Auteur: Elke

10 september 2022

Heerlijk rustig geslapen nadat de schipper zijn aggregaat had afgezet, pas rond 7u45 wakker geworden. Eerst even Timber uitlaten op het jaagpad en dan weer een normaal ontbijt buiten.

Terwijl Leon de auto inklapte en de schippers vertrokken, nog even snel Timber laten hollen langs het jaagpad. Van dan af ging het richting Rijsel/Lille. Vandaag in elk geval meer geluk met het weer. Het zou droog blijven.
Rijsel binnenrijdend valt het ons op hoeveel hoogbouw er aan de rand van de stad staat, en ook dat deze best modern is.

Snel een parkeerplaats gevonden aan de voet van de Citadel. En naast de Foire de Lille. Een evenement dat kan worden vergeleken met onze Sinksenfoor. Al wandelend over een mooi betonnen pad richting Citadel. Blijkbaar is zaterdagmorgen hét moment om te gaan lopen en de omgeving van de Citadel de plaats van het gebeuren. De omwalling en de buitenkant van de Citadel kan je bekijken, de binnenkant niet. Daar huist het Rapid Reaction Corps van Frankrijk en valt dus onder militair domein. De Citadel zelf werd gebouwd door Vauban nadat Lodewijk XIV de stad had veroverd. Het is een vijfarmige constructie gebaseerd op het vestingstelsel.

We moesten vandaaruit even terug naar de parking om de vergeten brokjes van TImber mee te nemen. Dan maar over de brug richting en volgens de route naar het geboortehuis van Charles de Gaulle. Even nog langs l’église Saint-André maar die was gesloten. Vervolgens ging onze route richting oude stad en passeerden we het Palais de Justice. Daar begon de zoektocht naar de kathedraal, die was niet zo goed te zien tussen de huizen wegens afwezigheid van een toren. Door een smalle passage toch gevonden. De Cathédrale de Notre-Dame de la Treille is gebouwd in een neogotische stijl. Met de bouw van de kerk voor de patroonheilige van Lille werd pas in 1856 gestart. Vermits de oorsprong van deze dame teruggaat tot in de 13de eeuw werd er dus een voorkeur gegeven aan de gotische stijl. De voorgevel is van het einde van de 20ste eeuw. De architecten hadden als doel de mooiste en meest uitzonderlijkste kerk te bouwen, in dat opzet zijn ze meer dan geslaagd.
Via de oude en smallere straatjes vertrekkende van de kathedraal ging het naar het oude centrum. Maar niet zonder eerst langs patisserie Meert te passeren. Hier maken ze gauffres, kleine wafeltjes met vanillevulling (met vanillepeulen uit Madagascar) en bruine cassonadesuiker (uit de Franse suikerbieten). De etalages en binnenkant van de winkel (zowel voor gebak als voor thee) passen eigenlijk best in een museum. De prijs van de wafeltjes is niet min. 3 euro per stuk, 18,5 euro voor 6. Ze zijn in grote te vergelijken met een halve laquement van bij ons.


Op het grote plein vind je de mooie belforttoren terug alsook veel prachtige oude gevels, o.a. deze van de Opera en de oude beurs. Langs het Théatre en Palais Rihour ging het verder naar de Place de la République met zicht op het Palais des Beaux Arts en de Préfectuur. Bij het voorbijgaan nog een snelle blik op het Théatre Sébastopol en de laatste kraampjes van de markt.

Zo bereikte we dan uiteindelijk de overdekte markt: Marche Couvert de Wazemmes. Heerlijk rondstruinen tussen al het ze lekkers gaande van kaas, fruit en groenten, brood tot vlees en thee. Alles mooi vers en proper. We zagen het ooit anders.

Nadien terug richting auto langs de gezellige oude straatjes van Lille. Een drukke, vermoeiende dag die met een tussenstop bij Auchan, eindigde in Komen bij een Slakkenboerderij om onze laatste nacht van deze trip door te brengen. Dit keer dus nog net in Frankrijk.

9 september 2022

Na een wat rumoerig wekken door het leegmaken van de glascontainer rond 6 uur en een kraaiende haan, bleek er vooral regen aanwezig te zijn. Zo erg dat buiten water koken niet zou lukken. Dan maar het vuurtje binnen geprobeerd. Dat ging vlot. Koffie en thee gezet en dan Timber uit de bench gelaten. Met 3 op weg naar de bakker om … een jeton voor water. Deze is gratis wanneer je iets aankoopt bij 1 van de lokale handelaars, in ons geval de bakker. Eens weer aan de auto was het nog steeds aan het regenen, dan maar binnen ons lekkers (croissants en viennoiserie) verorberd.

In de regen onze auto verzet en met behulp van de jeton onze watervoorraad aangevuld.
Met weer een volle watertank op pad ditmaal richting Douai. Vermits het daar al zeker tot 12 uur zou regenen maar via de kleine weggetjes en zelfs enkele malen offroad gereden. Jammer genoeg ook hier verschillende weggetjes verboden toegang voor auto’s en/of moto’. Maar door de regen kon Leon toch wel zijn hartje wat ophalen in de plassen.

We zijn tenslotte tot in Douai geraakt en moesten daar noodgedwongen onze lunch in de auto opeten. Nadien dan toch maar door de regen de stad in.
Douai was vroeger het centrum van het Franse kolengebied. De laatste mijn werd in 1990 gesloten. Het was eerst een Vlaamse stad onder de naam Dowaai. In de 16de eeuw werd er een universiteit opgericht van de faculteit rechten. Bij het binnenrijden van de stad passerden we een redelijk modern gebouw van deze faculteit. Ik was echter niet snel genoeg om er een foto van te maken. Voor ons werd de eerste stop het belfort. Dit zou het mooiste belfort van de streek zijn en tevens gespaard gebleven van verwoestingen. Net als vele andere belforten uit de streek staat het op de UNESCO Werelderfgoed lijst. We kunnen weer een vinkje zetten. De grote gotische toren valt op. Deze bevat 62 klokken en zou daarmee het grootste klokkenspel van Europa zijn. Deze klokken regelen de tijd en geven per kwartier verschillend, een melodie.


Een paar straatjes verder vind je een voormalige kloosterkerk, de grootste van Noord-Frankrijk: Collégiale Saint-Pierre. Opvallend is de grote stenen klokkentoren en geen bakstenen terwijl de rest van de kerk dat wel is. Binnen bevinden zich verschillende kunstschatten evenals een majestueus orgel.


Eens weer buiten uit de kerk was het eindelijk gestopt met regenen. Zo konden we nog even de stad intrekken. We wilden l’église Notre Dame een bezoekje brengen, de oudste kerk van Douai, maar die bleek grotendeels in de stellingen te staan en werd gerestaureerd. Daardoor kon ze ook niet worden bezocht.
Haar imposante buur konden we wel bekijken: Porte de Valenciennes. Deze werd in de 15de eeuw gebouwd en was één van de belangrijkste toegangspoorten tot de stad. Ze werd gebruikt door Lodewijk de XIV bij zijn blijde intrede.


Via enkele oude straatjes ging het langs de vismarkt richting Palais de Justice. Dit moderne gebouw ligt in het verlengde van het 18de eeuwse Parlement de Flandre. Zo hadden we de belangrijkste bezienswaardigheden die met hond te bezichtigen zijn, gezien en was het tijd om naar de auto terug te keren.

Eens in de auto volgde er een stevige, nieuwe bui.
Vertrokken uit de stad reden we richting nieuwe slaapplek. Volgens de app een rustige plek maar daar aangekomen bleek de plek vies en vuil, hadden ze net een boel rotzooi opgestookt en lag de plaats vlak aan de weg. Dan maar naar elders. We staan nu net in België naast de Schelde op parking Scheldekade te Bléharie,provincie Henegouwen. Gelukkig konden we droog eten, afwassen en met Timber langs het jaagpad wandelen.

8 september 2022

Terwijl het droeve nieuws over het overlijden van Queen Elisabeth ook tot ons doordringt, begint ons verhaal van vandaag gewoon vanmorgen. Na een toertje met Timber rond de vijver en het ontbijt was het snel even vuilwater lozen op de daarvoor voorziene plek. In mijn beste Frans gevraagd hoe het juist werkte om water te tanken. Een jeton van 3 euro leverde ongeveer 100l water. Een beetje gek als de tank nog niet helemaal leeg was en er eigenlijk maar 60 l in kan. Dan maar niet. Gisteravond nog wel een complement gekregen dat ik zo goed Frans praatte. Waarschijnlijk had ze dat niet verwacht bij een gele nummerplaat en lag haar verwachting al niet te hoog na 3 Britse campers te hebben gepasseerd. Maar toch…
Vanaf de slaapplek dan richting Saint-Omer. Volgens de toeristische gidsen bevindt zich daar de mooiste kathedraal van Noord-Frankrijk. Gelukkig redelijk snel een parkeerplek gevonden. Vandaar richting centrum en dus ook al langs de Grote Markt met het Theater.

Achter de hoek een bezoek gebracht aan de toeristische dienst. Niet alleen een stadsplannetje gekregen maar tevens ook een uitleg van de bezienswaardigheden en hoe best te lopen. En … ik verstond het en had het zelfs begrepen. Zo zijn die 7 jaar zwoegen op Frans toch niet voor niets geweest. Eens buiten loop je bijna op de kathedraal. Terwijl Leon binnen op ronde ging, nam ik Timber mee om foto’s te maken van de buitenkant en deze dan natuurlijk ook te bekijken. Indrukwekkend, gigantisch. Alleen niet zo goed onderhouden.

Na een tijdje was het wisseling van de wacht, Leon buiten en ik naar binnen. Aan de omvang buiten verwachtte ik pracht en praal binnen. Dat was minder. Ook hier te kort aan onderhoud. Misschien zijn we verwend met de verzorgde Scandinavische kerken. Best jammer dat het goud van het eigenlijk wel mooie altaar dof was. In een zijbeuk was er een dienst bezig. Even geluisterd. Ondertussen zijn mijn Franse Onze Vader en Wees gegroet weer opgefrisd. Ze hebben er wel 5 x na elkaar een Wees gegroet gebeden en daarna gezongen. Toen vroeg een oudere dame om er toch nog maar 1 te zingen voor de jonge kinderen (er zat een dame met een peuter op schoot). Dus werd het er nog 1 gezongen en voor de zekerheid ook nog maar gebeden. Toen ben ik maar verder gaan rondkijken.


Op wandelafstand van de dom ligt de Chapelle des Jésuites. Enkel na 14u te bezichtigen. Pech. Dan maar alleen de buitenkant, of toch de voorgevel want de rest ligt onbereikbaar achter hekken. Via deze Jezuiten werd in de 16de eeuw het bisschoppelijk seminarie opgericht. Rondom werden meerdere middelbare scholen opgericht, bv. Het lyceum, l’école St-Dennis,…

Van daaruit ging het verder naar de ruïnes van de abdij van Saint Bertin. Deze abdij was de basis van de stad, maar werd tijdens de Franse Revolutie verwoest. Aan de resten en aan het op de grond aangeduide grondplan moet het een enorme abdij geweest zijn.


Wat verder leidde de brug over de Aa ons naar het station. Dit werd pas in 1903 gebouwd.

Even een sanitaire stop en dan verder langs de Aa naar de overkant. Daar bevond zich volgens de dame van de toeristische dienst de winkelstraat. Aan het begin van de rue de Dunkerque bevindt zich en aftakking van de Aa en dit maakte het vroeger mogelijk voor de handelsschepen om tot daar te komen met hun waren. Daarom was de desbetreffende straat een drukke handelsstraat met huizen met grote kelders voor de opslag van het koopwaar. Vermits alles van 12 tot 14u sluit een snelle lunch aan de auto.


Na het eten moesten we maar de straat oversteken om tot het grote stadspark (Jardin Public) te komen. Het park werd ontworpen in de 19de eeuw volgens een levenskunst en met de bewaard gebleven vestingen van het Bastion Saint-Venant. Een mooi aangelegd park met een stuk Franse tuin, een caroussel, enkel volières, bloemenmozaïken en enkele beelden. We liepen er toch ruim een uur in rond en trakteerden ons daar op een ijsje om dan toch weer aan de auto te eindigen.


Eens Saint-Omer uit dan over wat grotere wegen naar ons volgende doel: het grootste soldatenkerkhof van Frankrijk. Op de heuvel van Notre-Dame de Lorette in Ablain St-Nazaire bevindt zich de laatste rustplaats van ruim 45.000 gesneuvelden, voornamelijk uit de verschillende slagen van Artois. Tot dit kerkhof behoren ook een Byzantijnse basiliek en een enorme toren waarin ter nagedachtenis vuur brandt. Dit vuur wordt iedere zondag aangestoken door 1 van de 3700 erewachten. Binnen in de toren bevinden zich enkele graven van onbekende soldaten die gestorven zijn voor Frankrijk, meerbepaald in de oorlogen in Algerië, Indo-China, WOI en WOII. Boven kan je in een klein museum meer te weten komen over de slagen rond Artois en Lens. In de basiliek ligt bisschop Julien begraven die verantwoordelijk was voor de oprichting van het kerkhof en de basiliek. Op de wanden kan je de namen lezen van de gesneuvelden. De binnenkant van de basiliek is best kleurrijk.


Aan de overzijde van het kerkhof werd in 2014 een aandoenlijk internationaal monument in de vorm van een beloopbare ring onthuld. Deze ring bevat de namen van iedereen die gesneuveld is in de departementen Nord en Pas de Calais. Deze 580.000 namen staan in alfabetische volgorde ongeacht rang of nationaliteit en allemaal bij elkaar zowel vriend als vijand. Het monument werd opgericht in een vreedzaam Europa om de vreselijke tragedie te herdenken. Bij het rondlopen in de ring hebben we de namen bekeken en gezien of we er onze familienamen tegenkwamen. We vonden 3 Claes, waarvan een Claes H. Ook enkele Hanselmann waren van de partij, weliswaar met 2n i.p.v. 1. Verwimp en Van Schöll kwamen we niet tegen. Wel verschillende Scholl en enkele Schöll, waarvan een Wilhelm. Het was een interessante en bewogen dag.

Vandaaruit ging het naar onze nieuwe slaapplek: Aire de Camping-Car Grenay, een plekje voor 3 campers (we staan hier ondertussen met 5) met aan de overzijde zelfs de mogelijk om het toilet te lozen en water te nemen. Voor dit laatste moet je wel een jeton halen bij de plaatselijke bakker, iets wat op het programma staat voor morgenvroeg.

7 september 2022

Na de regenbui van gisteravond bleef het verder droog gedurende de nacht. Een mooie zonsopgang tijdens de ochtendtoer met Timber was er wel.

Na het ontbijt stapschoenen aan en de voor gisteravond geplande wandeling aangevat. Heerlijk uitwaaien op het strand waar we zo goed als niemand tegenkwamen. Een enkele wandelaar die zijn hond uitliet. Op het strand mocht Timber loslopen, een blije hond kregen we er voor in ruil. Hardelot Plage ligt bezaaid met ruïnes van bunkers. Duidelijk met behulp van de mens vernietigd. Het maakt nog maar eens duidelijk hoe belangrijk de bezetting op deze kuststrook was tijdens WOII.

Onze terugweg van het strand naar OLLI ging een stukje door de duinen en door bos. Mooi wandelen.
Nadat we de camper hadden rijvaardig gemaakt en kaart, routes en alles samen hadden gelegd, gingen we weer op pad. Doel: proberen offroad te rijden en dit richting St-Omer. Na wat over de kleine banen te hebben gereden dan toch een eerste weggetje gevonden. Tussen maïsvelden door een beetje klimmen. Jammer genoeg stopte het weggetje. Dan maar terug en weer op de baan via vele single-road-tracks slingerend door dorpjes en velden. Het volgend pad was succesvoller. Een ruwe kasseibaan, eigenlijk een wandelpad, langs velden en een stukje doorheen bos leidde ons weer dichter bij ons doel. Leuk weggetje. Door de regen van de afgelopen avonden waren er wat plassen en was er wat slijk, den OLLI is gedoopt en dus wat vies.


Kort na de middag onze lunch gegeten in Rollez. Blijkbaar waren we toch een beetje een soort alien want enkele dorpsbewoners stonden raar te kijken toe we passeerden, en later kwamen ze toch nog even op de fiets kijken wat er nu precies gepasseerd was. Na het eten konden we in het dorp snel een weggetje op.

Klimmend langs de huizen, weiden en velden richting een iets grotere, officiële baan. Uiteindelijk hadden we de route van 4X4 France gevonden. Jammer genoeg waren ook nu weer enkele weggetjes afgesloten vaak met het bordje “interdit moto 4×4”of “privé”. Toch hebben we verschillende leuke offroad paadjes gereden en zijn we uiteindelijk op onze plek aangekomen. We staan op Parking des 3 etangs, een parking gelegen naast Camping Beauséjour in Arques. Een mooie omgeving met verschillende visvijvers. Ook nu hebben we rustig kunnen koken en eten. Maar rond 19u kwam er dan toch weer een bui.

6 september 2022

Na een mini buitje gisteravond was het ’s nachts toch best een verstorend klank- en lichtspel. Gelukkig bleef het merendeels droog. Het nachtelijk vertrek van onze jonge Britse buren was een extra verstoring van onze nachtrust. Maar tijdens ons ontbijt “What an awesome truck you have” van een andere Brit, maakte veel goed. Zo konden we op weg naar Calais. Over kleine weggetjes naar het centrum van de stad op zoek naar het beginpunt van onze “offroad”-route.

Langs enkele bijzondere gebouwen bereikten we via de haven de weg die we zochten. Eerst over kleine weggetjes daarna toch een stuk offroad.

Uiteindelijke bereikten we via deze route Cap Blanc Nez.
Cap Blanc Nez is een kaap aan het Kanaal. Deze kaap was belangrijk in WOI omdat het smalste stuk van het kanaal was. Het was een verbinding tussen de 2 geallieerde staten. Een Frans-Britse zeeëenheid werd opgericht ter bescherming van deze smalle straat tegen de Duitse bezetting. Ter ere van deze zogenaamde Dover-patrouille werd de obelisk geplaatst. Ook aan Engelse zijde werd een obelisk geplaatst. Tijdens WOII was ook deze plek van strategisch belang, maar ditmaal voor de Duitsers. Samen met de omliggende nog resterende bunkers gaf dit een duidelijk zicht op zee. Net als bij de Engelse kant van het kanaal de beroemde krijtrotsen van Dover liggen, liggen ook hier gelijkaardige rotsen. Vandaag was het helder weer en waren deze van Dover duidelijk zichtbaar. Jammer dat aan de ingang van elke parking een hoogteremmer staat en we dus op zoek moesten naar een andere parkeerplek.
Na het parkeren van de auto op zoek naar een wandelroute, maar eerst toch even afgedaald naar het strand. Zo hadden we een mooi uitzicht en zicht op de krijtrotsen. Veel wandelen was er niet bij omdat hondjes pas na 15 september op het strand mogen en het was ook nog eens vloed. Dan maar op pad. Via een veelal trappenpad richting de obelisk. Even rondgekeken en langs een andere weg weer afgedaald. Over de autoparking naar de andere kant van de weg, Mont Hubert, onze wandeling verder gezet. Heerlijk rustig wandelen na de drukte op de Cap. Ergens aan de kant van de wandelweg onze picknick verorberd. En zo weer verder richting auto.


Vandaar werd het weer zoeken naar de route. Leuke kleine stukken offroad maar de gehele route lukte niet omdat sinds 2018 delen ontoelaatbaar voor auto’s zijn geworden. Jammer. Het was mooi en fijn rijden.

Dan maar terug over de kleinere wegen richting de andere Cap. Ondertussen de pittoreske badplaats Wissant passerend. Dit dorp ligt in de baai tussen de 2 Caps in en is daardoor erg bevoorrecht. Deze baai biedt een grote diversiteit aan biotopen (duin, moeras, rots,…) en de zandbank daar is een uitstekende plek om mosselen te kweken.
Bij Cap Gris Nez aangekomen moesten we ook hier naar een parkeerplaats uitkijken die hoger was dan 2,10m. Dan maar tussen de grote campers en bussen. Dit keer niet zo’n grote wandeling gemaakt . Even naar enkele uitzichtpunten en langs resterende bunkers. Op Cap Gris Nez ligt het regionaal centrum voor toezicht en redding (R.C.T.R. = CR.R.O.S.S.). Dit centrum is opgericht op de plek van de vuurwachtersschool en werkt samen met het Britse centrum in Dover. Belangrijke taken zijn onder meer: toezicht op het scheepsvaartverkeer in het Nauw van Calais, coördineren van reddingsacties, contact-en reddingspunt voor Franse schepen over de gehele wereld.


Na de bezoekjes aan de beide Caps werd het nu tijd om een camperplek te gaan zoeken. Via de route Boulogne par côte passeerden we Wimereux. Een ouderwetse badplaats met karakteristieke huizen.

Zo ging het verder naar het grote en drukke Boulogne sur mer. Via de D-wegen nog wat verder naar Neufchâtel-Hardelot. We staan hier op een plek speciaal gereserveerd voor campers. Geen voorzieningen, maar dat is voor ons niet nodig. Bij de eerste druppels hemelwater die vielen tijdens het koken van het avondeten, was het bij de buren gelijk alle stoelen en tafels binnen. Wij zijn verder blijven doen en na een dikke 10 druppels konden we rustig buiten eten. Na de afwas en bij Timber uitlaten vielen dikke druppels. Ditmaal wel snel rechtsomkeer gemaakt om een nieuw klank- en lichtspel, ditmaal met hevige regen, vanuit de camper mee te maken. Hier is het nu zoals in het lied “het dorp” van Sonneveld. We zien niet hoe het bankstel staat bij Mien maar wel wat de buren allemaal kijken op hun flatscreen met behulp van hun schotelantennes. Ondertussen is de nacht gevallen en is het bijna donker. Tijd voor een laatste wandeling met Timber en dan naar bed.

5 september 2022

Na een rustige nacht zonder al te veel hinder van de passerende treinen, een ontbijtje buiten. Net daarvoor Timber uitgelaten rond de vijver.

Tijdens het ontbijt was er enige commotie bij enkele mede-camperaars vermits de slagboom om het terrein te verlaten, niet werkte. Ook bij camperaar nummer 2 was er geen reactie van de slagboom. Na veel rondbellen ging de boom dan toch open. Bij ons gaf het geen problemen.
Eens onderweg was de eerste stop er bij het Old en New Military Cemetery in Poperingen. Ook hier weer een indrukwekkend veld stenen (gesneuvelden Commenwealth) en kruisen (Franse gesneuvelden) en zelfs 1 kruisje voor een Belgische dame. Hier liggen vooral de gesneuvelden van de “Ieper Salient”. Na wat te hebben rondgelopen weer in de auto op weg naar Duinkerken.

Bij het zien van een nieuwe pijl richting een Cemetery, deze maar gevolgd. We kwamen uit op een parking en het bezoekerscentrum van Lijssenthoek Military Cemetery. Vonden we de vorige kerkhoven al indrukwekkend, dan was deze erg imponerend. Beklijvende stilte over meer dan 10.000 graven. Allen perfect onderhouden en ditmaal ook de meeste voorzien van kleine rode rozen. Mooi. Lijssenthoek Military Cemetery vertelt het verhaal van het evacuatiehospitaal en zijn begraafplaats. Doordat de gewonden eerst in het hospitaal terechtkwamen en alle gegevens daar werden genoteerd, werden deze overgenomen in de registers van de begraafplaats. Dat maakt dat er maar 34 onbekende soldaten zijn. Er rusten ook 3 Amerikanen. 1 van hen is er eigenlijk herbegraven om herenigd te worden met zijn, eveneens gesneuvelde, broer. Op sommige graven staan persoonlijke boodschappen van familie, dit dan vooral bij de hogere officieren. Familie kreeg na de oorlog de kans dit te doen.


Nadien met de auto over wat kronkelende weggetjes en kleine dorpjes Frankrijk en tevens het Departement du Nord binnengereden. We waren op weg naar Duinkerken. Na gisteren en vandaag al wat kilometers te hebben gedaan en niet met een volle tank vertrokken, waren we dringend op zoek naar een tankstation. Liefst 1 mét diesel en niet zoals de eerste 5 die we tegenkwamen die volledig leeg, en dus gesloten, waren. Uiteindelijk vonden we er één. Het was er wel erg druk. 2 tankwagens waren aan het leveren en nadien zou er nog even moeten worden gewacht zodat alles kon bezinken. Ondertussen waren al verschillende mensen vertrokken en konden wij als eerste aan een rij pompen wachten. Het is zo eens iets anders dan wachten aan een ferry. We hadden geduld, diesel was echt nodig. De tijd dan maar nuttig gebruikt en het verhaal van 4 september getypt. Na een uur wachten kwam het bericht dat er geen diesel kon worden getankt, het pompsysteem was stuk. Een vriendelijke Franse dame wees dan de weg naar het volgende. Daar zouden ze wel hebben, maar die was duurder dan op de plek waar we stonden aan te schuiven (vandaar ook de drukte).

Het klopte, 2km verder kon eindelijk de diesel worden bijgevuld en de weg richting Duinkerken vervolgd.
Ietsjes over 13u in Duinkerken geparkeerd en tussen de auto’s onze lunch verorberd.

Daarna op pad en op verkenning. Via de Place de Jean Bart richting Le Beffroi en L’Eglise de de Saint-Eloi. De kerk was jammer genoeg gesloten. Dan maar verder naar het gemeentehuis Mairie de Dunkerque, bekend om zijn grote hoge Belforttoren. Ditmaal een beetje geluk: ze waren de stelling voor de herstellingswerken nog aan het uitladen. Verder wandelend kwamen we in de jachthaven. Aan het einde staat een vuurtoren: Le Phare de Risban. Enkele originele woningen sierden de kade. Over de Pont de la Bataille du Texel richting een andere jachthaven. Hier lagen een oude lichtboot en een mooie driemaster (Duchesse Anna) aangemeerd. Vandaar verder gestapt naar de Citadel. Wat verderop vielen even enkele druppels hemelwater en was er een sanitaire stop bij de McDo. Zo zat ons rondje Duinkerken erop. Een ander beeld over deze belangrijke stad uit WOII werd gevormd.


Na de spits te hebben getrotseerd reden we richting onze camperplek: Aire de Camping-Cars du parc de l’Aa in Sint-Joris. Hopelijk een rustige nacht want het begint hier stilaan vol te stromen.

4 september 2022


Een uurtje later dan gepland (het concert van Bart Peeters de avond voordien eindigde iets later dan gedacht) vertrokken voor een nieuwe trip: Noord-Frankrijk.

OsmAnd (ons nieuw GPS-systeem) ingesteld op “geen tol- of snelwegen” en weg waren we. Zo kom je nog eens ergens. Je rijdt door Zelzate, vlakbij maar nog nooit geweest, maar ook Aalter, Maldegem. Zelfs Pittem en Meulebeke werden met een doortocht verrast. Beide dorpjes door mondelinge overlevering herkenbaar gehouden door Oma en Opa. Zij verbleven er tijdens WOII, elk in een ander buurdorpje (werd daar al de kiem gelegd van hun ruim 56 jarig huwelijk?).
Wij kwamen echter langzaamaan in de buurt van de plek waar WOI woedde. Onze eerste kennismaking met deze geschiedenis was Dochy Farm New British Cemetery in Langemark-Poelkappele. Zoals bij de andere militaire begraafplaatsen uit WOI werd de grond voor deze begraafplaats geschonken door het Belgische volk uit dankbaarheid voor de hulp en met als doel een eeuwigdurend plaats om de gesneuvelden te eren. Deze begraafplaats is, in tegenstelling tot anderen, pas na de wapenstilstand ontstaan voor het herbegraven van de slachtoffers van de slagvelden. Toch even stil worden.


Tegen 14 uur dan aangekomen op de camperplek net buiten Ieper. Plekje gezocht in de rij. En dan toch maar even lunchen. Terwijl we zaten te eten kwamen onze buren toe. Nederlanders, recht van huis naar hier en het eerste wat ze doen is stroomdraad inpluggen, hiervoor moeten ze dan wel 3x over en weer lopen tot ze het stuk draad met de juiste stekker hebben, rare jongens. Na de lunch maakte Elke een wandeling met Timber rond de Zillebekevijver, net naast de camperplek. Vermits de vermoeidheid van de avond ervoor toch nog parten speelden keek Leon de wedstrijd F1 en las Elke wat.


Tegen 17u dan op wandel richting centrum Ieper. Via een originele brug en een kleine poort door de omwalling de stad in. Eerst richting Menenpoort om dit monument te bekijken voor de grote drukte. Deze poort is een eerbetoon aan meer dan 54.000 militairen van het Gemenebest die sneuvelden in de Ieperboog en van wie de laatste rustplaats onbekend is. Op 60 platen op de wanden staan de namen. Indrukwekkend. De leeuwen aan de 1 van de zijden zijn replica’s van de originelen die bij het begin van WOI op deze plek stonden. De originelen werden aan het Australische volk geschonken.


Na de Menenpoort richting oude centrum van Ieper. Op de Grote Markt met o.a. het Belfort, langs de Lakenhallen met daarin het Flanders Field museum (gesloten) zo verder naar de Sint-Maartenskerk, de kathedraal van Ieper. Zoals zo vaak wanneer wij een stad bezoeken stond deze deels in de stelling. Binnenin konden we niet veel zien want er was een dienst bezig. Maar de glimp de we opvingen was toch de moeite.

Zo verder over de Vismarkt. Hier kan je de nostalgische verkoopkramen voor vis nog zien. Het is een niet erg groot, maar wel mooi pleintje. Ook het speelgoedachtige tolhuisje is de moeite. Hier werd vroeger betaald voor de aangekochte vis. Even verder op een bank onze picknick opgegeten.

Toen was het tijd om weer richting Menenpoort te stappen. We waren lekker vroeg voor de taptoe (ceremonie) zodat Leon een prima plekje op de eerst rij had met zicht om de klaroenen. Elke met Timber hebben zich even buiten de poort opgesteld met zicht op de ruggen. Om 20u precies begon dan ceremonie. Door de ijzige stilte van de enorme menigte galmen dan de 3 klaroenen. Pakkend. Alleen was Timber er niet zo gelukkig mee, beven, piepen, ongemakkelijk maar gelukkig niet blaffen. Na de ceremonie weer via het wandelpad richting camper. Tijd voor een hopelijk rustige nacht zonder storende buren of last van de trein.

15 juli 2022

Na een ontbijt am See (het is dus een meer, rare jongens die Duitsers) gingen we voor onze laatste route op pad.

Nog voor we de autosnelweg opdraaiden even tanken. Eens de autosnelweg op zette Leon via de app MNM op. Wat gek weer muziek en dan ook nog onze lievelingsradio. Maar lang heeft hij niet gespeeld. Jammer genoeg maakt OLLI best wat lawaai en hoor je de radio eigenlijk niet spelen, voorts was het even weer wat teveel prikkels net nu we richting Hamburg reden. Dat blijft hoe dan ook altijd een stresspuntje in de reis van of naar het Noorden. Voor Hamburg zagen we nog een speciale akkerbouw: vele velden zonnepanelen. Het leek een saaie rit te gaan worden over de autosnelweg.


Gelukkig was het bij Hamburg zelf redelijk rustig en konden we aan de aangepaste snelheid, voor de al jaren aan de gang zijnde werken, toch betrekkelijk vlot de grote stad passeren. We kregen begeleiding van toch enkele druppels. Veel meer werd het niet.
Ook Bremen konden we, na een sanitaire stop, zonder fileleed vlot voorbij.

Maar dan keek Leon op de kaart en bleken er werken ter hoogte van Vasta richting Osnabruck. De weg kleurde over vele kilometers rood, stilstaand verkeer. Dan maar een alternatieve route over Cloppenburg (Peek hebben we niet gezien). Op die 231 tussen Lingen en Nordhorn een hapje gegeten.

We zijn de afgelopen weken verwend geweest met de verzorgde picknickplekjes in Denemarken. Het viel ons op dat op onze laatste lunchplek het gras al even niet was gemaaid.
Om 14u50 kwamen we Nederland weer binnen via Oldenzaal. Daar voor we weer de snelweg op zouden rijden, volgetankt en goed gegokt want goedkoper dan in Duitsland. Eens weer in Nederland bleven we nog even in de sfeer en volgden de “Scandinavië-route”.

Over de A1 /E30 verder maar ter hoogte van Lochem/Bathmen gaf de gps file aan, dus ook hier een alternatieve route. Via talloze binnenwegen op zoek naar een nieuwe mogelijkheid om de autosnelweg op te rijden.

De file was ontstaan door het boerenprotest. Deze boze boeren op het tractors kwamen we dan op die kleine weggetjes tegen toen zij van de snelweg gingen en wij er op wilden.
Net onder Apeldoorn richting Arnhem weer knipperende lichten en snelheid minderen. Tijd dus voor een parking op te draaien en een sanitaire stop in te lassen. Ook even ons appeltje van de dag verorberd. Van dan af ging het redelijk vlot. Over de A50 richting Nijmegen via de A15 richting Rotterdam om uiteindelijk via de A17 naar Bergen op Zoom te rijden. Eens de grens over via de normale weg: A12 en 3 tunnels huiswaarts. Met in Kieldrecht nog een traditionele stop om een pak friet te kopen. Dit is een traditie die al gold bij Elke thuis: na een reis eens in België een pak friet te halen.

Het was een warm welkom met de achtergebleven dieren en natuurlijk ook met de kinderen (of andere volgorde).

14 juli 2022

Het werd in elk geval een rustige nacht. Tijdens het klaarmaken van het ontbijt vielen er druppels. Was de natuur even verdrietig om onze laatste dag Denemarken als we zelf waren? Een voorbode voor de dag? Kort na vertrek passeerden we een mooi uitziend kerkje: Bjerning Kirke.

Het kerkje bleek jammer genoeg gesloten. De weg terug naar de auto was het begin van een stevige plensbui. We hadden in dit geval de bui al zien hangen, maar ware net te laat, om nog droog te blijven, weer aan de auto.
Dan maar verder naar ons eigenlijke startdoel: Haderslev. Een stad met een goed bewaard centrum waar nog vele traditionele huizen in mooie kleuren staan . Vooral rond het Møllepladsen staan nog verschillende intacte huizen. De stad heeft ook een Dom, deze staat op het hoogste punt van de stad. Bij het binnenkomen van de kerk vallen de gigantische glasramen op. Het altaarkruis is van rond 1300. In de loop der jaren is er wel wat verbouwd en veranderd aan de kerk. De bronzen doopvont is nu het oudste originele stuk in de Dom. In de kelder troffen we enkele mooie kazuifels aan. Bij het buitengaan merkten we op dat het eigenlijk een Lutherse kerk was.

Het voordeel van vroeg op pad te gaan is dat er weinig volk te bespeuren valt. Probeer je in te beelden om de Kathedraal van Antwerpen te bezoeken zonder ook maar 1 persoon in de kerk. Dat is wat wij, om beurten, meemaakten vanmorgen. Nadien wat geslenterd door de toch wel typische, authentieke straatjes. Toch werd er hier ook nog versiering aangetroffen die was aangebracht naar aanleiding van de Tour. Jammer genoeg begon het ook hier te druppelen en was een wandeling richting water niet meer van toepassing. Eens buiten de stad nog even een tussenstop gehouden voor de laatste inkopen. Bij het buitenkomen van de winkel viel er een stortbui naar beneden.
We volgden nog maar eens de Margrietroute, dit keer richting Sønderborg. Zo dalen we verder af. Ook onderweg komen we nog Tourversiering tegen.

In Sønderborg vallen ons 2 zaken op: er staan grijze/zwarte kliko’s maar met 6 verschillende kleuren deksel. Later komen we deze nog tegen maar dan zijn het 2 kleuren per kliko, die dan blijkbaar binnenin een extra wand heeft. De kleuren zijn roze voor plastic, grijze voor metaal, blauw voor papier en karton en beige voor glas, zwart voor rest en groen voor groenafval. Het geeft wel een kleurrijk uitzicht zo. Verder zagen we al eerder in andere steden, maar dus ook vanmorgen de kinderwagens hier. De bak van de koets is erg groot en wordt gebruik tot een jaar of 2-2,5. Bij baby’s wordt er een kleiner model in de bak gezet. Voor peuters kan een deel van de bodem worden rechtgezet. Een buggy wordt eigenlijk pas gebruikt voor kleuters en vaak tot 6 jaar. Het geeft best een raar zicht om die grote koets met peuter te zien passeren.
Maar eigenlijk waren we in Sønderborg om de stad te bezoeken. Maar eerst aten we onze lunch ditmaal gewoon aan de auto op de parking in de stad.

Sønderborg is één van de steden op het eiland Als. Deze stad is verbonden met de vroegste geschiedenis van Denemarken. In de 12de eeuw werd er op het eiland een slot gebouwd om het eiland te beschermen tegen zeerovers. Koning Valdemar de Grote liet toen een tweede slot bouwen: Sønderborg. Het slot is een barokslot en het oudste nog bewaard gebleven koninklijk kasteel van Jutland. De renaissance kapel in het slot, gebouwd rond 1560, is de oudste Lutherse vorstenkapel in Scandinavië. Binnen in het slot is een museum waar vooral aandacht wordt besteed aan de geschiedenis van Zuid-Jutland na 1800. De bakkerij en de ridderzaal waren nog zichtbaar. Jammer genoeg mocht Timber niet mee in het museum en is Leon alleen gegaan.

Ondertussen viel er opnieuw een regenbui. Toen Leon klaar was met de rondleiding, was het weer droog en scheen de zon. We zijn nog even door de stad gewandeld. Eerst voorbij het Raadhus, om daarna richting de Sct Marie Kirke te gaan. Een sobere kerk van binnen met toch wel enkele uitschieters. Vooral de glasramen achter het altaar springen in het oog. Ze bestaan beiden uit 3 maal 3 vakken en dit met verschillende kleuren (de betekenis volgt later).


Op weg naar de auto wandelden we voorbij Hønekilden. Dit was de oorspronkelijke bron van water aan de voet van Sct Marie Kirke. Nu is de bron te bewonderen via een kunstwerk maar gedurende de geschiedenis was de bron altijd aanwezig en dit met een hoge kwaliteit aan water. In 1566 werd de bron door de toenmalige koningin gebruikt om water naar het slot te laten aanleggen. Na nog even langs de kade te lopen en wat kunst te bekijken aldaar, ging het richting auto en weer verder.
Even buiten Sønderborg was het tijd voor een bezoekje aan de Dybbel Mølle. De dubbele molen staat symbool voor de standvastigheid in de strijd tegen de Pruisen (uitleg volgt).


Een laatste stukje Margrietroute leidde ons tot het Gråsten Slot. Dit wordt tegenwoordig gebruikt als zomerresidentie van de koninklijke familie. Normaal is het park toegankelijk voor publiek, maar ook dit keer hadden we pech en was iemand van de familie aanwezig. Aan de zijkant konden we even door de haag piepen en zagen een gigantisch springkasteel. Gelukkig liepen we net aan die zijkant toen er de wisseling van de wacht was. We waren dan toch niet helemaal voor niets uitgestapt.


Een laatste stop was ter hoogte van de Gejla brug. Eén van de weinige nog intact zijnde bruggen van de oorspronkelijke heirweg die liep tot in Sleeswijk. We hebben dan maar aan de rand van het bos ons laatste warme maaltijd in Denemarken klaargemaakt.

Nadien was nog een laatste maal offroad om bij het einde van de straat de autosnelweg richting Duitsland op te draaien. Waar we nu ter hoogte van Neumunster aan een meertje onze laatste vakantienacht zullen doorbrengen.

13 juli 2022

Bij het ontwaken bleek dat we nog een extra buur hadden gekregen. Na het gebruikelijke nog even snel naar het centrum van het dorpje voor een sanitaire stop en afscheid te nemen van de onvermoeibare gemeente-arbeiders (de robotgrasmaaiers). Meteen na de start zaten we op de Margrietroute en ging het eens het dorp uit vrij snel met een stevige klim en veel bochtenwerk richting onze volgende stop. Blijkbaar kwam de Tour de France voor rit 3 door deze regionen. Overal op de grond stonden aanmoedigingen. Vooral voor Cort (bolletjestrui toen, Asgreen en Vingegaard). Soms waren het kleine truitjes in geel, groen en bolletjes of een wasdraad vol kindertekeningen. Erg leuk om zien. Het zou ons de hele dag begeleidden.
Met de route paseerden we Vejle. Hier zagen we weer wat moderne architectuur. Vanuit dit stadje konden we langs het Vejlefjord rijden. Een bochtige baan langs de rand van het fjord zorgde voor erg wisselende en mooie beelden.

Jammer dat de zon op dat moment niet vol van de partij was. Eens het kronkelbaantje achter de rug ging het bergop en veranderde het landschap van water naar bos. Met enkele steile klims en midden in het bos een verkeerslicht om toegang tot een tunnel/brug te verlenen.

Voor de fietsers die we tegenkwamen was het toch een stevige klim.
In Gårslev zagen we een leuk kerkje. Het was jammer genoeg gesloten.

Dan maar weer op pad een richting Fredericia. Dit is een vestingstad. Het best bewaarde vestingscomplex in Scandinavië. Een deel van de wallen is nog aanwezig. Het leek wel of we in Hulst rondliepen, en toch ook weer niet. Elk bastion had een eigen naam en een eigen functie. Van ver voor het binnenrijden van de stad, was de grote, witte kruittoren al te zien. Aan het princessenbastion lag beneden over de vestingsgracht een witte brug. Deze is een replica van de oorspronkelijke brug, die was afgebroken door de havenuitbreiding. De stad werd in opdracht van Frederik III in 1650 gebouwd. Het werd een toevluchtsoord voor andersdenkenden zoals joden, katholieken en hugenoten.

Tijdens onze verkenning door de stad botsten we op de Sct Michaeliskirke, een parochie- en garnizoenskerk. Van buiten had het een pitoreske bouw, van binnen sober maar mooi. Er leek zelfs een loge in te zijn.


Onderweg in de stad kwamen we verschillende houten banken/stoelen tegen. Soms waren ze éénpersoons, soms meerpersoons of ook zelfs enkele op pootjes. Het leuke eraan was hun naam: Timber Nest. Dan maar een foto met ons model erin. Gelukkig bleef hij heel geduldig wachten tot de foto was gemaakt.

Na onze ronde door de stad en snel wat boodschappen ging het richting Lille Bæltbroen. Deze brug uit 1935 is 1,2km lang. Vanaf deze brug kan je de nieuwe brug zien liggen. De Kleine Beltbrug heeft 2 mensen fulltime in dienst die dagelijks inspecties uitvoeren en contractors begeleiden bij hun werk. Mensen die geen hoogtevrees hebben kunnen ook begeleid de brug beklimmen en over de brug lopen. Dat laatste is niet aan ons besteed met Timber. Moesten de kinderen erbij zijn geweest, was Leon vast met hen naar boven gegaan. Naast de brug hebben we aan een picknicktafel onze lunch verorberd.


Nadien ging onze weg weer even over de autosnelweg en terug naar Fredericia want we wilden ook de nieuwe brug even over. Een totaal andere constructie en beeld. Ze leek veel meer op de Grote Beltbrug tussen de eilanden Funen en Sjælland.

Na dit autosnelwegavontuur ging het weer over de Margrietroute. Ditmaal richting Christiansfeld. Het was een weg met mooie afwisseling tussen zee en bos. Het valt ons op dat de kustlijn aan de westkant toch erg verschilt met deze aan de oostkant. Ten oosten zijn de steden groter, minder zandstranden, drukker bevolkt, bebouwing tot bijna tegen de kustlijn en meer industrie. Bij het passeren van Kolding werd ons duidelijk dat dit de geboortestad van Asgreen is.


Rond half 5 parkeerden we ons op één van de plekken voorzien voor campers en trokken we Christianfeld in. Het stadje werd in 1773 gesticht door de Hernhutters (= Evangelische Broedergemeenschap of Moravische broeders). Het centrum van het stadje ziet er nog steeds zo uit zoals het in 1773 werd gebouwd. De huizen in de Lindengade zijn nog authentiek. Het stadsplan geeft duidelijk mooie rechte, kruisvormige straten aan. Verder zijn er mooie lindelanen en in het centrum op de vierkante markt : een grote kerk. De apotheek in het stadje bleek geen apotheek maar een boetiek. We konden weer een vinkje op onze Unesco Werelderfgoedlijst zetten.


We bezochten er de Tytstrup Kirke. Het was even zoeken om de ingang te vinden. Maar eens binnen bleek het een mooie kerk te zijn. Met een prachtig beschilderd plafond. Ook achter het tabernakel kon je gaan en was er plaats voor een erg intieme (4pers) viering. Een klein altaar met kruis en kandelaar stonden daar vergezeld van 3 mooie glasramen. Vermits we niet met 2 tegelijk een kerk kunnen bezoeken is het om de beurt. Hierdoor loopt het soms wat uit en raak je (Elke) net niet opgesloten.


Het stadje is gekend om zijn tegelkachels, worst en honingtaart. Toen we zelf honningkagen wilden eten, bleken de bakkerijtjes/cafe om 17u reeds gesloten. Uiteindelijk keerden we nog even op onze stappen terug naar de Broederkerk. Deze was echt bizar bij het bezoeken. Ze heeft één grote ruimte met allemaal witte banken, geen versiering of wat dan ook, gordijnen aan de ramen. Er is ook een gelijkaardige, kleinere zaal.


Uiteindelijk zijn we teruggegaan naar onze camper. Daar besloten we om toch naar de andere gratis plek te rijden iets buiten het dorp. We staan nu bij een boerderij. Met de buren: 1 gigantische camper met aanhanger + auto (Schotten) en een iets minder grote camper met Zweden maar hij heeft een Engelse nummerplaat. We werden na een tijdje vriendelijk verwelkomd door de eigenaars. Een leuke babbel. Bij het parkeren kregen we al bezoek van een kater (blauw/wit) later volgde ook nog de hond. Gelukkig sliep Timber al in zijn bench. Het ziet er hier een erg rustige plek uit.