en ik typ nog wat. We gaan op tijd naar bed want morgen is het vroeg dag

10 juli 2024

Met zonlicht wakker geworden voor de derde dag op rij, het blijft fijn. De morgenroutine en dan even nog naar het toilet aan de kerk. Timber voor en na het eten uitgelaten in de straat waar we aan het begin van staan bij gebrek aan beter. En dan op pad. Eerst naar Drombeg Stone Circle.

Het is één van de mooiste in de omgeving van Cork/Kerry. We rijden er naartoe via een kronkelweggetje, gelukkig geen tegenliggers op het vroege uur. Aangekomen op de plek blijkt dat we niet op de parkeerplaats kunnen omdat er weeral een hoogte beperkende slagboom staat. We zetten ons ervoor, nemen Timber en gaan op pad. Over een aangelegd pad richting de stenen. We vinden de cirkel van stenen. Het wordt ook het altaar van de druïde genoemd. Op dat altaar zou op 21 december (winterzonnewende) het licht vallen. Verder op het domein ligt nog Drombeg Fulacht Fiadh en Hut Sit. Het eerste is een hut met kookplek. Stenen werden in het vuur opgewarmd om zo in een pot water te leggen om deze te laten koken. Een test in 1957 liet blijken dat 318 liter binnen de 18 min kookte op deze manier. Efficiënt. Daarnaast ligt nog een 2de vorm, dit is de hut. Deze bevatte een oven. We wandelen er nog even rond, genieten van de vergezichten en de omgeving en wandelen terug naar de auto.

We bekijken de kaart en hopen toch nog een laatste stuk van de WAW te rijden vooraleer we richting Cork gaan. Ons tweede doel voor vandaag is Kinsale. Een kleurrijk stadje door de huizen daar en wat volgens de reisgidsen het centrum van food zou moeten zijn, met als hoogtepunt het Gourmetfestival in oktober. We rijden er naar toe over onze laatste kleinere wegen en passeren verschillende (drukke) zandstranden.

Er wordt volop gezwommen. Maar ook enkele meren. Het blijft mooi de afwisseling in het landschap en als we de foto’s bekijken hebben we ook vandaag weer geluk met het weer. Ook valt het ons op dat er hier veel meer bomen zijn, vooral koeien en geen schapen. We zagen vandaag ook voor het eerst een akker met graan en niet alleen hooiland zoals eerder deze reis. We bereiken Kinsale. Maar mooi weer, vakantie en vele bussen maken het niet makkelijk om het stadje in te rijden, laat staan een parkeerplaats te vinden. We volgen de pijlen van een parkingaanduiding maar zien snel dat het dat niet gaat worden. De parking is ondergronds, hoogte maximum 1 meter 95. Omdat we niet in de parking geraken moeten we terugrijden en komen zo in de kleinere straten terecht. We vinden geen plek in het centrum en rijden dus verder. We stoppen bij een Lidl om nog wat boodschappen te doen en vragen netjes of de auto er 2u mag blijven staan. Geen probleem, als hij ’s avonds maar weg is. We eten aan de auto en gaan daarna op pad.
Eerst wandelen we naar Desmond Castle.

We zien vooral de grote stadstoren. De rest van het kasteel is wat ingesloten door de huizen en bezoeken lukt al helemaal niet want het is gesloten. Het kasteel deed vroeger dienst als werkplaats, wapenopslag en douanekantoor.
We wandelen de straat uit, passeren verschillende felgekleurde huizen en lopen zo op de St Multose Church. Deze kerk behoort tot één van de oudste in Ierland. We bezoeken om de beurt de kerk. Een sobere inrichting vind je binnen. Als we de informatieborden lezen zien we dat er vroeger ook een kapel stond die is gesneuveld en dat de toren ondertussen is vervangen en op een iets andere plek stond omdat de eerste ook een wat woeliger periode niet overleefd heeft.


Via nog meer gekleurde huizen en smalle straatjes wandelen we richting haven. We bekijken de drukke haven vol plezierbootjes, al dan niet zeilbootjes en slenteren daarna naar het marktje dat er was. Vooral eetkraampjes vonden we er, maar ook wat juwelen en planten. We waren tegen het einde op de markt dus iedereen begon op te kramen. Na nog wat straatjes door te lopen, hadden we genoeg van de drukte en wandelen we terug naar de auto. We schaften ons nog een doos ijsjes aan uit de Lidl. Aten er elks 1 en de rest ging in het vriesvak.


Toen was het tijd voor de laatste stop van de dag: Blarney Castle. Dit ligt net ten noorden van Cork. We dachten om even om Cork te rijden maar werden door de gps pal door de stad geloosd. Alvast wat foto’s gemaakt voor we morgen de stad gaan bezoeken.

Blarney Castle bezocht ik reeds als kind en het beeld van het kasteel kwam me nog erg bekend voor. Het kasteel is vooral bekend om zijn steen. Het is algemeen bekend dat het kussen van de steen onder de kantelen zorgt voor meer welbespraaktheid. We parkeren in de schaduw, maar moeten Timber in de auto laten omdat honden niet toegelaten zijn op het domein. We betalen de inkom en wandelen door het park naar het kasteel. Het is er gezellig druk maar niet om over de koppen te lopen. We nemen foto’s van het kasteel, de toren en komen uiteindelijk bij de ingang. Er staat in de eerste plaats (Guard Hall) een rij mensen. In deze rij staan allemaal mensen aan te schuiven om de trap in het kasteel te beklimmen richting de steen. Terwijl je de steeds smaller wordende stenen wenteltrap beklimt kan je ondertussen enkele kamers bezoeken zoals de slaapkamer van de Earl en zijn dame of de slaapkamer van de jonge dames, de garderobe, de keuken,… Vanuit de kleine vensters kan je naar buiten gluren. Eens je boven bent, wandel je achter de kantelen tot bij de steen. Vermits het vandaag prachtig weer was, heb je dan ook een erg mooi uitzicht over het park er omheen. Langzaamaan wordt de rij voor ons korter en is het onze beurt om de steen te kussen.

Je wordt hierin geholpen om goed te liggen. Je legt je op je rug met je schouders voorbij de rand. Met je handen kan je je vasthouden aan 2 metalen stangen en dan moet je volledig ondersteboven de steen kussen. Onder je zijn er gelukkig 2 metalen bars zodat je niet de dieperik in kan vallen maar eigenlijk zie je gewoon de grond als je zo hangt. Een vriendelijke man helpt je om in die houding te gaan liggen. Alles wat los kan zitten moet af, dus ook brillen en telefoon,…. Een andere man neemt foto’s die je later zou kunnen kopen. Je krijgt dan ook een ticketje met een nummer. Ikzelf ben niet helemaal tot de steen geraakt, mijn rug begaf het even, Leon wel. We namen zelf een foto, dus die dure van daar hebben we niet genomen. Nog wat rondwandelen in het park en dan snel langs de grotten.

Vermoeden is er dat bij een aanval iedereen met het goud via de grotten zou zijn ontsnapt. Na een sanitaire stop richting de auto. Timber even uitgelaten en dan een slaapplek gezocht. Op de parking van het kasteel mag je niet meer overnachten. Op een parking net buiten het dorp stond een hoogteslagboom, dus ook daar geen overnachting voor ons. Dan wat verder buiten Blarney staan we nu op een parking over een gedenkmonument met naast ons een groot grasveld met erachter een rivier. Het is hier een komen en gaan op de parking, sommigen stoppen zelf enkel om even de auto te bekijken. We hebben hier gekookt en nog een ijsje gegeten. Daarna Timber uitgelaten en de tekst getypt.

Zo nog even met Timber buiten en dan naar bed. Morgen richting Cork. Maar voor we buitengaan eerst iets spuiten tegen de muggen want na de midgets de afgelopen weken zijn er hier nu veel muggen.

9 juli 2024

Rustig geslapen en gelukkig droog bij het wakker worden. Gewoon ontbijten en na het inklappen van het dak op pad in het sprookjes bos op zoek naar de waterval. Deze vinden we vrij snel.

We volgen het pad dat bezaaid is met stenen trappen. Het stapt wat vermoeiend maar het is wel mooi. We vertrekken ongeveer samen met een gezin uit Zweden. In het begin is het erg rustig, daarna komen we meer wandelaars tegen. Op het einde van de wandeling zien we dat bosbeheer met een groep mensen nieuwe boompjes plant.

We zien mini eikjes, sparren en nog anderen die we vanop afstand niet kunnen herkennen. Na het wisselen van onze schoenen rijden we naar Ladies View.
Deze plek in het nationaal park is een uitzichtpunt vanwaar je de 3 belangrijkste meren in het park in 1 keer kan zien liggen. Aan de ene kant stralende zon, aan de andere kant dreigende lucht. Het uitzicht is spectaculair.

Terwijl we genieten van het uitzicht, raken we aan de praat met enkele mensen over Timber. Zij hadden een border die gelijke trekken had die Timber heeft. We wandelen een klein stukje naar beneden en weer naar boven en daarna ook nog horizontaal over het pad. Mooi.
Een eindje verder ligt Moll’s Gap. We zoeken de kloof maar beseffen dan dat de weg die we moeten nemen gewoon door de kloof gaat. We komen zo weer op een laatste mooi stukje van de ring. Iets voorbij Kenmare nemen we een andere panoramaroute: ring of Beara.

Deze gaat over het schiereiland Beara. We gaan niet de hele ring rijden want halverwege ligt de Healy Pass en die willen we zeker rijden.

De ring om Beara is mooi maar het is lastig om van het uitzicht te genieten met groen dat meer dan 2m hoog staat. Maar toch hebben we plekken waar het kan en dan is het uitzicht weer erg mooi, zeker met de wisselende bewolking. Het begint langzaam op te trekken dus dat is fijn meegenomen.
En dan de Healy Pass. Een stijgende weg en later dalend, kronkelend op de bergranden van en tussen de Caha Mountains.

Soms erg smalle weggetjes, soms iets breder maar het veranderende uitzicht is spectaculair. Blij dat we deze weg namen. Eens beneden zetten we ons buiten het dorp aan een picknicktafel voor uiteraard weer een veel te late lunch.


Na vertrek moeten we even stoppen aan werken. Hier geen lichten maar een persoon met een rond bord op een stok: rood met stop aan de ene kant, groen met go aan de andere kant. Hij draait de stok naargelang het nodig is. We kregen een go en achter een auto mochten we de werken passeren. Met een kronkel rijden we dan door en langs het Glengarriff Park en genieten van het groen.


We passeren Bantry met niet 1 maar 2 golfbanen. We zijn er ondertussen uit dat elk zich respecterend dorp een golfbaan heeft. We zagen er al veel.Vanuit Bantry nemen we de WAW richting Mizen Head. Dit is het meest zuidelijkste punt van Ierland. Via slingerende weggetjes die al dan niet op de kaart staan komen we op de parking aan. We parkeren, nemen Timber en wandelen naar het bezoekerscentrum. We betalen onze tickets en wandelen dan over een asfaltpad en gelukkig omheind aan de klifkant naar het punt. Er zijn verschillende uitzichtplatforms gemaakt zodat we de kliffen hier ook mooi en veilig te zien krijgen. Het eindpunt was het eerste station/ baken van Ierland met radio. Er stond geen vuurtoren maar er was dus wel een mogelijkheid om de schepen veilig te loodsen. Vanaf de klif over een brug bereiken we het station. Het is eigenlijk een museum en we zien hoe het vroeger was. We wandelen naar de uitkijkpunten en nemen foto’s.

In het bezoekerscentrum nemen we een typisch Iers ijsje. Een softijs met een chocolade stokje erin. Dat laatste denk ik zou een koekje moeten zijn, het at moeilijk. Het geheel smaakte wel. We zien hier dat in elk klein dorp zulke ijsjes worden gegeten.

Na dit punt nog een half uurtje rijden naar onze slaapplek voor vannacht. We staan op een parking bij een kerk en (lege) school.
De kerk met de naam: Kilcoe church of the Church of the Most Holy Rosary was nog open toen we aankwamen dus even binnen gekeken. We hadden vandaag nog geen kerk bezocht. Sober met mooie glasramen.

Gelukkig heeft deze kerk ook een bijgebouwtje met toilet. Altijd handig. Na het kerkbezoek even gekookt en gegeten en dan getypt. Nu is het bedtijd

8 juli 2024

Als we rond 7 uur wakker worden, schijnt de zon. Ik loop even met Timber naar het grasveld naast onze plaats en als ik terugkom staan er al 4 auto’s extra. Ook nu weer zwemmers. Ik sla een praatje met en dame met 3 honden die ook is toegekomen. De honden lopen los, dus zetten we Timber alvast in de bench, we gaan toch zo vertrekken. De wc in het gebouw achter ons gaat jammer genoeg pas om 10u open. Via de dame met de honden horen we dat het strand van Rossbeigh Creek ook erg mooi is. Vermits Leon ontdekt heeft dat ze daar een publieke toilet hebben, rijden we daar naartoe. Jammer genoeg staat ook daar een hoogte barreel en kunnen we niet door. Parking voor de campers is 500m verder. We rijden daar naartoe en zien dat het een betaalparking is. Dat is niet de bedoeling. We rijden terug en stoppen naast een gebouwtje. Gelukkig de publieke wc. We houden beide een sanitaire stop en voor 1 keer ledigen we ons chemisch toilet daar ook. Het was nodig. En nu weer verder op de Ring of Kerry. We vertrekken zoals we gisteren zijn geëindigd: met een stralend blauwe hemel.

Hierdoor hebben we onderweg mooie vergezichten. De Ring of Kerry is een toeristische weg rond het schiereiland Iveragh. Er wordt beweert dat het 1 van de mooiste routes is in Ierland. In elk geval erg bekend bij toeristen. Je kan deze ring van in beide richtingen rijden. Wij rijden hem tegen de klok in, dus van noord naar zuid omdat we zo zijn komen aanrijden en omdat ik dan beter zicht heb op de kusten en zo beter foto’s kan nemen. Voor de lefthanddriver is het natuurlijk beter om hem met de klok mee te rijden. We hebben het gevoel dat we op deze rit alle landschappen zullen tegenkomen die we gedurende de voorgaande dagen al zagen. Het is een bonte afwisseling van rotsen, groen, bergen en kusten en kliffen. De route passeert ook vele visserdorpjes. Het is best een slingerende weg, op regelmatige momenten erg steil en smal daardoor vanaf een bepaald punt niet meer toegankelijk voor vrachtwagens en bussen.

De Ieren hebben voor dat laatste wel een oplossing om mensen op de bezienswaardigheden langsheen de route te krijgen: busjes van max 20 personen.
We zijn vroeg op pad en zien maar 1 touringcar op een parking redelijk in het begin, vanaf dan zien we ze niet meer. Heerlijk rijden zo. We zullen vaak halt houden voor wat foto’s te nemen. Op vele plekken is de weg (en dus het uitzicht) afgeschermd door hoge struiken waardoor foto’s nemen niet altijd even makkelijk gaat. We nemen de afslag richting een uitzichtpunt en komen zo door een “groene” tunnel/weg aan een strandje.

Het is er erg druk want een groep fietsers is er afgezet en staat op het punt om te vertrekken. Verder zijn er gezinnen met kleine kinderen op het strand.
Onze volgende stop is Cahersiveen. Een dorp met ja gekleurde huizen en een indrukwekkende kerk (Daniel O’Connell Memorial Church of the Holy Cross). Maar ook een Aldi.

We doen wat boodschappen en voor verder te gaan eten we een koek met koffie en thee. Met een volle tank kunnen we de route zeker aan.
We houden halt bij Ballycarberry Castle. Een ruïne van een kasteel dat we niet kunnen/mogen bezoeken. Het is toch best indrukwekkend hoe het er zo vlak bij de zee bijstaat. We passeren hierbij ook nog een rond stenen fort. Eigenlijk lagen er 3 bij elkaar. Het was er druk, dus zijn we niet gestopt.


En eindje verder is er een pijl naar White strand. We houden halt, nemen Timber en maken even een strandwandeling. We zien veel, alle kleuren heeft het zand maar wit is er echt niet bij. We vinden een stok en zo is Timber helemaal blij.

Na deze lus komen we terug in Cahersiveen.
Vanaf dan zullen we de Skellig route volgen. Dit is een onderdeel van de Ring of Kerry en een panoramaroute over het schiereiland. Vanaf vele plaatsen vertrekken boten om de eilanden eromheen te bezoeken. Dit gaan we niet doen. We rijden verder tot Portmagee. Ondertussen heeft de zon plaats moeten ruimen voor wolken met wat lichte nattigheid. We rijden het dorp binnen en zijn daarna hopeloos op zoek naar een parkeerplaats. Het is duidelijk waarom ze de trofee voor meest toeritisch dorp hebben gekregen. We parkeren uiteindelijk bij de distillery.

Eten lunch tussen de druppels door. We kunnen alleen een bezoekje brengen aan de shop maar ze verkopen enkel blends en geen single malts, dus rijden we verder en zien dat er gewoon een oude toren in de voorhof van mensen staat.
Na de druppels is het weer droog en rijden wij verder op de ring. We stoppen bij de meest spectaculaire kliffen van de Skellig ring. Ze liggen op privaat domein. Er is een grote parking, toiletgebouw en een gebouwtje aan het begin van het wandelpad. Hier moeten we inkom betalen. De rest van het pad naar de uitzichtpunten is een grindpad. We passeren eerst enkele stenen beehives en bedenken ons dat dat waarschijnlijk ook zoiets was waar de pijl gisteren naar stond.

We klimmen naar punt 1 en ook nu weer worden we stil van de ruwheid van de rotsen en het schuimen van de zee. Ook hetzelfde bij punt 2. We dalen terug naar de parking en maken nog even een sanitaire stop. Ook nu wordt er positieve commentaar gegeven op hond en auto.
Onderweg is er een knap wolkenspel aan de hemel. Het is niet altijd eenvoudig om foto’s te nemen van het spektakel maar soms lukt het toch. Eens we van de Skellig route zijn gaat het even wat sneller omdat we nu op een iets grotere weg rijden. Langzaamaan wordt de weg wat smaller en rijden we toch wat hoger in de bergen. Als we halt houden om wat foto’s te maken worden we aangesproken over de auto. We staan een tijdje met de mensen (Finnen) te praten vooraleer we verder rijden. Om na klimmen en dalen en natuurlijk ook slingeren halt te houden bij Staigue Fort. Ook dit is een stenen rondfort. Waarschijnlijk een van de grootste. We wandelen er naartoe. Door de regen zijn de stenen van de trappen in het fort wat glad. Voorzichtig klimt Leon tot op de hoogste rand. Ik beperk me tot het middelste stuk. Ben geen held in de hoogte en ga zeker niet zoals velen de gehele bovenste rand afwandelen.

Aan de auto neem ik de appels. Altijd een welkome verfrissing.
En dan gaan we op weg naar onze slaapplek. Deze ligt in Killarney National Park. We rijden een groene sprookjeswereld in. Wat is het hier mooi. Tussen de bomen zien we meren liggen. We zien in het voorbijrijden aan 1 van de meren reetjes staan drinken.

We rijden verder tot de parkeerplaats vanwaar wandelingen naar de Torc waterval leiden. We passeren nog verschillende andere parkings waar al campers op staan of wandelaars. Dus te druk of te moeilijk om bij te staan. Op deze parking staan we nog niet alleen maar bij het vallen van de avond doen we dat wel. We maken snel een maaltijdsoep en kruipen ons bed in. Het was een intensieve dag

7 juli 2024

We beginnen de dag als de wekker afloopt en de zon door het zeil schijnt. Met Timber door de duinen naar het strand maar hij heeft duidelijk honger en keert onverricht terzake terug naar de camper.

Het groepje jongeren een beetje verder is ook wakker en tijdens ons ontbijt hebben we achtergrond”muziek”. Terwijl we staan te eten komt 1 van hen naar ons om te vragen of we misschien een vuilzakje hebben. Als ik er 1 geef, zegt hij dat hij er eigenlijk 2 of 3 nodig heeft want ze hebben nogal veel rommel op te ruimen. Ik geef ze mee en zie ze inderdaad later gevuld naast de auto’s staan. Ook hier stopt er regelmatig een auto met iemand die uitstapt om te gaan zwemmen in de zee. Na het ontbijt toch echt naar het strand met Timber om dan daarna weer te kunnen vertrekken. We vervolgen onze route op dit schiereiland Dingle via de Slea Head route. Er is vanalles te zien onderweg. Maar vermits veel op private property ligt, moet er steeds inkom worden betaald. Dus ook om een babylam te aaien (raar in deze tijd van het jaar) of om beehives te zien. We passeren het meest westelijke punt van Ierland ter hoogte van Dunmore Head. We stoppen vaak om foto’s te maken en doen hierdoor 1u over 12km. Maar de uitzichten zijn de moeite. We zien nog ouderwetse cottages alsook een stonehouse. Dit is een cottage waarvan ook het dak in steen is.

Momenteel is het een restaurant.
Terwijl we naar de zee kijken zien we een boot voorbijvaren met een rubberboot aan hem vast. We zullen hem later nog zien want het is 1 van de boten die mensen naar the Blasket Islands brengen. Iets verderop de route is een pier waarvan de boten vertrekken. Later op de dag zien we vanuit Dinglestad ook boten vertrekken. Een tocht die we niet kunnen doen want het laatste stuk is met de rubberboot en daar kan Timber niet in mee en overleefd mijn rug het niet. Maar wat we zien is meer dan in orde. Ter hoogte van Louis Mulcahy pottery nemen we een kijkje. We zien veel moois maar het is wel erg duur. We stoppen nog aan het Blasket visitorshouse om naar een uitzichtpunt te gaan. Het gebouw is enorm groot en stoort eigenlijk een beetje de omgeving.

Na het uitzicht is het tijd voor thee, koffie en een koek.
Daarna vervolgen we onze weg over de route, nu vooral in afdaling We ontmoeten ter hoogte van een kerkhofje een oudere dame met een Jack Russel op leeftijd, even en knuffel en de hond kan weer verder. Niet veel verder op een parking hebben we een border collie die onze auto wel heel interessant vindt ruiken. Zijn vrouwtje, dat er staat om spullen te verkopen, weet me te vertellen dat hij de parking als zijn domein beschouwt en de auto’s inspecteert. Bussen vindt hij het interessants want van de chauffeurs krijgt hij snoepjes. Ik geef hem ook een koekje uit mijn broekzak, wat hij al lang geroken had.

Het eind van de route is Brandon Bay. We bereiken het via een smal weggetje en dito bruggetje. Het uitzicht is prachtig.

We zijn er even alleen. Het laatste stukje weg moeten we terugnemen om op de eigenlijke weg richting Dinglestad te geraken.
We bereiken Dingle en zetten de auto op een parking. Ons doel was om iets te gaan eten in Out of the Blue, een visrestaurant. Jammer genoeg gaat het pas om 16u open. Op de deur hangt er: “going fishing”. We zullen dus aan de auto moeten eten. De achterdeur kan niet open, dus alles langs de zijdeur. Het blad kan gelukkig net naar beneden.

We hebben in elk geval mooi uitzicht op de haven en zeedijk achter ons. Voor ons wordt duidelijk dat we niet alleen zullen zijn in het stadje. Vele lege bussen staan er te wachten tot hun passagiers terugkomen. Terwijl we alles willen opruimen, passeren er op de dijk 2 dames met elk een hand (Bavarian Mountain Hound). 1 van hen legt een hoopje maar de dame heeft geen poepzakje. Ik bied er 1 aan en bewonder de honden. Iedereen tevreden. We lopen nadien zelf op de dijk richting haven en als we net onze auto passeren, horen we mensen commentaar geven. Ik kan het niet nalaten om te zeggen dat het een leuke manier van reizen is. En zo maken we ook met hen een praatje. Hij is ook een Landrover eigenaar (Disco) dat scheelt. Als afscheid zegt zijn vrouw duidelijk dat hij zo’n auto niet krijgt. We lopen daarna verder door de haven.
Eens we in de haven hebben rondgelopen, wandelen we richting centrum.

Dit is vooral gekend om zijn gekleurde huizen en gezellige pub, restaurants en winkels. Ook hier kan je nog bootreizen naar de Blasket Islands boeken. Het is er een komen en gaan van mensen met een reddingsvest. Wij kuieren wat door de straten en stoppen bij Murphy. Die staat er om bekend om het beste ijs van Ierland te hebben. Zoiets kan je niet laten liggen. Terwijl ik sta aan te schuiven is er een dame van de zaak die de mensen proevertjes aanbied. Handig. Leon kiest voor Honeycomb Caramel en Dingle Sea Salt. Ik ook voor de Honeycomb Caramel maar met de Butterscotch. Lekker alle smaken.

Daarna lopen we een straatje in dat recht naar een kerk leidt. St Mary’ Church is een kerk volledig in rotssteen, vergelijkbaar met de kathedraal van Galway maar dan vele malen soberder. Het is er best donker maar toch mooi. We bekijken de kerk om beurten en nemen daarna nog een kijkje in de kloostertuin.

Daarna is het ver tijd om naar de auto terug te gaan.


In de auto bekijken we de route voor morgen en waar we ergens kunnen overnachten. Ook nu vindt Leon weer een plekje. Nog een uurtje rijden van waar we staan. Bijna aan het einde van onze rit over de grotere baan komen we op de Ring om Kerry. Het uitgangspunt voor onze tocht van morgen.
We vinden een plekje aan de kust. Zetten ons stabiel en recht, niet evident op een plek vol diepe putten maar het lukt. We staan precies in een kom. Voor ons is een soort dijk van platte keien. Het is er de hele avond een komen en gaan geweest van auto’s met mensen die in de zee gingen zwemmen. Vermits we vroeg waren ben ik ook gaan zwemmen en daarna heb ik mijn haar gewassen en ook van de rest het zout afgespoeld. Heerlijk in het zonnetje opdrogen. Daarna was het kooktijd. Het werd een eiergerecht met als dessert gebakken appeltjes met honing en bruine suiker een een crumble van speculaas. We zijn nadien nog zeker een uur in het zonnetje blijven zitten. Af een toe een babbel met iemand die voorbijkwam of echt naar ons toekwam omwille van de auto.


Na de afwas was het nog even Timber uitlaten en een bezoekje brengen aan de plaatselijke bar. We zochten ons een plekje buiten op het terras. Terwijl Leon buiten bleef, bestelde ik binnen aan de bar: een Guiness voor Leon, een cola voor mezelf. Het was erg druk in aan de bar. Nadien nog even genoten in de auto van de zonsondergang tijdens het typen. Het is vandaag de eerste dag dat we volledig alleen zon hebben gehad en dat terwijl het praktisch windstil was. Zalig genieten dus.

6 juli 2024

Ook vanmorgen was de zon van de partij. Van de 6 campers op de parking staan er nog 2 extra bij ons, de rest is verplaatst naar elders. Dit keer geen rondje strand of langs het strand maar gewoon een tripje rond de parking met Timber. Na het normale vroeg op pad. Om 8u15 stonden we al op de parking van het kasteel. Daar was een plek om vuil water te lozen.

Nu nog een plekje vinden voor het leegmaken van de wc en we kunnen er weer tegen. Vanaf hier richting Limerick. We kwamen er aan met stralende zon. Auto geparkeerd en dan te voet naar het King John’s Castle. Dit kasteel met dikke muren en 5 hoektorens werd in 1200 gebouwd en staat aan de rand van de rivier de Shannon.

We kunnen het niet bezoeken omwille van Timber en omdat het rond die tijd nog niet geopend is. We gaan op zoek naar St Mary’s Cathedral, het oudste gebouw van Limerick. We passeren 2 kerken beide met dezelfde naam, maar geen Cathedral. Ondertussen is het beginnen druppelen en besluiten we de auto te verzetten naar meer centrum stad waar de kathedraal wel te vinden is. We zetten de auto op Potatoes market en betalen een ticketje. Als we de straat oversteken komen we bij St Mary’s Cathedral.

Jammer genoeg gaat die pas om 11 uur open. We wandelen verder. Via Ellensstreet komen we aan bij Milk Market.

Dit is een overdekte markt met kramen met lokale producten. Eén van de enige overdekte markten in Ierland. Het is dus gewoon een overdekt marktplein, geen gebouw. We lopen er rond en zien al het lekkers. Uiteindelijk neem ik een stuk cheddar mee.
We zijn nu niet ver van St John’ Cathedral. Om beurten brengen we deze kerk een bezoekje.

Het is duidelijk dat Limerick vele kerken heeft. Ondertussen is de tijd weggevlogen en wandelen we terug naar St Mary’s Cathedral. Zoals gezegd het oudste gebouw van de stad. Van het originele gebouw blijft niet veel over, het schip nog wel. Leon neemt een bezoek aan de kerk.

Ik wandel rustig rond op het oude kerkhof en zie mooie oude Keltische kruisen.
Nadien wandelen we nog 100 meter verder en zien we de St Mary’s Parish Church. Ook die brengen we nog even snel een bezoekje en dan is het hoog tijd om naar de auto te gaan.


Via de N21 rijden we naar Abbeyfealy in de hoop een nieuwe spiegel te vinden. Ondertussen passeren we Adare. Hier vinden we in de hoofdstraat nog vele Ierse Cottages met rieten dak. Volgens de Trotter is die het mooiste dorp van Ierland, maar volgens de Ieren is het eigenlijk het meest Engelse dorp.

Het heeft 3 abdijen, al dan niet een ruïne en aan de golfclub staat een housekeeper net als men in Oxford zou tegenkomen. We rijden verder en hebben ondertussen regen, zon, regen, zon en dit op ongeveer 15 minuten. Als de zon schijnt is de hemel magisch blauw en als het regent valt het er even met bakken uit. We draaien bij Stryker/Landrover de hof op en passeren een hele rij Landrovers. Achteraf geteld staan er 13 op het terrein, de onze niet meegerekend. We lopen de receptie binnen en worden direct geholpen. A mirror, no problem, two, no problem. We lopen mee naar het magazijn en aan de hoeveelheid onderdelen die daar staat is het inderdaad geen probleem. We nemen ook een nieuwe lange arm mee. Leon haalt de oude spiegel links eraf en zet de nieuwe erop.

De reservespiegel en arm worden veilig opgeborgen. We verlaten het terrein en rijden richting winkel. Even verderop vinden we een Aldi. We doen onze boodschappen en eten op de parking onze (weeral late) lunch.


Nu gaan we op weg naar Tralee. Deze stad is vooral bekend voor zijn Iers folksfestival in augustus, wel laten het links liggen en rijden naar 1 van de 4 werkende molens van Ierland. Die vinden we in Blennerville. We betalen de inkom en krijgen dan en introductiefilm te zien over de molen maar ook over de streek. Hoe ze door de molen eerst welvarend werd maar ook hoe een mislukte aardappeloogst hongersnood in de streek bracht. Deze plek was ook bekend voor de oversteken met passagiers naar de VS. De oversteek kon veilig en met een arts aan boord, maar meestal zaten de mensen dicht bij elkaar en waren ziekte, honger en dorst hun compagnon op de reis. We lopen daarna even rond in de kleine tentoonstelling over brood. Daarna is het de bedoeling dat we de werking van de molen uitgelegd krijgen maar als de molenaar hoort dat we van Nederland komen is hij even heel nederig. Wij hebben er maar 4 die werken, jullie 1200.We krijgen nog wat uitleg vooral in het verschil van de molens, ook over de reparartie die nu bezig is en waardoor de molen niet draait. We mogen dan alleen de molen bekijken. Nadien passeren we nog een zaal met modeltreintjes die de spoorweg Tralee – Dingle uitbeelden. Nadien trakteer ik me nog op een bakboek van Iers brood en wordt na ons de deur gesloten.


Wij rijden verder richting Dingle. We stoppen nog even aan een strandje maar hier is het vloed en eigenlijk is het niet zo proper, we eten appel en gaan weer verder op weg naar de Connorpass. Onderweg er naartoe komen we borden tegen dat vrachtwagens zwaarder dan 2 ton, auto’s breder dan 1,8m en autobussen niet welkom zijn op de pas. Wij rijden door en klimmen stevig. Ondertussen passeren we tegenliggers. We gaan telkens aan de kant bij een verbreding van de weg. Het smalle stukje van de pas dat met een stenen muurtje is afgebakend kunnen we overrijden zonder tegenliggers. Boven op de pas aangekomen, stappen we even uit voor spectaculaire foto’s en dan beginnen we aan de afdaling.

Hier is de weg breder dan bij het klimmen. We bereiken Dingle zonder problemen en aanschouwen tussendoor het steeds maar wijzigen van het landschap, de wolken en de lichtinval. We rijden Dingle door naar onze slaapplek. Een stil plekje achter de duinen. We staan hier niet alleen. We laten Timber eerst uit op het strand en gaan daarna koken.

We hebben al de gehele namiddag droog en redelijk zonnig weer maar nu begint het te regenen. Het stopt redelijk snel en we koken gewoon buiten verder. Eten doen we binnen. Tijdens het typen kijken we naar een zon die verdwijnt achter de bergen. En dan is het tijd voor een laatste wandeling met Timber en gaan we slapen.

5 juli 2024

Wat een blauwe lucht, wat een warme zon en dat zo vroeg in de morgen.

Ik wandel met Timber over het pad langs de zee en ontmoet toch al 1 tegenligger. Het ontbijt met de zon op onze rug smaakt eens zo goed. Onze buren slapen nog maar vele wandelaars of lopers,al dan niet met hond, passeren onze plek. We zien ook enkele moedigen zwemmen in de zee. We zagen dit al eerder: als ze in de zee zwemmen, hebben ze een boei om zodat ze goed zichtbaar zijn. Bij het rondje na het eten loop ik met Timber terug over het keienstrand.
Na alles in te hebben geladen rijden we naar het haventje om water. We vullen de watertank dit keer nog eens met de tuinslang. Op het moment dat we wegrijden komen onze buren aan en hebben hetzelfde plan. Jammer genoeg is er geen plek om grijs water te lozen.

Nog even tanken daarna en dan op we naar the Burren. De naam is afkomstig uit het Gaelic en betekent rotsachtig land. We rijden het gebied binnen via wegen omringd door bomen maar in de Burren zelf groeien er weinig bomen. Het is vooral een gebied met kalksteen. De begroeiing daar wortelt in de spleten van de kalksteen. Binnen het gebied zijn er verschillende ruïnes van abdijen en kerken, maar ook dolmen kan men er waarnemen.

Wij zien er kleinere in weilanden die we passeren maar zijn eigenlijk op weg naar een grotere: Poulnabrone Dolmen. Een dolmen bestaat uit en deksteen, een sluitsteen, de portaalstenen en nog enkele stenen die er mee voor zorgen dat de deksteen voldoende mogelijkheid heeft om op te rusten. In deze dolmen heeft men de resten van 22 lichamen gevonden en daardoor denkt men dat deze als graf werd gebruikt.

Hoewel we de dag zonnig begonnen, regent het hier als we de auto parkeren. Jas dan maar aan en op stap. Een kleine 500m verder in een weiland tussen kalkrotsen staat de dolmen. We nemen foto’s, lezen de informatie en keren terug naar de auto. Even tijd voor koffie, thee en koek en dan richting Lisdoonvarna waar zich the Burren Smokehouse bevindt.
We zetten onze auto op de parking en wandelen naar de ingang. We kijken eerst rond in de shop en zien op enkele digitale beelden wat er met de zalm gebeurt. Nadat hij gefileerd werd, wordt hij gepekeld, dan gespoeld en met kruiden op gedroogd. Daarna wordt hij in de rookover gestoken. Naast de shop is er een tentoonstelling. We leren dat de zalmeitjes worden gekweekt en dan in netten in zoetwatermeren worden opgekweekt. Na twee jaar worden ze overgeplaatst naar netten in de zee en daar blijven ze dan tot ze tussen de 90 en de 120cm groot zijn. De netten zijn de cirkels die men kan zien langs de kusten of in een meer. Het zijn grote rondes met een diameter van ongeveer 150m en een diepte van wel 15m. slechts 1% van de oppervlakte van zo’n kweekvijver mag zalm bevatten, de rest moet water zijn. Voeden gebeurt automatisch maar ook dagelijks met de hand om zo de zalmen te kunnen controleren.

Op sommige plaatsen langs de kust mogen nog een beperkt aantal erkende vissers zalmen vangen op het ogenblik dat de vissen zich klaarmaken om naar het zoete water te trekken. Het quotum dat ze per visser mogen vangen is erg beperkt. Dit maakt dat wilde zalm zo duur is. Na de tentoonstelling te hebben bekeken, gaan we nog even terug in de shop en kopen wat gerookte zalm.
We moeten dan nog ongeveer een half uurtje tot de Cliffs of Moher. Ook zij maken deel uit van the Burren maar hier is de kalksteen vervangen door zwarte schalie en zandsteen. De kliffen zijn ruim 200m hoog en vormen een band van ongeveer 8 km. Door het uniek uitzicht vormen ze een geliefd decor voor films, bijvoorbeeld een Harry Potter (nr 6). Ik ging naar deze plek met de herinnering uit 1981: vrij wandelen en genieten van het natuurschoon. Jammer genoeg moeten we nu 12 euro per persoon betalen. We vinden een plekje op en wel erg volle parkeerplaats en eten eerst onze lunch met gerookte zalm. Het regent al sinds de dolmen en tijdens de lunch stopt het met regenen. De lucht wordt langzaamaan blauw. We nemen onze jassen wel mee uit voorzorg. We steken de baan over en komen zo op het plein voor het bezoekerscentrum. Dit laatste ligt verborgen in de rots om het landschap niet te erg te storen. Alleen zijn ze de honderden auto’s en vele bussen even vergeten. Met een trap komen we aan enkele uitzichtpunten. We nemen foto’s voor onszelf en ik offer me op om voor sommigen ook voor hen foto’s te maken. Het uitzicht is spectaculair, dat blijft.

Leon ziet wat vogels vliegen (gelukkig alleen vogels) en we keren terug naar de auto voor de grote lens. We nemen weer plaats om de uitkijkpunten en de rotsen worden afgespeurd. Hij vindt vele wit/zwarte vogels. Als ik even kijk, lijken het precies pinguïns, maar het zijn zeekoeten. We hoopten eigenlijk om papegaaiduikertjes te zien. Bij het bekijken van de foto’s in de auto zien we er uiteindelijk toch 2 opstaan, in de vlucht. Het is gelukt, we zoeken hier nu ongeveer 10 jaar achter. Nu is het wel van ver, maar toch.


We brengen om beurten nog even een bezoekje aan het bezoekerscentrum. Terwijl we buitenkomen ontdekken we een jong vosje dat er vrolijk rondspeurt naar insecten. Hij lijkt de drukte heel normaal te vinden en gaat rustig verder. Dan keren we terug naar de auto. Even nog onze appel op en weer op weg naar de stad voor morgen: Limerick. Af en toe een wat saaiere baan maar uiteindelijk bereiken we toch een slaapplekje. We staan op een parking aan de voet van het Bunratty Castle. We zagen 3 kanten van het kasteel want de tuin en het kasteel waren gesloten. Het kasteel is het meest complete middeleeuwse fort van Ierland.

Het heeft bogen aan weerszijde wat niet erg gebruikelijk was maar de verhoogde ingang was dat dan weer wel. Hier konden aanvallers mee worden afgeschrikt. Toch best indrukwekkend.
Omdat het toch weer was beginnen regenen hebben we binnen gekookt. En daarna ook binnen gegeten en afgewassen. Ondertussen is het weer droog en hoog tijd om te gaan slapen. Terwijl we hier als eerste camper stonden, staan er nu ondertussen al 5 of 6 extra. Gelukkig is het een grote parking.

4 juli 2024

Terwijl ik me sta te wassen valt er veel regen. Nadat ik ben aangekleed is er van regen niets meer te bespeuren. Ik neem Timber mee en ga weer in het bos.

Nadien volgt het ontbijt. Vermits we ongeveer vlak naast een vuilbak staan worden enkele zaken aangevuld (koffie, snoepjes voor tijdens de rit,…) makkelijk om van ons afval af te geraken. Leon haalt het kapotte spiegelglas uit de spiegel in de hoop dat hij dan iets meer kan zien. De linker spiegel hangt er wat miserabel bij want met hem vast te willen zetten is het schroefje afgebroken. Gelukkig hebben we nog duc-tape.
Leon had gisteren contact gezocht via Facebook met Landrovereigenaars hier in Ierland in de hoop zo toch nog aan een spiegel te geraken. Hij kreeg een adres op ongeveer een half uur terug vanop de plek waar we stonden. We vertrekken maar niet veel later worden we opgehouden door een tractor die achter een kudde koeien rijdt. Op deze manier wordt de kudde richting wei gestuurd. Ze zijn het blijkbaar gewend.

Het neemt ongeveer 15 minuten in beslag vooraleer de koeien de juiste wei bereiken. Daarna weer verder. We komen aan in het dorp maar op de plek waar de zaak zou zitten, vinden we niets. Dan maar even raad vragen in de lokale supermarkt. We worden enkele straten verder gestuurd. We rijden de oprit op en zien inderdaad wat “vervallen” Landrovers staan, eerder voor onderdelen denken we dan voor met te rijden. Leon stapt uit en wordt begroet door een vrolijke Golden Retriever. Maar… er blijkt op het eerste zicht niemand thuis. Een heel enthousiaste hond komt dan met een stok aandraven, blij dat er iemand aandacht heeft voor hem midden op de dag. Er is effectief niemand thuis, dus vertrekken we weer zonder spiegel.
We rijden nu richting Roundstone. Een afwisselend landschap en kleine weggetjes leiden ons door verschillende “gebergten”. We passeren Sheeffry Hills, Partry Mountains om even later op Maumturk Maountain te kijken. De ene wat rotsiger, de andere wat groener. De WAW wijst ons de weg door de Connemara. Ook een National Park. Hier nemen we even niet de allerkleinste weggetjes, we moeten wat tijd goed maken. Maar we redden het tegen het middaguur tot Roundstone.

Bij het binnenkomen passeren we weer een reeks mooi gekleurde huisjes. We parkeren iets buiten het centrum en gaan eerst lunchen. We hebben weer wat bekijks. Na het eten lopen we even door het dorpje richting haven. Er liggen wat vissersbootjes en aan de kant zien we wat netten.

Maar ook nu geen verse vis want het is eb. De markt is trouwens pas op zondag.
Dreigende en soms vochtige luchten begeleiden ons doorheen de namiddag als we onze weg verder zetten richting Galway. Nog steeds zien we bergen in de verte. Het water van de zee wordt afgewisseld met water uit de vele meren. Jammer genoeg klaart de lucht richting Galway niet op en we rijden de stad binnen in de stromende regen en met gigantisch veel avondspits. Stapvoets bereiken we de parking aan de kathedraal.

Het miezert nog een beetje als we een parkingticket nemen, maar we halen zo goed als droog de ingang van de kerk. De Cathedral of Our Lady Assumed into Heaven and Saint Nicolas, kortweg Galway Cathedral neemt een prominente plaats in in de stad. Met z’n 44,2 meter is hij best groot . De kathedraal is bijna volledig opgetrokken in de plaatselijke limestone en werd gebouwd op de plaats van een oude gevangenis. Als we de kathedraal binnenstappen langs 1 van de zijingangen worden we overdonderd door de grootsheid en de schoonheid. Het hout in de plafonds, maar vooral het blauwe licht vanuit de hoofdkoepel zijn prachtig.

We lopen er langer dan normaal rond terwijl we ook de vele glasramen bewonderen. Bij het buitengaan maken we even gebruik van het toilet en gaan dan naar de auto om Timber mee te nemen en dan trekken we de stad in.
We maken eerst een rondje rond de buitenkant van de kathedraal en gaan dan richting rivier de Corrib en steken die over via de Salmon Weir Bridge. Deze brug is een voetgangers- en fietsersbrug. Ze is in 2022 geopend. We lopen naast de rivier richting het Latin Quarter en de Spanish Arch.

Het eerste een wirwar van smalle straatjes voor pubs, restaurants en winkels. Er heerst best een drukte maar het is er wel gezellig. Het andere is een overblijfsel van de Middeleeuwse omwalling van de stad. We willen nog een bezoek brengen aan de Saint Nicolaskerk maar die is gesloten. Daarom keren we terug naar de gezellige drukte op zoek naar een plek om iets te eten. De eerste pub waar ik binnenstap klinkt vrolijke Ierse livemuziek. In een hoekje zitten 4 mannen muziek te maken. 1 van hen doet dit met ritmisch met 2 lepels tegen elkaar te slaan. Aan de toog vraag ik of we buiten mogen zitten met een hond, dat mag, alleen is de keuken al gesloten. We gaan verder en bij de volgende pub is het eerste deel voor drank alleen, achteraan wordt er ook eten geserveerd. Ook daar is een terras maar eten wordt niet buiten geserveerd. Uiteindelijk vinden we een plek waar we en buiten kunnen zitten en buiten mogen eten. We bestellen een vissoepje. Heerlijk. Terwijl we eten valt er weer een buitje maar we zitten droog.

Nadien als we naar de auto stappen is het weer droog.
We rijden de stad uit op weg naar een slaapplek en voor ons zien we een volledige regenboog. We vinden een plekje iets voorbij een haven. We staan er eerst met verschillende auto’s van zwemmers en surfers en als die vertrekken, komt er nog een camperbus aan. We kruipen tijdig ons bed in want we zijn moe na deze dag waarin we toch wat reden.

3 juli 2024

Terwijl het hevig waait en ook wat vocht uit de lucht valt, even met Timber op het strand terwijl Leon het dak inklapt. Het is te winderig om daar te eten dus zoeken we een ander plekje op. Terwijl het onderweg blijft regenen, rijden we richting Donegal. We vinden een bijna windstil plekje op de parking van de Aldi. Even snel buttermilk halen want in dit filiaal wel voorradig en dan ontbijten.

Terwijl de parking stilaan gevuld geraakt, rijden wij weer door. Doel van de dag Westport.
We blijven de WAW volgen en slaan af en toe af naar een niet geplande bezienswaardigheid. Op een gegeven moment doen we dit ook op weg naar een kasteel. Door een omleiding komen we nooit bij het kasteel maar de route die we rijden is prachtig.

Ook nu kunnen we blijven kijken naar de ruwheid van de kliffen en het schuimen van de zee als ze aan komt rollen. Op weg naar het kasteel evenals op de terugweg zien we voor het eerst een stukje bos.
Nadat we weer op de route zitten, passeren we aan de rechterkant een meer en hoog aan de linkerkant een waterval: the Devils Chimney. Terwijl we de informatie staan te lezen stopt er een meneertje op een brommer: “nice car, opletten want het is glad, en je hebt pech want als het hard waait dan gaat het water van de waterval terug naar boven, vandaag is dat niet het geval.” Op het bord lezen we ook dat als je van de plek waar we staan de waterval niet kan zien, deze ook niet stroomt wegens opgedroogt.

We rijden verder rond het meer en zien ook nu weer het weer en het landschap continu veranderen. Waar we net bij de waterval zon hadden, hangt er nu een wolk en valt er hoogstwaarschijnlijk regen.
Tegen het middaguur houden we halt bij Dunmoran beach. Tijd voor een wandeling en Timber even te luchten. Het waait er zo erg dat je het zand over het strand naar je toe ziet waaien.

We wandelen tegen de wind in en zijn nagenoeg alleen op weer een gigantisch strand. Op de terugweg komen toch nog een koppel met hondje tegen. Timber vindt het graven plezierig en laat meerdere putten achter. De terugweg verloopt vlotter omdat we nu de wind langs achteren hebben. Terug aan de auto klappen we ons blad naar beneden en lunchen we. Voor vertrek maken we nog even gebruik van de dixie die er staat (altijd handig). We zagen al vaak schapen nu zien we aan de overzijde van de parking een kudde van het befaamde Ierse rundvlees. Ook nu zorgen zon en wolken voor een vrolijk spel in de lucht en zien we onderweg weer 50 tinten groen.
En dan, in een bocht passeert er een lijnbus en zijn we ineens onze rechter spiegel kwijt. Een hels lawaai, bij Leon een vloek, bij mij paniek. Terwijl Leon terug wandelt voor de spiegel loop ik naar het meertje ernaast om even te bekomen. Via Google vindt Leon een garage. Hij vraagt daar een grote bout en zet de arm van de spiegel samen met het restje spiegel zelf weer vast.

Uiteindelijk rijden we enige dorpen verder naar een motorspeciaalzaak in de hoop een spiegel te vinden. Niet dus, maar wel een folie die een spiegelend effect heeft. Dit wordt op de kapotte spiegel gekleefd maar geeft niet voldoende effect volgens Leon. Hij besluit om de goede linkerspiegel op de rechter te plaatsen omdat we die veel nodig hebben en de kapotte op de linkerplek. We kunnen weer rijden. Wat verder blijkt de linkerspiegel niet zo vast te zitten, dus weer even stoppen en met wat extra duc-tape wordt deze vastgezet. We hebben ondertussen veel tijd verloren en Westport halen we niet. Leon vindt op park4night een plekje om te slapen en dit nabij Moore Hall omgeven door een mooi bos. Moore Hall was een woning die op 1 februari 1923 compleet uitbrandde en dit tijdens de Civil War. In 1 van de bijgebouwen die er nog staan wonen vleermuizen. Ronde deze periode zitten er vrouwtjes met jongen. Daarom wordt gevraagd dit huis zoveel mogelijk te vermijden met een hond om de vleermuizen niet te storen. In het bos staan mooie gebeeldhouwde dieren: een vos, eekhoorn, konijn en een das.

Na een wandeling met Timber is het kooktijd. Vandaag een curry met rijst. Net wanneer we willen gaan eten komen er 4 jonge gasten voorbij: “that smels delicious”. Ons bordje was ook snel leeg. Na de afwas nog even buiten gezeten, nu het kon, en dan naar bed.

2 juli 2024

Nadat we gisteravond de auto nog even gedraaid hadden met de neus in de wind, worden we, of beter ik, pas om half acht wakker. Gewoon door de wekker geslapen. Het is wat lastig Timber uitlaten op de straat maar het lukt toch en het water kookt tegen ik weer aan de auto ben.

Het ontbijt verloopt zoals gewoonlijk. We worden wel even opgeschrikt door het geblaf van Timber die blijft staren naar het kerkhof. We weten zeker dat er geen auto of persoon is gepasseerd. Het duurt even voor we hem kunnen overtuigen om te stoppen met blaffen. We hopen ondertussen om het topje van de berg voor ons te kunnen zien maar de top van de Errigal Mountain (met zijn 751m de hoogste top uit de Derryveagh Mountains) blijft door de mist verborgen.
Iets na negen vertrekken we richting Bloody Foreland. Een rotsformatie die deze naam kreeg door de rode gloed die er overhangt bij zonsondergang. We moeten het stellen zonder de zonsondergang maar het uitzicht is ook nu weer de moeite.

Het laatste stukje van de weg kunnen we niet rijden omdat het door een hek is afgezet. Ook te voet lijkt het geen haalbare kaart. Niet getreurd, wat we zagen was al geweldig. Of we verder zouden mogen rijden kunnen we echter niet vragen want we zitten in een gebied waar voornamelijk Gaelic (oorspronkelijke taal in Ierland) wordt gesproken. Ook op school. De wegwijzers hier zijn ook in die taal. Gelukkig staat er bij uitkijkpunten ook een korte Engelse tekst bij. Terwijl we naar de top rijden (en later ook naar beneden) zien we dat hier de stenen muurtjes nog wel als afscheiding worden gebruikt. Vermoedelijk omdat een hek de wind niet zal overleven. De muurtjes zijn in elk geval degelijk gebouwd. Voorts zien we in een tuin een berg turfblokken liggen. We hadden enkele dagen geleden al gezien dat er nog actief turf werd gestoken toen we langs de Wicklow Mountains reden. En dat het ook echt gestookt wordt, ruiken we ook door de rook die ergens uit de schouw komt.


Vandaaruit rijden we nog steeds over de Wild Atlantic Way richting the Rosses. Onderweg nemen we een afslag naar een uitkijkpunt. We rijden langs Donegal Airport en op een grasstrook naast de landingsbaan zetten we onze auto. Deze strook ligt aan een enorm strand. Timber uit de auto en een wandeling over het strand. In de verte staan staketsels. We zagen ze al eerder langs de kust en willen nu toch wel weten waar ze voor dienen. Vermits het eb is, kunnen we ze droog bereiken. Het blijken een soort dubbelgevouwen matten te zijn met daartussen iets. Bij nader inzien is het iets gelijk aan kleine oestertjes. Dat weten we dan ook weeral.

We wandelen verder en Timber heeft weer de tijd van zijn leven . Als een zot over het strand hollen en weer tot bij ons. Af en toe wat graven en weer verder. Door de grasstrook terug naar de auto en snel wat koffie en thee met een koek.
Daarna rijden we verder naar the Rosses. Een gebied met vele meren. De meeste liggen jammer genoeg verborgen in de glooiing van het landschap. Toch zien we er enkele, zowel groot als klein. Het is weer eens wat anders dan de kust. Al zien we die toch ook nog vaak liggen aan onze rechterkant. Af en toe stoppen we om wat foto’s te maken. De omgeving is ook wat veranderd.

Ander groen en ook wat bomen. We rijden door tot Dungloe en hopen op de markt wat vis te vinden. Nadeel: we vinden de markt niet en bij de info vinden we geen plattegrond van het stadje. We lopen er wel een supermarkt binnen. Jammer genoeg geen broodjes voor Leon, geen bananen, geen buttermilk, geen yoghurt. Wat dan wel: frisdrank, chips en consoorten en snoep. Dan maar weer naar de parking voor onze lunch. Ondertussen heeft Leon gezien dat er ook water kan genomen worden in de buurt van de parking. Ik vind het toiletgebouw met ook buiten een kraan voor water. Eerst een sanitaire stop en dan met de emmer om water. Gelukkig maar 3x op en neer en de voorraad is weer aangevuld. Vermits we niet weten wanneer we weer water tegenkomen, proberen we die steeds te vullen wanneer we dat wel doen. We hadden ook een pijltje gezien om vuil water te legen maar vinden de plek niet. Gelukkig is dat niet dringend. We rijden het stadje uit en botsen op een Aldi. De eerste die we zien. Lidl zagen we al vaker. Dus auto geparkeerd en fruit en groenten, wat vlees en yoghurt gekocht. De buttermilk is uitverkocht maar we hebben weer wat voorraad en kunnen zo even verder.
En nu op weg naar ons laatste doel van dag, maar vast en zeker niet onze laatste stop. We rijden richting Slieve League. Volgens de Trotter een must see. De kliffen hier zouden hoger zijn dan deze van Moher en zonder een mensenmassa. Ze behoren tot de hoogste klifformatie van Europa. Onderweg er naartoe stoppen we nog een paar keer om foto’s te maken. Ook rijden we langs een plek waar net nog turf werd gestoken en deze te drogen ligt. Na een steile klim en iets voorbij de hoogte van 300m komen we een koffiestalletje tegen. We nemen koffie en thee en 2 gebakjes en vieren met het lekkers goed nieuws.

We volgen de pijlen tot het bezoekerscentrum. Vandaar vertrekt een pendel naar de voet van de wandeling. Ik hoor of we nog verder kunnen met de auto. Eerst niet maar nadat ze contact opnamen met de parking hogerop, kunnen we verder.
We krijgen een plek toegewezen en betalen voor de parking. We nemen Timber uit de auto en gaan op stap. Jammer genoeg via een asfaltbaan anders kan de pendelbus er niet langs. We klimmen gestaag naar boven met af en toe een pittig stukje en genieten van de uitzichten. Spectaculair en toch weer anders. Onderweg komen we wat schapen op ons pad tegen. Timber doet er niets mee, waarschijnlijk omdat hij nog vastzit en zijn halsband nog om heeft (beide heeft hij niet om het schapen drijven). De pendelbus passeert 3x (teveel). Eens aangekomen op het punt waar de foodtruck staat nemen we foto’s. We besluiten om toch ook naar de top te trekken. Via een met stenen gevormde trap/weg klimmen we naar de top.

Het is wat lastig om Timber in toom te houden want die wil klimmen maar hier laten we hem absoluut niet los want 1m naast het pad is de afgrond. Het gaat goed en we halen de top. We hebben een prachtig zicht op een lager gelegen meer en op de kliffen. En daarna stappen we weer naar beneden, tot aan de auto. Een wandeling van pakweg anderhalf uur.
Tijd voor een slaapplek. We rijden nog een stuk langs de WAW en vinden een plekje aan de zee en het strand. We zetten de auto zo dat we kunnen koken want het waait hier verschrikkelijk. We eten dan ook in de auto. Nadien de auto gedraaid zodat ook nu de neus weer in de wind staat. Terwijl ik typ is het beginnen te regenen. We hadden vandaag nog niets van dat gezien. Het hoort bij Ierland.