Auteur: Elke

30 juni 2024

Goed geslapen en iets voor 7 uur wakker. Terwijl Leon probeert de waterleidinglek te herstellen (deels gelukt) en daarna water kookt, loop ik met Timber op het strand. Ik zie een moedige zwemmer in de zee. Hij blijkt niet de enige te zijn want terwijl we staan te eten komen er meerder mensen in een badjas met fleece richting strand. Ook de sauna met zicht op zee wordt aangestoken. Druk is het er wel maar wij kunnen rustig eten. Na de afwas vul ik alvast de flessen aan het drinkwaterpunt op de parking. Daarna halen we onze emmer boven en vullen onze watertank. We kunnen weer verder. Nog even met Timber op pad. Even langs de straat en dan merk ik nog een strandje. Minder netjes, heel veel wier maar niemand te zien en Timber vindt het prima. Net voor we willen vertrekken komt er een papa met zijn zoontje langs. Je ziet het ventje naar de auto kijken. Papa uit zijn bewondering. Dan komen de vragen: wat voor rare auto is dat, waarom ligt er een wiel op het dak, een vragende blik naar onze lier. Alles uitgelegd en iedereen tevreden.


We zitten nog maar net in de auto of er valt wat nattigheid. Eerder mist dan echte regen. Het eerste deel van de weg ook nog maar na een kwartier is het alweer droog. De mist en de regen hebben ook wel iets, het maakt alles wel wat mystieker. Gelukkig klaart het op. Onderweg worden we nog even gehinderd door enkele schapen op de weg.

Het is nu veel minder dan vroeger omdat me nu ook gaas zet om de weiden af te maken. Vroeger waren dat voornamelijk stenen muurtjes. Een iets of wat springerig schaap kon daar op en over en stond dan op de straat te grazen. De weg die we volgen is weer een erg smal baantje met ups en downs, soms zelfs met gras in het midden van het asfalt. De omgeving is weer prachtig en we stoppen meermaals om foto’s te nemen.
In Culdaff zetten we ons even op een parking aan het strand. We worden begroet door anderen die aan hun camper zich staan om te kleden. Zij komen net uit zee. Vermits honden los mogen op het strand is die een uitstekende gelegenheid voor Timber om wat energie kwijt zien te geraken.

Nu heeft hij er niet zo veel meer over na enkele zware stapdagen. Het is een erg breed strand. We wandelen over het zand, komen nog andere honden tegen die wel willen spelen, maar Timber niet. En na het zand wordt het een wandeling terug naar de auto door de duinen. Timber zoekt de weg. We zitten ook nu weer net in de auto als er wat druppels vallen. Na het eten van een koek en drinken van wat koffie en thee is de regen ook weer weg. We vervolgen onze route richting Malin Head. Het meest noordelijkste punt van Ierland. Net voor de top passeren we een food/marktkraampje. Even stoppen. De dame verkoopt verse krab. Hele of reeds gepelde. We gaan voor het laatste en nemen een potje mee voor bij de lunch. Dan naar de top via een smal steil weggetje. Boven staan er meerdere auto’s maar geen bussen. Enkele mobilhomes redden het wel tot daar.

We vinden een plekje, maken snel een sanitaire stop in de aanwezige toiletten en kijken rond bij de toren. Aan de voet van de toeren staat een aanhanger die ingericht is als koffiebar. Ze hebben goed te doen. We besluiten nog even te wandelen naar Hell’s hole, een rotsformatie/klif 500 meter verder. Het levert toch wel spectaculaire beelden op. Nadien naar de auto en weer verder.
Een goede 10 minuten later vinden we een bijna windvrij plekje om er te lunchen. Wrap met krab. Heerlijk. Als we onze buikjes gevuld hebben, rijden we verder en ook nu stoppen we af en toe voor een foto. Wat we beleven bij het zien van dit alles krijgen we jammer genoeg niet op een foto. In Carndonagh houden we even halt aan een Keltisch kruis uit de zevende eeuw.

Het is meerbepaald het oudste van het land en draagt de naam Donagh Cross. Vermits er veel tijd gaat in de stops en de kleinere wegen besluiten we om door te rijden naar Buncrana en vandaar naar Letterkenny. Volgens de boekjes is er hier niet veel te zien maar is het er vaak druk. Dat merken we zelf nu op een zondag. Lange rijen om door te kunnen rijden aan de rondpunten.
We hebben nog 1 doel op de planning: de Atlantic Drive. Een 15km lange rondrit op het schiereiland Ros Gull. Het is een panoramarondrit (lus) langs fenomenale kustlandschappen en langs de witte stranden in de Tranarossan Bay. Bij het eerste stuk denken we: die rit van gister was toch mooier maar eens aan de kust krijg je van hogerop een prachtig beeld. We stoppen verschillende keren langs de kant van de weg voor foto’s en hopen telkens dat er geen ander verkeer aankomt. Gelukkig kan alleen de lokale bevolking deze weggetjes aan en zien we niet al te veel toeristen.

Van hieruit gaat het naar een slaapplek. We vinden er 1 in de buurt van het Glenveagh National Park (ons doel voor morgen). We zetten ons naast een speelplein en hebben veel bekijks van ouders en kinderen. De normale camperplaats is aan de lokale pub maar deze lag erg schuin en dat is toch lastig slapen. We zijn niet zeker of we aan het speelplein mogen blijven overnachten. We koken alvast en eten ons bordje leeg. Daarna verzetten we ons toch en dit 3 kilometer verder. We staan nu bij of beter achter een kerk. We verwachten hier niet al te veel rustverstoorders. Een rustige plek en even tijd om wat te typen.

29 juni 2024

Wakker geworden van het klotsen van de zee. Met Timber een wandeling over het strand en dan ons ontbijt. Vandaag ook een poging tot reparatie van de lek aan de waterleiding. Heel raar, terwijl met een boel werkmateriaal en onderdelen op pad zijn was er nergens in de camper een slangenklem te vinden. Even tijdelijk hersteld met een tie-wrap. Zo konden we uiteindelijk weer verder. Verder op de Torr Head Scenic Road. Het is inderdaad een erg mooie panoramische route.

Kronkelend langs de kustlijn over bijna uitsluitend single road tracks. Helemaal niet geschikt voor bussen of caravans. Top. Helemaal top wanneer je geen tegenliggers tegenkomt tot de eerste stop. Tussendoor even aan de kant om foto’s te maken.
Eerste stop: Torr Head. Dit is een kaap aan deze kust. Deze plek wordt voornamelijk gebruikt om schapen te houden. Op de top staat een ruïne van wat ooit een huis was. Deze kaap is het dichtste punt tussen Ierland en Schotland, dat over het water op slechts 12 mijl ligt. Op weg er naartoe en in de ruime omgeving ervan vindt men hagen met fuchsia. Deze bloemenplanten gedijen goed in de zoute lucht en het kustklimaat dat er heerst. Zo vormen ze een belangrijke bron van nectar voor de bestuivers. Met even een pittige klim in de benen worden we beloond met een prachtig uitzicht. Mede door de zon zien we Schotland liggen. We zijn er alleen maar terwijl we naar beneden gaan, komen er nog 2 auto’s aangereden.


Wij kronkelen verder tot in Ballycastle. In dit toeristisch stadje met kleurrijke winkels zou er ergens een hardware winkel moeten zitten. Terwijl we etalages bekijken (altijd wel leuk) passeren we een winkel met vanalles. Een beetje Max Korting uit Hulst. Leon toont de man een foto van wat hij nodig heeft en wordt direct naar het goedje geloodst. Blijgezind zetten we onze tocht door de hoofdstraat verder. Even een bezoekje aan een antiekwinkel met enkel antiek en wat tweedehands puzzels. En zo verder tot de COOP. Verwacht hier niet de COOP van in Zweden, eerder een winkel zoals ik hem eerder nog herinnerde van een eerder bezoek aan Ierland. Was het hier in Noord- Ierland dus hetzelfde. Keuze uit wat soorten brood, enkele soorten fruit, enkel verse melk, geen houdbare. Geen getreur, we vonden brood voor Leon, bananen, druiven en komkommer. Voldoende om verder te kunnen tot maandag. Weer naar de auto en nu naar het benzinestation 2 straten verder. Terwijl Leon aan het tanken was even gekeken in de Spar daaraan verbonden. Daar vond ik nog yoghurt en botermelk. Bij het buitenrijden van Ballycastle opnieuw richting de Causeway Coastal Route, zien we het witte strand liggen waarvoor de stad zo bekend is. Even snel wat foto’s en weer verder dit keer naar de Giant’s Causeway.
We zullen deze echter niet in 1 keer bereiken. Onderweg komen we nog enkele stopplaatsen tegen. De eerste is een plek waar we uitzicht heeft op de Carrick-a-Rede. Een wiebelende touwebrug die 30 m boven de zee hangt een verbinding vormt tussen het vasteland en het eiland Carrick. Niet geschikt voor mensen met hoogtevrees en hondjes. De brug begint bij de eerste stap erop al te bewegen. We houden het op het uitzicht net als vele mensen die uit bussen worden gedropt. Al klagen we niet van het uitzicht op het plekje.

Onderweg stoppen we nog af en toe om een foto te maken.
Iets voor één uur komen we aan bij Giant’s Causeway. Parkeren is niet simpel. Parking 1 geeft aan: full. Dan naar de volgende parking. Daar mag je alleen parkeren met een reservatie voor het bezoekerscentrum of lid van de National Heritage. Door naar Parking 3. Daar mogen we als camper niet op. Dus weer naar parking 1. Dit keer kunnen we er wel op en krijgen na betaling een plekje. Schoenen aan, hond aan de lijn en op stap. Boven aan het centrum zien we een plattegrond van de omgeving en mogelijke wandelingen. We kiezen voor de rode op en de blauwe terug. Op stap, wat klimmen, wat vlak. Tussendoor komen we nog een bruid (in het groen) tegen met familie die foto’s aan het nemen zijn. Vergezeld van een vrouwelijke doedelzakspeler. We vervolgen ons pad. Genieten van het uitzicht. De kliffen vervelen niet. Uiteindelijk moeten we langs een trap naar beneden. Wat moeilijker voor Timber zeker als we regelmatig aan de kant moeten voor stijgers en hij moet wachten. Daarna gaat het vlot en aan de kustlijn zien we dan het UNESCO plekje.

Druk want mensen worden er met bussen afgezet. We kunnen er gelukkig toch wat foto’s van maken zonder al te veel mensen op. Spectaculair is het wel en het lijkt of de basaltblokken er zijn neergezet. Deze zeshoekige zuilen zijn echter 60 miljoen jaar geleden ontstaan uit vulkaanuitbarstingen en vormen zo een geologische zeldzaamheid, het enige UNESCO natuurwonder van Noord-Ierland. Nog even via de blauwe route terug en dan naar de auto voor een late lunch. En dit terwijl de buren aan de picknicktafel verder al aan hun afternoontea zijn.
Nu staan er nog 2 geplande stoppen op het programma. De eerste was de old Bushmills distillery, de oudste ter wereld, sinds 1608.

Van toen af dateert de vergunning maar het drankje werd waarschijnlijk al 200 jaar eerder gemaakt. Op de parkeerplaats stonden al vele bussen. We parkeren de camper en volgen de stroom. We hebben niet gereserveerd voor een rondleiding daardoor komen we terecht in de bar en de shop. We kunnen toch nog wat sfeerbeelden maken en rondneuzen in de shop. De prijzen zijn hoog. We schaffen ons een glas aan van Bushmill en de whisky zal voor thuis zijn. Proeven deed Leon al de dag voordien in de pub. We zien veel bustoeristen de degustie van 3 soorten nemen. Het ritme waarop ze die opdrinken zal zeker zorgen voor een lollige sfeer op de bussen. Wij gaan terug naar de auto en rijden verder.
Het was de bedoeling om nog 1 stop te maken maar het worden er ook nu weer meer. We stoppen nog ter hoogte van de ruïne van een kasteel en aan het uitkijkpunt Magaheracross. Een mooie balustrade zorgt ervoor dat je veilig foto’s kan maken van de kliffen beneden. Ook ik neem een foto en dat is geen evidentie met zo’n afgrond onder ons. Onze laatste wandeling is naar Mussenden Temple. Deze staat op het domein van Downhill Demesne. Dit is een groot domein met een voormalig bisschoppelijk paleis. Nu een ruïne (vernietigd door brand) maar nog bewoond tot 1922. De graaf van Bristol en protestants bisschop had gevoel voor architectuur en liet begin 1775 dit huis bouwen. De tempel bouwde hij ter ere van zijn nicht wiens schoonheid hij aanbad. Naar de vier windrichtingen openen een deur en 3 ramen. Het gebouw werd gebruikt als bibliotheek.


Na de wandeling op weg naar Londonderry/Derry, 2 namen voor 1 stad, afhankelijk wie over de stad spreekt. De enige volledig ommuurde stad. Daarom ook Walled City genoemd. Doel was om naar de kathedraal te gaan, de St Eugne’s Cathedral. Bij het binnenrijden van de stad vallen de rijen identieke werkmanshuisjes op, allemaal naast elkaar op een helling. Het beeld dat ik in gedachte had van Londonderry en dat je ook vaak ziet in de Britse detectives. Ondertussen is er ook nieuwbouw. We vinden een plekje voor de auto en lopen snel rond de kerk. Groot, impossant zo tussen de huizen. We verbazen ons over de hoeveelheid auto’s kriskras rond de kerk en fout geparkeerd. Wetende dat de kerk rond deze tijd gesloten is, vinden we toch een open deur. Er is dus een dienst bezig. Door de glazen binnendeur gluren we even naar binnen. De kerk zit vol, een goede verklaring voor de auto’s. Dan weer door naar de auto.

We hebben geen zin meer om nog de gehele stad door te rijden naar de murals. Maar ook in Derry zijn er net als in Belfast muurschilderingen die de strijd daar uitbeelden.
Vanaf nu volgen we de pijlen richting Moville. We rijden Derry uit via vele rondpunten en komen op de goede baan. Ondertussen volgen we de pijlen: “ Wild Atlantic Route volg Moville” Ook nu verloopt de grensovergang naar Ierland (ter hoogte van Muff) erg vlot. Dit keer zien we enkel een bord dat verwijst dat de snelheid nu in km/u is ipv miles/h. Meer is er niet te zien. Vlot en zonder enige stress. En nu zijn we op de Wild Atlantic Route. Een weg die we de komende weken nog meer zullen volgen. Op naar een slaapplek. We vinden er verschillende maar of te druk of te schuin (er zijn nogal veel hellingen in de steden). In Stroove vinden we een plekje op een parking vlak bij een strandje. We zijn nog niet goed en wel uitgestapt of er stopt een Ier met een Range Rover. Hij vindt onze auto de max. Even een praatje. Hij vindt het weer niet zo goed voor juni. Als we dan zeggen dat we blij zijn dat het meestal droog is, krijgen we als antwoord: “ that is true, could be worse”. Dat laatste zinnetje hoorde ik ook in 1981 bij mijn eerder bezoek en werd thuis erg vaak gebruikt. Nadien even met Timber op het strand en dan een snelle hap: wrap met rauwe groenten. Lekker. Moe maar tevreden om weer een mooie, interessante dag kruipen we ons bed in.

28 juni 2024

Heerlijk geslapen. Rondje Timber verloopt door het bos/park. Een mooie wandeling met een stevige klim. We komen uit op een deel van de parking boven ons. Even moeten we wachten op een man met een witte hond die bezig is met de poep van zijn hond op te ruimen. Na zakje drie zegt hij tegen zijn hond: “I think this is all”. We lopen verder achter elkaar. Op de parking spreekt hij me aan. We slaan een babbel over Timber. Het heertje is maximum een meter 65 groot en loopt met een hond die een kruising is tussen een malamut en een Japanse Inu. Groot dus. Voor hem is dit zijn uitje van de dag en ik zie hem nog een paar keer terwijl ik al dan niet vergezeld ben van Timber. We maken voor vertrek nog even gebruik van het toiletgebouwtje dat ondertussen geopend werd en gaan dan echt richting Belfast.


Na een klein half uurtje bereiken we de stad en rijden richting een parking in de stad. Bij het binnenrijden zien we al dat oud en nieuw, vuil en mooi door elkaar staan. Het zal de toon zetten voor de rest van de dag. Parkeerticket tot 18u achter de ruit en op pad. Door een kleine poort komen we op Writers Square net over de grote kathedraal. Deze is nog gesloten, we blijken iets te vroeg te zijn en gaan daarom alvast rond de kerk. We houden even een stop bij The Mac en gaan daarna verder rond de kerk. Wat opvalt bij Belfast Cathedral (= St Anna’s Cathedral) is dat deze geen toren heeft. Er steekt een grote naald uit het dak. Uiteindelijk geraken we helemaal rond en tegen dan is de kerk open. Leon gaat naar binnen om tickets te betalen. Hij vraagt er twee zodat ik er ook alvast één heb. Maar hij komt naar buiten met de vermelding dat ook Timber mee binnen mag. We checken dit laatste nog eens voor de zekerheid, maar het is inderdaad geen probleem. Leon gewapend met de camera gaat op pad. Ik neem mijn telefoon en Timber mee. Hij is erg rustig en houdt Leon de gehele tijd in het oog.

Een erg grote en mooie kerk. Wat opvalt is de lichtinval boven het altaar. Als we wat dichter komen zien we dat de naald die we aan de buitenkant zagen door het dak steek in een lichtkoepel. De naald is zo ook zichtbaar vanuit de kerk en de verklaring van het licht is daarmee ook duidelijk. Binnen in de kerk is er ook een kapel voor de Irish Rangers. De vorm doet ons een denken aan andere Anglicaanse kerken. De kerk is best licht en heeft mooie glasramen. We zijn onder de indruk van het interieur. Voorts zien we mozaïeken en niet echt blijvend maar wel mooi: bloemstukken.
Van hier wandelen we wat verder over de straat en zien de eerste muurschilderingen. In de loop van de dag zal duidelijk worden dat vele panden beschilderd zijn, gewoon als versiering. Op onze tocht komen we zo bij St Patrick’s Cathedral, in tegenstelling met de vorige is dit een katholieke kathedraal. Ook hier valt het volledig houten plafond op evenals de glasramen. Wat erg bijzonder is aan deze kerk, is dat er een deur is naar een columbarium. En effectief is een een mooie kamer hier aan gewijd.


Net als in Dublin zien we vele torens uit de stad oprijzen, al dan niet van een kerk. Ze allemaal bezoeken gaat zeker niet lukken. We passeren sommige kerken die zelfs niet (meer) open zijn. Op weg naar een ander deel van Belfast zien we aan het begin van een woonwijk een boog over de straat. Deze boog bevat onder andere een foto van king Charles. De gehele wij was met vlaggetjes versierd. Voor het EK? Feest? In de straat staat een auto geparkeerd met naast de nummerplaat NI (Noord-Ierland). GB wordt sinds de brexit minder gebruikt en UK ziet men vaker op de auto’s maar dit was de eerste keer dat we NI zagen. De woonwijk zelf bevat veel gelijkende werkmanshuisjes.


Daarna komen we in een minder mooi stuk. Veel graffiti en best wat rotzooi op de grond. Dit naast een nieuw aangelegd speeltuintje omringd door hoge hekken. En dan passeren we de eerste mural (muurschildering) met een betekenis gekoppeld aan het conflict in Belfast. Hierop wordt de dood van Patrick Rooney (9) en Hugh McCabe (20) herdacht zij werden in 1969 vermoord in de hevige strijd.


Als we de voorbereidingen deden voor de reis, werd er veel verteld over een deel van Belfast maar buiten de murals niet over het katholieke deel. We lopen er rond en zien de prachtig, grote St Peter’s Cathedral. Het is de eerste katholieke kerk die werd gebouwd in Belfast en een kleiner versie van de kathedralen in Frankrijk. De kerk was niet gebouwd om als een kathedraal te dienen maar sinds 1986 kreeg ze wel die naam. Onder een stralend blauwe hemel zijn de 2 torens best indrukwekkend. De kerk is langs de buitenkant en aan de stoelen binnen in mooi versierd. Mijn vermoeden wordt bevestigd dat er een huwelijk gaat plaatsvinden. We hebben geluk want om 13u zou de kerk sluiten. Bij het betreden van de kerk valt direct het geel geschilderde dakgebinte op alsook de versiering boven de zuilen en om sommige ramen. De vloer om de doopvond is erg kleurrijk. De blauwe glasramen springen in het oog net als de met zwart en goud afgezette kapel. De zuilen het dichts bij het altaar zijn wel heel speciaal versierd. Jammer dat deze kerk nergens wordt vermeld want meer dan een bezoekje waard.


Achterom de kerk wandelen we terug naar het eerste deel van Belfast. We zien ook hier werkmanshuisjes, de meeste met een voortuintje, dito koertje. Als we richting de brug over de snelweg wandelen, de fictieve grens tussen de 2 delen Belfast, zien we erg hoge hekken met metalen pinnen aan de bovenkant, ook prikkeldraad is aanwezig. Hiermee zijn de tuinen afgemaakt om te voorkomen dat iemand zich zo toegang zou verlenen. Afschrikkend, ook voor ons. De brug zelf is een metalen kooi waar aan de bovenkant ook prikkeldraad is. We voelen ons een beetje geïmponeerd.


Verderop wandelen we voorbij enkele oude, mooie gebouwen. Naam en functie niet allemaal bekend. We zien ook meerdere muurschilderingen. En zo komen we stilaan in het meer modernere deel van Belfast waar net als in Dublin veel glas zijn intrede doet. Als lunch willen we de bekende seafood chowder van Mourne Seafood Bar gaan eten. We vinden de zaak. Bij de buren is er in elk geval ambiance. Ik ga naar binnen om te vragen of we met Timber buiten kunnen eten, maar ik krijg een nee. Hun terras is vernield en nog niet terug opgebouwd. Binnen eten is geen optie want honden niet toegelaten (begrijpelijk). We moeten dus verder op zoek om iets te eten. Bij de buren is het stew als blikvanger maar daar hebben we geen zin in. We krijgen wel als raad om eerst Google te checken of restaurants honden toelaten (hadden we gedaan, en bleek daar ok) en een tip dat ze bij Fish City wel honden op het terras toelaten. En wij op weg. Inderdaad daar kunnen we op het terras. Op de raam zien we dat ze een award wonnen voor hun fish en chips, dus de keuze is snel gemaakt. We krijgen een heerlijk stuk gepaneerde kabeljouw, frieten en een potje erwten (of bonen)puree.

En natuurlijk een flesje vinager en zout. Het smaakt. De vinager in plaats van mayonaise is even wennen. En kop koffie en kannetje thee als toemaat en daarna kunnen we weer verder.
Na het eten komen we in een wel wat kleurrijkere wijk terecht en zien daar Victoria Square, een winkelcentrum. De glazen koepel zagen we al boven de stad uitsteken bij het binnenrijden. Uiteindelijk komen we terecht bij St George’s Market. Een overdekte markt. Dog friendly. Jammer genoeg zijn we wat aan de late kant en zijn de meeste kramen aan het opruimen. Toch is het nog de moeite om door te lopen en het nog aanwezige lekkers te bekijken.


Dan komen we tot de City Hall. Een kolos van een wit gebouw dat even doet denken aan het Victor Emmanuel in Rome. In het parkje voor het gebouw staan standbeelden onder andere van koningin Victoria. Voor het gebouw staat in grote oranje letters BELFAST. We laten ons verleiden om samen op de foto te gaan (met dank aan een onbekende, waar ik eerst de foto voor nam).


Onze tijd vliegt en ik wil nog de murals zien. Dan zien we dat we daar eigenlijk deze voormiddag 500m van waren. Dus de hele wandeling terug. De murals vertellen de geschiedenis van Belfast en zijn getuigen over de burgeroorlog tussen de katholieken en de protestanten. Ze hangen verspreid en vaak tussen murals over sport en de geschiedenis van Ierland. We zien er vele, niet dus alleen over het protest in Belfast maar nu ook over bv. Palestina. In dit deel zien we ook black cabs rondrijden. Van hieruit wandelen we terug naar onze auto.


Rest ons nog een uithoek van Belfast te bekijken: Titanic Quarters. Hier in de dokken werd de Titanic gebouwd. Gezien de afstand gaan we hier met de auto naar toe. We parkeren de auto en zien vooral vernieuwing die aan de gang is. Bouwputten, kranen,…. Deze hoek is 1 van de grootste Europese stadsvernieuwingsprojecten langs het water. Hier vind je ook 2 kenmerkende gele kranen: Samson en Goliath die de skyline aan deze kant domineren. Ze steken meer dan 90m boven de scheepswerf van Harland & Wolff uit. Maar wat echt opvalt is het museumgebouw: Titanic Belfast. Het heeft de vorm van een scheepsboeg en is overdekt met platen reflecterende aluminium. Rondom het gebouw staan ook nog informatieborden. Titanic

Studio’s bevinden zich een beetje verderop. We wandelen rond het bijzondere gebouw, nemen een kijkje binnen. Op de begane grond is er een grote coffeeshop en giftshop. We kopen niets, al was dit de enige souvenirwinkel die we in Belfast zagen. Dus geen herdenking mee vanaf deze plek.
Op weg naar onze slaapplek besluiten we nog een bezoekje te brengen aan Belfast Castle. Al is het dan enkel aan de buitenkant wegens gesloten en met een wandeling door het park te maken.


En van dan af gaat het richting Causway Coastal Route. Een weg die we nog even zullen volgen in Noord-Ierland. Vermits de slaapplek nog even rijden is, brengen we nog eerst een bezoek aan Whitehead. Voor we de promenade met mooie gekleurde huisjes bereiken, zien we een bordje om vuil water en wc te lozen en een punt om water te nemen. Met de emmer vul ik de water tank terwijl Leon de andere 2 voor zijn rekening neemt. We kunnen weer verder en rijden dan echt naar de promenade. In de verte zien we een trein langs de kustrand rijden.
Iets verderop nemen we de afrit in deze route naar Torr Head Scenic Road. Een panoramaroute langs de kust van Noord-Ierland. Het stukje dat we afleggen is prachtig. Vlak langs de kust, door middel van een tunnel door de rotsen. Zeker in de avondzon levert dit wel mooie beelden op. En dan bereiken we onze slaapplek in Cushendun. Naast enkele andere campers, vlak aan het strand op een parking.

Maar vooral vlakbij (50m) de kleinste pub ooit in Ierland. Toen telde de Mary McBride pub enkel de toog en een tafel met 5 stoelen. Nu is ze uitgebreid. Maar de pub blijft wel bekend om haar 50 soorten whisky. Omdat we vlakbij staan en niet meer te hoeven rijden die avond, kan Leon iets van de whisky’s drinken. De keuken is officieel gesloten maar we slagen erin om nog een dessertje te laten maken. Leon neemt (warme) applepie, ik cheesecake, beide krijgen er een stevige schep cream bij. Leon drinkt een Bushmill 10j, ik een thee.

Heerlijk even zo zitten na toch wel een heel vermoeiende maar mooie en interessante dag. Daarna is het hoog tijd voor ons bed.

27 juni 2024

Wat een winderige nacht. Even voelden we ons op de Noordkaap waar we toen we er overnachtten de aanhanger met spanbanden moesten vastzetten om niet weg te waaien. Het geflapper van het dakzeil maakte dat we om zes uur al wakker lagen. Door het venstertje zagen we dat er toch zon opkomst was. Terwijl ik snel Timber uitliet, slaagde Leon erin om water te koken. Koffie en thee heb ik dan wel binnen gezet. Omdat er echt veel wind stond dan toch maar besloten om binnen in de camper te eten.

Na het dak neer te laten en Timber uit te laten verder op weg langs de Old Military Road. Tijdens het ontbijt hadden we nog geen voorbijgangers gespot. Op de volgende 15 kilometer zijn we ook geen auto tegengekomen. Best een desolate omgeving waar we doorreden, zonder bomen, wel met veen en diepe plassen daar (aldus de waarschuwingsborden).

Uiteindelijk passeerden we een meertje in de diepte en toen Leon wilde parkeren op de tegenoverliggende parkeerplaats zeiden we in koor: “ Hier hebben we pasgeleden geslapen”. Blijkbaar hadden we na Dublin ook al een stuk van deze weg gereden. Alleen was het niet zo herkenbaar omdat we nu in de tegenovergestelde richting reden en het na Dublin erg mistig was in die omgeving.
Het laatste stuk hebben we vandaag niet gereden omdat we de ring en vooral Dublin zelf wilden vermijden. Daarom via “tolwegen en snelwegen vermijden” richting Newgrange. Samen met de Knowth en de Dowth vormen deze 3 eeuwenoude ganggraven een stuk UNESCO werelderfgoed. Newgrange is de grootste, the Knowth eigenlijk interessanter omdat er meer schatten liggen. Alle 3 zijn het neolithische graven. Ze horen bij de belangrijkste van Europa en zijn ouder dan de piramides in Egypte of zelf Stonehenge. Binnen in het graf vonden ze de overblijfselen van 5 mensen. Uit DNA-onderzoek blijkt dat dit afkomstig is van afstammelingen van het huidige Turkije, ook al komt er bij de Ierse bevolking geen Turks DNA voor. Bij aankomst daar was het eerst even koffietijd. Daarna trokken we richting bezoekerscentrum. Timber moesten we achterlaten in de auto. Gelukkig was het vandaag Iers weer. In het bezoekerscentrum kregen we te horen dat alle rondleidingen voor vandaag volzet waren. We hadden niet op voorhand gereserveerd omdat we niet zeker waren of we het zouden halen. We konden nog wel mee met de toer van half 2 maar dan was het enkel voor de buitenzijde. Die geboekt.


Omdat er nog wat tijd was even verder gereden naar het domein waar de slag van Boyne was uitgevochten. Dit was de belangrijkste veldslag/oorlog in de Ierse geschiedenis en vond plaats in de 17de eeuw. Hierbij werd de katholieke koning afgezet en vervangen door zijn protestantse dochter Mary en haar man Willem III van Oranje. James wou zijn troon terug en daagde Willem uit ter hoogte van de rivier Boyne. James verloor met zijn ongeoefend katholiek leger. Hierdoor werd Ierland protestants voor de volgende 300 jaar. In het park mocht je wandelen en waren honden toegelaten. De tuinen uit die tijd waren niet toegankelijk voor honden, dus niet bezocht. Tijdens onze eerste stappen op het domein kregen we onze eerste Ierse bui over ons. Onze jas lag nog in de auto. Even schuilen onder een dikke boom en toen de bui bijna over was toch maar snel onze jassen gaan halen. Gelukkig want koret daarna kwam er een tweede korte bui gevolgd door veel zon. Na de rondwandeling terug naar Newgrange. Op tijd om via 3 bruggen naar de pendelbus te stappen. Om half 2 vertrok deze. Ter hoogte van Newgrange stond een gids ons op te wachten. Ook zij vertelde wat ik eerder schreef. We kregen ook nog enkel grote stenen te zien met neolithisch schrift op. De eigenlijke restauratie van het graf is gestart in 1968. Aan de buitenmuur alleen al werd 10 jaar gewerkt. Uit onderzoek bleek dat de witte stenen uit het Wicklowgebergte kwamen, 70km verder en dit in de tijd dat er geen wiel of paarden waren. Bewonderenswaardig. Het gat boven deur zorgt ervoor dat bij de winterzonnewende het zonlicht op 21 december precies de grafkamer kan binnendringen. Daarmee is dit het oudste zonneobservatorium ter wereld.

Na onze toer waarin we nog meer uitleg kregen, was het terug naar de shuttle en zo naar het bezoekerscentrum. Even nog snel naar de tentoonstelling aldaar gekeken en dan naar de auto. Etenstijd. En daarna op weg richting Noord-Ierland en Belfast.
Al een hele dag wat stressig in verband met de grensovergang. We gingen tenslotte weer naar UK en hadden de overgang in Calais nog in gedachten maar alles voor niets. Terwijl ik op de kaart aan het zoeken was wanneer we nu eigenlijk de grens zouden overgaan, bleek dat we eigenlijk al lang in Noord-Ierland aan het rijden waren. Het viel ons vooral op aan de verkeersborden en de parkings die ineens in miles werden aangegeven.

Gestaag in de avondspits vorderden we richting Belfast. We staan nu op een parking bij een hoge toren ter hoogte van Newtownards met uitzicht over Strangford Lough. Bij mooi weer zouden we Belfast kunnen zien liggen. Jammer genoeg valt er regelmatig wat nattigheid.

26 juni 2024

Rond half zeven wakker. Een korte blik door het raampje gaf: ZON. Terwijl de buren verder sliepen was het bij ons het gewone ritueel. Na het ontbijt werd het dit keer met 3 op wandel. Een tocht aan de andere kant van de straat. Omdat we niet meer zo vlot zijn, werden de stokken meegenomen. Ieder één. Toch wel handig zo’n derde steunplek zeker nu het echt de diepte inging. Bestemming: het meer dat al van gisteren ligt te lonken. Leuke wandeling.

Vermits we gisteren in Dublin vele honden los zagen lopen, hebben wij dat vandaag met Timber ook gedaan. Een stuk veiliger, zeker bij een afdaling. Timber heeft vast de weg die wij deden 4x gelopen. Hij was in zijn element. Eens het meer bereikt even genoten van de stilte en de omgeving. Geprobeerd een iets ander weggetje terug naar de auto te nemen. Toen we daar aankwamen waren de buren bezig hun daktent toe te doen. Vermits we alles al hadden opgeruimd voor de wandeling, moesten we enkel schoenen wisselen.
En dan een stukje weg van gisteren terug richting Powerscourtwaterval, grootste waterval van Ierland. Sommige weggetjes die we moesten nemen maakte dat we af en toe een keer extra moesten steken om de bocht om te kunnen nemen. Ondertussen zijn we er al achter dat de Ieren best vriendelijke mensen zijn. Zelfs als je aan de kant staat voor een foto te nemen, stoppen ze om te vragen of alles in orde is. Ook nu reden we net als gisteren over een kronkelige baan. Met het verschil dat we dit keer wel de mooie omgeving konden zien. Verder valt het ons op dat de verkeersborden, uitgezonderd het stopbord, anders zijn dan we gewend zijn. Het zijn gele ruiten met daarop een iets minder stijf persoon of kinderen. Het heeft even geduurd voor we het doorhadden dat het altijd zo is en niet toevallig.
We bereikten de waterval maar hebben ze niet bezocht. Voor één keer niet het grootste bekeken. Ze vroegen een inkom van 7,50 euro per persoon. Dat vonden we wat overdreven voor een natuurlijk iets. Dan maar door naar Glendalough. Dit is een oude religieuze vestiging die volgens de boekjes in een sprookjesachtige natuur gelegen is tussen watervallen en imposante eikenbossen. Het is één van de oudste christelijke kloostervestigingen van Europa en was vroeger een pelgrimsoord. Aangekomen daar moesten we 4 euro betalen voor de parking. Blijkbaar een bekende trekpleister want de parking stond al stevig vol. Voor we naar het plekje gingen wandelen eerst even koffie en thee en dan een sanitaire stop bij het bezoekerscentrum. Het was er erg druk. Er waren net enkele bussen toeristen (voornamelijk Amerikanen) gedropt. Daarna over een weg richting vestiging. Jammer genoeg was de weg door het bos geasfalteerd tot aan de plek. Tijdens het rondlopen en bekijken van de ruïnes was het, gezien de drukte, niet evident om foto’s te maken. Het is dan uiteindelijk met veel geduld toch gelukt.


Nadien terug naar de auto om te lunchen. We besloten om tot aan Upper Lake te wandelen en te kijken welke wandelingen daar nog konden worden gedaan. Stapschoenen aan, rugzak vullen met voldoende drank voor ons en Timber (nodig met de zon die er was) en appels. En weer op pad richting Upper Lake. We passeerden eerst Lower Lake. Een iets kleiner meertje. Even Timber laten pootje baden en weer verder richting bezoekerscentrum Upper Lake. Daar hebben we een wandelkaart opgehaald. We besloten om wat wandelingen te combineren. Eerst stapten we nog tot Upper Lake. Ook hier wilde Timber niet al te ver in het water maar toch heeft hij zijn pootjes verfrist. Vanaf het Lake ging de tocht richting Poulanass waterfall. Een mooi stukje door het bos en een riviertje dat vanuit de waterval door een kloof loopt. Verder ging de wandeling een pittig stuk de hoogte in zo hadden we een overzicht over de vallei. Daarna gingen we terug naar beneden om een stuk van een andere wandeling te volgen. Opeens kwamen we een bank tegen. Even op gezeten en appeltje gegeten. Vanaf de bank had je een goed overzicht over Upper Lake. Voorts hebben we een poging gedaan (uiteindelijk gelukt) om een selfie te trekken met de nieuwe stick. Dat liep niet helemaal volgens plan en zorgde voor best wat hilarische momenten. Voordeel hierdoor is wel dat we lachend op de foto staan. Weer een beetje opgeknapt onze weg vervolgd. De oranje wandeling liep voornamelijk over een grindweg. Eerst nog een beetje klimmen en daarna haarspelbochten nemend naar beneden.
Bijna op het einde stond er nog een bordje: Saint Saviour’s church. Ook een ruïne van een Middeleeuwse kerk. Deze was te bereiken vanaf de eigenlijk wandeling over een weggetje door het bos. Wat een verademing. Niemand daar, dus snel foto’s genomen. Voor Timber weer een holmomentje. Terwijl Leon binnen in de ruïne zat, liep ik buiten. Ik had de riem van Timber aangehouden bij hem maar hield hem niet vast. Hij holde steeds tussen Leon en mezelf. Hij had duidelijk na al het geklim en gewandel nog energie over. Eens terug uit het bos ging het in rechte lijn naar de auto. Even op de stoeltjes gezet en om te bekomen en te bekijken hoe we verder zouden kunnen gaan.

Voor vertrek nog even de watertank gevuldmet behulp van onze emmer en he kraantje aan de toiletten. We besloten om vandaag nog over de Old Military Road te gaan. Leon vond er 2 slaapplekjes op 2 kilometer van elkaar. De eerste was vlak bij een riviertje die resulteerde in een waterval, de Glenmacnass Waterfall.

Een grote grindplek, erg druk en het was niet makkelijk, zelfs niet met blokken, om de auto recht te zetten. Dan maar naar een volgend plekje: minder groot , veel wind en geen toerisme in de buurt. Hier staan we dan. Geen internet. We lazen onderweg nog net dat de Belgen eindigden tegen Oekraïne met een brilscore. We kookten hier maar omdat er best veel wind stond, hebben we binnen gegeten. Dat was iets aangenamer. Hopelijk blijven we hier alleen staan en worden we morgen ook weer wakker met de zon.

25 juni 2024

Na een goede nachtrust iets voor half zeven wakker. Terwijl ik met Timber over dijk en strand ging, kookte Leon het water voor thee en koffie. Ondertussen was het een voorbijkomen van lopers. Duidelijk een goede plek voor een loopsessie voor het werk of school. Ook vele hondjes werden uitgelaten. Net voor het ontbijt een babbel met de buurman over zijn nieuwe, nog niet ingerichte van met enkel een bed. En hoe tof ons concept wel was. Na het ontbijt en de afwas nog even met Timber over het strand zodat zoals steeds Leon tijd kreeg om het dak naar beneden te doen.

En dan op pad. 8u15 is misschien niet de beste tijd om een stad als Dublin in te rijden. Schoolgaande kinderen met of zonder uniform samen met de ochtendspits zorgden ervoor dat we alvast niet met overdreven snelheid richting centrum reden. Iets na onze slaapplek reden we door een wijk met grote, prachtige huizen. Vele herbergden één of andere ambassade. Vermits ze verstopt zaten achter grote bomen, konden er geen foto’s worden genomen.
Leon had een parking gevonden iets buiten het centrum met controles maar wel betalen: 10 euro voor een dagticket viel best mee als je de prijzen in het centrum bekeek. Vermits hier geen hoogtebeperking was een ideale plek voor ons en onze camper. Auto geparkeerd, alles ingepakt en op pad. We stonden geparkeerd aan de achterzijde van een kerk: Saint Mary Immaculate. Niet op de planning maar wel een bezoekje waard. Terwijl Leon binnen was, kwam de portier naar mij met de vraag of hij Timber even moest vasthouden, dan kon ik ook naar binnen. Beleefd uitgelegd dat ik toch wel even buiten zou wachten tot Leon terug was en dan zou wisselen. Een erg mooie kerk, prachtig versierde plafonds, de aan de buitenzijde koperen koepel was aan de binnenzijde ook erg kleurrijk.


Nadat ook ik een bezoekje bracht gingen we verder op ontdekkingstocht richting centrum Dublin. Onderweg uitkijkend voor de trams en de bussen maar toch vlot naar St Stephen’s Green. St Stephens Green was ooit een drassig gebied. In 1880 werd het park, zoals het er nu bijligt, aangelegd. Tussen de bloembedden staan standbeelden van beroemde inwoners van Dublin. Aan de westzijde van het park staat het indrukwekkende Royal College of Surgeons. Dit gebouw werd tijdens de opstand van 1916 bezet. De kogelgaten zijn nog steeds zichtbaar. We konden het jammer genoeg niet nakijken want het gebouw stond in de stellingen. In het park zelf was de waterval opgedroogd. Toch was het er mooi en erg rustgevend. Na een wandeling door het park was het tijd voor een sanitaire stop in het St Stephen’s Green Shopping Centrum. Buiten een bezoekje aan de toiletten was het vooral een indrukwekkend omwille van de grote hoeveelheid glas die er gebruikt was. Aan de uitgang van het centrum stond ik even op Leon te wachten toen een agente op me afstapte om te vragen of ze Timber mocht aaien. Dit toch maar niet toegelaten. Vermits het shoppingcenter aan het begin van Grafton Street staat, besloten we om deze in te lopen. Grafton Street is Dublins populairste en meest trendy winkelstraat.

Deze straat staat vooral bekend om zijn getalenteerde straatartiesten. Jammer genoeg blijkt het tot 11 uur levertijd bij de winkels en stond er een hele rij (vracht)wagens voor de etalges. De straatartiesten zagen we niet maar op elk kruispunt stond er wel een bloemenkraam. Toen we een zijstraat inkeken zagen we een kerk: St Anna’s Chruch. Even de straat verlaten en een bezoekje aan de kerk gebracht. Een erg sobere kerk maar dat maakte ze juist bijzonder. Daarna terug richting Grafton Street. We passeerden er Bewley’s Café, Dublins meest iconische café.


Vandaar ging het naar Trinity College. We passeerden aan de overzijde eerst het Irish Whiskey Museum. Leon bracht snel een bezoekje aan de shop maar niet aan het museum. Vermits honden niet zijn toegelaten in het Trinity College was het weer om beurten een bezoekje brengen. Hoe gigantisch groot is dit. Trinity College is de meest prestigieuze universiteit van Ierland, opgericht door koningin Elisabeth I op de plek van een voormalig klooster. Het was eerst een protestantse universiteit. Pas in 1793 werden katholieken ook, onder bepaalde voorwaarden, toegelaten. Nu studeren er studenten van uiteenlopende achtergronden. Het heeft prachtige tuinen en mooie gekasseide pleintjes. Indrukwekkend.


Van daaruit ging het verder naar Suffolk Street. Hier staat het bekende standbeeld van Molly Malone. Zij was een straatverkoopster. Samen met haar kar is ze gegroeid tot een belangrijk symbool in deze hoofdstad. Haar levensverhaal wordt gezongen in het lied ‘Cockels and Mussels’.

Een drukte van belang om het standbeeld aan te raken en er samen mee te worden gefotografeerd. Sfeervol op de achtergrond stond een jongeman met gitaar het liedje te zingen. Ik heb uit volle borst meegezongen. Hij vond dat wel leuk.
Onderweg kwamen we nog leuke straten tegen tot we plots voor South City Market stonden. Gek genoeg mochten honden er ook binnen. Dus met 3 een bezoekje gebracht en even naar de winkels, bars en boetieks gekeken.

Wat verder passeerden we Whitefriar Street Church. Van de oorspronkelijke kerk is er nog maar 1 houten beeld over. De rest van de kerk ging in vlammen op tijdens de reformatie. Uiteraard kreeg deze kerk ook een bezoek.
Op weg naar St Patricks Cathedral een kort rustmomentje in St Patricks Park. St Patricks Cathedral is de grootste kerk van Ierland. Een bezoekje waard dus. Hier was het 10 euro inkom per persoon. Leon ging gewapend met zijn camera de kerk in. Ik wachtte buiten.

Even later zouden we het omgekeerde doen bij Christ Church Cathedral. Dit is het oudste gebouw van Dublin. Een prachtige kerk waar vooral de kleurrijke vloer in het oog sprong.

Na de kerken was het tijd voor Dublin Castle. Door een grote poort naar binnen. Op de binnenkoer hadden we een overzicht op verschillende gebouwen. Het leek ons eerder iets vergelijkbaar met het College dan een kasteel. Dublin Castle werd in de dertiende eeuw gebouwd op een plek van een vroeger Vikingsfort. Het speelde een belangrijke rol in de Ierse geschiedenis. Gedurende 7 eeuwen zetelde het Engelse gezag hier. Nu is het een overheidsgebouw. Van het oorspronkelijke gebouw staat alleen de zuidoostelijke Medieval Tower of Record Tower nog overeind. De rest van de gebouwen is vanaf de 18de eeuw stap voor stap toegevoegd en dit na een brand in de 17de eeuw. Het kasteel werd in 1922 officieel overhandigd aan Ierland toen de Ierse vrijstaat werd uitgeroepen. Eigenlijk heeft Dublin meerdere kastelen. De andere zijn meer uitkijktorens die buiten de stadsmuren werden gebouwd. Ze zijn wel een evenbeeld van het eigenlijke Castle en werden zo driemaal herhaald omwille van de mystieke betekenis van het getal 3. Deze kastelen zijn eerder vertegenwoordigers van de drie poorten bij de oude Vikingstad dan echte kastelen. Meerdere kastelen bouwen is nog een erfenis van in de tijd van de Kelten. Toen werden er meerdere kastelen gebouwd om het territorium te beschermen. Dit was nodig, zeker gezien het tumultueuze verleden van Ierland dat gekenmerkt werd door invasies, veldslagen en territoriale geschillen.


Uitgehongerd steken we de rivier over en komen bij een pub: Slattery’s Bar. Binnen vraag ik of we met Timber op het terras mogen zitten. Van de barman krijgen we groen licht. Net wanneer we zitten komt er een serveerster ons wegjagen. Geen honden meer op het terras. Ze hadden enige tijd geleden een probleem en sindsdien mogen er geen honden meer komen. We gaan verder en komen terecht bij the Black Sheep. Daar is het tegenovergestelde. Op de vraag of we buiten mogen zitten met Timber wordt er geantwoord: je kan ook binnen zitten. Terwijl we de kaart bekijken krijgt Timber een bak water en een grote hondenkoek op een bordje. We bestellen Galway stew met puree. Lekker en nemen nog een thee en koffie.


Weer wat uitgerust en de honger gestild trekken we richting The Winding Stair. Dit ligt aan de voet van de Ha’penny Bridge en is één van de oudste boekenwinkels van Dublin maar is eigenlijk een restaurant.

We steken de brug over. Het is een gietijzeren brug die leidt naar Temple Bar een 1 van de meeste gefotografeerde plekken in Dublin. Ze dankt haar naam aan het feit dat je vroeger een halve penny moest betalen om ze te mogen oversteken. We kuieren door Temple Bar richting Love Lane.


Een sanitaire stop in Dublin Council waar we hoopten om de Wood Quay te zien. Het enige stadsdeel dat nog op houten palen stond. Jammer genoeg zijn er herstellingswerken en kunnen we ze niet bezoeken. Onderweg passeren we nog Audoen’s Arch, de enige overgebleven stadspoort van de oude stad. Van de Audoen’s boog naar de gelijknamige kerk. De oudste nog bestaande Middeleeuwse kerk van Dublin. We lopen er eerst rond en bekijken ze dan om de beurt. De inkom is gratis en terwijl Leon de kerk bezoekt, voer ik een heel gesprek met de portier over Timber. De kerk zelf is een groot deel een ruïne maar heeft toch nog een actief deel dat is overgebleven. Onderweg zien we in het voetpad enkele gekke tegels.

Na nog wat straten te hebben bezocht is het tijd voor onze afternoon tea. We houden halt en bestellen lemonpie en almondcake met koffie en thee.


Ons laatste doel is de straten om Merrion Square. Deze zijn bekend om hun gekleurde voordeuren.

Van daaruit wandelen we nog langs het water richting auto. We hadden een ticket tot 18 uur en komen om 18u15 weer aan de auto. In een iets minder drukke avondspits rijden we Dublin uit. We passeren nog vele bussen. Onderweg richting Wicklow Mountains komt er mist opzetten. Het is best spannend om over de kleine wegen naar boven te rijden naar onze slaapplaats. We vinden een plekje met voor ons mistig groen.

Er stopt een auto met 2 jongemannen en vislijnen. We begrijpen het niet tot plots de mist optrekt en we lagergelegen een meer zien. Daarna stopt er nog een auto: een Landrover met daktent en een jong koppel. Er komen nog wat auto’s die telkens maar even blijven. Uiteindelijk duiken we moe ons bed in.

24 juni 2024

Het werd een heel verkwikkende nacht. Heerlijk geslapen tot kwart voor 7. Het klassieke: rondje Timber, Timber eten geven en koffie en thee zetten. Daarna alles verplaatsen naar de picknicktafel. Timber kon daar los want alles was met draad of hekken afgesloten. Maar zoals steeds bleef hij bij ons en lag uiteindelijk terwijl wij aten aan Leons voeten. Genietend van het uitzicht en het ontbijt was het toch weer even een rustpuntje.

Daarna even snel afwassen en de ramen van de auto poetsen en terwijl ik nog met Timber in het bos ging, kon Leon het dak neerlaten. Toen gingen we weer op pad met bestemming Holyhead en de boot naar Ierland. Onderweg een paar keer stoppend voor een foto van het prachtige landschap. En ook om te tanken. Het links rijden gaat vlot, af en toe nog eens nadenken om juist een straat in te draaien als er een vluchtheuvel in het midden ligt. Rondpunten vind je hier bij de vleet. Ze zijn wel erg makkelijke te nemen want hier heeft rechts gewoon voorrang.


Onderweg flirten we met de grens tussen Engeland en Wales. Dan was het even Engeland dan weer Wales. Een koffie/thee stop rond half elf met eveneens een sanitaire stop. En dan weer verder. Genietend van het landschap van Wales. Verwonderd dat er toch wel best hoge toppen in de omgeving liggen, tongtwistend de namen van de steden bekijken en een poging doen (verder gaat het echt niet) om de woorden in het Welsh te lezen.
Jammer genoeg hebben we ook enkele keren een kleine file. De eerste keer door werken, de tweede keer toen we over een oude brug moesten en iedereen op 1 rijstrook moest. Voorts zijn we verbaasd dat tractors gewoon over de snelweg rijden. Enkele tunnels door de heuvels stonden ook op de route. Voor alle duidelijkheid: voetgangers, fietsers, ruiters en paard met kar zijn niet toegelaten in de tunnels en verder dien je op de snelweg op te letten voor overstekende schapen. Men weze gewaarschuwd.


Zo kwamen we rond half twee aan in Holyhead. Bij het binnenkomen viel een spectaculaire brug op. We volgden niet de weg naar de ferry maar naar het centrum. We parkeerden onze auto aan de zijkant van de baan en klapten de tafel open. Zo konden we een beetje in de schaduw lunchen en dit met een fantastisch uitzicht op de zee en de boot. Enkele inwoners stopten voor een praatje. Wel leuk. Ook al spreekt een groot deel van de bevolking Welsh, deden ze toch de moeite om verstaanbaar Engels te spreken. Gelukkig want het andere is niet echt vlot verstaanbaar. We houden ons hart al vast voor Ierland als ze Gaelic gaan praten. Benieuwd.
Na het eten nog even met de auto naar een uitkijkpunt. Auto geparkeerd en dan te voet verder naar Soldiers Point House. Een oude vesting zo leek het wel. De wandeling naar de vuurtoren gingen we gezien de tijd niet redden. We zagen enkele mooie baaitjes en ook hoe helder het water er is.

Op de terugweg even gestopt met de auto voor een foto van enkele varkens voor Tantan. Mooi roze waren ze nog. Daarna was het naar the Port of Holy Head in de rij voor de boot. Terwijl we stonden te wachten kwamen er toch enkele mensen wat commentaar geven over de auto. 1 man zei ‘why don’t you drive through the water with this car?’ Rond half vier konden we langs de incheckbalie rijden.

Toen de woorden: ‘You have a dog’ werden uitgesproken, sloeg mijn hart toch even een tel over. Gelukkig bleef het bij ‘Okay’ en kregen we een bordje om op te hangen met een hondenpootje op. Daarna moesten we eigenlijk langs de controle van de auto maar we kregen ook hier weer: ‘ drive trough’ te horen. Zo konden we naar T5 rijden. We kregen zo de andere kant van de brug te zien. Daarna was het wachten. Diezelfde man van eerder kwam nu vragen wat er nu zo speciaal aan onze auto was dat we gewoon zonder controle mochten doorrijden. Een uurtje zouden we nog tijd hebben. Tijd om alvast wat te typen van de dag voordien. Er stonden hier in elk geval meer voertuigen dan bij de boot naar Dover. Iets over half vijf begon het inschepen. Wij waren dit keer bij de laatsten die aan boord mochten. 3 auto’s na ons ging de deur toe. Er werden spanbanden bij de auto gelegd en toen we uitstapten zagen we dat de bussen voor ons er al mee vastgezet waren. Verwachten ze woelige zee of doen ze dit standaard? Het laatste blijkbaar. Ook hier kwam 1 van de mensen die de auto’s vastzetten zeggen dat we een mooie auto hadden. We gingen dan maar naar dek. Thuis hadden we besloten dat we aan boord zouden eten vermits we rond 19 uur zouden aanleggen in Dublin.

We kozen voor een chicken curry met rijst. Makkelijk en lekker. Tijdens de overvaart een zee (letterlijk) van tijd om de tekst te typen.
Kwart over zeven zijn we aangemeerd. Eén van laatste aan boord, één van de eerste van boord. Auto’s en dieren moesten rij 4 volgen. Netjes gedaan, alleen de laatste pijl voor de dieren hebben we gemist. Deze zagen we pas bij het aanschuiven aan de douane. De voorgangers werden grondig gecontroleerd(achteraf gezien waarschijnlijk Britten). Ik zat klaar met de 3 paspoorten (ook dat van Timber indien nog nodig) maar toen we aan het loketje kwamen, kwam de vraag: “Which nationality?” “NL en B” “Okay, have a nice day, you can drive further”. En dat was het dan, we waren in Ierland. Leon had uiteindelijk nog een plekje gevonden om te slapen. Lang op voorhand hadden we thuis naar slaapplekken gezocht. We vonden toen 2 campings buiten Dublin met een busrit van minstens 1 uur naar de stad. Probleem met bussen is: honden zijn welkom maar het hangt van de goodwill van de chauffeur af of ze echt mee mogen. Dus het kan zijn dat je wel in Dublin geraakt met de bus en Timber, maar niet terug. Dit risico wilden we niet lopen. Gelukkig had Leon dus nog een andere app gevonden want via Campercontact werden er ook geen plekken kenbaar gemaakt. We staan nu op een parking aan het strand aan de buitenkant van Dublin: Sandymounth Beach.

We krijgen een beetje Helsinkigevoel. Na het parkeren hebben we over de dijk en het strand nog een mooie wandeling gemaakt. Timber kon lekker loslopen op het strand. Andere honden werden straal genegeerd en verder dan 5m van ons kwam hij niet. Lekker. Terwijl we achter de camper zitten met zicht op zee, typ ik het laatste stukje van vandaag en lees Leon wat op zijn telefoon. Een heerlijke dag. Hopelijk een rustige nacht.

22/23 juni 2024

Zaterdag 22 juni en zondag 23 juni 2024
Na een stressvolle dag met inpakken en taarten maken eerst naar het Midsommarafton om samen met de rest van de Zweedse klasgenoten Midsommar te vieren. We vertrokken daar vroeger om ons thuis nog om te kleden en het laatste in te pakken. Klokslag half tien reden we de straat uit richting Calais. Vermits de Zelzatetunnel afgesloten was, werd het een tochtje over de baan naar Axel om dan de Tractaatweg te nemen richting westelijk deel van de R4. Ter hoogte van Drongen kregen we nog een heel plaatselijke hoosbui over ons. Van dan af ging het in de donkere verder zonder hindernissen tot de inchecking in Calais.


Aan de incheck van Irish Ferries ging het iets minder vlot. Tickets en paspoorten waren in orde. Dat Timber meeging was ook geen probleem. Maar… zijn paspoort, dat was het duidelijk wel. Om sommige landen zoals Zweden en het Verenigd Koninkrijk binnen te komen met een hond dient deze te worden ontwormd 24u tot 120 uur op voorhand. Vermits we dat al vaker deden was de plek daarvoor bestemd in zijn paspoort vol en had onze dierenarts dit achteraan in het boekje geschreven. Bij de Zweedse overgangen gaf dit nooit eerder problemen, nu dus wel… de Brexit hé. We werden daarom doorgestuurd naar het kantoor van Irish Ferries om daar een formulier in te vullen en dan konden we toch gaan. Een erg vriendelijke bediende gaf het formulier, niet goed begrijpend waarom zijn collega hem had doorgestuurd. Terwijl ik het document invulde kwam de “chef” binnen. Die was van oordeel dat we dat formulier niet moesten invullen maar een document moesten laten ondertekenen door onze dierenarts en dan konden we later inchecken. Op onze reactie: het is half één ’s nachts, dat gaat het niet worden., kwam: “ ja dat is best lastig. Terwijl we in het Engels aangesproken werden, waren de collega’s onderling in het Frans bezig. Nog wat gediscussieer van onze kant zowel in het Engels als in het Frans (jawel!!) maakte dat de chef begon te twijfelen. Ook het feit dat we dan de boot in Holyhead zouden missen, maakte het hem moeilijk om bij zijn standpunt te blijven. De ene die ons eerder bediende, was veel toeschietelijker en vond het eigenlijk allemaal dikke zever. Er werd ook nog verteld dat we misschien beter een uurtje vroeger hadden gekomen, dan hadden ze de collega’s in Dover nog kunnen op de hoogte stellen en was het geen probleem geweest. Toen ik uiteindelijk vroeg wat nu het belangrijkste was dat de hond het juiste pilleke op het juiste moment kreeg, ondertekend en gedagtekend door de dierenarts of dat het op de juiste pagina moest staan, ging hij helemaal overstag. We kregen onze boardingpapers uiteindelijk dan toch en werden zelfs in het Nederlands verder geholpen. De eerste bediende had een Vlaamse moeder. Het was echt wel stress next level. Konden we echt missen na een vermoeiende dag. Doordat we op tijd waren en de boot vertraging had, hadden we een vroegere boot. Eigenlijk de boot op ons beoogde vertrekuur. Bij de controlepost voor de auto’s om te zien of er geen verstekelingen in zitten, mochten we dan weer gewoon doorrijden. Even in de lijn voor de boot wachten en dan inschepen. Vlot. Het waren, denk ik 11 auto’s en 7 vrachtwagens die aan boord reden. Even rondje over dek 7 en 8 en dan een hoekbank aangeslagen en ons neergelegd voor een dutje. We sliepen toch ruim anderhalf uur en werden gewekt toen er iets werd omgeroepen. Nog even een kort bezoekje aan de taxfreeshop om te kijken naar de prijzen van de whisky en dan weer naar de auto. De haven van Dover uitrijden was ook nog een stevige tocht. Daarna netjes linksrijdend richting Londen.
Vermits we vroeg op de zondag ter hoogte van Londen waren, was het er wel al druk maar geen file of oponthoud. In een voorstadje van Londen getankt en dan op de parking van de plaatselijke vereniging rond half vijf even halt gehouden voor koffie en thee. Terwijl we de parking opreden, stak er een vosje over. Dat stapte verder, keek wat wij deden. Stopten wij, dan hij ook, reden wij , dan ging hij een beetje verder. Uiteindelijk stopte hij verderop het grasveldje en ging zitten toen de auto werd stilgezet. Toen Leon uitstapte voor een foto te maken, ging hij ervandoor.

Even met Timber een rondje langs het plein en de vijver die er lag en weer verder. Rond half zeven dan een langere stop met echt ontbijt dit op een parking met een winkelcentrum (voornamelijk eten) en ook een hotel. Hier lag een stukje bos met ook een vijver. Ideaal voor een rondje met Timber. Naast ons stonden 8 getunede BMW’s te blinken.

Uiteindelijk weer verder. Vermits ik tijdens de rit al meermaals in slaap was gedommeld, besloot Leon om toch even op de parking van een servicecentrum (zelfde soort als bij ontbijt) te gaan staan. Daar hebben we het dak van de auto opengeklapt en anderhalf uur geslapen op bed. Dat deed ons beider deugd.
We konden weer verder en gingen richting Oxford. Omdat we Oxford al eens bezochten, reden we naar een andere plek. Via de plaatselijke weggetjes waanden we ons even op de filmset van Vera. Uiteindelijk kwamen we terecht bij Waylands Smithy. Dit is een neolithisch bouwwerk. Lang met aan de zijkant nog een duidelijke mogelijke ingang. We wandelden vanaf de baan die kant op met een klim over een kalkhoudende weg, daarna een stukje door het bos. We konden de plek wel goed zien maar mooie foto’s maken van het geheel was moeilijker omdat er een groep mensen hun tassen en schoenen bovenop hadden gezet. Aan hun kledij te zien, hadden ze of gingen ze Midsommar vieren op die plek.

Terug naar de auto om wat verderop langs de kant van de weg te lunchen.


We besloten om dan richting Worcester te rijden om een bezoekje te brengen aan de kathedraal. Deze zou tot de grootste van Engeland behoren, dus ja daar moet je dan wel heen. Een mooie weg ernaartoe en dan in het centrum een parkeerplekje zoeken. Dicht bij de kathedraal was geen optie, sommige parkings ook niet wegens een hoogtebeperking van twee meter. Dan maar naar de public park place. Daar was de slagboom toe. Een vriendelijke man kwam aan het venster. Een heel verhaal maar hij zou de slagboom wel opendoen en als we dan het tarief betaalde dan mochten we erop. Als we ook zo vriendelijk wilden zijn om achteraan te parkeren (we waren tenslotte wel groot), mochten we erop. Dus geparkeerd en ticketje genomen. Daarna te voet naar de kathedraal. We hadden online gevonden dat hij op zondag vanaf 13 uur geopend was, maar niet tot hoe laat. Toen we aan de ingang kwamen stond er een bordje dat de kerk gesloten was en dat er een dienst zo zou gaan beginnen. Leon ging eerst even binnen maar mocht geen foto’s met zijn toestel nemen. Daarna ben ik binnen gegaan en werd ik aangesproken. Ik mocht even op de banken zitten of vooraan om de dienst bij te wonen. Ik koos voor de banken maar moest even wachten omdat er in de middengang wel 30 mensen in wit habbijt met rood versiersel liepen. Misdienaars? Koorleden? Gevolgd door 3 of 4 priesters. Eens de stoet verder doorliep naar vooraan ben ik achter een pilaar gaan zitten. Zo kon ik toch op een stille en rustige manier wat foto’s nemen voor de dienst begon.

De kerk zelf was erg indrukwekkend en erg groot. Ik ben gebleven tot het Onze Vader dat ik netjes in het Engels, op school aangeleerd, heb meegebeden. Bij het buitengaan zagen we dat bij een normaal bezoek honden in de kerk zijn toegelaten. Dit zagen we nog niet eerder. Nadien nog een rondje om de kathedraal om de buitenkant te fotograferen. Zo liepen we door enkele straatjes en kwamen langs het huis van Sir Edward Elgar, componist van onder andere Land of Hope en Glory. De winkelstraten lagen er wat verlaten bij maar in de rest van de stad was het wel druk. Na het passeren van Sint Helens Church en St Andrews Garden ging het terug richting auto. Het was een kort maar wel leuk bezoekje.
Nu was het zoeken naar een slaapplek. Via steeds kleiner wordende wegen kwamen we uiteindelijk tot Shropshire Wild Trust National Reserve Harton Hollow. Het weggetje er naar toe was een erg smal single road track. Gelukkig hadden we geen tegenliggers. Het terrein was eigenlijk een parkeerplek maar door de vele regen hebben we toch enkele keren onze auto moeten verzetten tot we vlak stonden. Vanaf de straat waren we niet te zien en 5m van de camper lag een wei met heel veel schapen. Een erg mooi uitzicht. We besloten de picknicktafels te gebruiken voor het ontbijt. Snel groenten gesneden want de klaargemaakte spaghettisaus stond en staat nog in de diepvriezer thuis. Maar ook de veggieversie was best lekker en smaakte na een toch wel lange, vermoeidende dag. Aan de overkant van de weg lag een bosje. Een ideale plek om Timber uit te laten. Het werd om half negen bed in voor hopelijk een verkwikkende nacht

20 mei 2024

Heerlijk rustig geslapen op dit plekje en iets voor zeven wakker geworden. Met Timber een korte wandeling langs het meer terwijl Leon het water voor de koffie en thee kookte. Zonder druk of stress ontbeten.

Daarna de auto in orde gebracht voor de laatste rit van deze reis. En zoals steeds, terwijl ik nog even met Timber wandelde, deed Leon het dak dicht. En dan op pad.
Via Apen ging het over kleinere wegen naar Oldenburg. Vandaar werd het afwisselend via de snelweg of over de kleinere wegen over Emden, richting Leer en zo naar de grens met Nederland.

Even de weg naar Groningen volgen om dan via Veendam weer over wat minder grote wegen naar het Nationaal Park De Weerribben/Wieden te rijden. Tijd voor een wandeling.
De bedoeling was om het Kiersche wijdepad te wandelen maar daar mocht Timber niet in. We kozen dan voor een iets kortere wandeling: Het Veenweidepad. Stapschoenen aan, wat drinken in het rugzakje en Timber aan de lange lijn. Zo op stap. Een afwisselende wandeling tussen venen en sloten. Mooie bloemen die momenteel bloeien (Pinksterbloem, gele lis, een orchidee,…). We konden ook enkele vogels spotten, niets speciaals maar wel leuk.

Op de achtergrond klonken de kikkers en de rietzangers, maar zij lieten zich niet zien.
Eens we weer aan de parking waren, hebben we maar ineens gegeten. Zo konden we tegen half twee richting Zwartsluis om te tanken en dan echt naar huis. Jammer genoeg was er vanaf Harderwijk behoorlijk wat verkeer en stropte dit af en toe wat op met file tot gevolg. Eens Utrecht voorbij ging het weer vlot. Samen met het einde van onze korte reis kwam er duidelijk ook een einde aan het mooie weer. Vanaf Oosterhout kwam de regen. Alles verliep verder vlot. Na de Liefkenshoektunnel was het wel even een tocht door de Antwerpse haven. Wat omrijden door open (of gesloten) bruggen. Dit alles door de werken aan de weg in de buurt van de Beverentunnel en aan de tunnel zelf.

Zo reden we naar frituur Den Tromp te Kemzeke. Het was duidelijk dat dit één van de weinige frituren was dat geopend is op maandag. Samen met Yuthan en Kyana die tot daar gekomen waren, de traditionele frietjes gegeten. Daarna thuis Timber eten gegeven. Terwijl ik Timber uitliet, heeft Leon de auto uitgeladen. De was draait, de zon is er weer en ook deze korte reis is tot een einde gekomen. Het was leuk

19 mei 2024

Heerlijk doorgeslapen tot half zeven. Het gebruikelijke in de ochtend en dan alles klaargemaakt om te vertrekken. Eens de auto klaar was zijn we bij elk groepje afscheid gaan nemen. Daarna de watertank bijgevuld om dan bij Martin en Suzanna als laatste dag te gaan zeggen. Zij hadden een superevenement georganiseerd en ook de kampplek en het eten waren prima verzorgd.


Voor het verlaten van de camping nog even onze drank van de avond voordien gaan betalen en dan weer op weg. Via andere kleinere weggetjes weer richting Duitsland om dan in de buurt van Tønder weer de grens over te steken. Ter hoogte van Schillhorn even de auto volgetankt, we konden weer verder.
Rond 13u hebben we dan op een parking iets voorbij Heide geluncht. Nadien ging het dan richting ferry over de Elbe. Na de verhalen van afgelopen vrijdag zagen we het ook dit keer niet zitten om over Hamburg te gaan rijden. We hadden geluk. Toen we kwamen aanrijden aan de boot, legde deze net aan. Voor ons in de rij stonden nog 3 auto’s.

We zouden zeker meekunnen. Tegen 15u vertrok de boot vanuit Glückstadt naar Wischhafen. Ook nu weer een strakke Elbe en stralende zon, al hingen er aan bakboord wel wat donkere wolken. Eens de boot in beweging was, konden we even een sanitaire stop doen. Ik ging nog wat foto’s maken en daarna om een ijsje.
Na een vlotte overvaart ging het over kleiner kronkelweggetjes richting Bremershaven. Daar hebben we even halt gehouden voor wat koffie en thee.

Op de planning stond nog een stop ter hoogte van Linswege. De plaats met de rhododendrons. We zetten onze camper op de voorbehouden camperplekken en gingen bij het park even een kijkje nemen. We namen wat foto’s maar vonden het niet de moeite om voor amper een uur nog een inkomticket te betalen.

Daarna zijn we doorgereden naar een andere camperplek. Deze lag midden in het centrum van een dorpje onder de kerktoren, dat vonden we niet zo ideaal. Vandaar dat we naar de volgende plek Gingen en er wel ons ding vonden. Een rustig plekje voor een paardenwei en achter ons ligt een meer. ’s Zomers druk bezocht door zwemmers. Terwijl we even met Timber de buurt verkenden, hoorden we het in de verte donderen. Dus snel beginnen koken. We konden nog droog eten en afwassen maar dan moesten we toch even haasten om alles droog binnen te krijgen. Daarom maar even in de auto de tekst getypt.