Auteur: Elke

11 juli 2026

Ook nu weer rond zes uur wakker. Dit keer met minder goed voetbalnieuws. Ach ja. Tijdens mijn wandeling met Timber ontdek ik een meertje verborgen achter de bomen. Onderweg weigert Timber nog verder te gaan, snuffelend gaat zijn neus over het pad, daarna steekt hij zijn neus in de lucht en snuift eerst aan de ene boskant, dan aan de andere. Hoogstwaarschijnlijk is er recent een dier gaan drinken aan het meer. Na ons ontbijt gaan we door het struikgewas richting een ander meer aan de overkant van onze slaapplek. Ook al staat er een pijl naar een visplek die kant op, een pad is er niet te vinden. Maar desalniettemin is het uitzicht de moeite. We maken de auto startklaar en vervolgen de grindweg richting Boxholm. Daar in de COOP schaffen we ons een kaartje aan, muggenspul (na wat zoeken) en een taartje voor onszelf.

Nu moeten we terug naar Blåvik, maar uiteraard niet via dezelfde weg. Leon vindt een grindweg, die we volgen. Hierdoor komen we aan zalmtrappen, recent (2025) heraangelegd. Aan het water zijn enkele gezinnen de kano’s te water aan het laten. Wij vervolgen onze weg ook nu weer langs meren, door het bos tot in het stadje. We hebben geluk en kunnen de camper op het kerkplein onder een boom in de schaduw zetten. De zon zelf hangt nog achter enkele bomen. We willen het kerkje bezoeken maar dat kan niet. Er stapt juist een koppel binnen om te trouwen. Buiten het koppel, de pastor, een misdienaar en een ouderkoppel is er niemand in de kerk aanwezig. Terwijl we wachten, drinken we koffie en thee aan de auto, nadien laat ik Timber nog even uit. Al snel kunnen we de kerk toch bekijken. Het is een sobere Zweedse kerk maar het is wel fijn dat men achter het altaar door de ramen kan kijken en zo op het meer uitziet. De grind omheen de kerk is mooi opgerijfd voor de feestelijkheden.

We wachten nog even in de auto, kleden ons om want we zijn deze kant opgekomen om de trouw van een collega mee te maken. Ze weet niet dat we er bij zullen zijn, dus hopelijk is het een leuke verrassing. Langzaamaan stromen de genodigden toe. Ook een andere ex-collega zien we toekomen. Zij zal met haar zus de taak van babysit op zich nemen, als de volwassenen gaan feestvieren. We kletsen al wat bij. Dan worden we verzocht om in de kerk plaats te nemen. Wanneer iedereen zit, gaat de deur van de kerk dicht en wordt de suite samengesteld. Zo kunnen de koppels binnenkomen alsook de bruidskindjes. Dan leidt een fiere vader zijn dochter naar het altaar. Een mooie viering, met live gezongen muziek waarin de bruid en bruidegom de gehele viering blijven rechtstaan, wordt voorgegaan in het Zweeds, Engels en Nederlands. Mooi. Bij het buitengaan krijgt het koppel nog een douche van berkenblaadjes. De bruid is erg blij en verrast om ons te zien. Opzet geslaagd. We praten nog wat met het koppel, de ouders en de andere collega. Tussen de genodigden herken ik nog een oude bekende, een oude scoutsmakker van mijn broer, zijn vrouw van mijn zus. Nadat de genodigden met de boot vertrekken en de collega met de kleintjes huiswaarts keert, is het voor ons tijd om ook te vertrekken. Maar eerst kleden we ons terug om en gaan aan een picknicktafel ons taartje opeten.

Zo is het ook een beetje ons feest. We rijden een stukje dezelfde weg als gisteravond om zo richting Kisa te gaan. Daar gaan we naar de Tidersrum Kyrka. Deze is één van de merkwaardigste en best bewaarde houten kerken van Zweden. Ze lijkt een beetje op de kapel die we vorige zomer zagen: Fiskebäck kapell. Jammer genoeg is ze gesloten en kunnen we de muurschilderingen en het beeld van St Olav niet zien.

We maken nog een sanitaire stop en rijden via kleinere weggetjes naar het Norra Kvill National Park. We vinden een slaapplek, koken en maken tijd om het blog bij te werken.

10 juli 2026

Ook dit keer vroeg wakker, dus nog tijd voor een korte wandeling. De Notteryd Runt, een aangeduide wandeling door het natuurreservaat, vertrok aan beide kanten van de parking. We gingen voor het korte stuk, het lange zou helemaal om het meer gaan. Even een grindweg en dan het bos in, via een poortje konden we verder. Een groot deel van de omgeving was omringd met schrikdraad om de wilde zwijnen van de parking en de picknickplekken te houden. Na enkele honderden meters werd ons pad echter onderbroken door een omgevallen boom. Ik ben dan even op onderzoek gegaan en uiteindelijk toch het pad teruggevonden. Zo konden we onze wandeling verderzetten. Nadien nog even tot rust gekomen aan de rand van het meer.

Daarna gingen we op weg naar Eksjö. Onderweg kwamen we nog enkele kraanvogels tegen. Samen met Hjo en Nora behoort Eksjö tot de Tre Trästader. Eeuwenoude (16de – 17de – 18de eeuw) houten, kleurrijke huisjes domineren er het straatbeeld, ze worden begeleid door de geplaveide straten, zo vormen ze Gamla Stan en maken van de stad één van de best bewaarde houten centra van Europa. Ieder huis kreeg een informatiebord. De noordkant van de stad werd echter getroffen door vele branden en oorlogen zodat men daar eerder andere huizen vindt. We vonden een parkeerplek voor 4u op de parking van een supermarkt, waarna we op pad gingen. Fotogeniek zijn de huisjes wel. Op het pleintje aan de toeristische dienst vonden we in de kruidentuin het standbeeld van de sittande flicka ‘(het zittende meisje). Misschien niet zo bijzonder, maar zo zijn er over heel Zweden verschillende verspreid.

Rond het middaguur kregen we honger en besloten we om te gaan eten in de Amazing Steakhouse. We bestelden de dagensmenu: schnitzel met frietjes, saladbar en koffie of thee als afsluiter.

Zo konden we weer verder en trokken richting kerk. De Storegårdkyrkan is een vrij recent gebouw. Het werd gebouwd na de fusie van enkele parochies en werd in 2007 gewijd. Niet veel bijzonders aan de kerk. Binnen was een groep jongeren samen met hun begeleiders en de pastor aan het repeteren voor de mis van morgen. Zij hadden een maand een kamp (bezinning) achter de rug en dat zou dan de eindviering worden. Het leek een beetje op onze vormselvieringen, met handoplegging ed.

Na de kerk hadden we nog 1 doel want midden in de stad staat een verborgen parel onder de oude houten boerderijen: de Aschanska-boerderij. Hier krijg je een unieke inkijk hoe een rijke burgerfamilie (leerlooiers) leefde eind 19de begin 20ste eeuw. Het complex bestaat uit verschillende houten gebouwen om een binnenplaats.

Na het stadje ging het buiten Eksjö naar de Skurugatakloof. Een 800 meter lange kloof met een uitzichtpunt op 337 meter hoogte. Een kloof die op het smalste punt slechts 7 meter breed is en op het breedste 24. De zijwanden van de kloof kunnen tot wel 35 meter hoog zijn. Waarschijnlijk is dit veroorzaakt doordat een ijsrivier tijdens het smelten van de ijskap aan het einde van de ijstijd de kloof steeds verder heeft uitgesneden. Er zijn 3 wandelingen: de eerste is ook rolstoelvriendelijk en gaat alleen naar het uitkijkpunt, de tweede is de trail die door de provincie loopt en de derde is deze die door de kloof zelf gaat en deze die op onze planning staat. Op de parking is het stapschoenen aan en voor Leon een stok mee. En dan op pad. Het eerst stuk gaat licht glooiend door het bos. En dan komen we ter hoogte van de kloof. Hier gaat het op momenten erg naar beneden en even later naar stevig naar boven. Een pittige wandeling, goed uitkijkend waar stappen maar niet echt gevaarlijk. Wel enorm spectaculair. Echt de moeite. Nadat je de kloof bent doorgeraakt, leidt het pad je nog naar het uitzichtpunt en kan je via het rolstoelpad weer naar de auto’s. Na de wandeling trakteren we onszelf op een stukje KEX en een frisdrankje.

Vanaf de wandeling gaat het dan richting Blåvik, waar we morgen moeten zijn. We kiezen voor de langere weg. Over grindweggetjes, langs meren, tussen bomen en … met een ferry. Deze kleine ferry gaat tussen Torpön en Blåvik. Terwijl we staan te wachten op de schipper wandelt een Oma met kleinzoon over de kade en komt verschillende keren langs onze auto: fin bil, nice car. Ook de kleinzoon is in de ban, gaat aan de banden voelen (ze zijn groter dan hemzelf) en vindt alles erg interessant. Dan mogen we aan boord. We = 2 auto’s. De schipper komt even een praatje maken en is blij dat het in het Zweeds kan. Ook hij vindt het een fin bil, klaar voor äventyr. En dan trekt de boot zich aan een kabel naar de overzijde. Zo kunnen we verder en rijden naar het stadje op zoek naar een slaapplek maar het Sommenmeer blijkt erg in trek en de kustlijn is volgebouwd. We proberen nog op het kerkplein maar daar is het druk en nog volop zon. Dan maar naar het bos op een kwartiertje rijden. Uiteindelijk vinden we een slaapplek, eten nog een hapje en door het slechte internet kunnen we niets aan het blog doen. Dan maar naar bed.

9 juli 2026

Rond 6u wakker, dat maakt dat we besloten om toch nog een wandeling te maken in de omgeving. Rond 8u op pad. Het was even zoeken in de buurt van het slot waar juist het begin van de wandeling was, maar eens die gevonden ging het mooi glooiend door het bos en enkele weilanden met schapen en koeien. Op zeker moment komen we aan een picknickplek, met grillplaats en WC. Even pauze. Niet veel verder botsen we op Trädhuset wat zoveel betekent als boomhuis of boomhut. De hut wordt blijkbaar gebruik als restaurant of iets dergelijk, maar vandaag gesloten. Wel konden we aan een kraantje water tappen, waarbij we ons drinkflesje nog eens vulden.

We hebben een eigen route gewandeld en hebben zowat alle kleurtjes van de markeringen gevolgd. Na de boshut ging het vooral naar beneden richting het meer. Daar even Timber laten zwemmen, appel gegeten en dan weer verder. Na net geen 3u en bijna 7,5km waren we weer aan de auto. Na een kopje thee en koffie ging het dan richting Växjö. Onderweg passeerden we Älmhult, de enige plaats in de wereld met een IKEA-museum en dito hotel. Växjö is de meest groene stad van Europa. De natuur is overal dichtbij: meer dan 200 meren en 23 natuurreservaten vind je in de omgeving van de stad. Naast de natuur staat de stad ook gekend om hun milieu-inspanningen en duurzame initiatieven. Je vindt er bijvoorbeeld de langste autovrije winkelstraten van Zweden. Voorts kreeg Växjö de titel Matlandethuvudstaden, wat zoveel betekent als Voedselhoofdstad. Deze titel verdiende de stad omdat de restaurants er gebruik maken van primaire grondstoffen en producten uit de directe omgeving. Uiteraard mag de glaskunst niet ontbreken in het rijtje van zaken waar de stad om gekend staat. Wij vonden er een parking waar ik even een praatje deed met de parkeerwachter om dan naar het centrum te gaan. Eerst en vooral gingen we op zoek naar een plekje om te lunchen. Bij Sit en Go vonden we een plekje op het terras. We bestelden de fiskdagenslunch. Terwijl ik binnen de bordjes vulde met lekkers van de saladbar, werden de borden met de vis al gebracht. We sloten af met een kopje koffie en thee vergezeld van enkele koekjes.

Na de lunch trokken we door de winkelwandelstraten richting de kathedraal.

Deze is met zijn groene torens en rode baksteen een duidelijk herkenningspunt voor de stad. In de kerk vind je prachtig glaswerk. Zelfs de doopvont bestaat uit glas (en steen). De kerk heeft het zwaar te verduren gehad, ze is meerdere keren afgebrand en weer gerenoveerd. De oudste overblijfselen dateren van de 16de eeuw die vooral te vinden zijn in de kalkstenen schilderijen van de zijkapel. Het altaarstuk is zeer recent (2002) en trekt de meeste aandacht. Het is echt adembenemend mooi. We gingen zoals gewoonlijk om beurten in de kerk.

De kerk is omgeven door een park: Linnéparken, genoemd naar de Zweedse botanicus, arts en bioloog: Carl von Linné. Vooral de speeltuin trekt de aandacht met het bloemenkasteel, de gigantische klok en het bos van paardenstaart. Maar in het park zijn het vooral de bloemperken, de vijver en de waterpartij die met de aandacht gaan lopen.

Alles werd aangeplant naar het idee van Linné zelf. Bij het verlaten van het park, stak er nog een eekhoorntje de weg over om daarna in een boom zich gaan te verschuilen.

Na het park wandelden we even naar het water om dan stilaan weer terug naar de auto te gaan. Bij het buitenrijden van de stad passeerden we nog het voetbalstadion en enkele kleurrijke appartementsgebouwen. Bij de Circle K konden we water halen, dus de watertank weer gevuld. Nadien nog even een stop bij de Maxi ICA voor wat fruit en een ijsje. Daarna ging het richting Hissö naturreservat. Dit lig in het Helgasjön op het groene eiland. Het reservaat bestaat uit een 150 -200 jaar oud beukenbos. Naast beuk vind je er ook eik, esdoorns, lijsterbes en esp. Korstmossen, schimmels en insecten hebben er hun thuisbasis, evenals vleermuizen en vele vogelsoorten. Het eiland beschikt zelfs over hondenbadplaatsen. We reden er een rondje en stopte aan 1 van de badplaatsjes, al dan niet voor een hond.

Terwijl Leon een slaapplekje zocht, heb ik bosbesjes geplukt. Mmm lekker, mijn dag kan niet meer stuk. Op het eiland ligt ook de kasteelruïne van het 14de eeuws Slott Kronoberg. Dit fort was een belangrijk onderdeel in de verdediging tegen Denemarken omdat de oude grens met Denemarken tot aan het kasteel liep. In de 16de eeuw werd het door Koning Gustav Vasa uitgebreid tot een sterke vesting met zelfs meer dan 50 kanonnen. Na het verdrag van Roskild werd de grens met Denemarken verlegd naar de Öresund. Hierdoor kwam het slot langzaamaan in verval. Jammer genoeg is de ruïne nu ten gevolge verwaarlozing en instortingsgevaar niet (meer) toegankelijk voor het publiek. Toch namen we er nog even een kijkje. Het was er erg druk vooral ter hoogte van het restaurant. Hierna was het tijd om naar een slaapplek te rijden. We staan hier op een parking aan het Notteryd naturreservat. Voor ons avondmaal maken we gebruik van de picknicktafel. Erg handig: er is hier ook een toilet.

1 juni 2026

Terwijl Leon wat uitslaapt (zelfs een laag overvliegende helikopter maakt hem niet wakker) sorteer ik al wat foto’s. Op een rustig tempo ontbijten we. We maken alles zo klaar dat we vanavond thuis makkelijk kunnen uitladen voor we in bed kruipen. De wandeling van Timber houden wat kort want we gaan deze morgen nog een eindje stappen.

Eens alles ingeladen gaan we richting Belton House. Dit estate was drie eeuwen lang de buitenresidentie van de Brownlows, een invloedrijke familie. Het huis werd rond 1685 gebouwd en is 1 van de mooist bewaarde uit de 17de eeuw. Rond het huis ligt er 1300 hectare aan parklandschap met mooie tuinen, graslanden met schapen, koeien en herten evenals een eeuwenoud bos. Sommigen zullen het huis herkennen omdat het werd gebruikt als residentie voor koning George in het derde seizoen van Bridgerton. Ook dit huis valt onder de National Trust waardoor we inkom dienen te betalen. Normaal kan je een member worden van de Trust, zelfs al voor 4 dagen, maar het lidmaatschap was iets duurder dan los te betalen bij de 2 Trustplekken die we bezochten. We vatten onze wandeling aan langs de poort en zijn onmiddellijk onder de indruk van het grote gebouw en het uitgestrekte grasveld. We wandelen rond het gebouw en langs de bijgebouwen en komen uit bij een mooi aangelegde tuin.

Via een bijzondere, bloemende tulpenboom (de knop lijkt meer op een tulp dan de bloem) komen we uit bij de kapel van het domein.We bezoeken om beurten de St Peter en St Paul Church. Wanneer je er binnenkomt, valt het op hoe druk de decoratie is. Het lijkt wel of elk familie een groter stuk marmer als gedenkplaat wilde dan zijn voorganger. De muren zijn er mee overladen. Enkele mooie glasramen trekken de aandacht. Achter de deur merk ik bij het buitengaan nog een herdenkingsplek op voor de gesneuvelden in WO II.Naast de kerk ligt een grote serre, 1 van de eerste in Engeland die op deze manier is gebouwd. Een kort bezoekje volgt.

Van daaruit gaat het dan echt het bos in. We lopen rond het meertje, zien mama eend vertrekken met een reeks kleintjes achter zich aan en genieten van de rust. Uit het bos passeren we het doolhoof, uitgesneden in buxushagen. Voor de kleinsten loopt er een Pokemontrail door het domein. Bij het teruglopen naar de auto botsen we op een kudde herten, vooral het witte mannetje valt op.

Na de lunch aan de auto gaan we richting Dover. Eerst nog even over de plaatselijke banen maar al snel wordt het de M1. Het is druk maar minder dan op vrijdag. We stoppen enkele keren om te tanken en voor een sanitaire stop. Dit keer passeren we de tolbrug bij Dartford, terwijl het in de heenweg een toltunnel was. We krijgen ook nu weer tijd tot de volgende dag middernacht om de tol online te betalen.

Uiteindelijk bereiken we Dover. We zien het alleen even te groot wanneer we de bewegwijzering richting cruiseschepen volgen in plaats van deze naar de ferry. Maar een straatje om was eigenlijk niet zo erg. Ruim op tijd en vlot komen we door alle controles en zetten ons op lane 116 om te wachten. Onze boot heeft jammer genoeg 40 minuten vertraging. Eens aan boord bestellen we ons een warme maaltijd. Daarna begeven we ons naar de lounge om wat te rusten. Iets voor 23u komen we aan in Calais. Vandaar is het in 1 ruk richting huis. Ons bed lonkt. Rond half 2 zijn we er, laten Timber uit, zeggen de katten gedag en kruipen in ons bed.

31 mei 2026

Vanmorgen zouden we nog een ontbijt krijgen. Afspraak is rond 9u-9u30. Dat vinden we wat laat dus we eten alvast iets. Uiteindelijk worden er “baconsandwiches” rondgedeeld. Terwijl Paul de sandwiches vanuit zijn koelbox of eerder warmbox ronddeelt, volgt Pete met de ketchup en de bruine saus. Er wordt gretig gebruik van gemaakt door de Engelsen, rare jongens.

Na het ontbijt is er tijd om afscheid te nemen. 4 auto’s met Engelsen rijden nog een weekje naar Schotland. De groep Belgen alsook de tweeling Zweden dienen nog tot Hull te rijden voor de nachtboot richting Rotterdam. Anderen keren net als wij huiswaarts, sommigen blijven nog een nachtje. Voor we echt vertrekken gaan we nog kijken naar zij die aan de overkant van de weg in een weiland een genummerd parcours willen rijden. Wij besluiten dit niet te doen omwille van de wendbaarheid van onze auto.

Verschillende anderen wagen zich er wel aan. Ook de boer en de boerin (ex-ralleyrijdster) komen supporteren. De chauffeurs worden op hun stuurvaardigheid en voertuigbeheersing getest. Iedereen slaagt zonder brokken te maken. Na nog een laatste “see you next year” rijden ook wij weer richting zuiden.

We houden anderhalf uur later halt bij Clumber Park. Een tip van Leons Engelse baas. Clumber Park maakt deel uit van de National Trust. Het park was ooit het buitenverblijf van de hertogen van Newcastle. Op het domein werd vroeger een spanielras gekweekt: de Clumber Spaniel : een voornamelijk witte hond met enkele rode vlekken, meestal in het gelaat.

Via een grote poort belanden we in een lange laan. Deze is met 1296 bomen (we hebben ze niet nageteld) over een afstand van 3 mijl de langste dubbele laan van Europa. Het is best indrukwekkend om het domein zo in te rijden. Na het betalen van de inkom en het parkeren van de auto wandelen we het park in. Alhoewel Clumber House zelf in 1938 werd afgebroken vinden we nog restanten terug. In de Lincoln Stabels wordt de geschiedenis van de estate verteld. Wij zijn hier eigenlijk om te wandelen tussen het groen en langs het meer. We passeren nog enkele gebouwen zoals the Stables, the Turning Yard, waar zich een gewoon café bevindt en het hondvriendelijk café Central Bark. Ter hoogte van het meer waggelen enkele jonge ganzen achter mama aan. Wat verder van de drukte zien we een paar schuchtere, grijze eekhoorns, sommige in het gras, een enkele in de boom. De grote rhododendronstruiken langs het water en langs de wandelpaden staan er al enkele jaren en bloeien deze tijd van het jaar erg mooi. Via het wandelpad komen we terecht bij the Walled Kitchen Garden. We hebben geluk en kunnen nog enkele foto’s nemen vooraleer dit stuk van de tuinen sluit. Een gigantische serre staat in het midden van de tuin omgeven door vele muurtjes waartegen kruiden en bloemen prachtig bloeien. Om wat af te koelen en te rusten nemen we een ijsje (ook hier net voor sluitingstijd).

Tussendoor passeren en bezoeken we nog de kerk op het domein. Eigenlijk is het eerder een kapel: the Chapel of Saint Mary the Virgin. Ook hier wordt het om beurten de kerk bezoeken.

Vanuit het park wandelen we terug naar de auto. Het domein verlaten gaat niet zo vlot want we moeten enkele slagbomen/automatische hekken passeren. En deze laatsten gaan maar heel langzaam open. Je mag dus nog wel af maar niet meer op het terrein. We rijden een beetje verder richting Belton waar we een kleine, rustige parking vinden.

Na het warme avondeten is er even tijd om tot rust te komen. Timber kan uitgelaten worden op een public foothpath. Het lijkt net of ik op het strand loop, zo mul is het zand door de aanhoudende droogte, zelfs hier in Engeland schreeuwen ze om regen. Uiteindelijk gaan ze tevreden naar bed.

30 mei 2026

Terwijl iedereen zelf zorgt voor het ontbijt, maak ik nog even een wandeling met Timber. Daarna wordt de groepsopstelling doorgenomen, ook al verandert ze gaandeweg de tijd verloopt. Bij onze auto worden de bakken eraf gehaald omdat er wordt gevreesd dat we op sommige plekken te hoog zullen zijn.

Uiteindelijk gaan we iets voor half 11 als tweede groep van start. De groepen mogen niet te groot zijn omwille van de veiligheid en een hele boel regels. Daarom ook dat niet iedereen zelf zal rijden. Voor ons zal Steve de weg wijzen, achter ons volgen de 2 Grenadiers en de Disco van Marcel.

Het wordt een knotsgek, prachtig en zo veel meer adjectieven parcours. We rijden over grove gravel, door water (zelfs een riviertje), over erg smalle wegen (onze spiegels klappen 2x in omdat ze struiken of een muurtje raken), heuvel op en ook weer af, dal in en top over. Ondertussen genieten we van het prachtige landschap. Zalig dat alle wegen gewoon toegankelijk zijn, uiteraard op sommige plekken uitsluitend voor 4×4. Halverwege stoppen we aan de pub the Fox en the Hound voor onze lunch.

De meeste gaan voor een baguette met fishsticks, Leon voor 1 met beef en ik voor ham en ei zonder brood. De rustpauze doet goed, ook voor de auto’s die toch best hard moeten werken.En dan gaat de tocht weer verder. Aan het einde klinkt: dit is de laatste lane bergop. Zet best de auto in difflock. Het wordt een pittige klim over wat ooit een heirbaan leek te zijn. Best ook spannend om over een smal pad te hobbelen met links van je de afgrond. Boven op de top stond de eerste groep samen met degene die dit weekend georganiseerd had. Wat een ontvangst. Even bijkletsen en terwijl de eerste groep vertrok, bleven wij wachten op de laatste. Na nog een laatste normalere 3 mijl, komen we iets voor zes weer aan bij de kampplaats. Tijd voor een wandeling met Timber, de bakken weer op de auto zetten, ons even op te frissen en klaar te maken voor het avondmaal.

Dit laatste werd klaargemaakt en geserveerd door Mary, de dame van de camping. Aan simpel maar mooi gedekte tafels konden we in de voortuin lekker buiten eten. We werden getrakteerd door een Yorkshire Pudding gevuld met een puree van wortel en zoete aardappel, roasted beef, bloemkool met kaas erover en gebakken aardappels ruim overgoten met saus. Heerlijk. Als dessert was er keuze uit appeltaart, appel/framboos of choladefudgecake met ofwel slagroom of ijs. Wat een verwennerij of hoe heerlijk gewoon simpele keuken kan zijn. Genieten.

Nadien nog een gezellig samenzijn al dan niet voorzien van de nodige dosis drank. Toen vielen er gedurende 10 minuten dikke druppels en kregen we nog een mooie regenboog om de dag af te sluiten alvorens ons bed in te duiken.

29 mei 2026

We worden wakker en ontdekken een heel lege parking voor de pub. Ik wandel met Timber richting de velden rond het dorp. In de verte zie ik een boel varkens “grazen”. Na ons ontbijt is het tijd voor onze trip naar en in Sherwood forest. We parkeren ons op de grote parking en betalen aan de paal. Even stappen en de straat oversteken maakt dat we bij het bezoekescentrum aankomen. Dit gaat echter pas om 10 uur open. We kijken alvast wat rond om te zien welke wandeling we kunnen doen.

Na onze sanitaire stop gaan we op pad. We laten, in tegenstelling tot vele anderen, de Magic Oak voor het laatste en starten het rood aangeduide pad: Wildwoodtrail. Net voor we echt compleet het bos induiken, passeren we Robin Hood, wat eigenlijk een gids blijkt te zijn voor een buslading pubers. De trail slingert door het bos, door de weiden met koeien. We krijgen ze echter pas later te zien in een aparte wei. Waarschijnlijk omdat er nog kleine kalfjes bijstaan. Na het horen van wat geritsel zien we een grote hert tussen de bomen. Op wat vogels na komen we geen wild meer tegen. Wel heel veel oude eiken, de ene al gezonder dan de andere. Om dan zo tot de oude Magic Oak aan te komen. Hoe oud hij momenteel is, is niet echt (meer) geweten. Geschatte ouderdom is meer dan 1000 jaar. Volledig ondersteund ziet hij er niet meer zo gezond uit en ontbreken zijn bladeren. Maar dat het een spectaculaire boom is, dat staat buiten kijf. En zo komen we snel tot het einde van de trail en dus ook weer aan het centrum. Omdat we nog brood en bananen nodig hebben, wandelen we richting dorp.

Hierbij merken we een bord op: in deze kerk trouwde Robin met Maid Marian. Een bezoek aan de kerk zeker waard, dachten we. Leon gaat binnen terwijl ik met Timber in het protaal blijf staan. Ook ik word snel met de hond binnengeroepen. ‘a dogfriendly church as well). We krijgen een hele uitleg over de kerk, maar zeker ook van de glasramen en dan vooral het middenpaneel want daar heeft de maker een half gezicht in verstopt (oog, neus en mond). De man gunt ons niet de tijd om het te zoeken en duidt het snel aan. Goed verstopt, knap gedaan.

Na de kerk is het tijd voor de boodschappen, een snelle lunch aan de auto op de parking en dan richting de camping voor het Land Rover treffen. Op de M1 North is het erg druk, vrijdagnamiddag en ook veel vakantieverkeer. Maar eens van de snelweg wordt het mooi. Het landschap wordt zo alsof we ons in Vera bevinden (dit werd echter nog iets Noordelijker opgenomen). Heuvelachtig, groene akkers afgebakend met stenen muurtjes, schapen of koeien, smalle(re) wegen. Onze kampplek is een grasveld op een boerderij Nun Cote Nook Farm. Rond half 5 vinden we een plekje op de wei. Het is er best fris en erg winderig, een trui en lange broek zijn meer dan welkom. Blij weerzien van oude vrienden en nieuwe contacten worden gelegd. De Belgen waren eerder aangekomen maar hadden net na de boot van Hull al een garage moeten opzoeken. De Zweden staan er met een volledig nieuwe Defender, enkele Engelsen met een Grenadier. We eten aan de camper en later kletsen we nog met de Engelsen.

Ik laat Timber uit op de heuvel (een tip van de boer). Over deze en andere heuvels loopt het Coast to Coasttrail. Dit is een 192 mijl (= ruim 300km) pad dat loopt van de Ierse zee tot de Noordzee. Op de heuvel wordt ik stil van de uitgestrektheid, de vele tinten groen en de schoonheid die me overvalt.

Soms heeft een mens niet veel nodig. In de muurtjes zitten kleine houten deurtjes. Hier kan je als mens door maar de dieren niet. Er zit een veer op het scharnier zodat de deurtjes zeker zelf toevallen. Handig. Tegen valavond wordt het programma van de dag nadien uitgelegd. We zullen in kleine groepjes Green Lane rijden. Wij kruipen die dag vroeg in ons bed.

28 mei 2026

We hebben een erg rustige nacht en na het ontbijt gaan we op zoek naar een parkeerplek. Maar ook nu botsen we op hoogtebomen en kunnen de 2 P&R die we tegenkomen, niet oprijden. Maar bij het aankomen rijden van de laatste, passeren we een Land Roverdealer. Even teruggereden, stoute schoenen aangedaan en daar gevraagd of ze een parkeerplaats wisten waar we onze auto kwijt konden. Ze vonden het helemaal OK dat we daar bleven staan.

Dan te voet naar de dichtsbijzijnde bushalte. Dit keer was het dan wel met een retourticket op de bus aan te schaffen. Ook nu een veilig plekje voor Timber op de benedenverdieping van de dubbeldek bus en zo in 15 minuten naar het centrum van de stad.

Cambridge is mee één van de grootste universiteitssteden van Engeland en de rivaal van Oxford. Door het studentenleven is het een erg levendige stad. Maar ze is ook gekend om haar mooie tuinen en parken. We beginnen onze wandeling in 1 van die parken en ook hier geuren de rozen heerlijk. Net na het park zien we straten met typische Engelse huizen, vaak gekenmerkt door meerdere schoorstenen op het dak. Via Westcourt House, enkele felgekleurde muurschilderingen en de Holy Trinity Church komen we aan bij Cambridge Market en de achterkant van de kerk Great St Mary’s. Eens de hoek om worden we betoverd door het uitzicht van King’s College. Het lijkt of we in een andere wereld zijn aanbeland. Toch bezoeken we eerst om beurten de kerk.

Na ons bezoek wandelen we verder tot bij het King’s College. Dit mogen we jammer genoeg niet bezoeken met een hond maar kunnen ook niet een vluchtige blik binnen werpen omdat de ticketstand enkele meters voor de hoofdingang staat.

Jammer.Niet veel verder botsen we op de St Bene’t’s kerk. Ook hier brengen we om beurten een bezoek aan deze kleine, sobere kerk. We genieten van een koek en wat verkoeling in het portaal van de kerk. Even weg uit de toeristische drukte. Achter de hoek passeren we Christi College. Ook deze kunnen we niet bezoeken omwille van graduate week (eindexamens) maar hier hebben we wel de kans om het binnenplein te fotograferen samen met het gekende perfect onderhouden grasveld. Vooraleer we bij de rivier Cam uitkomen, bekijken we nog even snel de St Botolph kerk.

Eens bij de rivier zien we aan de stenen brug, vele punterboten liggen. Deze kan je huren om zelf mee rond te varen (punten) of je er mee laten rondvaren. In de omgeving van de boten is het best druk, iets verderop kan je genieten van rust en veel groen. Aan de andere zijde van de stenen brug, bevindt zich de oude, nog steeds in gebruik zijnde, houten brug over de rivier Cam. Deze brug ligt mee aan de oorsprong van de naam Cambridge.

Op de terugweg naar de bus lopen we nog over het domein van de Cambridge Universiteit. Langs en tussen de gebouwen loopt een straat. Iedere faculteit heeft een ander gebouw: dierenartsen, aardrijkskunde, parasitologie,….

Na het bezoek aan de stad nemen we de bus terug naar de dealer, bedanken hen voor de gastvrijheid en rijden terug naar onze overnachtingsplaats voor een late lunch en om even te bekomen van de drukte. Vandaaruit gaat het verder noordwaarts richting Sherwood Forest.

We vinden een slaapplek op een grasveld achter een pub: the Fox at Kirton. We mogen er gratis staan op voorwaarde dat we er iets eten. Dat doen we uiteraard en kiezen voor de special FOX pie, in ons geval gevuld met butterchicken. Erg lekker en smaakvol.

Na het eten wandelen we nog even tot bij het kerkje van het dorp dat de naam The Most Holy Trinity Church draagt. De kerk is op dat uur niet meer open maar ik kan door enkele raampjes van het glas in lood wat foto’s van de binnenkant maken. Na deze wandeling is het tijd voor ons om te gaan slapen. In de pub heerst er nog een grote drukte. Er is namelijk een kwis bezig….

27 mei 2026

We vertrekken nog net de 26ste bijna middernacht richting de haven van Calais. Na onze ervaring bij onze reis naar Ierland willen we graag tijdig daar zijn. Officieel is onze boeking voor de boot van 6u30 waarbij we ten laatste 5u30 aanwezig dienen te zijn. We rijden liever op tijd door om eventueel daar nog wat te rusten.

Na een vlotte rit, met zeer weinig verkeer, komen we iets voor 2u de 27ste aan in Calais. Controle van onze paspoorten, het paspoort van Timber met alle nodige papieren verloopt vlot. We mogen mee met de eerstvolgende boot die om 3u50 zal vertrekken. De volgende stappen: controle paspoorten ter hoogte van de Britse kant alsook de scan en controle van de auto worden als geslaagd afgevinkt. We rijden een heel parcours naar de juiste lane en wachten.

Ik maak van de gelegenheid gebruik om Timber uit te laten. Dan is het tijd. Het inschepen gaat vlot. We trekken snel naar boven en claimen er een bank. Even tijd voor een dutje. We worden ruw gewekt door het signaal dat vertelt dat de taks free shop gaat sluiten. Niet veel later kan het ontschepen beginnen en bij een opkomende zon maken we weer kennis met de witte krijtrotsen van Dover.

We rijden richting Canterbury maar nemen een foute afslag en komen uit op de parkeerplaats van Dover Castle. Officieel mag je er pas op om 8uur maar we zetten ons er toch, klappen het dak open en doen een stevige powernap van dik 3 uur. Laten Timber uit in de omgeving, nemen ons ontbijt en gaan dan echt richting Canterbury.

Daar aangekomen wordt het verkeer naar een parking geleid. Er zijn ook enkele camperdelen. We parkeren en lezen op ons ticket dat we daarmee voor 4pond per dag gratis gebruik kunnen maken van het busvervoer en dit voor 6 personen per ticket. De eerste bus laten we rijden omdat daar al een hond op zit en de chauffeur dat wel genoeg vindt, dus even in de rij en dan op de bus richting centrum. We vinden een plekje op de bus zodat ook Timber veilig zit. We moeten enkele Engelsen wel uitleggen dat het geen “petdog” is, maar verder verloopt de rit vlot. Eens van de bus is het even zoeken naar de kathedraal.

Hierdoor lopen we over enkele leuke pleintjes en kleurrijke straten. Eens bij de kathedraal kopen we een ticket. Het is een “dogfriendly church”, dus Timber mag gewoon mee. Wat een indrukwekkend bouwwerk. Deze kathedraal is Engelands beroemdste kathedraal met de zetel van de aartsbisschop. De kerk kreeg tevens een plaatsje op de UNESCO werelderfgoedlijst en staat ook bekend als Engelands eerste kerk. Zoals in de meeste Engelse kerken heb je eerst de publieke zitplaatsen, daarachter het koor en daarachter pas het altaar. Voorts vallen de verschillende kapelletjes aan de zijkanten en de grote glas-in-loodramen op en kan je een bezoek brengen aan de crypte.

Het bezoek stopt niet bij de kerk alleen, we hebben ook toegang tot de verschillende tuinen erin en errond. Zoals zo vaak zijn de tuinen prachtig onderhouden, geuren de oude rozenstruiken heerlijk en zijn ze een plek om even tot rust te komen of in de schaduw te zitten. Na nog wat rond te wandelen in de stad, nemen we de bus terug, lunchen aan de auto en gaan weer op weg.

Onze volgende stop is Rochester Castle. We rijden met de camper tot vlak aan het kasteel en vinden er een plekje. Daar zijn we overdonderd door de kathedraal. Deze kerk bezoeken we om beurten. Hier geldt een gelijkaardige indeling zoals we in Canterbury zagen met een indrukwekkend orgel. Evenals een bezoekje aan de tuin.

We lopen na ons kerkbezoek verder door de kleurrijke, geplaveide straten richting de rivier Medway. Een impossante brug maakt verkeer tussen de beide oevers mogelijk.

Vandaar zijn we in een oogwenk bij het kasteel. Dit strategisch opgesteld fort heeft een complexe geschiedenis. De grote vierkante donjon valt op. Rondom kan men op het grote binnenplein of aan de buitenzijde langs de grote verdedigingsmuur wandelen. Met een ijsje sluiten we ons bezoek aan deze stad af en rijden richting onze volgende stop: Cambridge.Rond Cambridge zijn er verschillende Park&Ride parkings. We hopen om hier net als in Canterbury een slaapplek te vinden.

Dat lukt jammer genoeg niet omwille van de vele hoogtebomen. Uiteindelijk vinden we een kleine parking naast enkele akkers waar we kunnen eten en de nacht doorbrengen. Het wandelpad voor Timber loopt dwars door 1 van de erwtenakkers

Luleå

Een niet zo grote stad die in de streek vooral gekend is om zijn staalindustrie. Het erts komt van de groeven bij Kiruna, het staal vertrekt over zee naar heel Europa. Ondanks dat wij over vele delen van de bevroren Golf konden wandelen en zelfs rijden, heeft de stad 4 ijsbrekers in dienst die de zee openhouden tijdens de winter.In deze stad heeft Facebook een datacenter. Het is 1 van de 6 wereldwijd. Deze centra hebben nood aan koeling en veel elektriciteit. Laat nu dat best haalbaar zijn in een stad als Luleå. Het is er 6 maanden best koud zodat de koeling makkelijker gaat en omwille van de vele waterkrachtcentrales in de buurt is de elektriciteit best goedkoop. In de winter, meer bepaald in februari is de stad het centrum voor sport. Eind februari vindt er een groot schaatevent plaats. Hier vestigde zelfs een Nederlander een wereldrecord: hij schaatste aan bijna 100km/h, wel achter een auto en beschut voor de wind. Veder vindt er iets eerder ook de enige marathon ter wereld plaats die op ijs wordt gelopen. In Boden, iets noorderlijker dan Luleå, wordt de eerst CO2- uitstootvrije staalfabriek gebouwd.In de omgeving van de stad bevinden zich ook verschillende testcentra van de meeste bandenmerken. De extreme koude en de goedkopere gronden zorgen voor ideale testplaatsen.Onze ervaringWe waren het alle 6 over eens dat dit een geweldige week was. Onze gehuurde woning bleek echt een schot in de roos, gerieflijk en ruim. Onze goede voorbereiding, ook wat kledij betreft, loont echt wel. De activiteiten georganiseerd door en door ons geboekt bij Explore Luleå waren super. De gidsen leidden alles in goede banen. De fika’s waren lekker en door de warme vruchtensappen eens wat anders dan met koffie en/of thee. Het was fijn dat zij open stonden voor leuke gesprekken waardoor we toch meer over de winters en de achtergronden te weten kwamen. Ook nu werden we telkens opnieuw verrast met de warmte die Zweden geven eens ze zich openstellen voor anderen. Wij merken wel dat aankomen rijden met onze camper, deuren of zeker gedachten opent.De vluchten van en naar werden door de jeugd als goed ervaren. De auto die we huurden voldeed aan alle voorwaarde en bracht hen veilig op de nodige plekken.Voor onszelf was de tocht naar en van het Noorden een hele ervaring. De wegen lagen er beter bij dan we hadden gedacht. De ene slaapplek was al beter dan de andere. Stroom hebben we in de winter wel nodig tijdens de nacht want met het weinige licht doen de zonnepanelen niet echt veel. Koken in de camper met het gasvuurtje lukt als het niet te koud is. Binnen koken met de benzinebrander is geen optie, deze kan in het begin wat hoge(re) vlammen geven wat niet zo veilig is binnen in de auto. Slapen bij zeer koude temperaturen lukte zonder problemen mits extra fleecedekens en wat extra kledij. De aanpassing aan de weinige uren zonlicht ging ook nog wel. Wanneer de zon onderging, gaf het lichaam een signaal dat het bedtijd was. Blijkbaar is wat we ervaarden niet zo ongewoon. Ook de lokale bevolking is geneigd om rond 15u een powernap te doen. We mogen hierbij niet vergeten dat we al onze dagactiviteiten in het daglicht hebben kunnen doen, wat waarschijnlijk toch net een ander beeld geeft van de donkerte.Is er een kans dat we nog teruggaan in de winter: absoluut. Maar dan niet meer op deze manier van uitsluitend kilometers doen over de snelweg. Dan zal het net als in de zomer met tussenstops zijn om wat te wandelen of iets te bezoeken, liefst ook met wat kleinere wegen. We hebben gemerkt dat dat met de auto prima gaat. De tijd nodig om de spikes in en weer uit de banden te halen, loont wel voor de wegzekerheid die ze bieden op de meer besneeuwd wegen. Jammer dat dat erg moeilijk is onderweg omwille van de tijd die nodig is en het fijner is om dit binnen te doen. De Zweden zelf doen dit ergens in oktober en halen ze er eind maart weer af of kopen ineens banden met de spikes erin. We zagen verschillende auto’s waarbij er 4 banden zonder spikes op het dak lagen. Dit is voor ons geen optie omwille van het extra gewicht. Hebben we tekortkomingen ontdekt bij de camper? Ook hier moeten we ja op antwoorden: meer verlichting, zowel voor (om ’s avonds wat te lezen) als achter. Maar ook een betere verwarming voor in de auto. Het dieselkacheltje doet het prima om de auto, zeker naar achter, te verwarmen, maar minder naar voor toe.